Home > Over ons > Dorpsnatuur algemeen


Dorpsnatuur algemeen


05-08-2020
Dorpsnatuur: tuintellingen kun je ook in de vakantie doen
De Corona houdt veel mensen weg van verre vakantie
bestemmingen. Voor mensen die een tuin hebben is het leuk om te
kijken wat daar allemaal in leeft. Doe mee met de jaarrond
tuintelling!
Op tuintelling.nl kun je jaarrond je telling kwijt. In onze gemeente
zijn er inmiddels 59 deelnemers, alweer een meer dan vorige
maand. Op www.waarneming.nl hebben we voor alle wijken waar
we nu met Dorpsnatuur actief zijn of worden (Venne Oost, Herpt en
Vliedberg) een aparte omgeving aangemaakt. Daar kun je al jouw
waarnemingen kwijt..

09-07-2020
Hoe belangrijk zijn stad en dorp voor de Nederlandse natuur?
Op wereldschaal wordt 3% van het landoppervlak ingenomen door bebouwing. Niet zoveel zou je zeggen. Maar in Nederland zitten we al op 16%. En er komen steeds meer mensen bij. Mensen die steeds meer ruimte innemen: ze willen ergens wonen, sporten en met de auto rijden. Ook het voedsel dat ze eten moet nog ergens verbouwd worden. Kortom, in de toekomst zal er alleen maar minder ruimte voor natuur zijn.

Naar schatting is de oppervlakte aan privé-tuinen in Nederland ongeveer 56.000 hectare. Dat is zes keer de oppervlakte van de Oostvaardersplassen, of meer dan 10% van de totale oppervlakte aan natuur in Nederland. Richt je alle tuinen natuurlijk in, dan heb je zomaar 11 procent meer natuur. Dat is niet niks.

We kunnen de natuur helpen door ook in de stad en in de landbouwgebieden er meer aandacht aan te besteden. Door het op de goede manier te doen snijdt het mes aan twee kanten: goed voor de natuur is vaak ook goed voor jezelf.

Minder gif gebruiken betekent gezonder leven, ook voor jezelf. Meer groen in de stad betekent ook minder hoge temperaturen. Meer waterdoorlatende bestrating en meer waterbergingen betekent minder natte voeten in de zomer.

Onbenutte ruimte kan beter benut worden door het anders in te richten: groene platte daken zorgen ook voor lagere temperaturen in je huis. Haal tegels uit je voor- en achtertuin en vervang ze door inheemse planten.

En tenslotte: groene tuinen kunnen beter beheerd worden. Met eenvoudige ingrepen is elke tuin (en balkon) om te vormen tot een vogelvriendelijke plek. Naast platte daken vormen tuinen een enorm oppervlak dat vaak ongeschikt is voor vogels. Met een gazon, wat bessenstruiken en bloeiende planten, een nestkast, een voertafel en een haag als afscheiding (dus zonder tuintegels en kale schuttingen), kun je al het verschil maken. Tuinen bieden vogels voedsel, veiligheid en nestgelegenheid.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

24-06-2020
Pioniers in stad en dorp: ganzen
De aantallen ganzen nemen toe in Nederland; niet alleen op het platteland maar ook in stad en dorp. In Den Bosch zie je hele kuddes Canadese en Grauwe ganzen luid gakkend in woonwijken in de bermen lopen, onder andere in de Helftheuvel. In Vlijmen-Noord zie je ze nu ook in en om de nieuw aangelegde waterberging.

Eind jaren zeventig waren er 100-150 Grauwe ganzen in Nederland; de soort stond hier op de Rode Lijst met bedreigde soorten. Inmiddels gaan we richting 100.000 Grauwe ganzen in ons land. De Grauwe gans herstelde zich dus spectaculair van zijn voormalige Rode Lijst-status. In 2005 werden voor het eerst broedgevallen binnen de bebouwing gezien; nu broedt hij op grote schaal (duizenden broedparen) tot diep in stedelijk gebied.

Ook steeds meer Canadese ganzen en nijlganzen broeden in de bebouwde omgeving. Je vindt ze in parken, waterrijke wijken en sloten met rietkragen in allerlei soorten wijken. Ze profiteren van het aanwezige water en de grasvlakten. En eilandjes in het water bieden een veilige broedplek. De tendens om steeds meer waterbergingen aan te leggen zal ganzen verder in de kaart spelen, zoals in Vlijmen-Noord nu ook gebeurt. Frequent gemaaide gazons en bermen bieden bovendien uitstekende foerageermogelijkheden.

Een andere reden voor het succes van de gans in de stad is de predatiedruk; die is in het algemeen lager dan buiten de stad. Bij populatiebeheer blijven de stad-ganzen vaak ook buiten schot. Aan het einde van het broedseizoen vertrekken ze vaak weer vanuit de bebouwde omgeving naar het buitengebied.

In Den Bosch heeft de gemeente in 2019 geprobeerd de ganzen van sportvelden, golfbanen en strandbaden te weren of te verjagen. Dat leek toen niet erg succesvol. De noodzaak zal dit jaar vanwege Corona minder groot geweest zijn.
In de gemeente Heusden zijn de aantallen en de overlast tot nu toe beperkt.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

(Foto: Annie van Bokhoven)

Corona en natuur
Corona zorgde de afgelopen maanden voor veel minder drukte in de straten en parken. De ene diersoort floreerde, een ander had er vooral last van. De burger hoorde ineens (vogel)geluiden die eerst meestal niet te horen waren door de vele mensen en auto’s in de straten. Verder bood het kansen om veranderingen in dierlijk gedrag te observeren.
De grootste verschillen vond je in de grote steden. In Amsterdam bijvoorbeeld is het water in de grachten helderder omdat de rondvaartboten stil lagen. Het zicht is verdubbeld van 70 naar 150 centimeter. Een gevolg is dat zaden kiemen en planten als waterlelies en gele plomp ook in de vaarwegen verschijnen.

Een voordeel dat dieren hadden van het verminderde verkeer, is dat ze minder kans liepen doodgereden te worden; bijvoorbeeld amfibieën hadden dat voordeel tijdens de paddentrek. Aan de andere kant maakte de rust op de wegen de dieren onvoorzichtiger: in Zeeland zag de Dierenambulance het aantal aangereden Wilde eenden juist sterk toenemen. Sportvelden waren minder verlicht; daar hadden amfibieën, insecten en vleermuizen baat bij. Normaal worden zij ontregeld door al het kunstlicht.
Toch zijn er soorten die meer last dan gemak van de rust hadden en nog hebben: de beesten die het moeten hebben van het voedsel dat mensen op straat achterlaten. Duiven, kraaien, meeuwen en ratten bijvoorbeeld. Normaal zijn er op toeristische plekken veel meeuwen; nu moesten die andere bronnen van voedsel aan?boren. Dat gold ook voor de meeuwen die in het Engelse Bristol die gewend waren door de week op een schoolplein te foerageren (in het weekend kwamen ze daar toch al nooit, dus die zullen wel een goed alternatief gehad hebben). Kraaien leven meer plaatsgebonden in de stad. Die zie je vaak loeren op eten en zodra iemand een zak patat laat ?vallen, grijpen ze hun kans. Dit voorjaar joegen zij eerder op muizen en kleinere vogeltjes.

Dat parken in deze tijden drukker zijn lijkt niet veel nadelige gevolgen te hebben gehad voor de dieren daar. De drukte in de natuur had soms wel lastig voor reeën en dergelijke; niet zozeer door de mensen zelf, maar door hun loslopende honden. De crisis leidt ook tot mogelijkheden: wetenschappers onderzoeken met cameravallen op de Hoge Veluwe hoe de gewijzigde openingstijden van invloed zijn op het gedrag van de dieren in het park.


Doordat veel mensen meer tijd thuis doorbrachten, hadden ze in een keer tijd en zagen van alles. Ze zagen jonge vogeltjes in de tuin op de grond zitten en brachten ze gelijk naar de opvang. Daardoor kregen deze veel meer dieren binnen en zaten een aantal helemaal vol. Ook egels, eekhoorns en zelfs reekalveren werden gebracht. Terwijl dat in de meeste gevallen echt niet nodig was! De meeste waren helemaal niet verlaten door de ouders; die waren hoogstens even buiten beeld. (Dus als je twijfelt: bel de Dierenambulance voor advies (0900-0245.)
Langzaam keren we terug naar normaal, wat betreft de drukte op straat. Maar wat zal de toekomst brengen; wat kan de natuur betekenen voor pandemieën? Het WereldNatuurFonds heeft dat uitgezocht. Het rapport ‘De vernietiging van de natuur en de opkomst van pandemieën’ beschrijft het verband tussen de vernietiging van natuurlijke ecosystemen, de handel in wilde dieren en het verschijnen en verspreiden van besmettelijke ziekten die door dieren zijn overgebracht zoals het Corona-virus. Het rapport geeft ook aan hoe we de gezondheid van de mens beter kunnen beschermen door de biodiversiteit beter te beschermen. Ook de biodiversiteit in de tuin helpt daarbij!
In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

08-06-2020
Vogels en katten – geen goede combinatie
Elk jaar verliezen enkele tientallen miljoenen vogels het leven door katten, alleen al in Nederland! Als we dat vertalen naar de gemeente Heusden gaat het om vele tienduizenden vogels per jaar die gepakt worden door de ongeveer 10.000 katten in de gemeente. Ook op de Vliedberg was het dit jaar weer raak. Een bewoner zag dat zes jonge koolmeesjes aan uitvliegen toe waren. Drie katten uit de buurt wisten dat ook; ze zaten gewoon te wachten tot het ging gebeuren. En daar is zeker wat aan te doen, zowel door de kattenbezitter als door de tuineigenaar.

In de bebouwde omgeving is de kattendichtheid hoger dan in het buitengebied. Het aantal huiskatten in Nederland wordt geschat op drie tot vier miljoen. Omgerekend zijn dat er zo’n honderd per vierkante kilometer, ofwel een 10 tot 20 keer hogere dichtheid dan in een ecosysteem met een natuurlijk evenwicht. Het zijn mens-gebonden roofdieren, die met veel tegelijk op onze dorpsnatuur worden losgelaten.

Veilige schuilplaatsen zijn vaak schaars in een woonwijk. Veel voorkomende vogelsoorten zullen er niet aan ten onder gaan, maar soorten die het moeilijk hebben misschien wel. Buiten het broedseizoen worden vooral de oudere en zwakkere vogels gepakt.
Vooral grondbroeders lopen gevaar. Maar ook vogels die in nestkasten broeden zonder voldoende schuilgelegenheid in de buurt. Dat geldt bijvoorbeeld voor koolmeesjes, die de eerste dag bij het uitvliegen meer fladderen dan vliegen, en laag bij de grond blijven. Toen twee koolmeesjes op de Vliedberg dit jaar het nest verlieten, werden ze bij gebrek aan bomen en struiken in de buurt, letterlijk ‘opgevangen’ door katten. Ook de vier andere uit het nest hebben het niet gered.
Met z’n allen kunnen we de vogels een handje helpen; zowel de kattenbezitter als de tuinliefhebber kan er iets aan doen.
Tips voor de kattenbezitter
• Hou de kat in ieder geval binnen tijdens het uitvliegen van jonge vogels en gedurende de nacht.
• Laat uw kat eventueel aangelijnd in de tuin. Zo heeft hij enige bewegingsruimte, maar kan niet overal komen. Een ander mogelijkheid is een buitenren voor de kat.
• Bind de kat een belletje om; dat waarschuwt vogels, zodat ze meer kans hebben te ontsnappen.
• Laat uw kat steriliseren of castreren, zodat er niet onbedoeld nestjes (zwerf)katten geboren worden.
Tips om de tuin veiliger te maken voor vogels
• Vraag de buren om de kat binnen te houden, zeker als jonge vogels uitvliegen.
• Hang nestkasten op een veilige plek waar de katten niet bij kunnen, minstens twee meter hoog.
• Plaats een ‘kattengordel’ of een kraag van afstaand gaas om een boomstam, daarmee voorkomt u dat katten bij een nest kunnen komen.
• Maak uw tuin ontoegankelijk of onprettig voor katten. Bijvoorbeeld door stekelige mei- en vuurdoorn te planten op plaatsen waar katten uw tuin binnenkomen, door stekelig snoeisel (of hazelnootschillen) tussen de planten te leggen, of door dichte bodembedekkers aan te planten, zodat de bodem dichtgroeit.
Ga voor nog meer tips, ook voor buiten het broedseizoen, naar vogelbescherming.nl/actueel/bericht/katten-versus-vogels
In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

31-05-2020
Help deze acrobaat je tuin in
Eekhoorns rennen als een acrobaat door de bomen. Ze komen voor in bossen, maar ook in tuinen en parken in de buurt van bos. Om een eekhoorn in je tuin te krijgen moet er wel aansluiting zijn tussen bomen in de buurt en bomen in jouw tuin. Ze gebruiken bomen als voedselbron en als nestplaats.

Eekhoorns bouwen nesten in bomen. Nesten zijn bolvormig, zo groot als een voetbal. De binnenkant is bekleed met mos, gras en gestripte bast. Zorg ervoor dat dit materiaal te vinden is in je tuin. Eekhoornnestkasten kunnen helpen bij de voortplanting. Hang zo’n kast op een hoogte van minimaal vier meter. De ingang niet naar het zuidwesten of westen, tegen inregenen. Maak een nestkast alleen schoon als je er zeker van bent dat de kast niet bewoond is.

Eekhoorns hebben graag hazelaar, walnoot, beuk, zomer- en wintereik, tamme kastanje, grove den en fijnspar. Afhankelijk van wat beschikbaar is, eten ze ook bessen, insecten, rupsen, zwammen, een vogelei of een jonge vogel.
Wil je bijvoeren, geef ze dan grove zaden en naturel noten (walnoten, hazelnoten of pijnboompitten). Daarnaast lusten ze ook stukjes fruit en groente (bijvoorbeeld komkommer of wortel); geef dit altijd vers en onbewerkt. Maak de voederplaats regelmatig goed schoon. Er zijn ook speciale voerautomaten en voersilo’s voor eekhoorns te koop. Zorg voor water (kommetje), op een veilige plek.

De natuurlijke vijanden van de eekhoorn zijn de marter, havik en vos. Ook komen er veel om door katten, en in het verkeer. Maar gebrek aan voedsel is de belangrijkste doodsoorzaak. Na een matige zomer en herfst sterven veel eekhoorns in de winter.

Nog meer informatie en tips kun je vinden op zoogdiervereniging.nl/eekhoorn, natuurpunt.be/eekhoorn en nl.wikipedia.org/Eekhoorn

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

Hoe help je deze scharrelaar?
Egels scharrelen graag in tuinen, parken en groenstroken. In tuinen vinden ze voedsel, maar slapen er ook overdag en ze overwinteren er. Egels kunnen in een nacht enkele kilometers afleggen; dus alle kans dat er regelmatig een in jouw tuin komt. Hieronder een aantal tips, hoe je de egel kunt helpen bij het bieden van voedsel, veiligheid en voortplanting.

Egels eten kevers, rupsen en slakken. In de bebouwde omgeving is er vaak gebrek aan voedsel; bijvoeren kan geen kwaad. Egels lusten kattenvoer, gehakt of speciaal egelvoer. Geen melk, want daar krijgen ze diarree van.

Zorg voor veiligheid in vijver en tuin. Egels zwemmen graag, maar ze willen ook weer uit het water kunnen. Leg daarom een schuin loopplankje in de vijver of zorg voor een lichte helling, zodat ze er weer uit kunnen kruipen. Egels zijn nieuwsgierig en steken hun neus overal in. Zo raken ze gemakkelijk verstrikt in draden en netten; laat deze daarom niet slingeren, en hang een niet boven de moestuin hoger dan 30 cm.

Egels kunnen nesten maken in composthopen; let er op als je er een leeghaalt! Is er geen rommelhoekje of andere beschutting om een nest te maken, plaats dan een egelhuis.

Een egel heeft vaak niet genoeg aan wat één tuin kan bieden. Zorg er daarom ook voor dat zoogdieren van de ene naar de andere tuin kunnen, en naar omliggende openbare groenstroken. Vervang de schutting door een heg; eventueel kun je een egelpoortje in je schutting maken. Nog meer informatie en tips kun je vinden op zoogdiervereniging.nl/egel, natuurpunt.be/help-de-egels-je-tuin en nl.wikipedia.org/Egel

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richten de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

18-05-2020
Tips voor een zoogdiervriendelijke tuin
De meeste tips over biodiversiteit in de tuin gaan over planten, insecten en vogels. Zoogdieren worden vaak vergeten, terwijl er ook zoogdieren zijn die voor hun voortbestaan sterk afhankelijk zijn van de mens. Denk aan eekhoorns, egels, steenmarters en vleermuizen. Dit keer concentreren we ons op de lopende zoogdieren. De vliegende vleermuizen komen later aan bod. Voor zoogdieren geldt hetzelfde als voor vogels: ze hebben behoefte aan de drie v’s: voedsel, veiligheid en voortplantingsgelegenheid.

Voedsel kan bestaan uit insecten. Die stimuleer je met bloeiende inheemse planten. In winter vinden ze eten onder afgestorven blad. Maak de tuin daarom niet ‘winterklaar’. Zorg ook voor drinken, in een schaal of vijver. Gebruik geen slakken-gif, insecticiden en ander bestrijdingsmiddelen. Door het gebruik van gif gaat het voedselaanbod voor zoogdieren achteruit. Verder is er het risico dat de zoogdieren het gif binnenkrijgen en daaraan dood gaan. Richt je tuin daarom zo in dat natuurlijke belagers worden aangetrokken door beplanting.

Veel zoogdieren hebben graag een rustige en beschutte plek, die niet al te ruim is. Daar kunnen ze een nest maken en zich verstoppen. Zulke plekjes geven hen een veilig gevoel en houden de warmte goed vast. Denk aan takkenhopen, houtstapels, steenhopen, composthopen. Ruim ook dode planten niet op in de herfst. Zoogdieren vinden daar een schuil- of slaapplek. Alles wat nodig is voor veiligheid en voortplanten.

Een zoogdier heeft vaak niet genoeg aan wat één tuin kan bieden, net als vogels. Zorg er daarom ook voor dat zoogdieren van de ene naar de andere tuin kunnen, en naar omliggende openbare groenstroken. Vervang daarom de schutting door een heg.

Meer tips voor afzonderlijke zoogdieren in je tuin kun je vinden op
zoogdiervereniging.nl
en op natuurpunt.be.

In het project ‘Dorpsnatuur in Heusden’ richt de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (NMVH) zich op het stimuleren van de biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Als je zin hebt om daar aan mee te werken, laat het dan weten via info@natuurenmilieuheusden.nl.

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2020
Vogelgeluid