Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Giersbergen


20-03-2013
Giersbergen
Giersbergen is in het verleden ontstaan als Uithof van de Abdij Ter Kameren bij Brussel

Het verleden

Het Hertogdom Brabant
Mocht je eens in Brussel komen, vraag dan aan een willekeurige bewoner van de stad naar Ter Kameren of eventueel in het Frans (in Brussel wordt Vlaams en Frans gesproken) naar “la Cambre”. Vrijwel iedereen zal je de weg kunnen wijzen! Als geboren en getogen Giersbergenaar raakte mij dat, toen ik afgelopen zomer een dag in Brussel was. Waarom dat, zal je zeggen?

Wij zijn er tegenwoordig al aan gewend geraakt, dat voor ons gezaghebbende regelgeving niet meer alleen uit Den Haag komt, maar ook uit Brussel. Dan te bedenken dat het gehucht Giersbergen met het land eromheen al in het verleden gedurende bijna 400 jaar rechtstreeks vanuit Brussel (Ter Kameren )werd bestuurd.

In mijn jeugd vroeg ik mij altijd verbaasd af waarom onze provincie Noord-Brabant werd genoemd, terwijl we in het zuiden van Nederland woonden. Later kwam ik erachter dat Noord-Brabant vroeger samen met Vlaams-Brabant (dat zou je Zuid-Brabant kunnen noemen) één geheel vormde: het hertogdom Brabant. De hertogen van Brabant streefden ernaar hun gezag in de wat afgelegen noordelijke grensgebieden met Holland en Gelre te versterken. Daarom verleende hertog Hendrik I, vermoedelijk omstreeks 1195, stadsrechten aan de bewoners van een kleine nederzetting die zich dicht bij zijn domein Orthen had ontwikkeld.

Onder toezicht van de hertog ontwikkelde de jonge stad (des Hertogenbosch of ’s-Hertogenbosch) zich bijzonder snel. Vermoedelijk al in het begin van de dertiende eeuw werd het centrum van de stad (de Markt met de omliggende straten) ommuurd en begon men aan de bouw van de Sint Jans-kerk. Na Leuven, Brussel en Antwerpen werd ’s-Hertogenbosch de vierde stad van het hertogdom Brabant.
Drunen moet toen nog een eenvoudige, agrarische nederzetting met een klein kerkje zijn geweest, behorende tot het land van Altena. In 1232 echter stond Diederik van Altena de eigendom van Drunen en Waalwijk af aan de hertog van Brabant. Uit het historisch onderzoek “Het openbaar bestuur van Waalwijk en Drunen” van Prof. Mr. J. Coopmans valt op te maken, dat de dorpsgrenzen in die tijd nog niet nauwkeurig waren bepaald. De eenvoudige dorpen waren nog ingebed in de Meijerij van ’s-Hertogenbosch. Het bestuur werd in het begin voornamelijk nog door de Bossche schout (de Meijer) namens de hertogen van Brabant uitgeoefend. De gemene weiden (gemeinten) rondom de dorpen werden nog door de hertogen tegen betaling van een jaarlijkse cijns (belasting) uitgegeven voor gemeenschappelijk gebruik. Dergelijke cijnsbetalingen (voor speciale rechten) verzekerden de hertogen van periodieke inkomsten. Als plaatsbepaling werd in die tijd vaak nog vermeld: gelegen in de parochie Drunen.

Het begrip parochie gaf toen blijkbaar al een nauwkeuriger omschreven plaatsbepaling aan. De parochie omvatte ook de dorpen Nieuwkuijk en Onsenoort en het gehucht Nieuw-Hulten.

Als de hertogen in geldnood zaten, werden bepaalde gebieden in leen gegeven aan een lagere heer. Deze heer werd dan de leenman van de hertog. Dat waren soms maar kleine gebiedjes, zoals Nieuw-Hulten, een brede strook grond dwars door Drunen: in het noorden begrensd door de Scheiloop (Scheidingsstraat bij Elshout) en in zuiden door de Monnikengracht (weg naar de Klinkaert bij Giersbergen). In 1357 stond hertogin Johanna, waarschijnlijk voor verkregen diensten, Stad en Land van Heusden af aan de graaf van Holland! Voor de vorming van een grote polder van Dordrecht tot Vlijmen, de Grote of Hollandse Waard, was Stad en Land van Heusden voor de graven van Holland een belangrijk gebied. Het Land van Heusden bestond toen o.a. uit: Oud-Heusden met de gehuchten Elshout en (Oud)-Hulten, Herpt met het gehucht Berne, Hedikhuizen met Luttel-Herpt en een gedeelte van Haarsteeg, Vlijmen, Heesbeen en Doeveren. Sindsdien liep de scheidingslijn tussen Holland (het Land van Heusden) en Brabant (de Meijerij) dwars door de huidige gemeente Heusden. Tot op de dag van vandaag heeft dit zijn sporen nagelaten!

Daarna in 1387 gaf de hertogin Tilburg met Goirle en Drunen in onderpand aan Pauwels van Haestrecht, heer van Loon op Zand. In 1473 werd Drunen een zelfstandige heerlijkheid en kwam in handen van Willem van Haestrecht. Als vertegenwoordiger van de heer werd een drossaard aangesteld die weer enkele schepenen benoemde als vertegenwoordigers van de ingezetenen. Samen zorgden ze namens de heer voor de rechtspraak en het bestuur van de heerlijkheid Drunen.

De Abdij Ter Kameren

In 1201 werd door Hendrik I en zijn echtgenote Mathilde aan de rand van het uitgestrekte Zoniënwoud bij Brussel de cisterciënserinnenabdij Ter Kameren gesticht. Vrouwe Gisela werd de eerste abdis. De hertogen van Brabant droegen deze abdij een warm hart toe en zo kon het gebeuren dat in 1244 Hendrik II aan de abdij Ter Kameren 150 bunder braakland nabij het dorp Drunen schonk. De zusters mochten deze grond voor altijd bezitten in vruchtgebruik als een vrijgoed tegen betaling van een jaarlijkse cijns. De bewoners van de uithof mochten ook gebruik maken van de gemeenschappelijke weide bij Drunen (de Kuijkse Heide) en er ook turf steken en heide plaggen. De hertog wilde zo de regionale economie bevorderen, in dit geval de markt van ’s-Hertogenbosch. Er zou immers braakland in cultuur worden gebracht en de producten konden op de markt van ’s-Hertogenbosch worden verhandeld.

De Uithof van Giersbergen
Namens de zusters verbleven op Giersbergen lekenbroeders die zorgden voor ontginning en ontwatering. Er ontstonden twee hoeven: de Poirthoeve en de Mayhoeve.

De broeders bewerkten de akkers en verzorgden het vee. Zij gingen ook naar de markten om de voortbrengselen (vooral ook schapenwol) te verkopen en inkopen te doen. Later werd de uithof verpacht. Het bezit van de uithof werd in de loop der jaren door allerlei schenkingen en aankopen nog aanzienlijk uitgebreid o.a. met de Hoge Heide (Helvoirt) en het Giersbergs Broek (Biezenmortel). Volgens oude oorkonden bleef de abdij voortdurend met succes een beroep doen op de hertogen. Het klooster wist te bereiken dat de schouten van de Meijerij van de hertog telkens de opdracht kregen de goederen en de bewoners van de uithof te beschermen tegen aanspraken, inbeslagnemingen en geldafpersingen. In 1356 kreeg de abdij van hertogin Johanna zelfs politiebevoegdheid. Het klooster mocht hen die op het landgoed schade veroorzaakten via een schutter panden en beboeten. Bij de verheffing van Drunen tot heerlijkheid in 1387 werd het hof van Giersbergen “dat toebehoorde aan de abdis van Ter Kameren” nadrukkelijk uitgezonderd. Giersbergen had dus een aparte status en behoorde niet tot de heerlijkheid Drunen.

Tussen 1568 en 1648 speelde de 80-jarige oorlog zich af. De Nederlandse Gewesten wilden de landsheer, de Spaanse koning Philips II, niet meer gehoorzamen en streden onder leiding van Willem van Oranje om vrijheid. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat Noord- en Zuid-Brabant werden gescheiden! Hoe het ook zij, door al deze oorlogsperikelen werd het moeilijk voor de abdij Ter Kameren om de veraf gelegen uithof van Giersbergen nog “profijtelijk” te beheren.

Er werd besloten de Uithof van Giersbergen te verkopen. Omstreeks 1573 werd de noordwestelijke hoek van Giersbergen reeds verkocht . Hier ontstond een nieuwe hoeve: de Nieuwe Hof of de Hoge Klinkaert genoemd. In 1614 werd de uithof verkocht . De beide hoeven met akkers, maaien, boomgaarden, weiden, bossen, heiden en duinen kwamen in handen van de rentmeesters: Thomas van de Heuvel (Poirthoeve) en Andries de Weert (Mayhoeve). In de jaren daarna werden er nog zeven boerderijen gebouwd voor de kinderen van de nieuwe bezitters van de uithof.

Uit de inventaris van de verkoop is nog nauwkeurig op te maken hoe de uithof er toen moet hebben uitgezien: Op het erf (het huidige gehucht) tussen de twee hoeven met schuren, schoppen en schaapskooien bevond zich een breed pad (de Wijde Strate) en een grote, open binnenplaats met een grote graanschuur (de spijckere) om de oogst en de cijnzen in natura op te slaan. Het erf was omgeven door een omheining en een gracht (de Binnenste Omgraft). Het erf in zijn geheel was omringd door het akkerland. Deze akkers waren aan de oost-, zuid- en westzijde weer omgeven door een omwalling (de Buitenste Omgraft) om het akkerland te beschermen tegen de opdringende zandverstuivingen. Ten noorden van het erf bevonden zich de maaien: ongecultiveerde graslanden waar het vee gehoed kon worden en waar ook turf en plaggen gestoken konden worden. Tussen de akkers en de maaien bevond zich de “Baan van Loon naar Den Bosch” (de Oude Bossche Baan: De grote weg van Antwerpen, via Breda en Loon op Zand naar ’s-Hertogenbosch). Ten westen van de uithof bevond zich de “Baan van Oisterwijk op Heusden” (de Heusdense Baan).
In principe is dit nog allemaal te traceren in het landschap! Van de binnenste omgraft is nog een klein gedeelte aanwezig en de buitenste omgraft (de grote eikenwal met zeer oude eikenstobben) is nog in zijn geheel terug te vinden.

Het Heden De abdij Ter Kameren

In de loop der eeuwen zijn de gebouwen van de abdij Ter Kameren door allerlei omstandigheden meerdere keren herbouwd. De zusters van de abdij zijn tijdens de Franse Revolutie omstreeks 1800 definitief verdreven. De grotendeels 14e eeuwse kerk en overblijfselen van het kloosterpand van ca. 1250 zijn bewaard gebleven. Een binnentuin omgeven door een kloostergang met mooie gebrandschilderde ramen met daarin de wapens van de verschillende abdissen is nog te bewonderen! Momenteel herbergen de gebouwen het Nationaal Geografisch Instituut en de Hoge School voor de Beeldende Kunsten. Er zijn ook nog parochielokalen aanwezig. In 2010 is er nog de oudste zoon van prinses Irene, prins Carlos, getrouwd! Het Bos van Ter Kameren, onderdeel van het Zoniënwoud (ca. 4000 ha), vormt nu een groene long voor de stad Brussel en is een geliefkoosde plaats voor ontspanning voor de bewoners van Brussel.

Het gehucht Giersbergen
Ook Giersbergen als toegangspoort tot het Nationale Park “De Loonse en Drunense Duinen” (ca.3500 ha) trekt vanuit de verre omtrek veel bezoekers. Er worden regelmatig cultuurhistorische wandelingen door Giersbergen georganiseerd door gidsen van het Nationaal Park. Nog niet zo lang geleden hebben de Giersbergenaren het 750 jarig bestaan van hun gehucht uitbundig gevoerd. Ter herinnering hieraan hebben ze een bronzen beeldje aangebracht op een centrale plek vlak bij De Drie Linden. Dit beeldje staat inmiddels bekend als het “Giersbergs Boerinneke”.

Binnen het kader van “De Meijerij op weg naar duurzaamheid” en de “Instelling van het Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen” werd er in 1999 door Natuurmonumenten een ontwikkelingsvisie opgesteld voor Giersbergen (gem.Heusden) en de Margriet (gem. Haaren) om de negatieve spiraal voor het natuur- en cultuurhistorische landschap te doorbreken. Natuurmonumenten wilde samen met de duinboeren het historisch beeld van Giersbergen herstellen door herstel van cultuurhistorische bebouwing en betere landschappelijke inpassing van storende bebouwing; aanleg van


foto:Wilhelmien Marti

heggen tussen de akkers en weilanden om het kleinschalige karakter van het
cultuurhistorisch waardevolle landschap weer te benadrukken; het onverhard laten van wegen en paden; doorgaande routes te voorzien van laanbeplanting; voorzieningen zoals parkeerplaatsen en campings meer te laten harmoniëren met het cultuurhistorisch landschap; de oude omwalling tegen het stuifzand weer te benadrukken.

Naar aanleiding van het Uitvoeringsprogramma Giersbergen en de Margriet liet het gemeentebestuur van Heusden in 2001 door het Facilitair Bureau Monumentenzorg een cultuurhistorische waardering opstellen om zo te komen tot een beschermend bestemmingsplan voor Giersbergen. Helaas werd dit rapport toen door sommige Giersbergenaren ervaren als te belemmerend voor eventuele toekomstige ontwikkelingen.
Waarschijnlijk daardoor is dit plan toen door het toenmalige gemeentebestuur in de onderste la opgeborgen. We zullen maar denken, dat de tijd voor een bepaalde bescherming van de historische uithof nog niet rijp was!
Nu duurzaamheid en het zorgzaam omgaan met het landschap (vooral ook cultuurhistorisch waardevol landschap) weer van wezenlijk belang worden gevonden voor een gezond milieu, wil ik ook weer eens aandacht vragen voor de oude uithof Giersbergen.

Het gaat niet alleen om de gebouwen, maar om de uithof als geheel. Ik citeer de cultuurhistorische waardering: “ het oorspronkelijke erf met de ogenschijnlijk ongeordende ligging van de gebouwen vormt samen met het kleinschalige akkerland en de wat grootschaliger maaien eromheen, cultuurhistorisch gezien, een onlosmakelijke eenheid.”
Het hoeft niet allemaal veel geld te kosten! Vooral aandacht voor het gebied, het nauwkeurig volgen van de ontwikkelingen en deze eventueel zorgvuldig inpassen in het cultuurhistorisch zeer waardevolle geheel.

Hier en daar wat laanbomen aanbrengen en heggen aanplanten om het kleinschalige, heggenlandschap weer wat meer te benadrukken.

Onlangs (17 januari 2013) heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden bij café De Drie Linden, waar Natuurmonumenten een concept- inrichtingsplan presenteerde voor een aantal percelen die VN in eigendom heeft in het westelijke gedeelte van Giersbergen. Het plan komt erop neer, dat men op deze percelen enkele van de van oudsher bij Giersbergen behorende, kleinschalige akkertjes met houtwallen en heggen weer in ere wil herstellen. Deze kaveltjes zullen dan voor extensief gebruik aan naburige agrariërs ter beschikking worden gesteld. Op enkele akkertjes vlak bij de oude, historische omwalling zal weer koren worden gezaaid. Herstel van het cultuurhistorisch landschap heeft, volgens VN, ook een positief effect op de natuur. Er ontstaat een aantrekkelijk leefgebied voor allerlei dieren (o.a. de patrijs) en planten, waardoor de biodiversiteit kan toenemen. En dat vergroot ook de belevingswaarde van het gebied voor de recreant. Ook zal er een wandelpad tussen de veldjes door worden aangebracht. Zelf ben ik ook op die bijeenkomst geweest. Het doet mij enorm veel plezier dat er- hoe dan ook- nu toch begonnen wordt aan het herstel van het heggenlandschap op de oude uithof.

Goed voorbeeld doet goed volgen!
De gemeente Heusden hanteert tegenwoordig de slogan: Dromen verwezenlijken in de gemeente Heusden!
Mijn droom is, dat de gemeente Heusden ook eens wat heggen gaat realiseren op het weliswaar noodzakelijke, maar eigenlijk veel te grootschalige, parkeerterrein op Giersbergen. Door het aanbrengen van een aantal heggen worden de auto’s aan het oog onttrokken en het geheel ingepast in het kleinschalige, heggenlandschap van Giersbergen.

Ook de nu nauwelijks opvallende Oude Bossche Baan zou weer wat meer benadrukt kunnen worden door begeleidende (laan)beplanting.

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid