Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Gans zijn met de Ganzen


25-03-2011
Gans zijn met de Ganzen
Plotseling waren ze er dan weer. Een hele groep ganzen, vliegend in V- formatie. Mijn ouders zeiden dan: “Dat is de V van vorst! De vorst is ingevallen in het hoge noorden en nu komen de ganzen naar het zuiden en nadert ook hier de winter.” Deze jaarlijks terugkerende, gakkende ganzen oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Toen las ik het boek: “De reis van Niels Holgersson” van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf.
Niels een vervelende jongen, zowel voor zijn ouders als de dieren op het erf, wordt door de huiskabouter betoverd in een dwerg. Hij verstaat dan ook de taal van de dieren.

In het voorjaar vliegt er een troep wilde ganzen over de boerderij. Een jonge, tamme, witte gans op het erf kan de lokroep van de wilde ganzen niet weerstaan.
Niels hoort dat de gans roept dat ze mee wil met de wilde ganzen naar het hoge noorden. Niels probeert dit te verhinderen en pakt de gans vast. Te laat!
De gans stijgt op met Niels aan haar hals. Er rest Niels niets anders dan mee te vliegen met de wilde ganzen.

Het wordt een avontuurlijke tocht. De ganzen verdwalen in de mist; weerstaan een storm; worden onderweg bedreigd door otters en marters; beschoten door jagers en belaagd door vossen.
Onder leiding van de oude, wijze en ervaren gans Akka weet de troep uiteindelijk het broedgebied te bereiken.

Niels die inmiddels veel van de ganzen is gaan houden en ze af en toe zelfs weet te redden, wordt in het najaar als de ganzen weer naar het zuiden trekken thuis afgezet.
Hij krijgt zijn eigen lengte weer terug en is dan een grote, liefdevolle jongen geworden met veel respect en verantwoordelijkheidsgevoel niet alleen voor zijn ouders, maar ook voor de dieren.

De schrijfster van dit boek moet een groot inlevingsvermogen hebben gehad en zeer goed op de hoogte zijn geweest van het wel wee van de wilde ganzen in Zweden om op zo′n voortreffelijke wijze vanuit ganzenperspectief de wereld te kunnen beschrijven. Ik ben naar de bibliotheek geweest om navraag te doen of dit boek daar tegenwoordig nog aanwezig is. En jawel hoor! Ik heb het boek nog eens doorgelezen.
Het is nog steeds een boeiend verhaal om te lezen en ook de begeleidende tekeningen spreken tot de verbeelding. Dit boek is ook voor de moderne jeugd en zelfs voor sommige volwassenen (!) nog interessant om te lezen.
Nog altijd als ik ganzen hoor overvliegen, ga ik naar buiten om ze beter te kunnen horen en eventueel ook te zien. Het blijft voor mij een fascinerende belevenis.

Heusden en omgeving is ook overwinteringgebied voor een groot aantal ganzen afkomstig uit het hoge noorden. Ik ga altijd wel een paar keer in de polders op zoek naar de ganzen.
Op 8 januari na de middag waren er ongeveer 2000 kolganzen te vinden op de vochtige, voedselrijke weilanden ten zuiden van de eendenkooi De Rijskampen in de Vughtse Gement; ook langs de Voordijk bij Vlijmen zag ik ca. 17 Canadese ganzen; bij de Sompen en Zooislagen en het Luisbroek bij Haarsteeg telde ik nog eens ongeveer 1000 kolganzen, enkele brandganzen en een klein groepje rietganzen. Ook in de uiterwaarden van de Maas bij Bokhoven en Hedikhuizen waren enkele honderden grauwe ganzen te vinden en ook nog een aantal Canadese ganzen.
Op 14 januari - intussen stonden de uiterwaarden onder water- waren er na de middag in de Vughtse Gement vrijwel geen ganzen te vinden. Ze verplaatsen zich kennelijk voortdurend.
In Doeveren echter bij het Oude Maasje waren toen honderden grauwe ganzen en kolganzen te zien. Ook op de Gorseweide (Graasweide) bij Elshout zag ik nog een paar honderd grauwe ganzen.

Zoals reeds vermeld, bevonden zich op 8 januari in het gebied tussen de Gementweg en de Honderdmorgenseweg in de Vughtse Gement een paar duizend kolganzen, herkenbaar aan de witte kol rondom de snavel. Dat was zonder meer een indrukwekkende aanblik.
Ik parkeerde mijn auto langs de weg vlak bij de ganzen. Dat gaf aanvankelijk wat onrust. Ik bleef echter rustig in mijn auto zitten en spoedig was de rust weergekeerd.
Mijn stilstaande auto als zodanig werd niet meer als een gevaar gezien. Ik deed voorzichtig het raam open en keek met mijn verrekijker bij de hand naar een onafzienbare groep kolganzen.
Ik bleef een tijd aandachtig kijken en luisteren. Je wordt dan als het ware gans met de ganzen.
Je voelt intuÏtief een natuurlijke verbondenheid met de ganzen. Dat is pas een echte belevenis.
Fascinerend! Het is werkelijk verwonderlijk hoe rustig en gedisciplineerd zo′n grote groep ganzen zich gedraagt.

Sommige ganzen sliepen met de kop tussen de vleugels, andere graasden en weer andere hielden de wacht.
Vooral de oudere ganzen, herkenbaar aan de dwarse, donkere strepen op hun borst, bleven attent. De verschillende families vormden weer aparte groepjes binnen het grote geheel.
Ouders met jongen (herkenbaar omdat de jongen van het afgelopen jaar nog geen witte bles hadden) bleven bij elkaar en verplaatsten zich telkens samen. Zachtjes al gakkend communicerend.
Je beseft dan, dat ook ganzen een emotioneel leven leiden en met elkaar communiceren. De ganzen beseffen ook, dat het leven in een grotere groep met veel ogen en oren hier in deze omstandigheden nu veiliger is. Ze kunnen o.a. af en toe, ieder op zijn beurt, rustig even slapen.
De kolganzen broeden in de zomermaanden op de kale, natte toendravlakte in de delta van de Petsjorarivier in het noorden van Rusland.
Ze leggen ca. 3000 km af om hier te komen overwinteren! Hoe weten ze de weg? Ze hebben behalve een intuÏtief weten ook een soort ingebouwde tomtom en er zijn natuurlijk een aantal oudere ganzen in de troep die de tocht al herhaalde malen hebben meegemaakt.
Deze weten uit ervaring waar onderweg gebieden te vinden zijn, waar ze kunnen uitrusten en zich kunnen voeden. Om daarna de tocht weer voort te kunnen zetten om uiteindelijk op de overwinteringplaats aan te komen.
Dat is voor veel ganzen Nederland met zijn grazige weiden en akkers.

Binnenkort keren de ganzen weer terug naar hun broedgebied in het hoge noorden. Ze vliegen dan weer in grotere of kleinere groepen met één gans aan de spits die - net zoals bij wielrenners - regelmatig wordt afgewisseld. Ze vliegen schuin achter elkaar, gebruikmakend van de wervelende luchtstroom van de vóór hen vliegende ganzen.
Zo leggen ze honderden kilometers in één keer af. Een topprestatie! Ik wens ze in mijn hart een voorspoedige vlucht en hoop ze in het najaar met hun jongen weer terug te zien!
Door dergelijke waarnemingen ben ik voor mij zelf tot de conclusie gekomen, dat de aanhangers van het Darwinisme geen gelijk hebben als ze beweren, dat dieren voortdurend met elkaar in strijd zijn en alleen de best aangepaste overleven.
Veel dieren overleven juist door samenwerking en wederzijdse hulp. Ook in de dierenwereld bestaat een bepaalde sociale verantwoordelijkheid en wederzijdse genegenheid (b.v. tussen jongen en hun ouders); dieren beschikken over emoties, een intuÏtief weten en een bepaald inlevingsvermogen; ze hebben ook een leervermogen (de jongen leren van de ouders, evenals kinderen leren van hun ouders); ieder dier heeft ook een individuele identiteit. Inlevingsvermogen is ook voor mensen van groot belang om respectvol met dieren te kunnen omgaan. De wetenschappelijke benadering laat het in deze helaas afweten.
Wetenschappers vinden, dat je per definitie persoonlijke emoties moet uitschakelen bij het bestuderen van dieren en komen zo tot een heel eenzijdige, mechanische kijk op de dierenwereld met grote gevolgen voor een groot aantal dieren.
Gelukkig beschikken veel mensen desondanks over een goed ontwikkeld inlevingsvermogen in dieren en deze mensen vragen - terecht - in toenemende mate aandacht voor het welzijn van dieren!

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid