Home > Milieu > Milieunieuws
Milieunieuws
| Veel biologischeprodukten bij Jumbo en AH | 22-12-2011 |
| Energiebesparing en vlees eten | 22-12-2011 |
| Olieverbruik en vervoer | 25-09-2011 |
| Flexitarier | 25-09-2011 |
| De vegetarische slager | 02-06-2011 |
| Nieuwsbrief Brabantse Milieu Federatie mei 2011 | 23-05-2011 |
| Schoongenoegvankernenergie.nl | 01-04-2011 |
| Klimaatoverleg Kopenhagen | 25-03-2011 |
| Interview Robert Strikkers | 22-03-2011 |
| Drinkwater | 22-03-2011 |
| Eco-producten in de supermarkt in 2010 | 19-12-2010 |
| Mondiale voetafdruk | 19-09-2010 |
| Wat kunt u doen tegen lichtvervuiling? | 18-09-2010 |
| Eco-producten in de supermarkt in 2009 | 18-12-2009 |
| Klimaatstraatfeest | 16-06-2009 |
22-12-2011

Heusden – De vestigingen van Jumbo en Albert Heijn bieden veel biologische producten aan. Na de verhuizing van de Coöp in Oud-Heusden is het assortiment biologische producten merkbaar uitgebreid. Bij Aldi zijn een deel van het jaar alleen druiven als biologisch product verkrijgbaar. Voor Fair Trade producten kan de consument goed terecht bij Jumbo en Em-Té. Dit blijkt uit de tellingen van de biologische producten en Fair Trade producten in de supermarkten die Milieudefensie jaarlijks uitvoert, dit jaar (2011) voor de veertiende keer.
Sinds 1998 tellen vrijwilligers van Milieudefensie jaarlijks het aantal biologische producten in de supermarkten. Op die manier stimuleert de milieuorganisatie de verbreding van het assortiment duurzame producten in de supermarkt. Biologische producten zijn geproduceerd met respect voor dier, natuur en milieu. De boer krijgt een eerlijke prijs en er wordt geen gebruik gemaakt van landbouwgif, kunstmest en gentech.
Gemiddeld hebben de supermarkten dit jaar 115 biologische producten in de schappen liggen, het hoogste aantal sinds het begin van de tellingen en dertig procent meer dan in 2010!
Landelijk staat de keten Plus op de eerste plaats gevolgd door Jumbo. Albert Heijn komt op plaats vier, terwijl de Coöp plaats zes bezet. Tot de achterblijvers behoren Lidl op plaats 22 en Aldi op plaats 23.
In Heusden vindt de consument veel ecoproducten bij Jumbo aan de Grotestraat in Drunen ( 205 producten ), terwijl Albert Heijn in de Torenstraat in Drunen op 202 ecoproducten komt. De Jumbo aan de Oliemaat in Vlijmen biedt 189 van dergelijke producten aan. De vestigingen van Em-Té in Vlijmen en Drunen hebben achtereenvolgens 137 en 132 ecoproducten in de schappen.
In 2011 verhuisde de Coöp van de E. van Gochstraat naar de Laagstraat in Oudheusden. De grotere winkel biedt ook een groter aantal biologische producten, namelijk 109. Ook heeft de nieuwe winkel energiebesparende verlichting.
De Lidl aan de Grotestraat in Drunen heeft elf biologische producten in de aanbieding. Ook deze gemoderniseerde winkel kreeg energiezuinige verlichting.
Bij Attent aan de Hoogstraat in Heusden vesting vindt de consument tien biologische producten.
Bij de vestigingen van Aldi vindt de consumenten de minste biologische voedingsmiddelen, namelijk één of twee. Het gaat daarbij onder andere om biologische druiven die een deel van het jaar in het assortiment van deze supermarktketen zitten.
De Jumbo in Drunen en de Em-Té in Drunen en Vlijmen bieden achtereenvolgens 62. 62 en 55 Fair Trade Producten aan. De Jumbo in Vlijmen en de AH in Drunen hebben allebei 36 Fair Trade producten in de schappen. Bij de Coöp in Oudheusden vindt de consument 31 Fair Trade producten. Daarnaast zijn er natuurlijk delicatessenzaak van Herpt in Drunen en de Wereldwinkel in Heusden waar u ook voor “eerlijke” waren terecht kunt!
Meer informatie:www.ekotellingen.nl
___________________________________________________________________
Sinds 1998 tellen vrijwilligers van Milieudefensie jaarlijks het aantal biologische producten in de supermarkten. Op die manier stimuleert de milieuorganisatie de verbreding van het assortiment duurzame producten in de supermarkt. Biologische producten zijn geproduceerd met respect voor dier, natuur en milieu. De boer krijgt een eerlijke prijs en er wordt geen gebruik gemaakt van landbouwgif, kunstmest en gentech.
Gemiddeld hebben de supermarkten dit jaar 115 biologische producten in de schappen liggen, het hoogste aantal sinds het begin van de tellingen en dertig procent meer dan in 2010!
Landelijk staat de keten Plus op de eerste plaats gevolgd door Jumbo. Albert Heijn komt op plaats vier, terwijl de Coöp plaats zes bezet. Tot de achterblijvers behoren Lidl op plaats 22 en Aldi op plaats 23.
In Heusden vindt de consument veel ecoproducten bij Jumbo aan de Grotestraat in Drunen ( 205 producten ), terwijl Albert Heijn in de Torenstraat in Drunen op 202 ecoproducten komt. De Jumbo aan de Oliemaat in Vlijmen biedt 189 van dergelijke producten aan. De vestigingen van Em-Té in Vlijmen en Drunen hebben achtereenvolgens 137 en 132 ecoproducten in de schappen.
In 2011 verhuisde de Coöp van de E. van Gochstraat naar de Laagstraat in Oudheusden. De grotere winkel biedt ook een groter aantal biologische producten, namelijk 109. Ook heeft de nieuwe winkel energiebesparende verlichting.
De Lidl aan de Grotestraat in Drunen heeft elf biologische producten in de aanbieding. Ook deze gemoderniseerde winkel kreeg energiezuinige verlichting.
Bij Attent aan de Hoogstraat in Heusden vesting vindt de consument tien biologische producten.
Bij de vestigingen van Aldi vindt de consumenten de minste biologische voedingsmiddelen, namelijk één of twee. Het gaat daarbij onder andere om biologische druiven die een deel van het jaar in het assortiment van deze supermarktketen zitten.
De Jumbo in Drunen en de Em-Té in Drunen en Vlijmen bieden achtereenvolgens 62. 62 en 55 Fair Trade Producten aan. De Jumbo in Vlijmen en de AH in Drunen hebben allebei 36 Fair Trade producten in de schappen. Bij de Coöp in Oudheusden vindt de consument 31 Fair Trade producten. Daarnaast zijn er natuurlijk delicatessenzaak van Herpt in Drunen en de Wereldwinkel in Heusden waar u ook voor “eerlijke” waren terecht kunt!
Meer informatie:www.ekotellingen.nl
___________________________________________________________________
22-12-2011
Bijna zeventig procent van onze energieconsumptie zit verborgen in producten en diensten.
Vooral in de categorieën bouw en voeding treedt een fors energiegebruik op. Minder vlees eten is goedkoper en gemakkelijker te realiseren dan panelen met zonnecellen kopen. Minder vlees eten levert meer op aan de reductie van kooldioxide. Voeding is verantwoordelijk voor een derde van de broeikasgassen die huishoudens veroorzaken, waarbij vlees en zuivel de belangrijke “boosdoeners ”zijn. Stoppen met vlees eten bespaart net zo veel energie als wonen in een zeer energiezuinig passief huis.
Minder vlees eten zet òòk zoden aan de dijk. Kip is gemiddeld zeven maal minder belastend voor het klimaat dan rundvlees. Een gemiddelde warme maaltijd veroorzaakt 2,46 kilogram kooldioxide-equivalent per kilogram. Een biefstukje uit Ierland of Brazilië leidt tot 40 kilogram kooldioxide-equivalent per kilogram.
Verder hebben aardappels de voorkeur boven pasta en gaat pasta weer boven rijst. Biologische zuivel scoort wat betreft broeikasuitstoot per kilogram product beter dan de gangbare zuivel. Seizoensgroenten hebben de voorkeur boven groenten die in een (verwarmde) kas zijn geteeld. Transport van voedingsmiddelen vraagt veel energie. Kies waar mogelijk voor streekproducten. Het is mogelijk om de kooldioxidevoetafdruk door voeding terug te brengen van 2,5 ton per persoon per jaar naar 1,5 ton.
Door bewust te eten kunt u al veel milieuvriendelijker leven!
Bron: artikel Nieuwe kansen voor klimaatbeleid in het tijdschrift Milieu oktober 2011 nummer 6
Meer informatie: www.onetonnelife.com
Vooral in de categorieën bouw en voeding treedt een fors energiegebruik op. Minder vlees eten is goedkoper en gemakkelijker te realiseren dan panelen met zonnecellen kopen. Minder vlees eten levert meer op aan de reductie van kooldioxide. Voeding is verantwoordelijk voor een derde van de broeikasgassen die huishoudens veroorzaken, waarbij vlees en zuivel de belangrijke “boosdoeners ”zijn. Stoppen met vlees eten bespaart net zo veel energie als wonen in een zeer energiezuinig passief huis.
Minder vlees eten zet òòk zoden aan de dijk. Kip is gemiddeld zeven maal minder belastend voor het klimaat dan rundvlees. Een gemiddelde warme maaltijd veroorzaakt 2,46 kilogram kooldioxide-equivalent per kilogram. Een biefstukje uit Ierland of Brazilië leidt tot 40 kilogram kooldioxide-equivalent per kilogram.
Verder hebben aardappels de voorkeur boven pasta en gaat pasta weer boven rijst. Biologische zuivel scoort wat betreft broeikasuitstoot per kilogram product beter dan de gangbare zuivel. Seizoensgroenten hebben de voorkeur boven groenten die in een (verwarmde) kas zijn geteeld. Transport van voedingsmiddelen vraagt veel energie. Kies waar mogelijk voor streekproducten. Het is mogelijk om de kooldioxidevoetafdruk door voeding terug te brengen van 2,5 ton per persoon per jaar naar 1,5 ton.
Door bewust te eten kunt u al veel milieuvriendelijker leven!
Bron: artikel Nieuwe kansen voor klimaatbeleid in het tijdschrift Milieu oktober 2011 nummer 6
Meer informatie: www.onetonnelife.com
25-09-2011

West- Europa is in belangrijke mate afhankelijk van de import van olie. Een van de sectoren die zeer afhankelijk zijn van olie is transport. Vrijwel alle vervoermiddelen over de weg hebben een verbrandingsmotor die een olieproduct nodig heeft. Het is zinvol om het gebruik van olie te beperken, om de afhankelijkheid van olie te minimaliseren. De wereldolieproductie is heen over de top van de mogelijke winning. Er komt steeds minder olie beschikbaar.
Enkele mogelijkheden om minder olie voor transport te gebruiken zijn:
Ga voor korte afstanden lopen of gebruik de fiets. Voor grotere afstanden kan de fiets met elektrische trapondersteuning een mogelijkheid zijn. Een andere keus is de elektrische scooter. Gebruik de fiets mogelijk ook voor natransport. Kies bijvoorbeeld voor de OV-fiets. Zie www.ov-fiets.nl
Gebruik voor de grotere afstanden het openbaar vervoer. Op de internetsite www.9292ov.nl kunt u zien wat het openbaar vervoer u voor een bepaalde reis te bieden heeft. De gemeente Heusden wordt aangedaan door verscheidene buslijnen richting Den Bosch en richting Waalwijk, Tilburg Heusden en Andel. Als het gangbare openbaar vervoer geen redelijke reismogelijkheid biedt, kunt u wellicht gebruik maken van de deeltaxi. U kunt een deeltaxi reserveren via het telefoonnummer 0900-8734682. Een andere mogelijkheid is om gebruik te maken van een deelauto. Zie onder andere www.greenwheels.nl en www.wheels4all.nl. Ten slotte kunt u in een aantal plaatsen gebruik maken van de Treintaxi, kosten €4,40 per rit. Zie www.ns.nl/treintaxi
Het alternatief dat de strippenkaart heeft vervangen is de ov-chipkaart. Zie www.ov-chipkaart.nl Op deze site kunt u ook zien waar zich de oplaadpunten in de gemeente Heusden bevinden.
Als u op werkdagen na 9.00 uur of op zaterdag of zondag reist, kunt u voor € 3,00 een dalurendagkaart bij de buschauffeur kopen. Zie www.goedbezigbus.nl. De dalurendagkaart is goedkoper als u op één dag meer dan acht strippen van de strippenkaart nodig heeft.
Carpoolen: Als het openbaar vervoer voor u geen redelijke reismogelijkheid biedt in woon-werkverkeer kunt u wellicht in één auto samenreizen met een collega of mogelijk met een persoon die een werkplek bij u in de buurt heeft, bijvoorbeeld op hetzelfde industrieterrein.
In uw bedrijf of organisatie kunt u voorstellen (ideeënbus) om als bedrijf of organisatie abonnee te zijn bij de OV-fiets en een deelautobedrijf. Deze vervoermiddelen zijn veel goedkoper dan een leaseauto en er zijn minder parkeerplaatsen nodig.
Vakantievervoer en – verblijf: Voor reizen in de vakanties geldt dat lopen en het gebruik van de fiets en de touringcar geen of weinig aardoliegebruik met zich mee brengen. Ook reizen per boot leidt tot een matige belasting van het milieu. Reizen per trein leidt tot een grotere milieubelasting. De hoge snelheidstrein leidt tot een grotere milieubelasting dan een gewone sneltrein.
Het aardoliegebruik wordt hoger als u met een auto reist. Reizen per vliegtuig leidt tot het grootste aardoliegebruik en de grootste milieubelasting.
Wie wil fietsen op een grotere afstand van Nederland kan gebruik maken van een fietsbus. Zie www.fietsvervoer.nl en www.bike-and-bus.de. Naar Zuid-Europa kunt u de fiets laten transporteren door het vervoersbedrijf Soetens Transport. Zie www.fiets-vervoer.nl De fiets kan ook in de trein worden meegenomen naar het buitenland. Zie www.rover.nl/buitenlandservice en het artikel in het tijdschrift De Reiziger van juli 2011. In een aantal grotere buitenlandse steden kan gemakkelijk een fiets worden gehuurd, naar analogie van de OV-fiets. Informeer ter plaatse.
Wie het energiegebruik tijdens de vakanties verder wil beperken kan het beste kamperen of kiezen voor comfortabele maar niet luxe overnachtingsmogelijkheden. Voor Nederland en het nabije buitenland kunnen de adressen van vrienden op de fiets een aantrekkelijk zijn. Zie www.vriendenopdefiets.nl. Een andere mogelijkheid vormt verblijven in Natuurvriendenhuis of een Stayoke, de moderne naam voor een jeugdherberg. Zie www.natuurvriendenhuizen.nl en www.stayoke.nl
GOEDE REIS!
Enkele mogelijkheden om minder olie voor transport te gebruiken zijn:
Ga voor korte afstanden lopen of gebruik de fiets. Voor grotere afstanden kan de fiets met elektrische trapondersteuning een mogelijkheid zijn. Een andere keus is de elektrische scooter. Gebruik de fiets mogelijk ook voor natransport. Kies bijvoorbeeld voor de OV-fiets. Zie www.ov-fiets.nl
Gebruik voor de grotere afstanden het openbaar vervoer. Op de internetsite www.9292ov.nl kunt u zien wat het openbaar vervoer u voor een bepaalde reis te bieden heeft. De gemeente Heusden wordt aangedaan door verscheidene buslijnen richting Den Bosch en richting Waalwijk, Tilburg Heusden en Andel. Als het gangbare openbaar vervoer geen redelijke reismogelijkheid biedt, kunt u wellicht gebruik maken van de deeltaxi. U kunt een deeltaxi reserveren via het telefoonnummer 0900-8734682. Een andere mogelijkheid is om gebruik te maken van een deelauto. Zie onder andere www.greenwheels.nl en www.wheels4all.nl. Ten slotte kunt u in een aantal plaatsen gebruik maken van de Treintaxi, kosten €4,40 per rit. Zie www.ns.nl/treintaxi
Het alternatief dat de strippenkaart heeft vervangen is de ov-chipkaart. Zie www.ov-chipkaart.nl Op deze site kunt u ook zien waar zich de oplaadpunten in de gemeente Heusden bevinden.
Als u op werkdagen na 9.00 uur of op zaterdag of zondag reist, kunt u voor € 3,00 een dalurendagkaart bij de buschauffeur kopen. Zie www.goedbezigbus.nl. De dalurendagkaart is goedkoper als u op één dag meer dan acht strippen van de strippenkaart nodig heeft.
Carpoolen: Als het openbaar vervoer voor u geen redelijke reismogelijkheid biedt in woon-werkverkeer kunt u wellicht in één auto samenreizen met een collega of mogelijk met een persoon die een werkplek bij u in de buurt heeft, bijvoorbeeld op hetzelfde industrieterrein.
In uw bedrijf of organisatie kunt u voorstellen (ideeënbus) om als bedrijf of organisatie abonnee te zijn bij de OV-fiets en een deelautobedrijf. Deze vervoermiddelen zijn veel goedkoper dan een leaseauto en er zijn minder parkeerplaatsen nodig.
Vakantievervoer en – verblijf: Voor reizen in de vakanties geldt dat lopen en het gebruik van de fiets en de touringcar geen of weinig aardoliegebruik met zich mee brengen. Ook reizen per boot leidt tot een matige belasting van het milieu. Reizen per trein leidt tot een grotere milieubelasting. De hoge snelheidstrein leidt tot een grotere milieubelasting dan een gewone sneltrein.
Het aardoliegebruik wordt hoger als u met een auto reist. Reizen per vliegtuig leidt tot het grootste aardoliegebruik en de grootste milieubelasting.
Wie wil fietsen op een grotere afstand van Nederland kan gebruik maken van een fietsbus. Zie www.fietsvervoer.nl en www.bike-and-bus.de. Naar Zuid-Europa kunt u de fiets laten transporteren door het vervoersbedrijf Soetens Transport. Zie www.fiets-vervoer.nl De fiets kan ook in de trein worden meegenomen naar het buitenland. Zie www.rover.nl/buitenlandservice en het artikel in het tijdschrift De Reiziger van juli 2011. In een aantal grotere buitenlandse steden kan gemakkelijk een fiets worden gehuurd, naar analogie van de OV-fiets. Informeer ter plaatse.
Wie het energiegebruik tijdens de vakanties verder wil beperken kan het beste kamperen of kiezen voor comfortabele maar niet luxe overnachtingsmogelijkheden. Voor Nederland en het nabije buitenland kunnen de adressen van vrienden op de fiets een aantrekkelijk zijn. Zie www.vriendenopdefiets.nl. Een andere mogelijkheid vormt verblijven in Natuurvriendenhuis of een Stayoke, de moderne naam voor een jeugdherberg. Zie www.natuurvriendenhuizen.nl en www.stayoke.nl
GOEDE REIS!
25-09-2011
De stichting Natuur en Milieu organiseert het flexitariër-project.
Als flexitariër eet je één of meerdere dagen per week geen vlees. Bij voorkeur eet je op die dagen plantaardige alternatieven.
Doel van dit project is de consumptie van vlees te minimaliseren. De consumptie van een kilogram rundvlees zorgt voor een uitstoot van kooldioxide die even groot is als de uitstoot van 169 autokilometers rijden.
In Nederland eten we zeventig procent meer dierlijk vet dan goed voor ons is. Wereldwijd draagt de veehouderij voor dertig procent bij aan het verlies van dieren- en plantensoorten.
Ook is het beter voor je gezondheid: minder kans op hart- en vaatziektes en diabetes door overgewicht.
Redenen die van belang kunnen zijn om minder vlees te eten en vaker te kiezen voor duurzame plantaardige alternatieven.
In de supermarkten zijn redelijk wat vleesvervangers verkrijgbaar onder andere van de merken Alpro Soya, GoodBite, Qorn, Tivall, Valess en Vivera. De Albert Heijn en Jumbo bieden ook vleesvervangers met ekokeurmerk aan.
Kijk op www.ikbenflexitarier.nl voor meer informatie over de voordelen van minder vlees eten, een overzicht van 400 in Nederland verkrijgbare vleesvervangers en lekkere recepten .
Ook staat er de flextest om uit te zoeken hoe “flex” jij bent!
Als flexitariër eet je één of meerdere dagen per week geen vlees. Bij voorkeur eet je op die dagen plantaardige alternatieven.
Doel van dit project is de consumptie van vlees te minimaliseren. De consumptie van een kilogram rundvlees zorgt voor een uitstoot van kooldioxide die even groot is als de uitstoot van 169 autokilometers rijden.
In Nederland eten we zeventig procent meer dierlijk vet dan goed voor ons is. Wereldwijd draagt de veehouderij voor dertig procent bij aan het verlies van dieren- en plantensoorten.
Ook is het beter voor je gezondheid: minder kans op hart- en vaatziektes en diabetes door overgewicht.
Redenen die van belang kunnen zijn om minder vlees te eten en vaker te kiezen voor duurzame plantaardige alternatieven.
In de supermarkten zijn redelijk wat vleesvervangers verkrijgbaar onder andere van de merken Alpro Soya, GoodBite, Qorn, Tivall, Valess en Vivera. De Albert Heijn en Jumbo bieden ook vleesvervangers met ekokeurmerk aan.
Kijk op www.ikbenflexitarier.nl voor meer informatie over de voordelen van minder vlees eten, een overzicht van 400 in Nederland verkrijgbare vleesvervangers en lekkere recepten .
Ook staat er de flextest om uit te zoeken hoe “flex” jij bent!
02-06-2011
Enige tijd geleden hoorde ik een reportage over de vegetarische slager. De Vegetarische Slager is een nieuw opgezet bedrijf dat uitsluitend vegetarische producten verkoopt. De naam is nogal suggestief omdat je geneigd bent aan vlees te denken bij het woord slager.
Naast vegetariërs onderscheiden we tegenwoordig flexi ariërs, dit zijn mensen die meerdere vleesloze dagen per week nastreven.
Hier valt veel voor te zeggen; het produceren van vlees vraagt 7x zoveel grondstoffen en energie als het produceren van landbouwproducten. Bovendien scheelt het heel veel dierenleed, en wordt er enorm veel op CO2 uitstoot bespaard.
De vegetarische slager heeft een winkel in Den Haag en daarnaast een online winkel. De online gepaatste bestelling wordt keurig en diepgevroren bij u thuis afgeleverd. De website is erg duidelijk en verschaft veel informatie . Er staan ook recepten en bereidingstips op. Ook is het mogelijk een abonnement te nemen op de nieuwsbrief
Er is keuze uit een groot aantal producten variërend van baklapjes, via gehaktballen, shoarma, kroketten, bitterballen naar sausijsenbroodjes.
De producten zien er uit als vlees, de gehaktballen zijn niet van echt te onderscheiden.
De meeste producten zijn vervaardigd van lupinezaad of sojameel.
Hoe smaakt het?
Dat is op zich een lastige vraag, als we denken aan vleesvervangers wil je dus eigenlijk een product op je bord dat qua uiterlijk, smaak en beleving als vlees overkomt.
Onze ervaring is dat het uiterlijk wel goed zit, de smaak en beleving is naar mijn idee niet te vergelijken met echt vlees. De vraag is natuurlijk of dit ook noodzakelijk is, je moet het beeld van’’ ik eet vlees’’ loslaten.
Persoonlijk geef ik er de voorkeur aan alternatieven te eten zoals: bakcamembert, Vales groenteburgers of nog lekkerder risottorijst met blauwschimmelkaas en paddenstoelen. Nog een topper: knoflookspaghetti en als laatste kaasfondue.
Dus wat mij betreft: niet alle dagen vlees, en dan ook geen vleesvervangers maar lekkere vleesloze gerechten. En als je voor vlees kiest, dan wat minder en kies voor goed scharrelvlees.
Voor wie meer wil weten kijkt op: www.devegetarischeslager.nl
Steef Molema
Naast vegetariërs onderscheiden we tegenwoordig flexi ariërs, dit zijn mensen die meerdere vleesloze dagen per week nastreven.
Hier valt veel voor te zeggen; het produceren van vlees vraagt 7x zoveel grondstoffen en energie als het produceren van landbouwproducten. Bovendien scheelt het heel veel dierenleed, en wordt er enorm veel op CO2 uitstoot bespaard.
De vegetarische slager heeft een winkel in Den Haag en daarnaast een online winkel. De online gepaatste bestelling wordt keurig en diepgevroren bij u thuis afgeleverd. De website is erg duidelijk en verschaft veel informatie . Er staan ook recepten en bereidingstips op. Ook is het mogelijk een abonnement te nemen op de nieuwsbrief
Er is keuze uit een groot aantal producten variërend van baklapjes, via gehaktballen, shoarma, kroketten, bitterballen naar sausijsenbroodjes.
De producten zien er uit als vlees, de gehaktballen zijn niet van echt te onderscheiden.
De meeste producten zijn vervaardigd van lupinezaad of sojameel.
Hoe smaakt het?
Dat is op zich een lastige vraag, als we denken aan vleesvervangers wil je dus eigenlijk een product op je bord dat qua uiterlijk, smaak en beleving als vlees overkomt.
Onze ervaring is dat het uiterlijk wel goed zit, de smaak en beleving is naar mijn idee niet te vergelijken met echt vlees. De vraag is natuurlijk of dit ook noodzakelijk is, je moet het beeld van’’ ik eet vlees’’ loslaten.
Persoonlijk geef ik er de voorkeur aan alternatieven te eten zoals: bakcamembert, Vales groenteburgers of nog lekkerder risottorijst met blauwschimmelkaas en paddenstoelen. Nog een topper: knoflookspaghetti en als laatste kaasfondue.
Dus wat mij betreft: niet alle dagen vlees, en dan ook geen vleesvervangers maar lekkere vleesloze gerechten. En als je voor vlees kiest, dan wat minder en kies voor goed scharrelvlees.
Voor wie meer wil weten kijkt op: www.devegetarischeslager.nl
Steef Molema
23-05-2011
Nieuwsbrief mei 2011
Geachte lezers van onze Nieuwsbrief,
Voor iedereen die bij wil dragen aan natuur, landschap en milieu in Brabant is in deze nieuwsbrief wel een activiteit te vinden om aan deel te nemen. Of het nu gaat om duurzame mobiliteit in de Brabantse steden, om schaliegas of om het aanplanten van hoogstamfruitbomen. U kunt ook naar open dagen van Natuurlijk Boeren of een nieuw ommetje gaan lopen. Kortom, wij raden u aan om verder te lezen.
Nieuwsbrief Brabantse Milieu Federatie mei 2011
Geachte lezers van onze Nieuwsbrief,
Voor iedereen die bij wil dragen aan natuur, landschap en milieu in Brabant is in deze nieuwsbrief wel een activiteit te vinden om aan deel te nemen. Of het nu gaat om duurzame mobiliteit in de Brabantse steden, om schaliegas of om het aanplanten van hoogstamfruitbomen. U kunt ook naar open dagen van Natuurlijk Boeren of een nieuw ommetje gaan lopen. Kortom, wij raden u aan om verder te lezen.
Nieuwsbrief Brabantse Milieu Federatie mei 2011
01-04-2011
schoongenoeg van kernenergie
Op deze website kunt u de onderstaande petitie ondertekenen.
Kernenergie past niet in een schone toekomst. Het is onveilig, duur en zadelt ons 240.000 jaar op met levensgevaarlijk afval. Daarom roep ik het kabinet op geen vergunning te geven voor nieuwe kerncentrales in Nederland. Er zijn meer dan genoeg schone alternatieven, dus het licht in Nederland kan gewoon blijven branden.
Zaterdag 16 April: Manifestatie ‘Schoon genoeg van kernenergie’ in Amsterdam.
Een coalitie van maatschappelijke organisaties en politieke partijen roept op tot een landelijke manifestatie tegen kernenergie: "Laat samen met ons zien dat Nederland schoon genoeg heeft van kernenergie. Dit kabinet moet kiezen voor een schone en veilige energietoekomst."
De manifestatie ‘Schoon genoeg van kernenergie’ vindt plaats op zaterdag 16 april van 13:00 tot 16:00 uur op De Dam in Amsterdam.
Dit kabinet kiest voor nieuwe kerncentrales en dus voor onnodige risico's en levensgevaarlijk afval. De nieuwe centrales zullen tenminste 40 jaar vervuilende energie leveren en al die tijd de overgang naar een groene energievoorziening frustreren. Om het licht in Nederland te laten branden is kernenergie niet nodig. Er zijn meer dan voldoende schone alternatieven.
Brabant ligt nabij de oude kerncentrales in Doel (Antwerpen), Mol en Borssele. Er is een grote kans dat er negatieve effecten als straling optreden bij een verkeerde gang van zaken daar. Bovendien wordt reeds een jaar gesproken over opslag van radioactief afval in de Belgische Kempen of zelfs in Brabantse kleilagen. Voldoende redenen om ook vanuit Brabant actie te ondernemen tegen het kabinetsvoornemen om nog meer kerncentrales te bouwen.
De manifestatie is een initiatief van: Borssele2Nee, DWARS, Greenpeace, GroenLinks, Jongeren Milieu Actief, Laka, Milieudefensie, Natuur en Milieu, de twaalf provinciale Natuur en Milieufederaties, Partij van de Arbeid, Partij voor de Dieren, ROOD, SP en WISE.
De Brabantse Milieufederatie organiseert busvervoer vanuit Brabant naar Amsterdam:
www.brabantsemilieufederatie.nl
Op deze website kunt u de onderstaande petitie ondertekenen.
Kernenergie past niet in een schone toekomst. Het is onveilig, duur en zadelt ons 240.000 jaar op met levensgevaarlijk afval. Daarom roep ik het kabinet op geen vergunning te geven voor nieuwe kerncentrales in Nederland. Er zijn meer dan genoeg schone alternatieven, dus het licht in Nederland kan gewoon blijven branden.
Zaterdag 16 April: Manifestatie ‘Schoon genoeg van kernenergie’ in Amsterdam.
Een coalitie van maatschappelijke organisaties en politieke partijen roept op tot een landelijke manifestatie tegen kernenergie: "Laat samen met ons zien dat Nederland schoon genoeg heeft van kernenergie. Dit kabinet moet kiezen voor een schone en veilige energietoekomst."
De manifestatie ‘Schoon genoeg van kernenergie’ vindt plaats op zaterdag 16 april van 13:00 tot 16:00 uur op De Dam in Amsterdam.
Dit kabinet kiest voor nieuwe kerncentrales en dus voor onnodige risico's en levensgevaarlijk afval. De nieuwe centrales zullen tenminste 40 jaar vervuilende energie leveren en al die tijd de overgang naar een groene energievoorziening frustreren. Om het licht in Nederland te laten branden is kernenergie niet nodig. Er zijn meer dan voldoende schone alternatieven.
Brabant ligt nabij de oude kerncentrales in Doel (Antwerpen), Mol en Borssele. Er is een grote kans dat er negatieve effecten als straling optreden bij een verkeerde gang van zaken daar. Bovendien wordt reeds een jaar gesproken over opslag van radioactief afval in de Belgische Kempen of zelfs in Brabantse kleilagen. Voldoende redenen om ook vanuit Brabant actie te ondernemen tegen het kabinetsvoornemen om nog meer kerncentrales te bouwen.
De manifestatie is een initiatief van: Borssele2Nee, DWARS, Greenpeace, GroenLinks, Jongeren Milieu Actief, Laka, Milieudefensie, Natuur en Milieu, de twaalf provinciale Natuur en Milieufederaties, Partij van de Arbeid, Partij voor de Dieren, ROOD, SP en WISE.
De Brabantse Milieufederatie organiseert busvervoer vanuit Brabant naar Amsterdam:
www.brabantsemilieufederatie.nl
25-03-2011
Mislukt klimaatoverleg in Kopenhagen?
Persoonlijk heb ik het overleg via de t.v. zo goed mogelijk gevolgd. Ik vond het geweldig dat er zoveel mensen, vooral ook staatshoofden en ministers, naar Kopenhagen waren gekomen om te overleggen over de toestand van de aarde op zich. Dat is nog nooit vertoond! Dat is winst. In Kopenhagen is nu in ieder geval een basis gelegd voor verdergaand overleg. Er moeten nu kennelijk eerst nieuwe structuren worden gevonden om op een dergelijk niveau beter met elkaar te kunnen overleggen. Centraal stond het beperken van de CO2 uitstoot. Hier een onsje CO2 meer en daar een onsje minder en alles komt goed! Ik moet er niet aan denken dat het zo zou gaan, want zo werkt het niet. Dat is het oude systeem van de maakbare aarde en dat is een doodlopende weg. Er moet veel diepgaander en vanuit een breder perspectief over duurzaamheid (leven in overeenstemming met de natuur) worden nagedacht. Het aardse milieu is een zeer complex, samenhangend geheel. De wetenschap wordt in deze overschat en is absoluut niet in staat dit geheel in al zijn facetten te overzien, laat staan om als een kruidenier op de komma nauwkeurig te kunnen bepalen hoe we de aarde in balans kunnen houden. We zullen weer moeten leren leven in harmonie met het ecosysteem van de aarde en in alle opzichten weer duurzaam moeten gaan denken en leven. Dat vraagt echter om heroriëntatie op alle gebied en dat vergt nu eenmaal tijd. Het gaat niet meer om ongeremde groei dus kwantiteit, maar om verduurzaming dus kwaliteit: krimp in kwantiteit en groei in kwaliteit. Dat is de nieuwe uitdaging voor ons allemaal: niet alleen voor de overheid, maar ook voor de bedrijven en ook de burgers zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. We moeten ons weer bewust worden, dat er grenzen zijn aan groei en zo leven en handelen dat we binnen de grenzen blijven van het draagvermogen van de aarde. De ene crisis volgt inmiddels op de andere en dat geeft aan op dat we op het verkeerde spoor zitten! Dat vraagt om een nieuwe manier van denken. Een ecologisch denken dat gericht is op een duurzame toekomst; rekening houdt met de leefomgeving (landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden); de biodiversiteit kansen biedt; aandacht heeft voor het welzijn van de dieren; zorg draagt voor de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht; de ontwikkeling van duurzame energie bevordert; terugkeert naar extensievere, meer biologische landbouw; zorgt voor uitloop voor dieren etc. Dit groene en duurzame denken vraagt dus om grote veranderingen op allerlei gebied. De overheden zullen de voorwaarden moeten scheppen, maar de veranderingen zullen vooral van onderaf moeten worden gerealiseerd. Aangezien we in de gemeente Heusden nog behoorlijk wat buitengebied hebben met natuur en landbouw - wat mij betreft zou dat minstens zo moeten blijven – citeer ik enkele toonaangevende mensen wat het nieuwe denken betreft op het gebied van de landbouw.
Volgens Herman Wijffels, ex-bewindvoerder bij de wereldbank is de financiële crisis geen toeval, maar een gevolg van de tot het uiterste opgerekte winstdoelstellingen van de vrije markt-ideologie. Deze onbeperkte groei-economie heeft ook geleid tot steeds grotere en steeds intensievere agrarische bedrijven die, zoals Sonja Borsboom van het burgerinitiatief “Megastallen-Nee” (BD 30 jan. 2010) betoogt, behalve het landschap (megastallen) en het milieu (vervuiling op allerlei gebied) ook de leefbaarheid van de burgers (varkensgriep, q-koorts, MRSA-bacterie en wat zal er nog meer volgen) aantasten.
In dit verband is ook een artikel in de Volkskrant van 21 juni 2008 interessant, waarin Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen pleit voor de terugkeer van de boerenlandbouw. Hij is tot de conclusie gekomen, dat de ondernemerslandbouw: grote agrarische bedrijven die groente en vlees produceren zoals andere fabrieken paperclips en plasmaschermen is losgeslagen. Het ouderwetse boerenbedrijf was herkenbaar. “Je eigen koeien op je eigen wei; verbonden met de natuur; geworteld in de omgeving.” De moderne ondernemerslandbouw is anoniem en inwisselbaar. Glastuinbouw op substraat of intensieve veehouderij hebben geen enkele relatie meer met de grond. Dat soort bedrijven kan overal zitten. Het Europese landbouwbeleid van na de oorlog heeft de ondernemerslandbouw sterk gestimuleerd. Boerenbedrijven moesten groter en groter worden, want hoe groter hoe efficiënter. De grootste boeren profiteerden het meest. “80 procent van de Europese subsidies ging naar de twintig procent rijkste boeren.” In hun kielzog kwam een nieuw fenomeen op, dat al gauw de macht overnam: voedselimperia (Ahold, Unilever, Nestlé of Danone) die de productie, verwerking en distributie van voedsel organiseerden tot een winstgevend bedrijf. Het gaat hen vooral om geld verdienen. Ze zijn niet geïnteresseerd in grutto?s . In dit spel zijn boeren gedegradeerd tot pionnen. “Kan het in de Oekraïne goedkoper? Dan zijn ze morgen weg. Duurzaamheid interesseert ze niet. Boeren krijgen steeds minder voor hun producten, maar de consumenten betalen meer.” Het is echter een systeem, dat volgens van der Ploeg zijn eigen graf graaft. “Het is niet houdbaar.” Maar zegt Van der Ploeg echte kwaliteit is lokaal en bijzonder. “In een goede kaas proef je het vakmanschap van de kaasmaker en het gras waarop de koeien staan”. De enige uitweg is de boerenlandbouw. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is voor de natuur, voor de consument, voor ons eten, maar ook voor de boer zelf. Volgens Van der Ploeg is er al een kentering gaande. De Nederlandse boeren moeten ook wel. “Als ze doorgaan als nu worden ze weggeconcurreerd door boeren uit Polen en de Oekraïne. Het zou mooi zijn als de consument de Nieuwe Boer omarmt, maar de beslissende stoot moet van de politiek komen.
Een grondgebonden, regionaal georiënteerde landbouw die zijn hoogwaardige streekproducten weer via korte lijnen aan de consument verkoopt.
Ik vraag mij al jaren af, waarom het bestuur van de ZLTO deze doodlopende groei-economie tot op alle niveaus (ministerie) maar blijft promoten en ondersteunen.
Het is dan ook hoopgevend, dat de nieuwe voorzitter van de ZLTO, Hans Huijbers, in het B.D. van 12 februari jl. betoogt, dat de intensieve veehouderij de omslag moet maken van schaalvergroting naar dier- en milieuvriendelijke productie. Hij zegt letterlijk: “Het systeem om met mega-investeringen nog iets meer dan droog brood proberen te verdienen is eindig. Voor de industriële vleesproductie is in ons drukbevolkte Brabant geen ruimte meer. We moeten van de kiloknaller tot ver onder de kostprijs naar kwaliteitsvlees met een eerlijke opbrengst voor de boer en betaalbare prijzen voor de consument. Duurzame veehouderij is de enige weg.” Bravo, mijnheer Huijbers!
Dit alles stemt mij optimistisch voor de toekomst. De heroriëntatie, waar ik al jaren op heb gewacht, begint zich, helaas vooral gedwongen door de omstandigheden, langzaam maar zeker te voltrekken.
Beste lezers, een Nieuwe Lente dient zich aan!
Persoonlijk heb ik het overleg via de t.v. zo goed mogelijk gevolgd. Ik vond het geweldig dat er zoveel mensen, vooral ook staatshoofden en ministers, naar Kopenhagen waren gekomen om te overleggen over de toestand van de aarde op zich. Dat is nog nooit vertoond! Dat is winst. In Kopenhagen is nu in ieder geval een basis gelegd voor verdergaand overleg. Er moeten nu kennelijk eerst nieuwe structuren worden gevonden om op een dergelijk niveau beter met elkaar te kunnen overleggen. Centraal stond het beperken van de CO2 uitstoot. Hier een onsje CO2 meer en daar een onsje minder en alles komt goed! Ik moet er niet aan denken dat het zo zou gaan, want zo werkt het niet. Dat is het oude systeem van de maakbare aarde en dat is een doodlopende weg. Er moet veel diepgaander en vanuit een breder perspectief over duurzaamheid (leven in overeenstemming met de natuur) worden nagedacht. Het aardse milieu is een zeer complex, samenhangend geheel. De wetenschap wordt in deze overschat en is absoluut niet in staat dit geheel in al zijn facetten te overzien, laat staan om als een kruidenier op de komma nauwkeurig te kunnen bepalen hoe we de aarde in balans kunnen houden. We zullen weer moeten leren leven in harmonie met het ecosysteem van de aarde en in alle opzichten weer duurzaam moeten gaan denken en leven. Dat vraagt echter om heroriëntatie op alle gebied en dat vergt nu eenmaal tijd. Het gaat niet meer om ongeremde groei dus kwantiteit, maar om verduurzaming dus kwaliteit: krimp in kwantiteit en groei in kwaliteit. Dat is de nieuwe uitdaging voor ons allemaal: niet alleen voor de overheid, maar ook voor de bedrijven en ook de burgers zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen. We moeten ons weer bewust worden, dat er grenzen zijn aan groei en zo leven en handelen dat we binnen de grenzen blijven van het draagvermogen van de aarde. De ene crisis volgt inmiddels op de andere en dat geeft aan op dat we op het verkeerde spoor zitten! Dat vraagt om een nieuwe manier van denken. Een ecologisch denken dat gericht is op een duurzame toekomst; rekening houdt met de leefomgeving (landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden); de biodiversiteit kansen biedt; aandacht heeft voor het welzijn van de dieren; zorg draagt voor de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht; de ontwikkeling van duurzame energie bevordert; terugkeert naar extensievere, meer biologische landbouw; zorgt voor uitloop voor dieren etc. Dit groene en duurzame denken vraagt dus om grote veranderingen op allerlei gebied. De overheden zullen de voorwaarden moeten scheppen, maar de veranderingen zullen vooral van onderaf moeten worden gerealiseerd. Aangezien we in de gemeente Heusden nog behoorlijk wat buitengebied hebben met natuur en landbouw - wat mij betreft zou dat minstens zo moeten blijven – citeer ik enkele toonaangevende mensen wat het nieuwe denken betreft op het gebied van de landbouw.
Volgens Herman Wijffels, ex-bewindvoerder bij de wereldbank is de financiële crisis geen toeval, maar een gevolg van de tot het uiterste opgerekte winstdoelstellingen van de vrije markt-ideologie. Deze onbeperkte groei-economie heeft ook geleid tot steeds grotere en steeds intensievere agrarische bedrijven die, zoals Sonja Borsboom van het burgerinitiatief “Megastallen-Nee” (BD 30 jan. 2010) betoogt, behalve het landschap (megastallen) en het milieu (vervuiling op allerlei gebied) ook de leefbaarheid van de burgers (varkensgriep, q-koorts, MRSA-bacterie en wat zal er nog meer volgen) aantasten.
In dit verband is ook een artikel in de Volkskrant van 21 juni 2008 interessant, waarin Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen pleit voor de terugkeer van de boerenlandbouw. Hij is tot de conclusie gekomen, dat de ondernemerslandbouw: grote agrarische bedrijven die groente en vlees produceren zoals andere fabrieken paperclips en plasmaschermen is losgeslagen. Het ouderwetse boerenbedrijf was herkenbaar. “Je eigen koeien op je eigen wei; verbonden met de natuur; geworteld in de omgeving.” De moderne ondernemerslandbouw is anoniem en inwisselbaar. Glastuinbouw op substraat of intensieve veehouderij hebben geen enkele relatie meer met de grond. Dat soort bedrijven kan overal zitten. Het Europese landbouwbeleid van na de oorlog heeft de ondernemerslandbouw sterk gestimuleerd. Boerenbedrijven moesten groter en groter worden, want hoe groter hoe efficiënter. De grootste boeren profiteerden het meest. “80 procent van de Europese subsidies ging naar de twintig procent rijkste boeren.” In hun kielzog kwam een nieuw fenomeen op, dat al gauw de macht overnam: voedselimperia (Ahold, Unilever, Nestlé of Danone) die de productie, verwerking en distributie van voedsel organiseerden tot een winstgevend bedrijf. Het gaat hen vooral om geld verdienen. Ze zijn niet geïnteresseerd in grutto?s . In dit spel zijn boeren gedegradeerd tot pionnen. “Kan het in de Oekraïne goedkoper? Dan zijn ze morgen weg. Duurzaamheid interesseert ze niet. Boeren krijgen steeds minder voor hun producten, maar de consumenten betalen meer.” Het is echter een systeem, dat volgens van der Ploeg zijn eigen graf graaft. “Het is niet houdbaar.” Maar zegt Van der Ploeg echte kwaliteit is lokaal en bijzonder. “In een goede kaas proef je het vakmanschap van de kaasmaker en het gras waarop de koeien staan”. De enige uitweg is de boerenlandbouw. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is voor de natuur, voor de consument, voor ons eten, maar ook voor de boer zelf. Volgens Van der Ploeg is er al een kentering gaande. De Nederlandse boeren moeten ook wel. “Als ze doorgaan als nu worden ze weggeconcurreerd door boeren uit Polen en de Oekraïne. Het zou mooi zijn als de consument de Nieuwe Boer omarmt, maar de beslissende stoot moet van de politiek komen.
Een grondgebonden, regionaal georiënteerde landbouw die zijn hoogwaardige streekproducten weer via korte lijnen aan de consument verkoopt.
Ik vraag mij al jaren af, waarom het bestuur van de ZLTO deze doodlopende groei-economie tot op alle niveaus (ministerie) maar blijft promoten en ondersteunen.
Het is dan ook hoopgevend, dat de nieuwe voorzitter van de ZLTO, Hans Huijbers, in het B.D. van 12 februari jl. betoogt, dat de intensieve veehouderij de omslag moet maken van schaalvergroting naar dier- en milieuvriendelijke productie. Hij zegt letterlijk: “Het systeem om met mega-investeringen nog iets meer dan droog brood proberen te verdienen is eindig. Voor de industriële vleesproductie is in ons drukbevolkte Brabant geen ruimte meer. We moeten van de kiloknaller tot ver onder de kostprijs naar kwaliteitsvlees met een eerlijke opbrengst voor de boer en betaalbare prijzen voor de consument. Duurzame veehouderij is de enige weg.” Bravo, mijnheer Huijbers!
Dit alles stemt mij optimistisch voor de toekomst. De heroriëntatie, waar ik al jaren op heb gewacht, begint zich, helaas vooral gedwongen door de omstandigheden, langzaam maar zeker te voltrekken.
Beste lezers, een Nieuwe Lente dient zich aan!

.jpg)