Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Het oude monumentale kerkhofje van Oud-Heusden


25-08-2010
Het oude monumentale kerkhofje van Oud-Heusden
Dit helaas nagenoeg vergeten en vervallen kerkhofje vlak langs de Herptseweg ligt verstopt achter enkele bedrijfspanden die je graag naar een bedrijventerrein zou willen verwijzen.
Het openbare weggetje, waarlangs het kerkhofje direct vanaf de Herptseweg bereikbaar was, is sinds een aantal jaren met een provisorisch hek afgesloten.

Dit weggetje komt vervolgens weer uit op de Herptseweg tussen huisnummer 4 en 6.

De doorgeschoten beukenhaag is er nog te vinden. Het eigenlijke weggetje wordt nu gebruikt als bedrijfsterreintje. Via de andere zijde van de beukenhaag over het erf van een woonhuis kan men echter het kerkhofje nog bereiken.
Het kerkhofje zelf is omgeven door een boomgaard. Dat is op zich niet onaardig.
Vanaf het hoger gelegen kerkhofje heeft men over een stukje oud Maasdal een prachtig uitzicht op het vestingstadje Heusden.
Op deze eeuwenoude terp moet vroeger de kerk van Oud-Heusden hebben gestaan.

Bij de ingang staan zes geweldige beuken die zeker wel tussen de 175 en 200 jaar oud moeten zijn. Achter op het terrein staan vier flinke paardekastanjes.
Verder staan er nog twee vrij jonge kastanjes, waarvan er een dood is. Verder nog een soort knotprunusboompje? Dan bevinden er zich nog twee zeer oude, gesnoeide Taxusstruiken.

Wat de graven betreft: er zijn nog 18 graven te vinden plus 5 eenvoudige stenen.
Enkele namen en data zijn nog te lezen: W. v. Gorkom, begraven oktober 1888; Fam. Van Andel: Gerarda, overleden in 1910, Menno in 1918 en Gijs in 1964; Lambertha M. Bax geb. Timmermans 1878-1946; Willem Cornelis Stal 1868-1946; Leendert Stal 1891-1922 en Cornelia Johanna Stal 1863-1930; Dr. M.B. Oerlemans, arts te Heusden 1872(?)-1918(?) en verder de Fam. Van Gendt(?) 1918.
Hoewel we hier ongetwijfeld te doen hebben met een cultuurhistorisch waardevol monument wordt het kerkhofje niet op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de Provincie Noord-Brabant aangegeven.

Bij bodemonderzoek langs het Oude Maasje tussen het kasteelterrein en het kerkhofje in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, heeft men er, volgens de heemkundige G.M. van der Velden, Romeins aardewerk en potscherven uit de achtste en negende eeuw gevonden.

Het gebied dat nu Oud-Heusden heet, moet dus, zoals de naam ook al aangeeft, enkele eeuwen eerder bewoond zijn geweest dan (Nieuw-)Heusden, dat later is uitgegroeid tot een vestingstadje.

Op de eerste “Chromo-topografische kaart van het Koninkrijk der Nederland” uitgegeven in 1868 staat in Oud-Heusden een kerkhof en een kasteel aangegeven, terwijl in Heesbeen en Herpt een “Kerk met ringmuur en een begraafplaats” wordt vermeld.
Veel oude kerken in deze omgeving bevinden zich op een terp. Het kerkhof ligt bij de kerk en het geheel is ommuurd, zoals nu nog te zien is bij het kerkje van Heesbeen.
Aangezien in Oud-Heusden geen kerk met ringmuur wordt vermeld, kunnen we afleiden dat in 1868 de kerk al verdwenen was en nog slechts het kerkhof aanwezig was.

In het “Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden” van Jacob van der Aa (1792-1857) staat over Oud-Heusden vermeld: een dorp (800 inwoners) met een kerk die in 698 werd ingewijd.
In het huidige Oud-Heusden is een straat te vinden die hiernaar verwijst: de Suitbertusstraat (een zijstraat van de Kasteellaan ter hoogte van de bibliotheek).
Op het naambordje staat vermeld, dat Suitbertus in 698 de kerk wijdde te Oud-Heusden.

Je vraagt je af of deze grotendeels mondeling overgeleverde informatie juist kan zijn!
Via Wikipedia onder het trefwoord Suitbertus kwam ik erachter, dat de voornaamste bron met betrekking tot het leven van Suitbertus de Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda (672-735) is.

Daarin bevindt zich een document, waarin vermeld staat, dat in 690 elf Angelsaksische missionarissen, waaronder Willibrordus en Suitbertus, naar Frisia zijn vertrokken om de Friezen te bekeren.

De Romeinen hebben, naar men aanneemt, al omstreeks 300 het rivierengebied verlaten met in hun kielzog een aantal bewoners.
Waarschijnlijk werden ze gedwongen door wateroverlast in het rivierengebied. Het machtsvacuum dat er ontstond, werd opgevuld door de Friezen die hun gebied uitbreidden tot aan de Oude Maas.
De Friezen dreven veel handel met Engeland. Dat zal er mede toe hebben bijgedragen, dat de Friese koning Radbod de Angelsaksische missionarissen toestemming gaf in zijn rijk te komen prediken.
De Friezen leefden in onmin met de Franken die zich opdrongen uit het zuiden.
In 695 heroverden de Franken na een eerdere poging het zuidelijke gebied van het rijk van de Friezen.

De Frankisch hofmeier Pippijn II maakte de Oude Maas tot de zuidgrens van het door hem ingestelde bisdom Utrecht. De monnik Willibrordus die door de paus tot aartsbisschop van de Friezen was gewijd, werd er de eerste bisschop.
Het gebied ten noorden van het Oude Maasje behoorde vanaf toen tot het bisdom Utrecht en het gebied ten zuiden van het Oude Maasje tot het bisdom Luik.
Mede daardoor heeft het gebied ten noorden van de Maas een andere geschiedkundige ontwikkeling doorgemaakt dan het gebied ten zuiden ervan.
Denk aan Herpt en Luttel Herpt! Suitbertus moet in het rivierengebied actief zijn geweest. J.P.C.A. Hendriks zegt in zijn boek “Archaeologie en bewoningsgeschiedenis van het Land van Heusden en Altena”(Almkerk 1990), dat dominee Groen (1650) schreef, dat een oude schrijver genaamd Marcellinus presbyter verhaalt, dat Suitbertus in het Land van Heusden en Altena in Aalburg en Oud-Heusden heeft gepredikt.
Dus al bij al is het aannemelijk, dat deze Suitbertus inderdaad in het gebied dat nu Oud-Heusden heet actief is geweest.

In oorkonden van 1147 en 1186 is er sprake van de kerk van “Hosden”. “Hosden” zou betekenen: Huis op het Duin. Dus een versterkt huis, noem het een kasteel op het stuifduin van een oeverwal van het Oude Maasje!

Wat de geschiedenis betreft van de kerk van Oud-Heusden laat ik mij leiden door de eminente heemkundige G.M. van der Velden zaliger gedachtenis, oud-pastoor van Bokhoven en zelf Norbertijn, die een “Beknopte geschiedenis van Oud-Heusden” heeft geschreven in het heemkundeblad: “met gansen trouw” (33e jaargang 1983).
De kerk van Oud-Heusden was toegewijd aan de H. Joannes Evangelist. Van der Velden schrijft, dat in het begin van de twaalfde eeuw de kerk van Oud-Heusden werd geschonken aan het Sint-Janskapittel te Luik.
In 1285 droeg het kapittel het patronaat van de kerk van Oud-Heusden over aan de abt van de Abdij van Berne die in 1134 in de onmiddellijke nabijheid van Oud-Heusden was gesticht door de Norbertijnen.

Deze abdij wilde haar kloosterlingen graag inzetten voor de parochiezorg. Het kerkgebouw was kennelijk in de loop van de vijftiende eeuw door allerlei omstandigheden in vervallen staat geraakt, want in 1491 gaf de bisschop van Luik aan de pastoor en het kerkbestuur verlof, het bouwvallig kerkgebouw en de toren te restaureren.

Tijdens de tachtigjarige oorlog (1568-1648), toen de Nederlandse Gewesten in opstand kwamen tegen hun landsheer Koning Philips II van Spanje, werd de abdij van Berne door de Geuzen in brand gestoken.
Ook de kerk van Oud-Heusden werd in 1579 platgebrand. Later werd de kerk tot de grond toe afgebroken. Ook de muur rond het kerkhof werd geslecht.
Omtrent het jaar 1587 werden alle stenen van kerk en kerkhofmuur opgehaald en naar Heusden getransporteerd om er soldatenhutten mee op te trekken. Twee compagnieën konden daarin worden ondergebracht.

Heusden had inmiddels de zijde van de opstandelingen gekozen onder leiding van de Prins van Oranje. Ook op de klokken legden de soldaten beslag. Ze sloegen ze in stukken en verkochten de brokken brons.

Na 1589 hebben de hervormden de kerk van Oud-Heusden in handen gekregen. Zij hebben de kerk kleiner en minder fraai dan voorheen weer herbouwd. Maar ook deze kerk heeft geen stand gehouden. In 1795 werd de kerk bij de belegering van Heusden door de Fransen platgeschoten. Daarna hebben de hervormden de kerk weer opgebouwd, maar ze is spoedig daarna vervallen. In 1832 zijn de stenen van de ontstane ruïne benut voor het herstel van de muur rond het kerkhofje.

De oude, monumentale beuken bij de ingang van het kerkhofje moeten, gezien hun leeftijd, al omstreeks 1832 zijn aangeplant.


Deze mooie bomen doen de herinnering aan deze bijzondere plek voortleven. Laten we hopen dat dit kerkhofje als historisch monument behouden blijft, zodat Oud-Heusden weer een dorp met een eigen geschiedenis wordt!

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid