Home > Natuur- & Cultuurhistorie > Inventarisaties > >Vlinderinventarisatie
Vlinderinventarisatie
klik hier voor het verslag van 2011 over het Zanddepotklik hier voor het verslag van 2011 over het Natuurpark
klik hier voor het verslag van 2011 over de Kanaaldijk
klik hier voor het verslag van 2011 over de Elshoutse Wielen
klik hier voor het verslag van 2011 over de Hooibroeken
25.05.2011
Vlinders en temperatuur
Op de avond van 25 april 2011 kunnen we het zoveelste weerrecord schrijven.
Wat is het geval, op deze avond het voorjaar met de meeste zonuren tot dan ingehaald door dit voorjaar, sinds de registraties hiervan plaats vinden.
De natuur en dus ook de vlinders reageren hier nadrukkelijk op. Alles is aan de (zeer) vroege kant. De pinksterbloemen zag ik al in de eerste dagen van maart in bloei staan.
Met de hoge temperaturen gaat de bloei en het vormen van de zaadvruchtjes zeer snel. En van deze verse zaadvruchtjes moeten de jonge rupsjes van het oranjetipje het hebben.
Zijn de zaadvruchtjes al aan het rijpen, worden ze hard en kunnen de jonge rupsjes er niet met hun kaken door heen komen.
Met andere woorden het moet allemaal synchroon lopen. Het oranjetipje was ook vroeg dit jaar, dus aan die eis is redelijk voldaan, maar het betekent wel dat alles dus weken naar voren geschoven is.
Het oranjetipje is normaal rond Koninginnedag nog vol op aanwezig, maar nu was rond deze tijd, de piek van de vliegtijd alweer voorbij. Op 7 mei had de vlinderwerkgroep een excursie gepland waar het oranjetipje centraal zou staan. In het gebied de Pax, had Joost altijd veel oranjetipjes waar genomen. Enige tijd voor deze datum hebben we nog gecheckt en besloten om deze tocht door te laten gaan. Op deze voorwandeling zagen we nog een wijfje eitjes afzetten en eitjes die al gelegd waren. De pas gelegde eitjes zijn wit om hierna oranje te kleuren. Hier was duidelijk waar te nemen, dat het wijfje van de hele weide vol met pinksterbloemen, alleen die pinksterbloemen uitzocht om haar eitjes af te zetten, die langs de bosrand stonden, de rest negeerde ze. Dit doet ze, omdat het oranjetipje, ongeveer 8 tot 9 maanden pop is. Deze pop wil aan een houtige ondergrond verankerd zijn, om in de winter niet tegen de vlakte te gaan. Op 7 mei, de dag van onze tocht, was er eigenlijk van de pinksterbloemen niet veel meer te zien. Als je goed keek was er nog wel wat, maar niet meer de hoeveelheden als er voor. Ook hebben we nog wel enkele oranjetipjes gespot, maar een oranjetip trip was het niet meer. Wel zagen we nog bonte zandoogjes, landkaartje, dagpauwoog en vermoedelijk het eerste exemplaar van het groot dikkopje, maar dit ging in een flits en nemen deze niet officieel mee. Nog wel de rupsen van de kleine vos op de brandnetel, makkelijk te herkennen aan de vaak overheersende gele kleur, wat de andere brandnetelrupsen niet hebben. Ook waren er al weer diverse “nesten” van de eikenprocessierups te bewonderen. En hebben we nog diverse rupsen van nachtvlinders gevonden, maar geen bijzondere soorten. Ook de rupsen groeien snel, met de hoge temperaturen, ook zijn er al diverse warme nachten geweest, waar bij de groei extra snel kan gaan. Zo vond ik op 1 mei, al een bijna volgroeide rups van het eikenpage, langs het Drongels Kanaal in Drunen.
De aanhoudende droogte kan wel de kwaliteit van de diverse waardplanten aantasten, waardoor een rups naar beter voedsel gaat zoeken. Als hij dit niet kan vinden en zijn laatste vervelling al achter de rug heeft, kan hij zich veilig gaan stellen en “besluiten” te verpoppen. Dit resulteert in een te kleine vlinder, voor wat normaal voor de soort geldt. Hieraan is dus wel duidelijk te zien dat de rups een crisis heeft door gemaakt. Ook kan bij deze extreme droogte de nectar in de bloemen minder zijn dan gebruikelijk, wat natuurlijk ook nadelig uitpakt. Kortom de meeste vlinders houden van warmte, maar het kan ook nadelige gevolgen hebben. Hoe staat het met de soorten in onze ‘groene' gemeente Heusden. De gemeente, die de vlinder, als ambassadeursoort heeft gekozen, om de biodiversiteit te bevorderen, heeft onze bloemrijke bermen alweer tegen de vlakte gemaaid. Dit terwijl de afspraak is, na 15 mei, niet maaien. Weg vlinders, weg insecten, niet gefaseerd maaien, nee meteen alles maar, nu we toch bezig zijn is kennelijk de gedachte. Denken ze überhaupt wel? Desondanks staat de dag-vlinderteller in onze gemeente momenteel op 20 soorten, waarvan het eikenpage, nu nog als rups. Ik hoorde via André dat het koninginnenpage ook al gezien is. Dat zou de teller op 21 soorten brengen. Als iemand het hooibeestje ziet, in de gemeente Heusden hoor ik dit graag. De nachtvlinderstand, staat op dit moment op 104 soorten, waarvan twee soorten, namelijk de elzenuil en de drievlekspanner, nog niet eerder door mij gezien waren in onze gemeente.
Paul Kreijger, coördinator vlinderwerkgroep
07.05.2011
op 7 mei vond er een vlinderexcursie naar eendenkooi Px ( eigendom van Brabants Landschap ) plaats. Willemien Marti maakte er foto’s van. vlinderexcursie
30-11-2010
Vlinderpraat
Paul Kreijger legt uit waarom een artikel in het BD j.l. niet helemaal is zoals het is.
Artikel BD
Reactie
22.11.2010
OPRICHTING VLINDERWERKGROEP
De vlinderwerkgroep is bij de laatste ledenvergadering in oktober opgericht.
Zij bestaat momenteel uit de volgende personen: Piet, Joost, Rien en Paul.
Hugo wil zich in principe ook aansluiten, maar heeft de eerste 2 jaar helaas geen tijd.
Het is al wat later in het seizoen, voor de dagvlinders begint het al wat op te schieten, als het om de vlinders gaat.
Maar de nachtvlinders daarentegen zijn nog wel actief, dat wil zeggen bepaalde soorten. In principe zijn er het hele jaar door vlinders te bewonderen, echter hoe kouder het wordt, laten we zeggen onder de 3 graden is er heel weinig activiteiten onder vlinders te bespeuren.
Houdt de kou aan dan gaan de herfst/winter vlinders in diapauze, de “winterslaap” zouden we het kunnen noemen. De echte wintervlinders en najaarsspanner vliegen door tot in december, soms tot eind december en sterven dan.
Joost had in een ouder verslag gezien dat de gageluil, een bijzondere nachtvlinder, in de Baardwijkse Overlaat is voor gekomen.
Zelf heb ik deze hier nog nooit geïnventariseerd dus uit eigen ervaring weet ik dit niet.
In het Nieuwkuijks bosje te Vlijmen heb ik hem nog nooit mogen ontmoeten, daar staat namelijk ook nog wat gagelstruweel.
Maar zoals gezegd het is een zeldzame vlinder.
Dus op zaterdag 16 oktober zijn we heel bescheiden begonnen in de Baardwijkse Overlaat. Wij, Joost, Rien met kleinzoon, Peter en Paul waren om 18.30 uur ter plaatse.
Wij hebben wat bomen met een heerlijk mengsel voor vlinders en wellicht ook voor mensen, ingesmeerd.
Dit zijn smeerplekjes van ongeveer 15 bij 15 centimeter. Dit smeersel bestaat uit: oud bruin bier, rum, rode wijn, suiker, en diverse stroopsoorten.
Het was helaas vrij koud en helder die avond, ook hebben we het licht op een laken laten schijnen.
Het resultaat was 1 geelbruine herfstuil op licht. Op de stroop was het resultaat beter:
- 3 exemplaren van de zwartstipvlinder,
- 4 ex. van de bosbesuil,
- 9 ex. van de roodkopwinteruil,
- 3 ex. van de bruine herfstuil,
- 3 ex. van de wachtervlinder,
- 2 ex. van de geelbruine herfstuil, en bij het weg gaan zat er nog een gepluimde spanner op het aggregaat.
Maandag 18 oktober was het een stuk milder met de temperatuur, ben ik nog even in het Nieuwkuijksbosje aan het smeren geweest en meteen hogere aantallen, door de temperatuur.
Hier het resultaat:
- 36 ex. bosbesuilen,
- 11 ex. bruine herfstuilen,
- 16 ex. roodkopwinteruilen,
- 2 ex. geelbruine herfstuilen,
- 5 ex. wachtervlinders,
- 2 ex. gevlekte winteruilen en een meidoornuil.
Dus met een keer een onderzoekje weet je nog lang niet alles.
Op 6 november, de temperatuur was niet zo heel laag tegen de avond, toch nog een keer gesmeerd in de Baardwijkse Overlaat.
Twee uur voor het donker werd de stroop aangebracht, op ongeveer een 15-tal bomen. Dit weer in de buurt van de Gagel bossages.
Ongeveer 2 uur na de eerste duisternis de stroopplekken gecontroleerd, maar helaas de zeldzame gageluil was er ook nu weer niet bij.
Maar na de overwintering van deze soort kan vanaf begin maart deze soort weer actief worden en weer nieuwe pogingen ondernomen worden om vast te stellen of hij mogelijk toch nog aanwezig is.
Wat ik wel heb waargenomen op deze avond:
- 2 ex. van de zwartvlekwinteruil,
- 4 ex. van de bosbesuil,
- 4 ex. van de bruine herfstuil,
- 6 ex. van de roodkopwinteruil,
- 7 ex. van de wachtervlinder,
En verder waren er zeker 20 exemplaren van de kleine wintervlinder al weer aktief en diverse exemplaren waren in copula.
Dit blijft een apart gezicht, zo’n normaal gevleugeld mannetje met een vrijwel vleugelloos vrouwtje aan de gang. Het wijfje van de wintervlinder heeft kleine vleugelstompjes.
De veel zeldzamere berkenwintervlinder, heeft wijfjes met wat langere vleugelstompjes die meer dan de helft van de lengte van het lijf bedragen.
Maar deze soort heb ik niet waargenomen.
Paul Kreijger,
p.kreijger@gmail.com
OPROEP VLINDERWERKGROEP
Oproep voor nieuwe leden vlinderwerkgroep
Bij deze wil ik me graag voorstellen en een oproep doen aan geïnteresseerde leden om samen met mij een vlinderwerkgroep op te richten.
Mijn naam is Paul Kreijger, ik woon in Hedikhuizen en ben al vele jaren lid van de Natuur- en Milieuvereniging.
Van kinds af aan ben ik al met de natuur en in het bijzonder met vlinders bezig. Dit in vele facetten zoals dagvlinders, nachtvlinders, rupsen, kweken, fotograferen en waarnemen.
In Noord-Holland waar ik oorspronkelijk vandaan kom, hadden we een nachtvlinderwerkgroep in het Noord-Hollandse duinreservaat. Toen ik in 1980 naar Brabant verhuisde is deze groep uit elkaar gevallen. Hier opereer ik tot nu toe in mijn eentje, daar ik geen „vlindermensen‟ in onze buurt ken.
Helaas, het mag bekend zijn, gaat het met de dagvlinders niet goed. Een uitzondering is de schitterende koninginnepage, die het de laatste jaren wat beter doet. Een ander voorbeeldje is het hooibeestje, 20 jaar geleden in onze gemeente een gewone verschijning.
Dit jaar heb ik er hier eindelijk weer één gezien in, mijn laatste observatie was 16 jaar geleden! Gelukkig komt deze vlinder op andere plaatsen in Nederland nog wel veel voor. In Nederland hebben we zo'n 54 soorten dagvlinders en globaal 2300 soorten nachtvlinders. Met dien verstanden dat er hiervan 1400 soorten, zogenaamde micro-vlinders zijn, dit zijn de motvlinders. Maar ook bij de nachtvlinders, zie je dat er veel soorten achteruit gaan, dit valt minder op omdat minder mensen zich er mee bezighouden.
Sinds ik hier woon ben ik ook hier met nachtvlinders bezig, vooral bij de roeivijver in Drunen en het Nieuwkuijkse bosje. Bij mijn observaties gebruik ik licht en een soort stroop om de vlinders te lokken. Op deze plekken heb ik een behoorlijke database opgebouwd. Ik neem waar dat de achteruitgang van veel soorten heeft plaats gevonden.
Gelukkig zijn er ook lichtpuntjes, de verrassingen, we moeten blijven hopen en vooral koesteren wat we hebben. De grote verrassingen waren in Vlijmen (2009), het karmozijnrood weeskind, het klein avondrood en de absintmonnik.
Dit jaar in Drunen, de poelruitspanner en in Vlijmen weer karmozijnrode weeskinderen en in Hedikhuizen de kamillevlinder en de kompassla-uil. Ook de laatste jaren veel vlinders en rupsen van de kolibrievlinder, dit is een trekvlinder die onze winters niet overleeft. Ook ben ik in de eigen tuin veel met licht bezig en heb ook de laatste jaren veel leuke soorten waargenomen. Dit jaar in eigen tuin op de kompassla, veel rupsen van de kompassla-uil. De meeste mensen moeten van wilde planten, sommige schijnen dit onkruid te noemen, niets hebben, ik ben blij dat ik het toch heb laten staan. Kortom, toch heel veel soorten in de gemeente Heusden.
Daarom zou ik mijn ervaringen graag met anderen willen delen.
En zou ik graag een werkgroep over vlinders, al dan niet gecombineerd met libellen en/of insecten, willen oprichten.
Dus bij deze het verzoek aan mensen die hier belangstelling voor hebben zich bij mij aan te melden.
Paul Kreijger
tel. 0416-662869
email. p.kreijger@gmail.com

