Home > Duurzaamheid > Duurzaamheid algemeen > Windturbines


15-07-2010
Windturbines
Toevallig kreeg de redactie twee artikeltjes, van twee leden over windturbines. Wij hopen dat de inhoud ervan u helpt uw mening te vormen over deze manier van opwekken van duurzame en schone energie

Windturbines, pro of contra ?

De plaatsing van windturbines voor de opwekking van elektriciteit heeft de laatste tijd weer extra aandacht gekregen, vooral nu van sommige kanten weer wordt gepleit voor de bouw van nieuwe kerncentrales.

Ook in onze gemeente is de plaatsing van nieuwe windturbines weer actueel geworden en het vorige college besloot in meerderheid om ook windenergie binnen de gemeentegrenzen weer een kans te geven. Daar molens met een hoogte vanaf 20 meter het meeste rendement opleveren, werd vooral aan deze categorie gedacht. Als locatie zouden de grotere bedrijventerreinen, gronden langs de Maas, het gebied tussen Heesbeen en Doeveren, en terreinen langs de A59 in aanmerking komen.

Nu geldt voor heel Nederland dat de plaatsing van windturbines altijd hevige reacties oproept. Voorstanders wijzen op de winning van schone energie, waarmee zij uiteraard een zeer sterk argument hebben; tegenstanders spreken van horizonvervuiling, lawaaioverlast en grote bedreigingen voor overvliegende vogels.

Hoe reëel zijn deze bezwaren, vooral als we letten op de situatie binnen onze gemeente?

Bezwaren tegen horizonvervuiling zijn natuurlijk erg subjectief. Waarom vinden we de molens van Kinderdijk een sieraad voor het landschap, terwijl een rij windmolens horizonvervuiling zou zijn?
En niemand zal toch de Emma-molen in Nieuwkuijk ontsierend voor het landschap vinden! Begint de inpassing in het landschap pas als de bouwsels uit een vorige eeuw stammen en een nostalgisch karakter krijgen?
Ik denk dat, zolang we niet te maken krijgen met grote concentraties windmolens (zoals bijv. in Noord-Duitsland), de molens een vertrouwd beeld in het landschap zullen worden.
Ook het huidige molenpark in Waalwijk geeft m.i. weinig verstoring van het landschapsbeeld.

Dan de geluidsoverlast. Windturbines zijn zeker niet geluidloos en wonen in de directe nabijheid van een steeds zoemende turbine zal niet aangenaam zijn.

Daarom is plaatsing op een groter bedrijventerrein, langs een snelweg of in onbewoond gebied, wat de geluidsfactor betreft, een must.
Hierbij mag wel worden opgemerkt dat onze oude windmolens ook niet geluidloos zijn, en deze staan wel meestal in of dicht bij de bebouwde kom !

Tenslotte de gevaren voor overvliegende vogels. Dit is een punt dat wel degelijk aandacht vraagt, en hierbij kunnen we putten uit de ervaringen die reeds elders zijn opgedaan.
In het tijdschrift “Het Vogeljaar” van april 2009 verscheen hierover een zeer boeiend artikel van de hand van G. Ouweneel. Met toestemming van de auteur neem ik hieronder enkele cijfers uit dit artikel over.

Eind 2001 waren in de Verenigde Staten 15000 turbines operationeel. Deze eisten toen jaarlijks 10.000 tot 40.000 vogelslachtoffers, waarvan 81% in Californië. Hierbij was 25% van de turbines verantwoordelijk voor bijna alle vogelslachtoffers. In de staat Wisconsin kwamen meer vleermuizen om dan vogels en in Minnesota bijna geen enkele vogel. Deze cijfers komen uit het boek “Birds and Windfarms” (De Lucas et al. 2007).

In Duitsland verzamelde het Brandenburg State Bird Centre cijfers over slachtoffers van de 16534 turbines die tot eind 2004 in Duitsland waren geplaatst. De lijst vermeldde o.m. 70 Rode Wouwen, 45 Buizerden en 15 Zeearenden.

In Noorwegen broedden op het 30 vierkante km. grote eiland Smola 19 paren zeearenden. Nadat er, ondanks alle waarschuwingen, 72 turbines van 100 m. hoogte waren geplaatst, kwamen er in de winter 2005-2006 negen vogels om, en in de zomer 2006 vloog er op het eiland nog maar één jonge arend uit.

Bij de trektelpost Eemshaven in Groningen werden ook windturbines geplaatst. De trektelwaarnemers verzamelen nu gegevens over de vogelslachtoffers om een indruk te krijgen van de gevolgen.
Zij troffen al veel kadavers aan van meeuwen, maar ook van drie roerdompen.

Het zijn enkele voorbeelden die aantonen hoe belangrijk de gekozen locatie is. Vooral de cijfers over U.S.A. spreken hier boekdelen.

Hoe is nu de situatie in onze eigen omgeving?
Sinds 2005 staan bij de Bergsche Maas in Waalwijk 5 turbines opgesteld in een W-vorm. Zij hebben een masthoogte van 85 meter en de diameter van de wieken is 77 meter. De molens leveren voor 6000 huishoudens energie (Brab. Dagbl. 4 dec.2009).

Deze molens staan op zeer korte afstand van de Gansooiense Uiterwaard, een 27 ha. weide en- moerasgebied van Natuurmonumenten. Het is, vooral in de winter, een belangrijk rust- en voedselgebied voor grote aantallen vogels, vooral eenden, ganzen, meeuwen en steltlopers.

Zeer opmerkelijk is, dat de directe nabijheid van het windmolenpark hier, zover bekend, niet of nauwelijks tot vogelslachtoffers heeft geleid.
Bij navraag bij personen die beroepshalve of als vogelwaarnemer bekend zijn met het gebied, kwam naar voren dat er geen meldingen zijn van vogelslachtoffers.

Mogelijk hebben de vogels hier hun aanvliegroute over de rivier en blijven zo buiten bereik van de turbinewieken.

Hoe dan ook, ook hieruit blijkt weer dat veel aandacht besteed moet worden aan een juiste locatie van een windmolenpark. Zowel uit de Amerikaanse, als uit de Nederlandse gegevens komt naar voren, dat sommige parken een reëel gevaar voor vogels vormen, terwijl andere nauwelijks schade opleveren.

Het is een factor waar zeker rekening mee moet worden gehouden wanneer overwogen wordt nieuwe turbines in onze regio te plaatsen.

Piet de Bont


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid