Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > De Gorseweide


28-11-2008
De Gorseweide
Duizenden jaren meanderde de Maas door het gebied van de huidige gemeente Heusden, grind, zand en klei met zich meevoerend. Afhankelijk van de stroomsnelheid, werd er grind, zand of klei afgezet. Langs de rivier bezonk het zwaardere zand en daar ontstonden stroomruggen en oeverwallen. Bij lage waterstanden in droge tijden waaide er zand uit de rivierbedding en werden er zandwallen gevormd.
Bij hoge waterstanden overstroomde de rivier en als dit water dan in lager gelegen gebieden tot stilstand kwam, bezonken de lichtere kleideeltjes. Daar ontstonden de zware komkleigronden, zoals o.a. in de Hooibroeken.

Als de rivierbedding dichtslibde, zocht het water een andere uitweg en verlegde de rivier zijn loop. Zo meanderde de Maas in de loop der eeuwen vrijwel door het hele gebied van de gemeente Heusden.
Op de zandige oeverwallen langs de Oude Maas ontstonden in de middeleeuwen de dorpen: Doeveren, Heesbeen, Oud-Heusden, Herpt en Hedikhuizen. Van hieruit werd het moerassige gebied tussen het Oude Maasje en de Drunense Duinen geleidelijk ontgonnen. Op een opgestoven zandwal – nu de Langstraat geheten – ontstonden na ontginning van het gebied de dorpen: Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk, Drunen en Elshout.

Ten noorden van het dorp Elshout slibde een gebied aan dat nog altijd in agrarisch gebruik is en dat wordt aangeduid met de naam: De Gorse Weide. Gors is de naam die van oudsher wordt gegeven aan aangeslibd land, dat bij een gewone overstroming niet meer onder water loopt.
Gorse Weide zou ook een verbastering kunnen zijn van Graasweide. Nog altijd is te zien hoe dit gebied als één blok tussen de Hooibroeksesteeg, de Zeedijk, het dorpslint van Elshout en de Heusdenseweg is ontgonnen.
Door een ontginningsblok liepen een groot aantal sloten met daartussen smalle stroken land. Een dergelijk landschap wordt een slagenlandschap genoemd. De Gorse Weide bestaat uit zandgrond, die richting Hooibroeken in toenemende mate overslibd is met rivierklei. De Gorse Weide vormt dus een overgangsgebied van zandgrond via zavel en lichte klei naar de zware komklei van de Hooibroeken. Je kunt dus wel zeggen, dat dit gebied bodemkundig en cultuurhistorisch gezien een bijzonder gebied is.

Voor mij vormt dit gebied, vooral in het voorjaar, één van mijn favoriete gebiedjes, waar ik nog kan genieten van de natuur.
Het is een landschap, waarin ik mij nog thuis kan voelen en dat tot mijn verbeelding spreekt.
De natuurminnaar en veldbioloog Jac. P. Thijsse (1865–1945) heeft in zijn boeken de bloemrijke hooilanden beschreven, zoals die er omstreeks 1900 hebben uitgezien, toen er nog volop natuur in Nederland was. Hij beschrijft het natte weiland in de lente dat geel ziet van de dotterbloemen.
Hoog in de lucht zingen de leeuweriken, een half dozijn tegelijk. Op de zwarte slootbagger ziet hij gele en witte kwikstaartjes. In het voorjaar hangt er een soort paarse sluier over het weiland.
Het zijn de pinksterbloemen. Daarna verschijnen de gele paardebloemen. Vervolgens schieten de voorjaarsgrassen op. Allereerst de hoge vossestaarten. Dan verschijnen de koekoeksbloemen en moerasorchideeën. Tenslotte de gele boterbloemen en de rode zuring. Tussen de bloemen en het gras liggen de nesten met jonge vogels van de leeuweriken, piepers, kwikstaartjes, patrijzen, grutto′s, tureluurs, kemphanen, kieviten en wulpen.
Het is wel duidelijk dat de natuur inmiddels enorm is verarmd. Als ik echter nog enigszins wil beleven hoe zo′n natuurlijk hooiland eruit gezien moet hebben, wandel ik door de Hooibroeksesteeg met aan de ene kant de Gorse Weide en aan de andere kant de weilanden van de Hooibroeken.

In april kun je hier langs de slootkanten, waar kwelwater opwelt, nog altijd dotterbloemen zien en de roep van de kievit en de wulp zijn er nog te horen. In de weilanden staan nog pinksterbloemen (kievitsbloemen) en vossestaarten (het eerste gras dat in de lente bloeit).
Tijdens een mooie wandeling in mei zag ik in dit gebied enkele hazen, een koppel patrijzen en een aantal kieviten. Ook minstens drie koppels wulpen. De prachtige roep van de wulp klinkt mij altijd als muziek in de oren. De boerenzwaluwen scheerden over de weilanden. Ik hoorde er ook de roep van de fazant, de koekoek en de wielewaal in de Hooibroeken. Verder zag ik - dat is altijd ontroerend - nog enkele jonge kievitjes lopen en een zorgzaam wulpenechtpaar met een jong wulpje! Dan zie je hoe belangrijk deze gebieden voor deze dieren nog zijn. Je ziet ook, dat ondanks de intensieve agrarische activiteiten er toch nog jongen worden grootgebracht. Ook hoe belangrijk voor de jonge dieren de wat bredere met grassen en kruiden begroeide randen zijn, waar ze zich kunnen verschuilen. Fantastisch om te zien hoe een aantal kieviten elkaar te hulp schoot om een reiger die te dicht bij de jongen kwam te verdrijven. De begroeiing in de sloot langs de Hooibroeksesteeg is ook bijzonder interessant: o.a. valeriaan, gele plomp, waterlelie, gele gentiaan, zwanebloem, fonteinkruiden, waterranonkel, grote boterbloem, pijlkruid, waterweegbree, moerasvergeet–mij–nietje. Eén sloot tussen de Gorse Weide(weg) en het dorp Elshout stond in juni zelfs vol met mooie, bloeiende, paarse zwanebloemen!

Trouwens ook in het agrarisch gebied ten noorden van Haarsteeg, dat eveneens overgaat van zand naar zware klei in het Herptsche Veld, telde ik tijdens een andere wandeling in mei op ieder perceel wel een paar kieviten. Ik kwam tot een aantal van 50! Ook de tegenwoordig zeldzame veldleeuwerik hoorde ik er nog kwinkeleren en verder zag ik een gele kwikstaart en twee koppels scholeksters en een koppel wulpen.
Je zou wel hopen, dat de boeren die dit land bewerken ook wat meer oog hadden voor al deze medebewoners van dit mooie gebied. Misschien zouden ze dan ook wat bredere, begroeide bermen laten groeien, waar de jongen zich kunnen verschuilen voor de vos, de kraaien en de reiger en ook tijdens het bewerken van het land met wat meer aandacht uitzien naar gealarmeerde vogels met eieren of jongen, zodat deze de kans krijgen om te overleven.

Ik weet niet of de huidige boeren het boek nog bezitten, dat uitgegeven is in het kader van de ruilverkaveling in de zestiger jaren van de vorige eeuw, genaamd “Agrarische Reconstructie v.d. Oostelijke Langstraat en het Bovenland van Heusden” (1959).
Ze zouden zich verbazen om te lezen, dat behalve het samenvoegen van verspreid gelegen percelen tot een of meer grotere kavels, volgens Ir. J.L. Siepman ook één van de doelstellingen was: "het aanbrengen van beplanting om zo mogelijk het landschap aantrekkelijker te maken. De aanblik van een schoon landschap zal zonder twijfel stimulerend werken op de arbeidsvreugde."
Langs de sloten in het slagenlandschap stond in het verleden vaak elzehout (Elshout!), zoals nu nog te zien is in het slagenlandschapje langs de Haarsteege Wiel.

Het buitengebied van de gemeente Heusden omvat gelukkig nog meer dan alleen de aanwezige en door iedereen erkende natuurgebieden. Het is belangrijk om goed te beseffen dat voor de biodiversiteit in de gemeente Heusden ook het buitengebied buiten de natuurgebieden van groot belang is. Een aantal dieren en planten hebben akkerland en weiland als leefgebied nodig.
Juist deze dieren die behoren bij deze leefgebieden zitten helemaal in de knel door te intensieve agrarische activiteiten, maar ook doordat steeds meer gebieden worden onttrokken aan de agrarische sector voor woningbouw, infrastructuur, glastuinbouw en de aanleg van bedrijventerreinen.
Hopelijk blijft dit nog mooie, open gebied ten noorden van Elshout (en Haarsteeg) dat op de plankaarten van het Streekplan wordt gekwalificeerd als "Groene Hoofdstructuur Landbouw: leefgebied kwetsbare soorten" behouden voor de toekomstige generaties die, daarvan ben ik overtuigd, met meer aandacht en gevoel naar het landschap en de natuur zullen kijken!

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid