Home > Natuureducatie > Natuureducatie algemeen > De Eik legt het loodje


22-01-2017
De Eik legt het loodje
Een alarmerend artikel uit PUUR natuur – het ledenblad van
Natuurmonumenten herfst 2016.


Na de alarmerende jaren tachtig waarbij het begrip “zure regen” symbool stond voor
afstervende bossen, leek het juist weer goed te gaan met het bos. De uitstoot van
zwaveldioxide werd teruggedrongen door de komst van filters, katalysoren en
schonere brandstof.

Het bos leek behouden. Leek, want de verzuurde zandgronden herstelden zich niet.
Sterker nog, de bodem raakt steeds verder uit balans.
Ammoniak is de voornaamste boosdoener. Door onze enorme veestapel komt er
steeds meer ammoniak vrij. Dat komt in de bodem terecht, met een vervelende
kettingreactie tot gevolg. Ammoniak zorgt voor verzuring en ophoping van stikstof,
wat de bodem verrijkt. Tegelijkertijd spoelen schaarse mineralen zoals calcium,
kalium en magnesium, nog verder uit. Het gevolg: de oorspronkelijke planten,
paddenstoelen en schimmels verdwijnen, terwijl snelle groeiers zoals pijpenstrootje
en braam profiteren.





























Droogte is fataal
Ook de inlandse eik is de dupe. Zijn wortels groeien veel minder goed in bodems met
veel stikstof.. Dat geldt ook voor bodemschimmels die de eik helpen bij de opnamen
van voedingsstoffen en water. Het maakt de eiken kwetsbaar. Een droogteperiode kan al fataal zijn.
En door de klimaatverandering hebben we die de afgelopen jaren regelmatig gehad.
Het woord “waldsterben” nemen deskundigen nog niet in de mond, maar er is zeker
iets ernstigs aan de hand. Boswachters zien opvallend veel wegkwijnende en
stervende eiken in bossen op de zandgronden van Oost – en Zuid Nederland, zoals
bijvoorbeeld Huis ter Heide bij Loon op Zand.

Het grote aandeel stikstof in de bodem en de schaarste aan mineralen is ook van
invloed op de samenstelling van het eikenblad. Dat bevat minder bouwstoffen voor
rupsen die er van eten. Die zijn veel langer bezig om voldoende voeding binnen te
krijgen. Vaak sterven ze vroegtijdig. En minder rupsen betekent ook minder
rupsetende zangvogels zoals bonte vliegenvangers of koolmezen.
Zij vormen weer het menu van sperwers. De roofvogels komen hierdoor niet alleen in
voedselnood, maar missen ook voldoende bouwstoffen voor hun legsels. Zo verdwijnt
de sperwer stilletjes uit onze bossen op de zandgronden.

Verliezer


De bosmier is een andere verliezer. Hij eet veel insecten en leeft in samenhang met
bladluizen. Die verstrekken de mieren honingdauw, een vloeistof die ze afgeven. In
ruil daarvoor bieden de mieren bescherming tegen vijanden. Minder insecten en
minder bladluizen betekent echter ook minder bosmieren. De ooit zo indrukwekkende
mierenhopen als toonbeeld van gezonde bossen verdwijnen. Zo raakt de kringloop
van het bos steeds verder ontwricht. Met experimentele bodembehandelingen wordt
geprobeerd om de schade te beperken, maar voor een echte omslag is meer nodig:
minder vee, minder ammoniak en stikstof in de natuur.

( Noor Peters – van Dijk)


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2019
Vogelgeluid