Home > Natuur- & Cultuurhistorie > Inventarisaties


Inventarisaties


17-02-2012
Harrie – de uilenman uit Heusden
Uilen….Harrie Smits is er dol op! Zijn ogen beginnen te glimmen als hij er over praat. En als hij er eenmaal over begint raakt hij niet uitgepraat! Van alle vogelsoorten heeft de uil zijn hart gestolen omdat “je ze kunt aaien op hun nest”! Dat wil zeggen: als hij een nest controleert en er zitten jongen dan kan hij ze met een gerust hart oppakken , ervan genieten en weer terugzetten. Zonder dat er kwalijke gevolgen zijn …..

klik hier voor het verslag

03-01-2012
Dassen verslag 2011
Bert van Opzeeland heeft wederom een mooi verslag gemaakt over de dassen populatie van 2011.
Das verslag 2011

22-12-2011
Populierenwespvlinder
Dit jaar heb ik zelf helaas door privé-omstandigheden, de tweede helft van dit jaar veel waarnemingen gemist.
Dit geldt voor de nachtvlinders maar ook in mindere maten voor de dagvlinders.
Maar gelukkig heeft Joost zijn monitoring-routes goed bij gehouden en zijn de dagvlinders van het natuurpark, zanddepot en een stuk van het kanaal genoteerd.
Het bruine zandoogje hebben we dit jaar gemist, maar verleden jaar zeker aanwezig op het veldje bij Peter van de Velden.

Maar als we deze niet mee tellen, dan komen we toch nog uit op 27 soorten dagvlinders voor onze gemeente dit jaar.
Opmerkelijk waren de kleine ijsvogelvlinder in het natuurpark, waargenomen en op de foto gezet door Rien. En de kleine parelmoervlinder in het gebied van Piet Smeekens. Ook waren hier groentjes aanwezig.
Hier het complete lijstje met dagvlinders, ingedeeld per familie:
- bont dikkopje, groot dikkopje en zwartsprietdikkopje, - koninginnepage, zien we gelukkig steeds vaker, - eikenpage, groentje, kleine vuurvlinder, boomblauwtje, bruin blauwtje en icarusblauwtje, - citroenvlinder, groot koolwitje, klein geaderd witje, klein koolwitje en oranjetipje, - atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, gehakkelde aurelia, kleine vos, landkaartje, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, argusvlinder, bont zandoogje, koevinkje en oranje zandoog.
Bij de laatste familie, dit zijn de zogenaamde aurelia’s, zitten de vossen, weerschijnvlinders, ijsvogelvlinders, parelmoervlinders en sinds kort ook de zandoogjes.
Bij de nachtvlinders kom ik nu uit op 158 soorten, dit jaar in onze gemeente.
Nieuw heb ik dit jaar de elzenuil bij de roeivijver in Drunen gezien. En de eikenwespvlinder op het veldje bij Peter van de Velden. Ook een leuke waarneming was de groene weide-uil.
We kunnen nu wel zeggen dat het karmozijnrood weeskind een blijvertje is geworden, ik had hem dit jaar zelfs bij huis, op licht. Ook de rupsen van de kompassla-uil waren er dit jaar weer. Als ook de rupsen van de kamillevlinder op verschillende plekken gevonden.
Helaas geen rupsen van de poelruitspanner aan de Zeeg dit jaar, wel diverse rupsen gevonden in de Moerputten, maar dit is net niet meer in onze gemeente.
Heb in het voorjaar wat feromonen aangeschaft om wat soorten waar te kunnen nemen uit de familie van de wespvlinders, dit is een nachtvlinderfamilie. Deze familie, heeft vlinders, dit zo op het eerste gezicht helemaal niet op vlinders lijken. En eigenlijk op het tweede gezicht ook niet, ze lijken meer op wespen en andere vliesvleugeligen. Maar ze behoren echt tot de vlinders en je moet heel anders kijken, dan naar “gewone” vlinders, want anders zie je ze over het hoofd.

De hoornaarvlinder is een grotere soort uit deze familie en die is nog wel makkelijk te vinden, op de stammen van populieren. Maar de kleinere soorten als de eikenwespvlinder, kun je dus met het feromoon van deze soort aantrekken. Althans de mannetjes, want dit feromoon, is de sekslokstof die het maagdelijke vrouwtje afscheidt als zij bevrucht wil worden. Dit kunstmatige feromoon werkt wel, maar de mannetje’s hebben vrij snel door dast ze bedonderd worden, daar het uiteraard geen echt wijfje betreft en gaat er dan weer snel van door. Dus als je deze soort op de foto wil hebben is wel enige actie geboden.
De eikenwespvlinder en de hoornaarvlinder heb ik uit onze gemeente.
De populierenwespvlinder en de wilgenwespvlinder net buiten onze gemeentegrens. Maar mogelijk zitten ze er toch wel, maar heb dus helaas te weinig kunnen proberen, de tweede helft van het jaar.
Het kenmerk van deze soorten is dat de rupsen niet van de blaadjes eten, maar in het hout zitten van de struiken bomen waar ze in leven. In hout zit veel minder voedingswaarden dan in het groene blad en daarom groeien de rupsen ook veel langzamer. Ze kunnen dit dan ook niet in een seizoen voor elkaar krijgen en leven zo meerdere jaren in het hout van de boom waar in ze zitten. Ze moeten gewoon veel materiaal omzetten om te groeien.
Op zich zijn het wel heel aparte diertjes om te zien, vooral omdat ze toch bij de vlinders horen. Het zijn nachtvlinders, maar ze zijn overdag actief, juist bij mooi weer.


Groet,
Paul Kreijger

30-11-2011
Inventarisatie roofvogels in de gemeente Heusden 2011.
Roofvogel gegevens Loonse en Drunense duinen e.o. van het jaar 2011

Klik op onderstaande link voor het verslag.
roofvogels



25-09-2011
Bijzondere waarnemingen
In het vrije veld word je telkens weer verrast door bijzondere waarnemingen. Dan is het weer een niet alledaagse vogel, dan weer een vrij zeldzame plant, of een bijzonder insect.
En dat maakt het juist zo boeiend.
Bij de inventarisatie-ronde van de plantenwerkgroep bij het Haarsteegse Wiel op 13 augustus j.l. troffen we op een plant van de Bereklauw 4 exemplaren van een fraai getekende sluipwesp.
Er staan massa?s exemplaren van de Bereklauw rond het wiel, maar alleen aan de noordzijde vonden we deze kleine groep wespen.
Het bleken exemplaren te zijn van de Ichneumon bucculentus (geen Nederlandse naam bekend), een vrij forse sluipwesp met een opvallende witte stip op het borststuk, een roodachtig achterlijf en lange voelsprieten.
Sluipwespen hebben in de evolutie wel een heel bijzondere voortplantings-methode ontwikkeld. De vrouwtjes zoeken een “gastheer” (rups, pop, spin) en leggen met hun legboor een eitje door de huid. Daaruit ontwikkelt zich een larfje, dat de “gastheer” geleidelijk van binnen uit opeet. Daarbij worden de vitale delen zo lang mogelijk gespaard, zodat de “gastheer” in leven blijft. Pas als de larve volgroeid is worden ook de vitale delen aangetast.
De “gastheer” sterft, en de larve verpopt tot een zijdeachtige cocon, waaruit dan later weer een nieuwe sluipwesp komt. En dan kan de cyclus zich weer herhalen.
De verschillende soorten sluipwespen richten zich ook op zeer specifieke “gastheren”. Veel soorten gebruiken bepaalde rupsen of poppen. Weer andere richten zich op kever-larven of spinnen. De soort die we bij het Haarsteegse wiel zagen richt zich, voor zover bekend, op de poppen van de Bonte Grasuil, een kleine nachtvlinder die in Nederland algemeen voorkomt.
Het aantal soorten sluipwespen is enorm. Alleen al de superfamilie Ichneumonoidea, waartoe de Haarsteegse soort behoort, wordt voor Nederland en België geschat op meer dan 2000 soorten, elk met weer speciale methoden en “gastheren”.
Sluipwespen worden in de land- en tuinbouw regelmatig ingezet voor de bestrijding van insectenplagen. In de groenten- en fruitteelt maakt de chemische insectenbestrijding steeds meer plaats voor biologische gewasbescherming, waarbij selecteerde soorten sluipwespen worden ingezet.
Er is over de Nederlandse insecten al veel bekend, maar dat op dit gebied nog heel wat onderzoek nodig is spreekt voor zich.

Piet de Bont

22-03-2011
Vlinderwerkgroep opgericht!
Tijdens de ledenvergadering van 11 oktober 2010 is er een vlinderwerkgroep opgericht. Vooralsnog bestaat de groep uit Paul Kreijger, Piet de Bont en Joost van Balkom.
Half april start de groep met het inventariseren van de taluds van het Afwateringskanaal, het Natuurpark en het voormalig zanddepot in de Baardwijkse overlaat en het bijzondere plantenterreintje aan de Rademakersteeg in Vlijmen. Alle waarnemingen gaan via Paul Kreijger naar de landelijke instantie TELMEE, en de bevindingen gaan van hieruit o.a. naar de Vlinderstichting.
Uiteraard worden niet alleen de vlinders bekeken , maar ook worden de verschillende planten in de aangegeven gebiedjes geïnventariseerd. Veel vlinders hebben hun eigen waardplant en nectarplant. De planten worden geïnventariseerd door de plantenwerkgroep onder leiding van Theo Boonmann.
Om de gemeente Heusden wat vlindervriendelijk te maken worden verschillende terreintjes vlindervriendelijk ingericht. (Daar zorgt onze landschapsgroep voor.) Op het geadopteerde stuk van het Afwateringskanaal planten we enkele stuks sporkehout bij, een plant die veel nectar geeft en bij verschillende vlinders favoriet is. In het Natuurpark in de Baardwijkse Overlaat, wordt ook een deel vlindervriendelijk ingericht met o.a. Koninginnekruid.
Verder wil de vlinderwerkgroep ook met U op excursie. Er komen enkele korte excursies van ongeveer een uur naar die gebieden waar op dat moment verschillende vlinders te zien zijn.
Onder voorbehoud en tot nader bericht worden de excursies op de volgende data gegeven:

Zaterdag 7 mei 14.00 uur naar het gebied de PAX, waar we naar de oranjetipjes gaan kijken.
Zaterdag 9 juli 14.00 uur gaan we naar het Natuurpark op zoek naar de Zandoogjes.
Zaterdag 27 augustus 14.00 uur gaan we naar Piet Smeekens aan de Duinweg. In deze tijd krioelt het hier van de verschillende soorten vlinders.

Voor de excursies hebben we vlinderzoekkaarten aangeschaft. Tijdens de excursies nemen we de vlinderzoekkaarten mee, zodat iedereen met of zonder hulp de vlinders op naam kan brengen.

Op 9 april gaan de leden van vlinderwerkgroep op de fiets door de gemeente op zoek naar overhoekjes , bermen en interessante vlinderstukken. Misschien kunnen we met de uitkomsten wat projectjes starten.
Verder zijn we momenteel bezig om zicht te krijgen in welke andere dieren meeliften met de zorg die wij aan de vlinders willen geven.

Mocht U interesse hebben om mee te vlinderen, neem dan contact op met een van de drie bovenstaande mensen , onderstaand nummer bellen kan ook.

Joost van Balkom 0614757892

22-03-2011
Plantengroep 2010
Iedereen heeft kunnen ervaren dat 2010 een heel bijzonder jaar geweest is.

Na een lange wintertijd met veel sneeuw kwam een korte late lente.
Daarop volgden zeer warme weken met een regenachtige zomer.
Na een natte herfst viel in november de winter weer in.
Deze duurde tot januari 2011.
Zo ziet men dat de natuur zich veel moet aanpassen.
Dit doet de plantengroep ook. Wij hebben toch geprobeerd er een succesvol plantenjaar van te maken.

Wij hebben afgelopen jaar aandacht besteed aan de Dullard in Sprang-Capelle. Hier vonden wij 124 planten.
Bij een plantenexcursie zagen we ook de Zwarte Stern.

Verder is door het jaar, dat is 10 maal. een bezoek gebracht aan andere gebieden in de gemeenten Heusden en Waalwijk,
Aantal gevonden planten in 2010 in Heusden was 201.
Aantal gevonden planten in 2010 in Waalwijk was 182.
Het aantal deelnemers varieerde van 3 to 8 personen.
We hadden een vruchtbaar plantenjaar. Bij de excursies was meestal de tijd te kort.
We proberen altijd ongeveer 2 ½ uur onderweg te zijn, maar meestal loopt het iets uit.
Wat vinden wij allemaal? Ja, als je als groep al meer dan 25 jaar in het gebied onderzoek doet, is het moeilijk iets nieuws te vinden.
Maar we weten wel waar we bijzondere planten te vinden zijn in een gebied.
Zoals orchissen, beenbreek, zwanenbloem ; maar ook een weide vol paardenbloemen of pinksterbloemen. In de sloten zien we blaasjeskruid en slangenwortel.
Zo te zien heeft de plantengroep heeft toch een waardevol jaar gehad.
In 2011 gaat het gewoon verder. Ieder is van harte welkom, maar het zijn geen wandelingen maar zoektochten.

Informatie bij Theo Boonmann tel 0416 376378

22-03-2011
Gans zijn met de ganzen
Plotseling waren ze er dan weer. Een hele groep ganzen, vliegend in V- formatie. Mijn ouders zeiden dan: “Dat is de V van vorst! De vorst is ingevallen in het hoge noorden en nu komen de ganzen naar het zuiden en nadert ook hier de winter.” Deze jaarlijks terugkerende, gakkende ganzen oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit.
Toen las ik het boek: “De reis van Niels Holgersson” van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf. Niels een vervelende jongen, zowel voor zijn ouders als de dieren op het erf, wordt door de huiskabouter betoverd in een dwerg. Hij verstaat dan ook de taal van de dieren. In het voorjaar vliegt er een troep wilde ganzen over de boerderij. Een jonge, tamme, witte gans op het erf kan de lokroep van de wilde ganzen niet weerstaan. Niels hoort dat de gans roept dat ze mee wil met de wilde ganzen naar het hoge noorden. Niels probeert dit te verhinderen en pakt de gans vast. Te laat! De gans stijgt op met Niels aan haar hals. Er rest Niels niets anders dan mee te vliegen met de wilde ganzen. Het wordt een avontuurlijke tocht. De ganzen verdwalen in de mist; weerstaan een storm; worden onderweg bedreigd door otters en marters; beschoten door jagers en belaagd door vossen. Onder leiding van de oude, wijze en ervaren gans Akka weet de troep uiteindelijk het broedgebied te bereiken. Niels die inmiddels veel van de ganzen is gaan houden en ze af en toe zelfs weet te redden, wordt in het najaar als de ganzen weer naar het zuiden trekken thuis afgezet. Hij krijgt zijn eigen lengte weer terug en is dan een grote, liefdevolle jongen geworden met veel respect en verantwoordelijkheidsgevoel niet alleen voor zijn ouders, maar ook voor de dieren.
De schrijfster van dit boek moet een groot inlevingsvermogen hebben gehad en zeer goed op de hoogte zijn geweest van het wel wee van de wilde ganzen in Zweden om op zo´n voortreffelijke wijze vanuit ganzenperspectief de wereld te kunnen beschrijven. Ik ben naar de bibliotheek geweest om navraag te doen of dit boek daar tegenwoordig nog aanwezig is. En jawel hoor! Ik heb het boek nog eens doorgelezen. Het is nog steeds een boeiend verhaal om te lezen en ook de begeleidende tekeningen spreken tot de verbeelding. Dit boek is ook voor de moderne jeugd en zelfs voor sommige volwassenen (!) nog interessant om te lezen.

Nog altijd als ik ganzen hoor overvliegen, ga ik naar buiten om ze beter te kunnen horen en eventueel ook te zien. Het blijft voor mij een fascinerende belevenis.

Heusden en omgeving is ook overwinteringgebied voor een groot aantal ganzen afkomstig uit het hoge noorden. Ik ga altijd wel een paar keer in de polders op zoek naar de ganzen. Op 8 januari na de middag waren er ongeveer 2000 kolganzen te vinden op de vochtige, voedselrijke weilanden ten zuiden van de eendenkooi De Rijskampen in de Vughtse Gement; ook langs de Voordijk bij Vlijmen zag ik ca. 17 Canadese ganzen; bij de Sompen en Zooislagen en het Luisbroek bij Haarsteeg telde ik nog eens ongeveer 1000 kolganzen, enkele brandganzen en een klein groepje rietganzen. Ook in de uiterwaarden van de Maas bij Bokhoven en Hedikhuizen waren enkele honderden grauwe ganzen te vinden en ook nog een aantal Canadese ganzen. Op 14 januari – intussen stonden de uiterwaarden onder water – waren er na de middag in de Vughtse Gement vrijwel geen ganzen te vinden. Ze verplaatsen zich kennelijk voortdurend. In Doeveren echter bij het Oude Maasje waren toen honderden grauwe ganzen en kolganzen te zien. Ook op de Gorseweide (Graasweide) bij Elshout zag ik nog een paar honderd grauwe ganzen.

Zoals reeds vermeld, bevonden zich op 8 januari in het gebied tussen de Gementweg en de Honderdmorgenseweg in de Vughtse Gement een paar duizend kolganzen, herkenbaar aan de witte kol rondom de snavel. Dat was zonder meer een indrukwekkende aanblik. Ik parkeerde mijn auto langs de weg vlak bij de ganzen. Dat gaf aanvankelijk wat onrust. Ik bleef echter rustig in mijn auto zitten en spoedig was de rust weergekeerd. Mijn stilstaande auto als zodanig werd niet meer als een gevaar gezien. Ik deed voorzichtig het raam open en keek met mijn verrekijker bij de hand naar een onafzienbare groep kolganzen. Ik bleef een tijd aandachtig kijken en luisteren. Je wordt dan als het ware gans met de ganzen. Je voelt intuïtief een natuurlijke verbondenheid met de ganzen. Dat is pas een echte belevenis. Fascinerend! Het is werkelijk verwonderlijk hoe rustig en gedisciplineerd zo’n grote groep ganzen zich gedraagt.


Sommige ganzen sliepen met de kop tussen de vleugels, andere graasden en weer andere hielden de wacht. Vooral de oudere ganzen, herkenbaar aan de dwarse, donkere strepen op hun borst, bleven attent. De verschillende families vormden weer aparte groepjes binnen het grote geheel. Ouders met jongen (herkenbaar omdat de jongen van het afgelopen jaar nog geen witte bles hadden) bleven bij elkaar en verplaatsten zich telkens samen. Zachtjes al gakkend communicerend. Je beseft dan, dat ook ganzen een emotioneel leven leiden en met elkaar communiceren. De ganzen beseffen ook, dat het leven in een grotere groep met veel ogen en oren hier in deze omstandigheden nu veiliger is. Ze kunnen o.a. af en toe, ieder op zijn beurt, rustig even slapen. De kolganzen broeden in de zomermaanden op de kale, natte toendravlakte in de delta van de Petsjorarivier in het noorden van Rusland. Ze leggen ca. 3000 km af om hier te komen overwinteren! Hoe weten ze de weg? Ze hebben behalve een intuïtief weten ook een soort ingebouwde tomtom en er zijn natuurlijk een aantal oudere ganzen in de troep die de tocht al herhaalde malen hebben meegemaakt. Deze weten uit ervaring waar onderweg gebieden te vinden zijn, waar ze kunnen uitrusten en zich kunnen voeden. Om daarna de tocht weer voort te kunnen zetten om uiteindelijk op de overwinteringplaats aan te komen. Dat is voor veel ganzen Nederland met zijn grazige weiden en akkers.

Binnenkort keren de ganzen weer terug naar hun broedgebied in het hoge noorden. Ze vliegen dan weer in grotere of kleinere groepen met één gans aan de spits die – net zoals bij wielrenners – regelmatig wordt afgewisseld. Ze vliegen schuin achter elkaar, gebruikmakend van de wervelende luchtstroom van de vóór hen vliegende ganzen. Zo leggen ze honderden kilometers in één keer af. Een topprestatie! Ik wens ze in mijn hart een voorspoedige vlucht en hoop ze in het najaar met hun jongen weer terug te zien!

Door dergelijke waarnemingen ben ik voor mij zelf tot de conclusie gekomen, dat de aanhangers van het Darwinisme geen gelijk hebben als ze beweren, dat dieren voortdurend met elkaar in strijd zijn en alleen de best aangepaste overleven. Veel dieren overleven juist door samenwerking en wederzijdse hulp. Ook in de dierenwereld bestaat een bepaalde sociale verantwoordelijkheid en wederzijdse genegenheid (b.v. tussen jongen en hun ouders); dieren beschikken over emoties, een intuïtief weten en een bepaald inlevingsvermogen; ze hebben ook een leervermogen (de jongen leren van de ouders, evenals kinderen leren van hun ouders); ieder dier heeft ook een individuele identiteit. Inlevingsvermogen is ook voor mensen van groot belang om respectvol met dieren te kunnen omgaan.
De wetenschappelijke benadering laat het in deze helaas afweten.


Wetenschappers vinden, dat je per definitie persoonlijke emoties moet uitschakelen bij het bestuderen van dieren en komen zo tot een heel eenzijdige, mechanische kijk op de dierenwereld met grote gevolgen voor een groot aantal dieren. Gelukkig beschikken veel mensen desondanks over een goed ontwikkeld inlevingsvermogen in dieren en deze mensen vragen – terecht - in toenemende mate aandacht voor het welzijn van dieren!

Vriendelijke groet, Cees van der Meijden

© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010