Home > Natuureducatie > Natuureducatie algemeen > Het Living Planet Report: Natuur in Nederland


22-01-2017
Het Living Planet Report: Natuur in Nederland
Er is in Nederland veel onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van onze natuur.
Overal zijn professionele en amateur-onderzoekers actief om de stand van flora en fauna vast te leggen en de hoeveelheid rapporten die een inzicht geven in de samenstelling van onze natuur is zonder meer indrukwekkend.
Een nadeel is dat de samenhang en aansluiting van al deze rapporten niet altijd
duidelijk is, omdat onderzoeken vaak vanuit verschillende gezichtspunten
plaatsvinden, en vaak gericht zijn op bepaalde sectoren van de natuur.
Het is daarom een goede zaak dat een aantal organisaties de krachten gebundeld
heeft en alle beschikbare informatie over de Nederlandse natuur wil samenbrengen in
een totaaloverzicht: “Natuur in Nederland”.
Hiervan is de eerste samenvatting eind 2015 verschenen.

De hierin samenwerkende organisaties zijn:
Het Wereld Natuurfonds
-Naturalis Biodiversity Center
-Anemoon (Marien onderzoek))
-EIS Kenniscentrum Insecten
-AVON (Reptielen, Amfibieën, Vissen)
-Sovon Vogelonderzoek
-Vlinderstichting
-Zoogdiervereniging

Momenteel ontbreken hierbij nog de organisaties die zich bezighouden met de flora,
de paddenstoelen en de overwinterende watervogels, maar men hoopt deze in een volgende editie te kunnen toevoegen.

Het rapport analyseert de situatie vanaf 1990 t/m 2013.
Het jaar 1990 is als basis genomen omdat eerst in dat jaar voldoende betrouwbare cijfers over al deze sectoren beschikbaar zijn.
Gesteld wordt dat het daarom moeilijk is in een getal uit te drukken wat er in Nederland sinds 1900 aan natuur verloren is gegaan. Volgens een schatting van het Planbureau voor de Leefomgeving is ruwweg 60 procent van de natuur uit 1900 verdwenen. De soortenrijkdom
rond 1900 was zo groot omdat bij de grote industrialisatie van Nederland veel natuur is verdwenen.

Het rapport geeft een analyse van de situatie in:
-de natuurgebieden,
-het agrarische landschap,
-in stad en dorp,
-in zoet water en moerassen,
-in het Noordzeegebied.

In de natuurgebieden is de omvang van de populaties van diersoorten sinds 1990 gemiddeld afgenomen met 30 procent, maar er is een groot verschil in de ontwikkelingen in bossen en die in open terreinen. In bossen was de situatie stabiel.
Hier doen vooral algemene bosvogels, vleermuizen, holenbroeders en roofvogels het goed.
In open terreinen is sprake geweest van een afname met 50 procent. Hier hebben o.m. vogels en vlinders te lijden van de stikstofdepositie.
De laatste tien jaar is de situatie echter ook daar stabiel gebleven.

In het agrarische landschap daalde de omvang van populaties van diersoorten tussen 1990 en 2013 gemiddeld met 40 procent.
Zowel dagvlinders als broedvogels zijn als groep achteruit gegaan.
De haas bleef stabiel, das en hamster zijn vooruitgegaan, hermelijn en wezel gingen achteruit.

In stad en dorp zijn tussen 1990 en 2013 de populaties broedvogels en dagvlinders
met 30 procent afgenomen. Vlinderpopulaties gingen de gehele periode achteruit; bij
vogels is de situatie de laatste tien jaar stabiel gebleven.

Voor zoet water en moerassen zijn gunstigere cijfers te vermelden.
De populatiegrootte van diersoorten is sinds 1990 met 40 procent toegenomen.
De zoetwatervissen waren sinds 1990 stabiel. De libellen zijn vooruitgegaan en bleven sinds 2003 stabiel. Otter, en enkele soorten vleermuizen gingen vooruit. De broedvogels van moerassen namen toe.
Amfibieën namen sinds 1990 toe, maar vuursalamander en rugstreeppad hadden een negatieve ontwikkeling.

Ook voor het Noordzeegebied is de ontwikkeling positief.
De populaties van zoogdieren en vissen in de Noordzee zijn tussen 1990 en 2003 gemiddeld met 25 procent toegenomen. Sinds 2003 bleven de populaties gemiddeld stabiel.

De gewone en de grijze zeehond doen het goed en ook het aantal bruinvissen neemt
toe. Ook het aantal vissoorten vertoont een toename.

Tot slot nog iets over de gemeten LPI.
De LPI (Living Planet Index) is een indicator van de biodiversiteit die sinds 1997 over
de gehele wereld wordt gemeten.
Het rapport vermeldt voor Nederland de volgende uitkomsten:
-Voor bosgebieden : LPI stabiel
-Voor open natuurgebieden : LPI afname
-Voor agrarische landschap : LPI afname
-Voor stad en dorp : LPI afname
-Voor zoetwater : LPI toename
-Voor Noordzee : LPI toename

Concluderend mag gesteld worden dat de afgelopen twee decennia een licht herstel
van de natuurlijke rijkdom van Nederland te zien gaven, maar dat er nog grote
verschillen zijn naar leefgebied en type landgebruik.
Hopelijk kan in een volgende uitgave van het Living Planet Report een verder herstel
van de natuur in Nederland worden gemeld.


(Piet de Bont)




© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2019
Vogelgeluid