Home > Duurzaamheid > Duurzaamheid algemeen > Vee, Bodem en Natuur


14-11-2015
Vee, Bodem en Natuur
Mest wordt al duizenden jaren als nuttig product gebruikt om planten te laten groeien en vervolgens mensen en dieren te voeden.
Vroeger werd de vaste stalmest (met stro) op een mesthoop apart gehouden van de vloeibare mest (gier), die in de gierkelder terecht kwam.
De hoeveelheid stro die vroeger in de mest werd gebracht, in combinatie met opslag buiten, zorgde ervoor dat de mest een gezond rijpingsproces onderging. Bij het uitrijden van de mest zelf vond weinig of geen ammoniakemissie plaats.
Om arbeid te besparen wordt er intussen dikwijls voor gekozen om de vaste mest samen met de gier (als drijfmest) in een mestput op te slaan.

De opslag in een drijfkelder van vaste mest met gier is een kwetsbaar proces, waarbij dikwijls geen rijping meer plaats heeft, maar rotting. Daarnaast wordt er nagenoeg geen stro meer gebruikt, zodat bepaalde stoffen die nodig zijn voor het omzettingsproces te kort aanwezig zijn.

Dit heeft tot gevolg dat er in de drijfmestkelder schadelijke stoffen ontstaan en tevens dat er onvoldoende stoffen zijn om stikstof te binden. Een aanzienlijke ammoniakemissie is het resultaat.

Luchtwassers, mits in werking gesteld, kunnen de ammoniakemissie in de stallen opvangen en beperken. Het spoelwater van de luchtwassers zorgt echter voor niet voorziene problemen.
Over deze “oplossing” merkte een provincieambtenaar op: “hier geldt de Wet tot behoud van de ellende”.

De schadelijke stoffen komen na het uitrijden van de mest in de grond vrij door osmose processen en die vormen daar gifstoffen zoals sulfiet en nitriet.
Om uitspoeling van meststoffen, vooral nitraat, in het najaar en de winter te voorkomen, is het in Nederland verplicht om na de oogst van mais een vanggewas (bv wintergraan of bladkool) in te zaaien. Helaas gebeurt dit lang niet altijd en de controleurs van de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) hebben ook tal van andere zaken te controleren…

De niet gerijpte drijfmest heeft een hoog zoutgehalte. De zoutoplossing trekt het vocht uit de wortelcellen van planten en uit de cellen van micro organismen. Door dit “leegzuigen” wordt het bodemleven gedood.

Op dat moment stoppen heel veel nuttige en onmisbare processen in de bodem. Het zuurstofvermogen van de bodem daalt steeds verder. Als het zuurstofvermogen van de bodem gezakt is tot nul, dan is de bodem zo goed als dood.

De grond wordt zo langzamerhand compleet vergiftigd en ongeschikt voor het oorspronkelijk beoogde gebruik van de bodem. Ook de steeds zwaarder wordende machines, die de schaarse zuurstof uit de bodem persen, helpen een handje bij de bedreiging van het bodemleven.

De natuur lijdt ook sterk onder de vermesting en verzuring. De bossen, heidevelden, vennen, poelen en schrale graslanden in de gemeente Heusden hebben volgens een onlangs verschenen MER-rapport last van de te hoge stikstofuitstoot, die leidt tot een armere flora en daarmee indirect ook tot een armere fauna.

De nieuwe PAS (Programma Aanpak Stikstof) -wetgeving gaat de agrariër intussen nog meer ontwikkelingsruimte geven vlak bij de natuurgebieden……
De ammoniakreductie die met het PAS wordt bereikt is zo goed als niets. Dat betekent dat de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000 - gebieden ook op termijn niet worden gehaald.

De enig goed werkende oplossing om bodem en natuur te revitaliseren is: een drastische beperking van de veestapel.
“Leven is het meervoud van lef”, zei Loesje ooit.

Herman Peters, commissie R.O.


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid