Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > De Haarsteegse Wiel


25-08-2007
De Haarsteegse Wiel
Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen.
Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft.
Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen. Ik zag ook, dat er aan de noordzijde, aan de Hedikhuizense kant, al het een en ander is gebeurd om de boel op te knappen. De weg naar de Hoge Maasdijk is met vermorzeld puin verhard. Ik vind het erg, dat de oude, historische straatkeien zijn verdwenen.
Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden. Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond.
Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin.
Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen. Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft. Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen. Ik zag ook, dat er aan de noordzijde, aan de Hedikhuizense kant, al het een en ander is gebeurd om de boel op te knappen. De weg naar de Hoge Maasdijk is met vermorzeld puin verhard. Ik vind het erg, dat de oude, historische straatkeien zijn verdwenen. Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden.
Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond.
Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin. Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen. Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft. Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen. Ik zag ook, dat er aan de noordzijde, aan de Hedikhuizense kant, al het een en ander is gebeurd om de boel op te knappen. De weg naar de Hoge Maasdijk is met vermorzeld puin verhard. Ik vind het erg, dat de oude, historische straatkeien zijn verdwenen. Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden. Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond. Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin. Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele ′ontvangstplaatsjes′ voor belangstellende natuurliefhebbers moeten komen. Positief is, dat er aanvullende populieren langs de weg zijn aangeplant en de sloot langs de weg is uitgediept en glooiende hellingen heeft gekregen.

De toegangsweg is ook met palen versmald. Verder is er, wat vroeger om de zoveel jaar gebeurde, weer eens een rij elzen gekapt in het cultuurhistorisch waardevolle slagenlandschapje ten westen van de Haarsteegse Wiel. Vóór de ruilverkaveling in de zestiger jaren van de vorige eeuw bevonden zich in deze omgeving veel van dergelijke lange, smalle kavels omzoomd door elzenhagen.
Dit slagenlandschap was toen karakteristiek voor de Langstraat. De bomen van de gekapte elzen zijn op ongeveer 40/50 cm boven de grond afgekapt. Omdat dit al lang niet meer is gebeurd, zijn de stammen behoorlijk dik en zullen er nu een soort knot–elzen verschijnen. De bomen beginnen al weer uit te schieten.
Ik vraag mij af of ze niet beter vlak boven de grond afgezet hadden moeten worden? Dan komen er weer echte elzenhagen terug. Ik zag tussen allerlei ruigtekruiden nog een enkele koekoeksbloem staan.

De weilandjes zouden in het najaar gemaaid moeten worden, zodat in plaats van het nu overheersende riet en rietgras de bloemengemeenschap van de natte hooilanden weer een kans krijgt.

Links langs de Hoge Maasdijk is een looppad naar beneden ontstaan, dat uitkomt op een open plekje tegenover het ′zwemstrandje′. Van hieraf loopt er vlak langs het water een pad, waaraan aan de westzijde van het populieren–elzenbos nog twee andere, open plateaus liggen met kleine strandjes.
Het pad komt uiteindelijk verderop weer uit op de Hoge Maasdijk. Aan de oostzijde van de plas zijn ook drie open plekken aan het water en twee stookplaatsjes. Aan de noordzijde naast het haventje bevindt zich dan nog een zonneweide.
Je vraagt je af waar de dieren nog ergens rustig kunnen broeden en schuilen?

Hoe dan ook ik heb er nog volop kunnen genieten van geur en kleur en allerlei vogelgeluiden. Ik hoorde de wielewaal, de groene specht en de zanglijster. Verder zag ik een fazantenhen en ik hoorde het mannetje kraaien. Ook was de grasmus er te horen en de fitis. En natuurlijk de koekoek!
Het zeer opvallende geluid van de bosrietzanger was in de bosjes te horen en tussen het riet op de wat meer beschutte plekjes hoorde ik de kleine karekiet.
Opvallend waren ook de blauwe, platte platbuiklibelles aan de waterkant. Aan de westzijde van de wiel in de luwte gaat het riet op sommige plaatsen over in een zone met mattenbies, kalmoes, gele lis en valeriaan en verder op het water de gele plomp.
Een knobbelzwaan gleed sierlijk over het water. De meerkoet liet ook van zich horen. In het grasland fladderden een koolwitje, een kleine vuurvlinder en een admiraalsvlinder. Op dit weiland met veel witbol en veldzuring kijk ik met veel respect naar enkele zeer oude, karakteristieke knotwilgen, waarvan de takken vroeger als rijshout werden gebruikt.
Aan de zuidzijde van dit interessante weiland liggen de kwebben, een moeras met elzen en wilgen. Wat de wilgen betreft zie ik vooral de schietwilg, de katwilg, de grauwe wilg en de geoorde wilg.

Op de Hoge Maasdijk, waar behalve essen ook nog een zeer oude, dikke, meer dan honderd–jarige eik staat, is vooral botanisch veel te beleven. Het is een echte rivierdijk, waar deze tijd van het jaar de grassen overheersen zoals kropaar, vossestaart en witbol, maar vooral ook glanshaver.
Ik heb ook genoten van de kleurige bloemen zoals het blauwe knoopkruid en de rode klaver en de fraaie rode veldzuring tussen de gele kruisbloemigen en boterbloemen.
En dan het prachtige uitzicht op de polder en de Hedikhuizense Maas richting Bokhoven. Wel jammer, dat de glanzend witte steenfabriek in de verte zo vreselijk dominant aanwezig is. Ze zouden meer bomen kunnen aanplanten langs de Buitenwaardenweg die een soort halve cirkel vormt om de steenfabriek, om zo de steenfabriek uit het zich te houden!

Hoe dan ook ik kwam weer opgetogen thuis.

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid