Home > Activiteiten > Lezingen > Meer vlinders in de gemeente Heusden


28-03-2011
Meer vlinders in de gemeente Heusden
Met deze aankondiging traden twee enthousiaste sprekers, beiden lid van de Vlinderstichting, circa 50 belangstellenden tegemoet met een dia- en filmpresentatie in het patronaatgebouw in Nieuwkuijk.
Kars Veling opende. Hij vertelde dat er rond 1980 70 vlindersoorten in Nederland waren. Daarvan zijn er nu 20 uitgestorven, 30 bedreigd en 20 onbedreigd.
Voor het leven van een vlinder zijn vier voorwaarden essentieel:
(1)Het aanwezig zijn van waardplanten. Dat zijn planten waarop de vlinders eitjes leggen en waarop de rupsen die uit de eitjes komen zijn gespecialiseerd. Zonder waardplanten geen vlinderleven! Sommige vlindersoorten zijn van een enkele soort waardplant afhankelijk.

(2) De aanwezigheid van nectar. Nectar komt in alle bloemen voor. Vlinders zuigen het zoete sap op met hun lange roltong. Zolang planten bloeien, wordt nectar aangemaakt.

(3)Een veilige plek voor de winter. Enkele vlindersoorten trekken weg, zoals de Atlanta (Zuid-Europa) en de Distelvlinder (Afrika). Een viertal soorten overwintert als vlinder, in rusttoestand, op een beschutte plek: de Kleine Vos, de Gehakkelde Aurelia, de Citroenvlinder en de Dagpauwoog. De meeste vlinders overleven de winter als pop in struiken. Deze struiken staan altijd bij hoge bomen. Hoge bomen zijn bij de voortplanting verzamelplaatsen voor mannetjesvlinders.

(4)Warmte en beschutting. De koudbloedige vlinders voelen zich bij 30 graden Celsius optimaal. Bij deze temperatuur gaan ze vliegen. Met de stralen van de zon warmen de vlinders zich op.

Vlinders leven een dag of vijf-zes. Alle dagen zijn ze druk in de weer. In het korte leven wordt een partner gezocht (de vrouwtjes vinden de mannetjes in de toppen van hoge bomen), wordt gepaard, worden eitjes gelegd, worden eitjes gerijpt (1-2 dagen), worden eitjes afgezet (wel 200) en wordt zoveel mogelijk nectar gedronken. Per jaar zijn er twee (mei, juli) of drie (ook september) generaties vlinders mogelijk. Door hun ultrakorte leven maken vlinderouders de geboorte van hun kinderen nooit mee!

Paul Kreijger, lid van de in 2010 opgerichte vlinderwerkgroep van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden, ging in op de doelstellingen van de werkgroep:
- inventarisatie,
- vlindervriendelijk beheer,
- extensief maaibeheer,
- educatie en
- genieten van vlinders.

Aan de hand van het Pimpernelblauwtje, de ambassadeurvlinder van de gemeente Heusden, werd de schoonheid van het voortplantingsproces en het weerbarstige maaibeheer besproken.

Als larf in het najaar gaat het Pimpernelblauwtje met de mieren mee de grond in. De hele winter blijft de larf in het mierennest. De (vlinder-)larf
doet zich tegoed aan honderden mierenlarven. En in het voorjaar piept de larf er snel tussenuit om in het ochtendgloren, als de mieren nog slaperig zijn, snel te ontpoppen om als vlinder het mierennest uit te vliegen. Kan het mooier?

In 1990 is het Pimpernelblauwtje vanuit Polen opnieuw in Heusden, in de Moerputten, geïntroduceerd. De 80 vlinders uit 1990 hebben zich ontwikkeld tot een populatie van 2000 in 2010. Dat alles ondanks een vaak falend maaibeheer. Er is vele jaren gemaaid in het leefgebied van het Pimpernelblauwtje. In 1996 kroop de vlinder door het oog van de naald. De Pimpernel, de enige waardplant van het blauwtje, werd op 9m2 na volledig weggemaaid door gemeentewerkers!

De avond werd afgerond met een prachtig, wonderlijk, fascinerend filmpje over het Oranjetipje. Joost van Balkom bedankte Kars en Paul. Met een hartelijke applaus sloten alle aanwezigen zich daar graag bij aan. Ik kijk vanaf nu anders naar vlinders.

Jeroen van der Linden

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid