Home > Natuureducatie > Natuureducatie algemeen


Natuureducatie algemeen


01-10-2017
Het project Food4Bees maakt doorstart.
Eind mei kregen wij van Piet de Jong, van subsidieplatform de Langstraat een mail met het verzoek iets te doen aan de zorg voor de wilde bijen. De provincie zorgde voor de Food4Beessubsidie en ook het platform de Langstraat kon bijspringen. Wij waren direct enthousiast. Te meer omdat wij al met verschillende kleinschalige projecten voor bijen bezig waren. Er werden contacten gelegd, achtergrondinformatie ingewonnen en natuurgebieden bezocht.
Hierbij was ook de projectleider van de provincie Dion Heerkens en de bijendeskundige T.Peeters aanwezig. De gemeente stelde een perceel grond van 1.4 ha beschikbaar, een inrichting op kaart volgde. Het was even stevig doorwerken, maar eind juli was alles klaar. Wij, de NMVH en de buitendienst van de gemeente Heusden, leverden alle plannen in en nu was het wachten op de provinciale beoordelingscommissie. Dat wachten duurde tot begin september, toen waren de heren eindelijk terug van vakantie. 6 september kwam de uitslag. Er mag gezaaid worden, er mag geplant worden. Maar alles moet wel gebeuren voor 30 september!!???. Drie weken hebben we de tijd om alles te realiseren. Onmogelijk. Het plantseizoen begint pas in oktober. En voordat je gaat zaaien moet de grond bewerkt worden. Er kan niet gezaaid worden zonder grondbewerking? De aannemers moeten een prijsopgave geven, er moet voorwerk gebeuren en dat allemaal voor 30 september. Als de projectleider ons had verteld dat het geheel voor 30 september gereed moest zijn, waren we niet aan dit project begonnen. Het is onmogelijk. Echt weer een staaltje van ambtenaren, die niets van de praktijk weten, maar wel beslissingen moeten nemen over subsidieverstrekking. De voorbereiding heeft ons veel tijd en veel energie gekost. Even was er moment van grote frustratie en negatieve energie. Maar we zitten niet bij de pakken neer. De gemeente Heusden pakte direct de draad weer op en zorgt dat er toch poelen worden gegraven, dat er toch bloemrijk grasland komt en dat er geplant kan worden! Wij maken bijenhotels, plaggen en zaaien en helpen mee met planten. We starten deze maand en gaan door tot de boomplantdag in maart. Verder loopt er ook nog een Wilde bijenproject bij het Brabants landschap. Hier sluiten we als NMVH ook bij aan. We gaan dus gewoon samen met de gemeente door met het vergroten van de biodiversiteit in onze gemeente. Maar duidelijk is wel dat we voorlopig projectmatig geen tweede keer met die goed betaalde hotemetoten van de provincie in zee zullen gaan.
Joost van Balkom

18-06-2017
Subsidies Natuur en Landschap
Natuur in Brabant is bijzonder en waardevol. De provincie beschermt en ontwikkelt de Brabantse natuur en wil deze op een slimme manier verbinden met de Brabantse samenleving en economie.

In een aantrekkelijke groene provincie is het beter wonen, werken, leven en verdienen. De provincie helpt ook anderen, zoals gemeenten, natuurbeschermingsorganisaties en particulieren bij hun inspanningen om de Brabantse natuur en het landschap te verbeteren.

Kijk voor een overzicht van de subsidies op de website van de provincie. brabant.nl

21-05-2017
Natuurnetwerk voor planten, dieren en mensen
Door natuurgebieden te vergroten en onderling te verbinden ontstaat een sterk Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Dat is belangrijk om genoeg voedsel te vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk Brabant is ook belangrijk voor de Brabantse samenleving en economie. Mensen voelen zich gelukkiger en zijn gezonder met natuur om zich heen. Huizen dichtbij natuur hebben vaak een hogere waarde. Bomen en planten nemen CO2 op uit de lucht en de natuur vangt overtollig water op tijdens hevige regenbuien.

Provincie Noord-Brabant werkt daarom aan het NNB. Zoals bijvoorbeeld via het eigen Groen Ontwikkelfonds Brabant. Dat fonds stimuleert initiatiefnemers die zelf natuur willen maken en beheren.

De Brabantse partners nodigen bedrijven, particulieren, gemeenten en organisaties uit om zelf nieuwe natuur te maken en toe te voegen aan het Natuurnetwerk Brabant. Wil je weten hoe? Ga naar groenontwikkelfondsbrabant.nl

Ga voor het hele bericht naar brabant.nl/natuurnetwerk

26-02-2017
Nieuwe Wet Natuurbescherming
Nieuwe Wet Natuurbescherming en VBNE De Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE) geeft een nieuwsbrief uit. Daarin staan regelmatig interessante berichten over natuur en landschap.

In de laatste nieuwsbrief staan vier links naar presentaties die over de Wet natuurbescherming gehouden zijn: www.vbne.nl/presentaties.
Geef je op voor deze nieuwsbrief via www.vbne.nl/nieuwsbrief.

26-02-2017
Groene academie Noord-Brabant online
In januari is de Groene academie Noord-Brabant online gegaan. Deze website wordt het centrale loket waar opleidingsactiviteiten en andere vormen van kennisoverdracht, voor ieder die actief is in natuur en landschap in de provincie Noord-Brabant, te vinden zijn.

De ‘Groene academie’ is een samenwerkingsverband van Brabants Landschap, Brabantse Milieufederatie, IVN Brabant, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s, zoals Ravon).

De website bevat een activiteitenkalender waar de cursussen van alle natuurorganisaties aangeboden worden en geïnteresseerden zich in kunnen schrijven (of worden verwezen naar de website van de organiserende partij). Daarnaast is er een pagina waarop docenten zich kunnen presenteren. Deze pagina staat open voor ieder, die een lezing, instructie of workshop kan verzorgen voor groene vrijwilligers. Heb jij digitale kennis die je wil delen, bijvoorbeeld publicaties of digitale leermiddelen? Daarvoor is de kennisbank heel geschikt.

Ga voor het hele bericht naar www.brabantsemilieufederatie.nl.

05-02-2017
NatuurStreken van het Brabants Landschap
Op de natuurwerkdag heeft het Brabants Landschap weer een opname gemaakt voor een nieuwe aflevering van NatuurStreken. De derde aflevering gaat over poelen en hun beheer.

Met NatuurStreken probeert het Brabants Landschap natuur- en landschapsbeheer niet als droge kost te brengen, maar snel, tastbaar en met een knipoog.

22-01-2017
Het Living Planet Report: Natuur in Nederland
Er is in Nederland veel onderzoek gedaan naar allerlei aspecten van onze natuur.
Overal zijn professionele en amateur-onderzoekers actief om de stand van flora en fauna vast te leggen en de hoeveelheid rapporten die een inzicht geven in de samenstelling van onze natuur is zonder meer indrukwekkend.
Een nadeel is dat de samenhang en aansluiting van al deze rapporten niet altijd
duidelijk is, omdat onderzoeken vaak vanuit verschillende gezichtspunten
plaatsvinden, en vaak gericht zijn op bepaalde sectoren van de natuur.
Het is daarom een goede zaak dat een aantal organisaties de krachten gebundeld
heeft en alle beschikbare informatie over de Nederlandse natuur wil samenbrengen in
een totaaloverzicht: “Natuur in Nederland”.
Hiervan is de eerste samenvatting eind 2015 verschenen.

De hierin samenwerkende organisaties zijn:
Het Wereld Natuurfonds
-Naturalis Biodiversity Center
-Anemoon (Marien onderzoek))
-EIS Kenniscentrum Insecten
-AVON (Reptielen, Amfibieën, Vissen)
-Sovon Vogelonderzoek
-Vlinderstichting
-Zoogdiervereniging

Momenteel ontbreken hierbij nog de organisaties die zich bezighouden met de flora,
de paddenstoelen en de overwinterende watervogels, maar men hoopt deze in een volgende editie te kunnen toevoegen.

Het rapport analyseert de situatie vanaf 1990 t/m 2013.
Het jaar 1990 is als basis genomen omdat eerst in dat jaar voldoende betrouwbare cijfers over al deze sectoren beschikbaar zijn.
Gesteld wordt dat het daarom moeilijk is in een getal uit te drukken wat er in Nederland sinds 1900 aan natuur verloren is gegaan. Volgens een schatting van het Planbureau voor de Leefomgeving is ruwweg 60 procent van de natuur uit 1900 verdwenen. De soortenrijkdom
rond 1900 was zo groot omdat bij de grote industrialisatie van Nederland veel natuur is verdwenen.

Het rapport geeft een analyse van de situatie in:
-de natuurgebieden,
-het agrarische landschap,
-in stad en dorp,
-in zoet water en moerassen,
-in het Noordzeegebied.

In de natuurgebieden is de omvang van de populaties van diersoorten sinds 1990 gemiddeld afgenomen met 30 procent, maar er is een groot verschil in de ontwikkelingen in bossen en die in open terreinen. In bossen was de situatie stabiel.
Hier doen vooral algemene bosvogels, vleermuizen, holenbroeders en roofvogels het goed.
In open terreinen is sprake geweest van een afname met 50 procent. Hier hebben o.m. vogels en vlinders te lijden van de stikstofdepositie.
De laatste tien jaar is de situatie echter ook daar stabiel gebleven.

In het agrarische landschap daalde de omvang van populaties van diersoorten tussen 1990 en 2013 gemiddeld met 40 procent.
Zowel dagvlinders als broedvogels zijn als groep achteruit gegaan.
De haas bleef stabiel, das en hamster zijn vooruitgegaan, hermelijn en wezel gingen achteruit.

In stad en dorp zijn tussen 1990 en 2013 de populaties broedvogels en dagvlinders
met 30 procent afgenomen. Vlinderpopulaties gingen de gehele periode achteruit; bij
vogels is de situatie de laatste tien jaar stabiel gebleven.

Voor zoet water en moerassen zijn gunstigere cijfers te vermelden.
De populatiegrootte van diersoorten is sinds 1990 met 40 procent toegenomen.
De zoetwatervissen waren sinds 1990 stabiel. De libellen zijn vooruitgegaan en bleven sinds 2003 stabiel. Otter, en enkele soorten vleermuizen gingen vooruit. De broedvogels van moerassen namen toe.
Amfibieën namen sinds 1990 toe, maar vuursalamander en rugstreeppad hadden een negatieve ontwikkeling.

Ook voor het Noordzeegebied is de ontwikkeling positief.
De populaties van zoogdieren en vissen in de Noordzee zijn tussen 1990 en 2003 gemiddeld met 25 procent toegenomen. Sinds 2003 bleven de populaties gemiddeld stabiel.

De gewone en de grijze zeehond doen het goed en ook het aantal bruinvissen neemt
toe. Ook het aantal vissoorten vertoont een toename.

Tot slot nog iets over de gemeten LPI.
De LPI (Living Planet Index) is een indicator van de biodiversiteit die sinds 1997 over
de gehele wereld wordt gemeten.
Het rapport vermeldt voor Nederland de volgende uitkomsten:
-Voor bosgebieden : LPI stabiel
-Voor open natuurgebieden : LPI afname
-Voor agrarische landschap : LPI afname
-Voor stad en dorp : LPI afname
-Voor zoetwater : LPI toename
-Voor Noordzee : LPI toename

Concluderend mag gesteld worden dat de afgelopen twee decennia een licht herstel
van de natuurlijke rijkdom van Nederland te zien gaven, maar dat er nog grote
verschillen zijn naar leefgebied en type landgebruik.
Hopelijk kan in een volgende uitgave van het Living Planet Report een verder herstel
van de natuur in Nederland worden gemeld.


(Piet de Bont)




22-01-2017
De Eik legt het loodje
Een alarmerend artikel uit PUUR natuur – het ledenblad van
Natuurmonumenten herfst 2016.


Na de alarmerende jaren tachtig waarbij het begrip “zure regen” symbool stond voor
afstervende bossen, leek het juist weer goed te gaan met het bos. De uitstoot van
zwaveldioxide werd teruggedrongen door de komst van filters, katalysoren en
schonere brandstof.

Het bos leek behouden. Leek, want de verzuurde zandgronden herstelden zich niet.
Sterker nog, de bodem raakt steeds verder uit balans.
Ammoniak is de voornaamste boosdoener. Door onze enorme veestapel komt er
steeds meer ammoniak vrij. Dat komt in de bodem terecht, met een vervelende
kettingreactie tot gevolg. Ammoniak zorgt voor verzuring en ophoping van stikstof,
wat de bodem verrijkt. Tegelijkertijd spoelen schaarse mineralen zoals calcium,
kalium en magnesium, nog verder uit. Het gevolg: de oorspronkelijke planten,
paddenstoelen en schimmels verdwijnen, terwijl snelle groeiers zoals pijpenstrootje
en braam profiteren.





























Droogte is fataal
Ook de inlandse eik is de dupe. Zijn wortels groeien veel minder goed in bodems met
veel stikstof.. Dat geldt ook voor bodemschimmels die de eik helpen bij de opnamen
van voedingsstoffen en water. Het maakt de eiken kwetsbaar. Een droogteperiode kan al fataal zijn.
En door de klimaatverandering hebben we die de afgelopen jaren regelmatig gehad.
Het woord “waldsterben” nemen deskundigen nog niet in de mond, maar er is zeker
iets ernstigs aan de hand. Boswachters zien opvallend veel wegkwijnende en
stervende eiken in bossen op de zandgronden van Oost – en Zuid Nederland, zoals
bijvoorbeeld Huis ter Heide bij Loon op Zand.

Het grote aandeel stikstof in de bodem en de schaarste aan mineralen is ook van
invloed op de samenstelling van het eikenblad. Dat bevat minder bouwstoffen voor
rupsen die er van eten. Die zijn veel langer bezig om voldoende voeding binnen te
krijgen. Vaak sterven ze vroegtijdig. En minder rupsen betekent ook minder
rupsetende zangvogels zoals bonte vliegenvangers of koolmezen.
Zij vormen weer het menu van sperwers. De roofvogels komen hierdoor niet alleen in
voedselnood, maar missen ook voldoende bouwstoffen voor hun legsels. Zo verdwijnt
de sperwer stilletjes uit onze bossen op de zandgronden.

Verliezer


De bosmier is een andere verliezer. Hij eet veel insecten en leeft in samenhang met
bladluizen. Die verstrekken de mieren honingdauw, een vloeistof die ze afgeven. In
ruil daarvoor bieden de mieren bescherming tegen vijanden. Minder insecten en
minder bladluizen betekent echter ook minder bosmieren. De ooit zo indrukwekkende
mierenhopen als toonbeeld van gezonde bossen verdwijnen. Zo raakt de kringloop
van het bos steeds verder ontwricht. Met experimentele bodembehandelingen wordt
geprobeerd om de schade te beperken, maar voor een echte omslag is meer nodig:
minder vee, minder ammoniak en stikstof in de natuur.

( Noor Peters – van Dijk)


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010-2017
Vogelgeluid