Home > Duurzaamheid > Duurzaamheid algemeen > Van terugverdientijd naar meer waarde


18-09-2016
Van terugverdientijd naar meer waarde
Bijna elk gesprek over duurzaamheid en energietransitie loopt uit in een oeverloze discussie over terugverdientijden. Het is een vernederlandste versie van het “Return on Investment (ROI)” een begrip dat breed gedragen wordt door economen. Er kleven echter heel veel bezwaren aan dit begrip.

Je kunt het begrip ‘terugverdientijd’ toepassen bij de vraag of je zonnepanelen moet aanschaffen. Een terugverdientijd van zeven of acht jaar lijkt dan heel lang. Aan de andere kant betekent een terugverdientijd van acht jaar, en een technische levensduur van 25 jaar, dat je 17 jaar bijna gratis stroom krijgt. Het totale rendement over het geïnvesteerde bedrag is dan heeeeel veel meer dan het beetje rente dat je tegenwoordig nog op je spaarrekening krijgt. Een installatie met zonnepanelen die jaarlijks 7% van het geïnvesteerde bedrag aan kostenbesparing oplevert moet je zien als een investering die minstens 10 keer zo veel oplevert als de spaarrekening.

Daarnaast moet ook nog rekening worden gehouden met externe kosten, die niet direct betaald worden door de investeerder. Het berekenen van die kosten is uiterst ingewikkeld. Op dit moment worden deze kosten afgewenteld op de samenleving. Door de wereldbank zijn de externe kosten van de energietransitie wereldwijd geschat op vier tot vijf cent per kWh. De prijs voor steenkool zou verdubbelen en alleen al de externe kosten voor een vat ruwe olie bedragen bijna USD 60.

Anderzijds zijn er ook externe baten bij de overgang naar duurzame energie. De energietransitie schept nieuwe werkgelegenheid. Rekening houden met deze externe kosten en baten zou terugverdientijd drastisch verkorten en alle vormen van fossiele energie de markt uit prijzen.

Kostenvergelijkingen worden ook enorm “vervuild” door subsidies, belastingen en belastingvrijstellingen. Grootverbruikers betalen vrijwel geen energiebelasting op gas en elektriciteit en verrekenen de BTW of krijgen die terug. Een consument betaalt tussen de 3 en 14 cent belastingen per kWh energie. Belastingen op gas, benzine en elektriciteit zijn niet evenredig met de energie-inhoud en helemaal niet evenredig met de externe kosten per type. Dat een bromfiets met tweetaktmotor per km net zo veel vervuilt als een zware dieselauto vinden we niet terug in de accijns. Per kWh energie inhoud is de belasting op benzine ruim 3 keer zo hoog als op aardgas en is de belasting voor een consument op elektriciteit zeven keer zo hoog als die op aardgas. Het is een absurde situatie die uitermate contraproductief is voor de overgang op duurzame elektriciteit.

We zitten daarom met de absurde situatie dat particuliere investeerders in windparken en zonnecentrales op grond van uiterst onzuivere en oneerlijke kostenvergelijkingen moeten opboksen tegen gas en steenkool. Het zou een taak van de overheid moeten zijn om te zorgen dat we binnen korte tijd allemaal elektrisch gaan rijden, compleet met een laadpalennetwerk en regeling van opslag duurzame energie.

Hetzelfde geldt voor de vervanging van onze CV ketels op gas naar duurzame warmte en voor vervanging van steenkool- en gascentrales door zonnecentrales en windparken. Geen mens zou zich zorgen moeten hoeven te maken over de terugverdientijd omdat we het gewoon met z’n allen doen en we doen het omdat we het klimaat moeten redden en niet omdat het volgens een onzinnige en uitermate onzuivere kostenvergelijking “goedkoper” is.

Gelukkig geldt voor zonnepanelen nu al dat deze meer rendement opleveren dan een spaarrekening bij de bank. En dat ze voor een betere wereld voor ons nageslacht zorgen.

Dus morgen allemaal naar de installateur en zonnepanelen plaatsen!


(Bron: duurzaamnieuws.nl) http://www.duurzaamnieuws.nl/terugverdientijd-naar-meer-waarde-maken

Harry Nijënstein

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2018
Vogelgeluid