Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Klimaatoverleg


25-02-2010
Klimaatoverleg
Mislukt klimaatoverleg in Kopenhagen?
Persoonlijk heb ik het overleg via de t.v. zo goed mogelijk gevolgd. Ik vond het geweldig dat er zoveel mensen, vooral ook staatshoofden en ministers, naar Kopenhagen waren gekomen om te overleggen over de toestand van de aarde op zich.
Dat is nog nooit vertoond! Dat is winst. In Kopenhagen is nu in ieder geval een basis gelegd voor verdergaand overleg.
Er moeten nu kennelijk eerst nieuwe structuren worden gevonden om op een dergelijk niveau beter met elkaar te kunnen overleggen.

Centraal stond het beperken van de CO2 uitstoot. Hier een onsje CO2 meer en daar een onsje minder en alles komt goed!
Ik moet er niet aan denken dat het zo zou gaan, want zo werkt het niet. Dat is het oude systeem van de maakbare aarde en dat is een doodlopende weg.
Er moet veel diepgaander en vanuit een breder perspectief over duurzaamheid (leven in overeenstemming met de natuur) worden nagedacht.
Het aardse milieu is een zeer complex, samenhangend geheel. De wetenschap wordt in deze overschat en is absoluut niet in staat dit geheel in al zijn facetten te overzien, laat staan om als een kruidenier op de komma nauwkeurig te kunnen bepalen hoe we de aarde in balans kunnen houden.

We zullen weer moeten leren leven in harmonie met het ecosysteem van de aarde en in alle opzichten weer duurzaam moeten gaan denken en leven.
Dat vraagt echter om heroriëntatie op alle gebied en dat vergt nu eenmaal tijd.
Het gaat niet meer om ongeremde groei dus kwantiteit, maar om verduurzaming dus kwaliteit: krimp in kwantiteit en groei in kwaliteit.
Dat is de nieuwe uitdaging voor ons allemaal: niet alleen voor de overheid, maar ook voor de bedrijven en ook de burgers zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
We moeten ons weer bewust worden, dat er grenzen zijn aan groei en zo leven en handelen dat we binnen de grenzen blijven van het draagvermogen van de aarde.

De ene crisis volgt inmiddels op de andere en dat geeft aan op dat we op het verkeerde spoor zitten! Dat vraagt om een nieuwe manier van denken.
Een ecologisch denken dat gericht is op een duurzame toekomst; rekening houdt met de leefomgeving (landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden); de biodiversiteit kansen biedt; aandacht heeft voor het welzijn van de dieren; zorg draagt voor de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht; de ontwikkeling van duurzame energie bevordert; terugkeert naar extensievere, meer biologische landbouw; zorgt voor uitloop voor dieren etc.

Dit groene en duurzame denken vraagt dus om grote veranderingen op allerlei gebied.
De overheden zullen de voorwaarden moeten scheppen, maar de veranderingen zullen vooral van onderaf moeten worden gerealiseerd.

Aangezien we in de gemeente Heusden nog behoorlijk wat buitengebied hebben met natuur en landbouw - wat mij betreft zou dat minstens zo moeten blijven - citeer ik enkele toonaangevende mensen wat het nieuwe denken betreft op het gebied van de landbouw.

Volgens Herman Wijffels, ex-bewindvoerder bij de wereldbank is de financiële crisis geen toeval, maar een gevolg van de tot het uiterste opgerekte winstdoelstellingen van de vrije markt-ideologie. Deze onbeperkte groei-economie heeft ook geleid tot steeds grotere en steeds intensievere agrarische bedrijven die, zoals Sonja Borsboom van het burgerinitiatief “Megastallen-Nee” (BD 30 jan. 2010) betoogt, behalve het landschap (megastallen) en het milieu (vervuiling op allerlei gebied) ook de leefbaarheid van de burgers (varkensgriep, q-koorts, MRSA-bacterie en wat zal er nog meer volgen) aantasten. In dit verband is ook een artikel in de Volkskrant van 21 juni 2008 interessant, waarin Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen pleit voor de terugkeer van de boerenlandbouw.
Hij is tot de conclusie gekomen, dat de ondernemerslandbouw: grote agrarische bedrijven die groente en vlees produceren zoals andere fabrieken paperclips en plasmaschermen is losgeslagen.
Het ouderwetse boerenbedrijf was herkenbaar. “Je eigen koeien op je eigen wei; verbonden met de natuur; geworteld in de omgeving.” De moderne ondernemerslandbouw is anoniem en inwisselbaar.
Glastuinbouw op substraat of intensieve veehouderij hebben geen enkele relatie meer met de grond.
Dat soort bedrijven kan overal zitten. Het Europese landbouwbeleid van na de oorlog heeft de ondernemerslandbouw sterk gestimuleerd.
Boerenbedrijven moesten groter en groter worden, want hoe groter hoe efficiënter. De grootste boeren profiteerden het meest. “80 procent van de Europese subsidies ging naar de twintig procent rijkste boeren.” In hun kielzog kwam een nieuw fenomeen op, dat al gauw de macht overnam: voedselimperia (Ahold, Unilever, Nestlé of Danone) die de productie, verwerking en distributie van voedsel organiseerden tot een winstgevend bedrijf.
Het gaat hen vooral om geld verdienen. Ze zijn niet geÏnteresseerd in grutto‘s.
In dit spel zijn boeren gedegradeerd tot pionnen. “Kan het in de OekraÏne goedkoper? Dan zijn ze morgen weg. Duurzaamheid interesseert ze niet. Boeren krijgen steeds minder voor hun producten, maar de consumenten betalen meer.”
Het is echter een systeem, dat volgens van der Ploeg zijn eigen graf graaft. “Het is niet houdbaar.” Maar zegt Van der Ploeg echte kwaliteit is lokaal en bijzonder.
“In een goede kaas proef je het vakmanschap van de kaasmaker en het gras waarop de koeien staan“.
De enige uitweg is de boerenlandbouw. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is voor de natuur, voor de consument, voor ons eten, maar ook voor de boer zelf. Volgens Van der Ploeg is er al een kentering gaande. De Nederlandse boeren moeten ook wel. “Als ze doorgaan als nu worden ze weggeconcurreerd door boeren uit Polen en de OekraÏne. Het zou mooi zijn als de consument de Nieuwe Boer omarmt, maar de beslissende stoot moet van de politiek komen. Een grondgebonden, regionaal georiënteerde landbouw die zijn hoogwaardige streekproducten weer via korte lijnen aan de consument verkoopt.

Ik vraag mij al jaren af, waarom het bestuur van de ZLTO deze doodlopende groei-economie tot op alle niveaus (ministerie) maar blijft promoten en ondersteunen.
Het is dan ook hoopgevend, dat de nieuwe voorzitter van de ZLTO, Hans Huijbers, in het B.D. van 12 februari jl. betoogt, dat de intensieve veehouderij de omslag moet maken van schaalvergroting naar dier- en milieuvriendelijke productie.
Hij zegt letterlijk: “Het systeem om met mega-investeringen nog iets meer dan droog brood proberen te verdienen is eindig. Voor de industriële vleesproductie is in ons drukbevolkte Brabant geen ruimte meer. We moeten van de kiloknaller tot ver onder de kostprijs naar kwaliteitsvlees met een eerlijke opbrengst voor de boer en betaalbare prijzen voor de consument. Duurzame veehouderij is de enige weg.“
Bravo, mijnheer Huijbers! Dit alles stemt mij optimistisch voor de toekomst. De heroriëntatie, waar ik al jaren op heb gewacht, begint zich, helaas vooral gedwongen door de omstandigheden, langzaam maar zeker te voltrekken.

Beste lezers, een Nieuwe Lente dient zich aan!

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid