Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > De wonderlijke eikenclusters in de Drunense Duinen


25-11-2009
De wonderlijke eikenclusters in de Drunense Duinen
Als je in het stuifzandgebied van de Drunense Duinen loopt, zie je om je heen heuvels begroeid met eikenstruiken.
Deze heuvels zijn door het stuivende zand ondergestoven, eeuwenoude eikenbomen die het stuifzand ter plaatse hebben vastgelegd. Alleen de kruinen van de bomen steken nog boven het zand uit.

Sommige van deze bomen zijn in een latere periode door uitstuiven weer gedeeltelijk bloot komen te liggen.
Wat je dan ziet, zijn merkwaardige eikenclusters d.w.z. kluwens van stammen en wortels die niet meer direct zijn terug te voeren naar de stammen en wortels van de oorspronkelijke bomen.
Als je zo′n cluster goed bekijkt, zie je dat er uit de ondergestoven takken nieuwe wortels zijn ontstaan. Als deze wortels verder uitgroeien, kunnen de uiteinden van dergelijke takken zich ontwikkelen tot nieuwe struiken en bomen, waarbij het contact met de moederboom al dan niet in stand blijft.
Daardoor kunnen er eikenklonen ontstaan die zich horizontaal uitbreiden. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen (den Ouden, Copini en Sass-Klaassen) van de afgelopen jaren is inderdaad gebleken dat deze spectaculaire vormen van afleggen in stuifzandgebieden voorkomen.

Het verschijnsel “afleggen” komt bijvoorbeeld voor bij bramen- en frambozenstruiken. Takken die onder het zand worden bedolven, krijgen wortels en groeien uit tot nieuwe struiken.
Dat dit verschijnsel bij eikenbomen in stuifzandgebieden ook voorkomt, zal voor velen verrassend zijn. De takken die onder de grond terechtkomen, vertonen een abrupte en duidelijke verandering in de breedte van de jaarringen vanaf het moment dat zij begraven raken.
Eikenstammen vormen in het voorjaar één of meerdere rijen grote houtvaten om extra veel water naar de zich ontplooiende bladeren te kunnen transporteren, terwijl in de zomer veel kleinere houtvaten worden gevormd.
Deze grote houtvaten markeren duidelijk het begin van de jaarringen die we als concentrische ringen in het hout van doorgezaagde boomstammen zien.

In het wortelhout van de eiken is er echter vrijwel geen onderscheid tussen houtvaten die vroeg in het voorjaar en die later zijn gevormd. Wanneer nu een tak of stam onder het zand begraven wordt, worden er in de zomer nauwelijks nog houtvaten gevormd. Deze veranderingen in de houtanatomie vormen voor de onderzoekers een zeer betrouwbaar kenmerk voor het identificeren van begraven stammen en takken en dus voor het herkennen van afleggers. Zie bijgaande foto! Misschien is het interessant om bij een volgend bezoek aan de duinen zelf zo′n clusters nog eens met extra aandacht te bekijken?

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid