Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Coulissenlandschap


26-05-2008
Coulissenlandschap
Nog in mijn jeugd werd het kleinschalige coulisselandschap in het Brabantse zandgebied mede bepaald door eikenwallen: verhoogde wallen met daarop eikenhakhout. Vooral op Giersbergen, de Klinkert, de Fellenoord en de Pestert was dit het geval.
Door de intensivering van de landbouw is de ene na de andere wal verdwenen en daarmee ook het mooie coulisselandschap met een grote diversiteit aan planten en dieren.
Deze wallen markeerden niet alleen perceelsgrenzen, maar weerden ook toen nog vaak vrij rondlopend vee (prikkeldraad en tegenwoordig stroomdraad bestond toen nog niet).

Het eikenhout op deze wallen werd om de zoveel jaar (vaak ca. 6 jaar) gekapt. Dat hout werd dan gebruikt als geriefhout: om de bakoven op te warmen; als brandhout voor de open haard en om afrasteringen te maken e.d. In het meest zuidelijke gedeelte van onze gemeente hadden deze houtwallen nog een heel andere, belangrijke taak: het tegenhouden van het stuifzand vanuit de Drunense Duinen.

De oude Uithof Giersbergen is nog altijd voor een groot gedeelte omgeven door een ca. 500 à 600 jarige eikenwal.Giersbergen was in de middeleeuwen een uithof van het Cisterciënnerinnenklooster Ter Kameren in de buurt van Brussel en dreigde omstreeks 1500 overstoven te worden door het aanrollende stuifzand.
Let eens op de hoge stuifzandwallen juist ten zuiden van Giersbergen! Ook de landbouwgronden rondom de kern waren omgeven door houtwallen. Helaas zijn er op Giersbergen nog slechts enkele houtwallen en hakhoutstroken overgebleven. Gelukkig is de grote wal rondom Giersbergen nog altijd aanwezig. Deze omwalling wordt door de oudere Giersbergenaren “De Wal” genoemd.
Merkwaardigerwijze wordt deze eeuwenoude, cultuurhistorisch zeer waardevolle wal op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) niet vermeld!

Nu er in Brabant weer meer aandacht komt voor de nog aanwezige, cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen die juist vaak het karakter van een gebied bepalen, moeten we vooral ook denken aan deze oude, nog resterende hakhoutwallen, hakhoutstroken en hakhoutbosjes in het agrarische gebied. Deze moeten zeker behouden blijven en waar mogelijk zouden er op bepaalde plaatsen weer een aantal moeten worden teruggebracht in het landschap.

Afgelopen weken heb ik het gebied nog eens afgestruind om te zien wat er, wat dit betreft, nog te vinden is. Ik heb dit op een kaartje aangegeven, dat ik binnenkort op het Gemeentehuis zal afgeven in de hoop dat het Gemeentebestuur ook daar haar aandacht eens naar laat uitgaan.
Ik las een bemoedigende uitspraak van Wethouder Raymond van den Bos in het Brabants Dagblad van 5 april “We laten kansen liggen. We moeten onze diamantjes oppoetsen; de gemeente toeristisch beter profileren.”

In het poldergebied van onze gemeente is nog altijd, vooral ten noorden van Elshout en Haarsteeg, de strokenverkaveling (het slagenlandschap) duidelijk herkenbaar. Helaas zonder elzenhagen (denk aan de naam: Els-hout). Een mooi stukje slagenlandschap is nog te zien tussen de Haarsteegse Wiel en de Heusdenseweg. Hier zijn nog enkele originele, smalle slagen met sloten met de bijbehorende elzenhagen te zien.
Ook in de polder is veel moois verdwenen ten gevolge van de agrarische reconstructie (ruilverkavelingen) van de Oostelijke Langstraat in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Men beloofde toen het veranderende landschap ook weer mooi aan te kleden: bomen langs de nieuwe wegen, beplantingen langs de bermen en op sommige kavelgrenzen zouden weer hagen worden teruggebracht.
Vooral in het oude slagenlandschap zouden op de nieuwe (voor zover niet samenvallend met de oude) kavelgrenzen weer hagen van elzen worden nagestreefd. Helaas moet je constateren dat uiteindelijk hiervan niet veel terecht is gekomen.

Donderdagochtend 10 april heb ik in Berkel-Enschot de startbijeenkomst voor het project “Stimuleringskader Groene en Blauwe diensten” namens de Natuur en Milieuvereniging gem. Heusden bijgewoond. Misschien dat ten gevolge van de hernieuwde belangstelling van de Provincie voor het Brabantse Landschap en de plattelandseconomie deze regeling mogelijkheden biedt het karakteristieke landschap hier en daar te herstellen en te versterken.
Ik citeer uit deze regeling: “Door Groene of Blauwe dienstverlener te worden kan de boer een nieuwe dimensie toevoegen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. En daarmee bijzonder Brabants platteland waarborgen, voor nu en de toekomst.” Mooie woorden, maar nu de praktische uitvoering.
Voordat de betreffende subsidieregeling in werking treedt, moeten de Gemeente en het Waterschap samen met de Provincie een plan voor een bepaald gebied hebben opgesteld, een gebiedsprogramma. Dit plan komt tot stand met inspraak van boeren en natuurliefhebbers. Op basis van het plan kan de grondeigenaar in het betreffende gebied een specifiek pakket kiezen van groene of blauwe diensten: landschapsbeheer, natuurontwikkeling, recreatieve beleving en waterbeheer.
Als begeleider en adviseur van de boeren wordt een veldcoördinator aangesteld. In onze gemeente zal Wethouder van der Poel zich met het opstellen van het gebiedsprogramma - naar ik meen met een zeker enthousiasme - gaan bezighouden. De voorzitter van de ZLTO Frans van Hulten was ook op de startbijeenkomst aanwezig.

In dit verband is het misschien ook vermeldenswaardig dat onze Natuur- en Milieuvereniging samen met het Brabants Landschap probeert een ommetje Herpt te verwezenlijken. Het ommetje zou interessanter gemaakt kunnen worden indien hier en daar een wandelpad over het boerenland zou kunnen lopen. In wisselwerking met deze wandelpaden zouden ook nog interessante landschapselementen in het omliggende landschap versterkt kunnen worden. Juist hiervoor biedt de subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader aanknopingspunten. Het zou voor de bewoners van de gemeente Heusden en ook voor toeristen aantrekkelijk zijn om alle dorpen van de gemeente Heusden door mooie wandelpaden te verbinden.

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid