Home > Communicatie > Artikelen C. van der Meijden > Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen definitief aangewezen als Natura 2000-gebied


29-06-2013
Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen definitief aangewezen als Natura 2000-gebied
Natura 2000
Staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken heeft dinsdag 7 mei 2013 in de Staatscourant bekend gemaakt dat zij voor 33 Natura 2000-gebieden de definitieve aanwijzingsbesluiten heeft genomen. Tot deze gebieden behoort ook het natuurgebied de Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen. Het is de bedoeling dat er in Nederland 162 Natura 2000-gebieden (o.a. ook het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek) worden aangewezen die samen met andere waardevolle natuurgebieden in Europa moeten uitgroeien tot een Europees netwerk van natuurgebieden. Dit netwerk wordt Natura 2000 genoemd.

Nationaal Park
De Loonse en Drunense Duinen hebben in 2002 ook de status Nationaal Park gekregen. Het eerste Nationale Park ter wereld - Yellowstone National Park - werd opgericht in de Verenigde Staten in 1872.
In dit park is het oorspronkelijke Amerikaanse natuurlandschap met o.a. bizons, beren, herten, elanden, lynxen en wolven nog aanwezig. Voor de oorspronkelijke bewoners van Amerika, de Indianen, was de aarde heilig. Zij voelden zich verbonden met het landschap en de daarin levende dieren en planten. De Grote Geest was voor hen alom in de natuur aanwezig. Zij leefden in harmonie met de oorspronkelijke natuur. De binnendringende blanken hadden hiervoor echter geen enkel gevoel. Standing Bear, een Indiaan, zegt hierover: “Voor de West-Europese veroveraars was de Amerikaanse natuur een wildernis die werd geteisterd door wilde dieren en woeste mensen. Deze Westerse mens met zijn ongebreidelde hebzucht zag de natuur als louter koopwaar. Alleen dat deel van de natuur dat in geld kon worden omgezet was waardevol. De bomen en dieren waren er, volgens de blanken, alleen ten dienste van de mens en hadden geen eigen waarde!” Met het gevolg dat het natuurlandschap in een betrekkelijk snel tempo werd omgezet in een cultuurlandschap, geschikt voor grootschalige landbouw en veeteelt. Dit cultuurlandschap had echter weinig meer te maken met ongerepte natuur. Daardoor begonnen er in de V.S. twijfels te ontstaan over deze ontwikkelingen. Dit leidde tot de oprichting van het Yellowstone National Park.

Het eerste natuurreservaat in Nederland
Omstreeks 1900 begon in ons land de omschakeling van handmatig- en ambachtelijk vervaardigde producten in kleine werkplaatsen naar machinaal aan de lopende band vervaardigde goederen in grote fabrieken. De kleine werkplaatsen moesten het afleggen tegen de fabrieken. Daardoor ontstond er veel werkeloosheid. De plattelandsbevolking trok naar de stad voor werk.
Dit was het begin van de verstedelijking, de schaalvergroting en de massafabricage. Dit alles had ook ernstige bijwerkingen o.a. grote hoeveelheden afval! De gemeente Amsterdam zocht hiervoor naar een oplossing. De gemeente had plannen een vuilstort te beginnen in het Naardermeer.
Om dit mooie natuurgebied te beschermen wilden de natuurbeschermers Jack Thijsse (1865-1945) en Eli Heimans (1861-1914) het aankopen. Zij organiseerden een bijeenkomst in Artis die leidde tot de oprichting van Vereniging Natuurmonumenten.
Het Naardermeer werd in 1905 door Natuurmonumenten als eerste natuurreservaat in Nederland aangekocht met particuliere giften.

Aankoop van de Loonse en Drunense Duinen Inmiddels ontstonden er in Nederland ook allerlei Exploitatie Maatschappijen die er brood in zagen om de zogenaamde woeste gronden in het bezit van particulieren op te kopen en op grootschalige wijze te ontginnen. Landgoed De Margriet bij Giersbergen (gemeente Haaren) is zo´n ontginning. Dit heidegebied werd ontgonnen tussen 1918 en 1926.

Ook grote delen van de Loonse Duinen kwamen in het bezit van twee exploitatiemaatschappijen. Een deel van dit gebied werd echter in 1920 weer te koop aangeboden. Jac. Thijsse, toenmalig secretaris van Natuurmonumenten, beschreef het gebied als een gebied “dat op waarlijk grote wijze het verschijnsel zandverstuiving te aanschouwen geeft. ” Het Algemeen Bestuur van Natuurmonumenten was van mening “dat het van groot belang geacht moest worden het gehele landschap te behouden”. Er werd besloten pogingen te doen om gaandeweg het gebied aan te kopen. De eerste aankoop in 1921 betrof hier echter niet een van deze grote bezittingen in de Loonse Duinen, maar een gedeelte van “Den Onverdeelden Duin” in de Drunense Duinen ten zuiden van Giersbergen dat nog in het bezit van particuliere eigenaars was. Deze Onverdeelde Duin maakte oorspronkelijk deel uit van de Uithof Giersbergen.

Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen
Het hoofddoel van de instelling van nationale parken is het beschermen van grote nog natuurlijke landschappen van tenminste 1000 ha. met een bijzondere kwaliteit en met specifieke dieren en planten. Belangrijke nevendoelen zijn: natuureducatie, natuurgerichte recreatie en onderzoek
Er zijn in ons land 20 Nationale Parken, dus natuurgebieden van nationaal belang, die samen alle in ons land voorkomende soorten landschappen omvatten: bossen, heide, duinen, veengebieden, beekdalen, polders, zee en zeearmen, meren, kwelders, rivieruiterwaarden en kleinschalig cultuurlandschappen.

De Hoge Veluwe was vanaf 1935 het eerste Nationaal Park in Nederland.
De Loonse en Drunense Duinen (ruim 3500 ha) hebben, zoals reeds vermeld, in 2002 de status Nationaal Park verkregen. Het park herbergt een aantal landschappen die zeer kenmerkend zijn voor de Brabantse zandgronden met een grote verscheidenheid aan planten en dieren. Zo zullen de aardkundige, ecologische en cultuurhistorische waarden van dit gebied voor iedereen te bewonderen blijven. De bedoeling is ook dat de samenhang tussen natuurbeheer, landbouw en recreatie versterkt wordt.

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS)
Als antwoord op de ernstige achteruitgang van de natuur in Nederland werd in 1990 in het natuurbeleidsplan NBP van de toenmalige regering de EHS geïntroduceerd. De EHS is vooral bedoeld om tot een samenhangend netwerk van natuurgebieden met voldoende oppervlakte te komen.

Samenvattend kun je dus zeggen, dat het Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen een mooi natuurgebied is, dat tot de Ecologische Hoofdstructuur van Nederland behoort en als Natura 2000-gebied ook deel uitmaakt van een Europees netwerk van bijzondere natuurgebieden.

Regionale Natuurnetwerken als basis voor het natuurbeleid in de 21e eeuw
Op verzoek van het kabinet heeft de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (Rli) een advies uitgebracht over het toekomstig natuurbeleid in Nederland.

Dit rapport is op 16 mei 2013 aangeboden aan Staatssecretaris Sharon Dijksma. Deze adviesraad stelt in het rapport: “Onbeperkt houdbaar, naar een robuust natuurbeleid” dat de uitvoering van het huidige natuurbeleid te technocratisch, te specialistisch en te weinig ambitieus is en ook onvoldoende is toegerust om de gestelde natuurdoelen te realiseren.
De instandhouding van de biodiversiteit komt door dit alles onvoldoende uit de verf.
Hoewel de betrokkenheid van de burgers bij natuurbehoud nog onverminderd groot is en steeds meer burgers zich betrokken en verantwoordelijk voelen voor de natuur in hun omgeving, ziet de Raad het draagvlak voor het gevoerde natuurbeleid verminderen. Het totale aantal leden van de gezamenlijke natuurorganisaties is tussen 2000 en 2010 met ruim 5% toegenomen, waarbij zich een verschuiving heeft voltrokken van landelijke naar regionale organisaties.
Het aantal leden van natuur- en milieuorganisaties is belangrijk hoger dan de aantallen burgers die lid zijn van een politieke partij of van een vakbond en vergelijkbaar met het aantal mensen dat lid is van een sportvereniging.
Ook burgerinitiatieven laten de betrokkenheid van burgers zien. Ook de overheid erkent in toenemende mate dat natuur van groot maatschappelijk belang is en dat zij daarvoor een belangrijke verantwoordelijk heeft. Vaak wordt de nadruk gelegd op functionele argumenten:
Onze Nederlandse natuurgebieden zijn cruciaal voor waterveiligheid en drinkwaterkwaliteit. Natuur levert ook een essentiële bijdrage aan de gezondheid van mensen, aan mogelijkheden voor ontspanning en aan het economische vestigingsklimaat. Kinderen die veel spelen in de natuur hebben minder last van allergieën. Zelfs kleine natuurlijke elementen in het agrarisch gebied spelen een doorslaggevende rol, omdat ze leefgebiedjes vormen voor bestuivende insecten en roofdieren als loopkevers, spinnen en vogels die biologische plaagbestrijding en een kleinere inzet van bestrijdingsmiddelen mogelijk maken. Naast deze functionele argumenten krijgen echter ook ethische motieven voor natuurbehoud steeds vaker de plek die ze verdienen. Onze beschaving heeft de verantwoordelijkheid om de wilde planten en dieren die in ons land thuishoren een duurzame toekomst te verschaffen. Wellicht zal dit ethisch besef in de toekomst dezelfde plaats innemen als het verbod op kinderarbeid dat ruim een eeuw geleden is ingesteld en dat tegenwoordig niemand meer in Nederland ter discussie zal willen stellen.
Het agrarisch natuurbeheer is, volgens de Raad, weinig effectief. Op landbouwgronden komen, ondanks de verstrekte subsidies, nauwelijks nog dier- en plantensoorten voor die bescherming behoeven. Op lange termijn biedt agrarisch natuurbeheer in de huidige vorm dan ook geen bijdrage aan het stoppen van de achteruitgang van weide- en akkervogels of instandhouding van kwetsbare plantensoorten.

De Raad stelt zich de vraag: op welke wijze kunnen we de natuur in Nederland een duurzame toekomst geven?
Volgens deze Raad moeten op basis van een globale ontwikkelingsvisie de lange termijn doelen worden vastgelegd in overleg met parlement, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Regionale natuurnetwerken bestaande uit clusters van natuurgebieden, inclusief het tussenliggende agrarische gebied, moeten de basis vormen voor het bereiken van de gestelde doelen. De nadruk ligt op oppervlaktevergroting en verbetering van de kwaliteit van bestaande gebieden.
Als dan de waterhuishouding en andere randvoorwaarden goed wordt aangestuurd, zorgt de natuur op eigen kracht voor behoud en ontwikkeling van ecosystemen en landschappen. De regeling voor agrarisch natuurbeheer moet herzien worden.
Kansrijke vormen van agrarisch natuurbeheer moeten zodanig worden aangepast, dat een positief effect op natuurwaarden mag worden verwacht.

De natuur moet ook dichter bij de mensen worden gebracht door te investeren in natuur op de overgang van stad naar buitengebied.
In de Randstad en rondom andere grote steden is grote schaarste aan natuur. Natuur wordt op deze manier weer een meer vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. Er moet ook extra aandacht komen voor natuureducatie in het basisonderwijs.
De Staatssecretaris komt begin volgend jaar met een nieuwe natuurvisie.

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid