Home > Overig > Artikelen geschreven door Cees van der Meijden
Artikelen geschreven door Cees van der Meijden
Een verhaal over moraal
lees verder...Het Christelijke Westen
Vooral de oudere generaties in het christelijke Westen zijn grootgebracht met de verhalen uit de bijbel, waarin o.a. het verhaal staat dat in een ver verleden door Jahwe aan Mozes op de berg Sinaï een aantal geboden zijn geopenbaard. Sommigen verstaan dit geopenbaard worden in letterlijke zin, dus dat God uit de hemel is neergedaald om zijn geboden aan Mozes te openbaren, anderen verstaan dit verhaal in overdrachtelijke zin. Mozes zou in het toenmalige hoog beschaafde Egypte een groep Israëlische immigranten die tot slaven waren verworden uit Egypte hebben weggeleid terug naar hun oorspronkelijke woongebied. Onderweg zou Mozes een aantal geboden hebben opgesteld die vanuit zijn perspectief voor zijn volk richting gevend zouden moeten zijn. Volgens de bijbelse moraal is de mens reeds bij zijn geboorte belast met de erfzonde en van nature tot het kwade geneigd. Later stuurde God een Verlosser, Jezus Christus, die door zijn dood aan het kruis vergeving verkreeg voor de zondigheid van de mensheid. In het christelijke Westen is de natuur (ook de natuur van de mens) iets dat onderdrukt en overwonnen moet worden. Mede door deze christelijke levenshouding is de mens in het Westen in toenemende mate van de natuur vervreemd.
Het Verre Oosten In het verre Oosten met name in China zijn de oudere generaties opgegroeid met de filosofische verhalen van Lao-tse en Kongfu-tse (in het westen Confucius genoemd). Het confucianisme heeft meer dan welke andere filosofische richting zijn stempel op de Chinese cultuur gedrukt. Onder Mao mochten deze verhalen niet meer gelezen en bestudeerd worden. Echter in het huidige China, dat aanvankelijk vol bewondering naar het Westen keek, begint men zich te realiseren dat ze vooral hun eigen wortels niet moeten verloochenen. Het voorbije voorjaar heb ik zelf kunnen zien, dat er vlak bij het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, niet ver van het mausoleum van Mao, weer een enorm groot standbeeld van Confucius is geplaatst. De herwaardering van Confucius blijkt o.a. ook hieruit, dat de huidige Chinese regering weer de "harmonieuze" maatschappij van Confucius stimuleert. Confucius leefde ca. 500 jaar vóór Chr. in een tijd van grote politieke en sociale veranderingen die samen gingen met moreel verval. Hij was ervan overtuigd, dat steeds strenger straffen alleen maar zou leiden tot verharding van de samenleving. Daarom probeerde hij een leidraad op te stellen, uitgaande van de natuurlijke emotionaliteit van de mens, waarin de "menselijke" mens centraal stond. Hij ging ervan uit, dat de mens van nature goed is. Mensen kunnen ontroerd zijn, door iets geraakt worden. Daar komt geen verstand aan te pas. Het overkomt je. Vanuit deze basale gevoelens van ontroerbaarheid en mededogendheid ontwikkelde Confucius zijn ideeën over de liefde tot de medemens.
Het is voor ons westerlingen verwonderlijk dat deze Chinese levensbeschouwing al 500 jaar voor Christus werd ontwikkeld. Kostbare deugden als zachtmoedigheid en naastenliefde worden beschouwd als behorende tot de menselijke natuur. Binnen de Chinese wereldbeschouwing vormt de mens een integraal deel van de aarde die weer harmonieert met de hemel die weer harmonieert met de kosmos. Het "onbenoembare" is in alles aanwezig. Daarom is een openbaringsgodsdienst vreemd aan de Chinese denkwijze.
Wie geen vertrouwen in anderen stelt, zal ook nimmer het vertrouwen van anderen winnen. Lao Tse
Evolutie
Als we de geschiedenis van het leven op aarde aan de hand van fossielen bestuderen, stuiten we op een aantal verschijnselen die om een verklaring vragen. De evolutieleer beschrijft een geleidelijke ontwikkeling, waarbij uit eenvoudiger organismen meer ingewikkelder gebouwde organismen zijn ontstaan. Deze ontwikkeling (evolutie) vertoont kennelijk een gerichtheid van lager (weinig gespecialiseerd) naar hoger (meer gespecialiseerd). De evolutieleer is een theorie. Er zijn echter talloze feiten in de biologie die evolutie erg aannemelijk maken. Tot het midden van de 19e eeuw werd vrij algemeen aangenomen, dat diersoorten (b.v. de diersoort "vink" of de soort "schildpad") onveranderlijk waren, hoewel de Fransman De Lamarck (18e eeuw) al in de kruising van verwante soorten een oorzaak zag van het ontstaan van nieuwe soorten. Dieren behoren tot één soort als ze onderling te kruisen zijn en dan vruchtbare nakomelingen voortbrengen. Van een echte ommekeer in het natuurwetenschappelijke denken over het al of niet veranderlijk zijn van soorten, kan men pas spreken nadat Charles Darwin in 1859 zijn beroemde boek "Over het ontstaan van soorten door middel van natuurlijke selectie" had gepubliceerd. Darwin had op het zeilschip "Beagle", dat voor de Britse regering allerlei onderzoekingen in de oceanen moest uitvoeren, een bezoek gebracht aan de Galapagos-eilanden die bestaan uit enkele grote en een menigte kleine eilanden. Deze eilanden hebben nooit in verbinding gestaan met het vaste land van Zuid-Amerika. Daardoor komen er planten en dieren voor die nergens anders worden gevonden. De soortenrijkdom houdt verband met de grote verscheidenheid aan biotopen (leefmilieus). In zijn reisbeschrijving vertelt Darwin dat hij hier het meest getroffen werd door het feit, dat op verschillende eilanden dieren leefden die wel sterk op elkaar leken, maar toch in bepaalde kenmerken van elkaar waren te onderscheiden. Hij werd daarop ook opmerkzaam gemaakt door de vice-gouverneur Lawson die hem vertelde, dat hij in staat was van elk in de archipel voorkomende reuzenschildpad (Galápagos in het Spaans), op grond van de vorm van het rugschild en de kleur, met zekerheid te zeggen van welk eiland het dier afkomstig was. Iets dergelijks viel ook waar te nemen bij de vinken. Dit bracht Darwin op de gedachte, dat al deze op elkaar lijkende vormen niet als afzonderlijke soorten waren geschapen, maar wel moesten afstammen van gemeenschappelijke voorouders. Darwins ideeën kunnen we als volgt samenvatten: Planten en dieren krijgen nakomelingen. Bij de nakomelingen kunnen toevallige veranderingen in de erfelijke aanleg (mutaties) optreden. Deze afwijkingen kunnen gunstig of ongunstig zijn voor het individu in dat milieu. In de strijd om het bestaan (the struggle for life)- je moet natuurlijk niet aan vechten denken – zullen de organismen die het beste aan het milieu zijn aangepast blijven voortbestaan. Dat kunnen de "normale" organismen zijn, maar ook de "erfelijk afwijkende" organismen. Dit wordt natuurlijke selectie (survival of the fittest) genoemd. Het gevolg van de natuurlijke selectie kan zijn, dat "normale" organismen uitsterven en de "erfelijk afwijkende" organismen blijven bestaan. De soort is dan geëvolueerd. De vorm die het best is aangepast aan het milieu, komt dan meestal het veelvuldigst voor.
Frans de Waal een wereldberoemd wetenschapper "De Waal houdt verhaal over moraal" kopte Het Brabants Dagblad van 15 september 2011. Prof. Dr. Frans de Waal die in Waalwijk is opgegroeid, trok veel belangstelling naar zijn oude school, het Dr. Mollercollege. Ik had me ook aangemeld voor deze lezing en kreeg de gelegenheid om even kennis met hem te maken. Frans de Waal is hoogleraar psychologie aan de Emery University in Atlanta en is verbonden aan het Yerkes Regional Primate Research Center aldaar. Hij is gespecialiseerd in de ethiologie (gedrag van dieren) en de primatologie (kennis van de mensapen). Van hem verschenen meerdere boeken. Volgens de Waal legt de wetenschap te veel de nadruk op onze "zelfzuchtige" genen. "Het is het beest in ons, horen we vaak als we iets slechts gedaan hebben. Maar waarom zeggen we dat niet als we iets goeds gedaan hebben? Dat versterkt de gewoonte de natuur er de schuld van te geven wanneer we iets slechts doen en goede dingen juist als ‘"menselijk" aan te merken." Op basis van frappant bewijs dat afkomstig is van zijn uitgebreide onderzoek naar gedrag van mensapen valt De Waal de theorie aan, die stelt dat moraal een dun laagje is over een verder kwaadaardige natuur. Hij laat zien dat er grote samenhang bestaat tussen het gedrag van mens en dier en put daartoe zowel uit darwinistische als recente wetenschappelijke inzichten. Hij neemt aan dat mensen van nature goed zijn. We hebben, volgens De Waal, onze "goede inborst" via een normaal darwinistisch proces van natuurlijke selectie geërfd van onze niet-menselijke voorouders. Om deze veronderstelling te toetsen, nodigt hij ons uit om samen met hem te kijken naar het gedrag van niet-menselijke verwanten die het dichtst bij ons staan: eerst naar dat van de chimpansees, vervolgens naar dat van de primaten (staartloze apen) die wat verder van ons afstaan en tenslotte naar de sociale dieren die geen primaten zijn. "Als onze naaste verwanten gedrag vertonen alsof ze goed zouden zijn, en wij mensen ook, dan noopt het methodologisch principe van de eenvoud ons ertoe aan te nemen, dat goedheid werkelijk bestaat en dat de moraal van de mens en zijn verwanten van een gemeenschappelijk bron afkomstig is." De goedheid van de mens voor zover die uit hun gedrag blijkt, mag dan beter ontwikkeld zijn dan die van niet-menselijke wezens, de eenvoudiger niet-menselijke moraal moet volgens De Waal worden beschouwd als de basis van de veel complexere menselijke moraal. Het empirisch bewijs van De Waal, die de menselijke en de niet-menselijke moraal verbindt, bestaat uit nauwkeurige waarnemingen van het gedrag van diersoorten die verwant zijn aan de mens. Volgens De Waal benadrukte Darwin reeds dat de mens overkomsten met de dieren vertoonde, zelfs op moreel gebied. De oorsprong van deze neiging is geen mysterie. Alle soorten die op samenwerking kunnen vertrouwen – van olifanten tot wolven en mensen – vertonen hulpvaardigheid jegens en loyaliteit aan de groep. Alvorens nog wat voorbeelden van speciaal gedrag van dieren te geven, vermeld ik nog een opmerkelijke passage uit zijn boek: "Neurowetenschappers hebben aangetoond dat emoties veeleer het menselijk redeneervermogen ondersteunen dan dat ze de tegenpool van rationaliteit zijn. Mensen kunnen redeneren en delibereren wat ze willen, als de opties waar ze uit kunnen kiezen niet gepaard gaan met emoties komen ze nooit tot een besluit of een overtuiging." Enkele observaties wat "vergeving en de andere wang toekeren" betreft: Chimpansees kussen en omhelzen elkaar na ruzies om zo de vrede binnen de gemeenschap te bewaren. Bescherming tegen agressie is heel normaal bij apen, mensapen en veel andere dieren, die opkomen voor hun familie en hun vrienden. Empathie (ontvankelijkheid voor de gedragstoestand van soortgenoten) varieert van een zwerm vogels die tegelijk opvliegt, omdat één ervan door een roofdier wordt opgeschrikt tot een moederaap die terugkeert naar een huilend jong om het van de ene boom naar de andere te helpen door haar lichaam er als brug tussen te hangen. Er bestaat bewijs te over van de ene primaat die de andere tijdens een ruzie te hulp schiet, een arm om een aangevallen slachtoffer legt of een andere emotionele reactie op de angst of het verdriet van andere apen. De Waal is er vast van overtuigd dat mensapen zich in elkaars gevoelens kunnen verplaatsen en dat de evolutionaire oorsprong van dit vermogen niet moet worden gezocht in sociale wedijver, ook al wordt dat beweerd, maar in de noodzaak om samen te werken. Verder vraagt De Waal zich af: "Wat is cultuur en vinden we dat ook in de natuur? Als cultuur de sociale overdracht van kennis en gewoonten is, dan komt het in de natuur op ruime schaal voor."
verberg...
22.06.2011
De Elshoutse Zeedijk, stilte na de storm
lees verder...Een eervolle uitnodiging
Begin juni kreeg ik een uitnodiging, ondertekend door burgemeester Willems namens het college, voor een bijeenkomst op 22 juni. De bedoeling was een korte, verkennende fietstocht over de Zeedijk te maken met aansluitend een ontbijtsessie om op symbolische wijze het startsein te geven voor het herstel van de Zeedijk.
Ik citeer uit de tekst van de brief: “Op 21 februari 2011 vond in Geertruidenberg de conferentie rond de Zuiderwaterlinie plaats. De provincie Noord-Brabant heeft hiermee de start gegeven voor dit project. Ook de gemeente Heusden wil een bijdrage leveren aan het opknappen van de Zuiderwaterlinie. Wij doen dat door de komende jaren de Elshoutse Zeedijk te herstellen. De Elshoutse Zeedijk in onze gemeente maakt deel uit van de Zuiderwaterlinie maar is van ver voor het tot stand komen van de linie al aangelegd en daardoor extra waardevol. De provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, de Vereniging Natuurmonumenten en onze gemeente hebben een visie ontwikkeld voor cultuur-historisch behoud en versterking van de natuur- en recreatieve waarden van de Elshoutse Zeedijk binnen het Brabants landschap.”
Ik was heel blij te vernemen, dat ons gemeentebestuur een visie en een uitvoeringsprogramma heeft ontwikkeld voor behoud, bescherming en versterking van de cultuurhistorisch zeer waardevolle Zeedijk. Dat alles in samenhang met de omgeving met zijn landschappelijke en natuurlijke waarden. Ik heb dus met plezier aan deze eervolle uitnodiging gevolg gegeven.
Stilte na de storm
Eeuwenlang werd de Elshoutse Zeedijk geteisterd door stormvloeden, overstromingen, dijkdoorbraken en inundaties. Tegenwoordig ligt de Zeedijk er rustig bij en vormt een prachtige fiets- en wandelroute door een wijds polderlandschap. Het contrast tussen de grillige dijk met zijn wielen en het streng rechtlijnige landschap met aan de Elshoutse kant het nog gedeeltelijk aanwezige slagenlandschap doet een hoge ouderdom vermoeden. Voor wie er oog voor heeft en over een beetje cultuurhistorische kennis beschikt, kan vanaf de Zeedijk de eeuwenoude geschiedenis van het gebied als het ware aflezen.
De oude Zeedijk tussen Drunen en Doeveren is zeer waarschijnlijk ontstaan door ophoging van de oeverwal van een reeds bestaand stroompje dat nog steeds aan de westzijde direct achter de verschillende daar gelegen wielen stroomt. Het staat op de kaart aangegeven als het Drunens Loopke. Men gaat ervan uit, dat dit waterloopje al meer dan duizend jaar geleden door een groot moerassig gebied richting het Oude Maasje stroomde. Dat zou dus betekenen, dat de dijk een nog oudere kern heeft dan de geschatte leeftijd van 600 jaar die velen aanhouden. Een kern die zelfs nog ouder is dan de 800 tot 1000 die anderen bevroeden. Het Drunens Loopke vormde eeuwenlang de grens tussen Baardwijk en Drunen/Elshout en vormt nu nog altijd de grens tussen de gemeente Waalwijk en de gemeente Heusden. West-Brabant was in de vroege middeleeuwen bedekt met moerassen en venen en het nu Langstraatse gebied vormde de noordoostelijke uitloper ervan. De oeverwallen en stroomruggen van de Oude Maas die waren gevormd in de laatste ijstijd waren deels overgroeid geraakt met een veendek. Toen men omstreeks het jaar 1000 dit gebied begon te ontginnen, werden er vanaf de oeverwal van de Oude Maas noord-zuid georiënteerde sloten (het slagenlandschap) aangelegd voor de ontwatering.
Een te ontginnen gebied werd allereerst begrensd door kaden (dijken): zijkaden en achterkaden om instroom van water uit het omliggende gebied te voorkomen. Deze ontginningsblokken werden vanaf de Maas telkens in zuidelijke richting opgeschoven tot men in de dertiende eeuw op de zandwal van de Langstraat stuitte, waarop de dorpen zich konden ontwikkelen. Heel belangrijk waren destijds de grote dwarsdijken op de Oude Maas die een bepaald gebied moesten beschermen tegen het water van het nevenliggende gebied stroomopwaarts. De Zeedijk (afgeleid van “sidewinde” of “zijdwende” of “zijdijk”) moet zo’n dwarsdijk zijn geweest die later ook diende als zijkade van de veenontginning Elshout. Door deze stelselmatige ontginningen ontstond geleidelijk één groot poldergebied dat zich uitstrekte van Woudrichem tot Vlijmen in het oosten en van Zevenbergen tot Dordrecht in het westen: De Grote of Zuid-Hollandse Waard. Aan het einde van de veertiende eeuw raakte het onderhoud van de dijken in verval. Tijdens de grote Sint Elisabethsvloed in 1421 braken de dijken door en ging de Grote Waard ten onder. Er ontstond een soort binnenzee (de Biesbosch) die onder invloed van de getijden stond. Overal werd het veen losgeslagen en vormde zich kleiafzettingen. De Elshoutse Zeedijk die omstreeks 1450 werd versterkt, kreeg toen ook een zeewerende rol toebedeeld. De Zeedijk heeft vanaf 1766 ook een belangrijke rol gespeeld in het systeem van de Baardwijkse Overlaat. Het overtollige water rondom ’s-Hertogenbosch werd toen achter de Heidijk om via de Baardwijkse Overlaat afgevoerd naar de Oude Maas. Aan de zuidzijde is de Zeedijk aangesloten op de Overlaatdijk.
In de 16e eeuw tijdens de Tachtigjarige Oorlog beschermden de steden van Holland zich achter een gebied, dat ze onder water lieten lopen, de z.g. Oude Hollandse Waterlinie. De dijken werden doorgestoken, zodat het land onder water liep om de vijand te weren.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie
Later werd deze waterlinie verder ontwikkeld tot de “Nieuwe Hollandse Waterlinie”. Deze waterlinie strekte zich uit van het IJsselmeer tot aan de Biesbosch . Een gebied van 85 km lang en 3 tot 5 km breed kon onder water worden gezet tot een diepte van ca. 30 tot 60 cm: te diep voor voetvolk en te ondiep voor vaartuigen. Op plaatsen waar wegen de linie doorkruisten, bouwde men schansen en forten. Deze unieke, historische verdedigingslinie heeft een grote historische waarde en dat heeft geleid tot aanmelding voor de Werelderfgoedlijst van Unesco (1995). Ook is het de bedoeling dat de Hollandse Waterlinie op de lijst van Rijksmonumenten wordt geplaatst. In 2005 is de Waterlinie aangewezen als Nationaal Landschap.
Het Zuiderfrontier of de Zuider Waterlinie (later ook wel de Noord-Brabantse Linie genoemd).
Deze militaire verdedigingslinie strekte zich uit van Berg op Zoom via Willemstad, Breda, Geertruidenberg, Heusden en ’s-Hertogenbosch naar Grave en Nijmegen. Ook dit was een aaneenschakeling van vestingsteden, schansen, forten en vooral inundatiegebieden. Deze linie moest de Noordelijke Nederlanden beschermen tegen Spaanse en later Franse aanvallen. De vestingstad Heusden vormde ook een onderdeel van het Zuiderfrontier. Om de strategische betekenis van de vestingstad te bekrachtigen, werd de “Stelling van Heusden” opgericht, waarbij er rondom de vesting Heusden ook een uitgebreid stelsel van schansen, sluisjes, dijken en inundatievlakten ontstond. In oorlogstijden werd het gebied rondom Heusden onder water gezet. De Zeedijk speelde hierbij ook een rol. De dijk werd voorzien van sluizen om het water binnen de dijken te laten (de Genderensche Sluis, de Doeverensche Sluis, de Dubbele Sluis, de Oud-Heusdense Sluis en de Drunense Sluis) en er werden ook twee schansen gebouwd (de Doeverensche Schans en de Elshoutse Schans) om de doorgang over de Zeedijk te belemmeren.
De Stelling van de vestingstad Heusden in werking
In 1793 verklaarden de Fransen de oorlog aan Holland. Toen de Fransen ons land binnenvielen, werd het Zuiderfrontier in stelling gebracht. Ook het gebied rondom de vesting Heusden werd onder water gezet. Wat dat voor de omgeving betekende, beschrijft de toenmalige pastoor Beerenbroek uit Drunen in zijn dagboek: “Vóór het fort Doeveren was de dijk doorgestoken om de inundatie tot den Berg toe te bewerken. Men had ook in de omgeving van Waspik een dijk of kaag doorgestoken, waardoor Baardwijk, Waalwijk, Capelle en Waspik niet alleen ten noorden, maar ook ten zuiden onder water gezet werden, zodat akkers, hoven en achterhuizen overstroomden. Er was dus geen mogelijkheid om Heusden langs deze zijde te benaderen noch om de werken van Waspik of Den Berg te overmeesteren. Elshout was geïnundeerd tot aan de pastorie, evenals de Scheet en de Wolfshoek.
Om Heusden ongenaakbaar te maken langs Vlijmen, had men de Hedikse Dijk achter Haarsteeg doorgestoken op dezelfde plaats waar hij in het jaar 1740 was doorgebroken. Ten noorden waren de weilanden en ten zuiden geheel Haarsteeg met de Hoeven tot Onsenoord onder water, zodat die genoemde dijk, het hoofd boven de baren uitstekende, ongenaakbaar was voor het sterkste leger. Van september tot de overgave van Heusden poogden de Fransen dit gat te bemeesteren, doch vruchteloos, omdat ze noch batterijen konden opstellen langs de dijk wegens het water, noch op de dijk, omdat de dijk te smal was en omdat hij doorgroefd was met de wortels van de afgehakte bomen en omdat ze onder vuur lagen vanaf de Heusdense kant. De 2de Kerstavond echter om tien uur ’s-avonds werd er driemaal op een trom geslagen en de Fransen trokken blijmoedig in de felste kou op naar de Maas om over het ijs over te steken. Alle rivieren en waterwerken waren toen begaanbaar voor het leger en de artillerie door de langdurige vorst van 2 maanden. Het onneembare Heusden werd van alle kanten bestormd.”!
De ontwikkelingsvisie
Na afloop van de fietstocht kregen we een verkorte versie van de Ontwikkelingsvisie Elshoutse Zeedijk aangeboden. Hierin staat vermeld, dat de gemeente Heusden al een aantal jaren de wens koestert om de Elshoutse Zeedijk tussen Doeveren en Drunen te beschermen, te onderhouden en te ontwikkelen. Inderdaad, de afgelopen jaren heb ik namens de Natuur- en Milieuvereniging de ontwikkelingen aangaande de Zeedijk zo goed mogelijk gevolgd. Al in 2004 heeft het toenmalige gemeentebestuur opdracht gegeven aan Adviesbureau Cuijpers om een gebrekenplan op te stellen d.w.z. een rapportage te maken van de bouwtechnische staat van de waterwerken van de Zeedijk. De rapportage werd uitgevoerd door drs. Margreeth Bruijnesteijn en ing. Annemarie Dormans die bij het gereedkomen van het rapport in Elshout een informatieavond hebben gehouden, waarbij ik destijds ook aanwezig was.
Het rapport heeft de titel: “ELSHOUTSE ZEEDIJK – STILTE NA DE STORM” meegekregen. Het is een buitengewoon interessant rapport vanuit een integrale benadering met een inspirerende toekomstvisie. In de huidige Ontwikkelingsvisie van de Zeedijk, in opdracht van het gemeentebestuur uitgewerkt door de Dienst Landelijk Gebied, vind ik deze visie gelukkig weer terug. Tijdens de ontbijtsessie (de broodjes uit het vuistje en de koffie en jus d’orange, aangeboden op de dijk, smaakten heerlijk) was er gelegenheid om met andere deelnemers te spreken. Wethouder Buis bevestigde mij, dat de huidige Ontwikkelingsvisie inderdaad berust op het rapport “Stilte na de storm”.
Ik zal proberen zo kort mogelijk aan te geven wat de Ontwikkelingsvisie inhoudt. Vooraf nog even dit: het belangrijkste is, volgens mij, dat er nu een concrete ontwikkelingsvisie is en dat er een uitvoeringsprogramma op tafel ligt. Het gemeentebestuur wil, gezien de economische omstandigheden, zoals burgemeester Willems het zei, al op bescheiden wijze aan enkele restauraties beginnen. Maar… zei de burgemeester, een en ander moet integraal in groter verband worden aangepakt om voor subsidies in aanmerking te komen. Daarom wordt samengewerkt met een aantal partners en organisaties binnen het kader van het provinciale “project Zuiderwaterlinie”. Onze burgemeester was goed op dreef. “Reisleider” René Bastiaanse die was uitgenodigd om ons op zijn bekende, grappige wijze het een en ander over de Zeedijk te vertellen, werd, wat mij betreft, overtroffen door burgemeester Willems die door zijn enthousiaste en humoristische uiteenzettingen voortreffelijk in staat was op bindende en inspirerend wijze op te komen voor ons aller Zeedijk.
De waterwerken in de Zeedijk
1. Genderensche Sluis 2. Doeverensche Schans en Doeverensche Sluis 3. Dubbele Sluis; 4. Oud-Heusdensche Sluis; 5. Sluisje van het Loopke buiten de dijk; 6. Elshoutse Schans aan de Zeedijk en Schans op de straatweg van Heusden naar Elshout 7. Drunensche Sluis
De sluizen en duikers in de Elshoutse Zeedijk zijn overblijfselen van het waterbeheersingssysteem dat eeuwenlang zijn werk heeft gedaan voor de polders van Genderen, Doeveren, Oud-Heusden, Elshout en Drunen. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de dijk en haar functie.
Zowel voor het droog houden van de hooi- en weidegebieden ten behoeve van de omliggende dorpen als het inunderen ten behoeve van de verdediging van Holland zijn ze van groot belang geweest. Vooral de tot Rijksmonument verklaarde Genderensche Sluis, Doeverensche Sluis, Dubbele Sluis en Oud-Heusdensche Sluis zijn hierdoor cultuurhistorisch, historisch en wetenschappelijk boeiende elementen. Hoewel helaas geen Rijksmonument zijn de Sluis van het Loopke en de Drunensche Sluis vanwege hun plaats in het waterbeheersingssysteem en vanwege hun respectabele ouderdom eveneens waardevol.
1. Genderensche Sluis Deze ligt iets ten noordwesten van Doeveren aan het daar nog bestaande Oude Maasje. Vanaf de aanleg van de Bergsche Maas die in 1904 gereed kwam, heeft deze sluis geen waterkundige functie meer. Dit sluisje was onderdeel van de Molenwetering vanuit Genderen, die op het Oude Maasje afwaterde.
2. Doeverensche of Bovenlandsche Sluis. Deze sluis was onderdeel van de Schans op Doeveren. Later ook wel Fort Doeveren genoemd. Alleen een in het groen verstopte aarden wal en de vorm van een fruitgaard aan de oostzijde van de dijk nabij de Doeverensche Sluis herinneren nog aan de schans. De Bovenlandsche Sluis had zowel een inunderende, uitwaterende als waterkerende functie.
3.Dubbele Sluis Enkele honderden meters verder op de dijk bevindt zich een sluis met twee kokers. Zij staat niet aangegeven op oude kadastrale papieren in tegenstelling tot de Bovenlandsche sluis en de Oud-Heusdense Sluis vijftien meter verderop. Vermoedelijk is deze sluis met de vernieuwingscampagne van de andere sluizen in de tweede helft van de negentiende eeuw opgebouwd. Ook deze sluis had een uitwaterende en waterkerende functie. De sluis voerde het verzamelde water van de polder buitendijks af op het Loopke.
4.Oud-Heusdense Sluis. Ook deze sluis voerde vroeger het water uit de polder van Oud-Heusden af in het Loopke. Op de kadastrale kaart van 1840 zien we duidelijk hoe het water van de Wijde Wetering (de huidige Kooilaan!) richting de dijk wordt gevoerd en door de Sluisvliet langs de Zeedijk via de Oud-Heusdense Sluis en het Loopke werd afgewaterd in het Oude Maasje.
5.Sluisje van het Loopke. Dit buitendijks gelegen sluisje ligt ter hoogte van de Oud-Heusdense Sluis aan het Loopke. Via een draaiwielconstructie boven op het sluisje kan met een houten schuif de afwatering van het Loopke zelf in het Oude Maasje worden geregeld.
6.Het Werk achter de Elshoutse Zeedijk. Halverwege de Zeedijk ligt een eenvoudig woonhuis, gebouwd in het begin van de jaren zestig. Het is opgetrokken uit baksteen en voorzien van een zadeldak. Dit pand is opgetrokken op de plaats waar tot het begin van de twintigste eeuw een fort ter verdediging van de acces (toegang) van de Zeedijk stond. Alleen een gedeelte van de gracht is nog steeds aanwezig. Dit water wordt ook wel het Fort genoemd.
7.Drunense Sluis Deze is gelegen op zeventig meter voorbij de kruising van de Zeedijk met de Kapelstraat/Kampgraafweg. Deze sluis is onderdeel geweest van de waterhuishouding ten zuiden van Elshout. Het peilsteentje suggereert echter dat deze sluis ook van militaire betekenis is geweest.
Dan zijn er nog enkele moderne duikers en overloopjes die zijn aangelegd in de tweede helft van de twintigste eeuw toen de waterhuishouding van het gebied werd gewijzigd door de ruilverkaveling.
De belangrijkste onderdelen van de toekomstvisie
A. Alle waterwerken langs de dijk dienen vanaf de dijk meer herkenbaar en beleefbaar te worden gemaakt . Hiertoe wordt er bij alle waterwerken een hekwerk geplaatst ter markering en verbijzondering van de plek en als doorvalbeveiliging.
B. Alle sluizen dienen te worden hersteld: metselwerk herstellen, voegwerk vervangen, sluisdeuren in oude staat terugbrengen; betonnen en natuurstenen stijlen herstellen en dat soort zaken.
C. Herinrichting van de waterhuishouding. De komende jaren wordt getracht grotere delen van het gebied aan te kopen en deze met het natuurgebied: de Zeedijk, de Hooibroeken en Pax los te koppelen van het omliggende watersysteem dat is afgestemd op landbouwbelangen. Voor verdere informatie hierover verwijs ik naar het artikel van Fons Mandigers in de vorige “Natuurlijk” van juni 2011.
D. Beplantingsplan. Op een beperkt aantal plaatsen langs de dijk zullen doelgericht een aantal bomen worden aangeplant om de ruimtelijke beleving vanaf de dijk nog sterker te maken.
E. Doeverensche Schans. Aan de noordzijde dient de verlande waterpartij – de gracht – rondom de voormalige schans te worden open gegraven, waarbij een deel van de wal van de schans weer geaccentueerd kan worden.
Gezien de waarde van het huidige boomgaardje gaat het hierbij niet om een letterlijke reconstructie van de schans, maar veeleer om het markeren van een bijzondere plek in het landschap, gekoppeld aan de (verdediging van) Doeverensche Schans. De goed onderhouden boomgaard die op zichzelf een waarde aan de plek toevoegt, zou met deze strategie behouden en in particulier eigendom kunnen blijven. Wel is afstemming nodig met de eigenaar. De sluis dient voor een roeiboot passeerbaar te zijn. Ten behoeve van recreatieve mogelijkheden wordt een trap en steiger/vlonder aangelegd aan de zuidzijde met zicht op de sluisdeuren. Aan de zuidzijde van de dijk liggen er kansen om de voormalige schans hier te reconstrueren,zodat begrijpelijk wordt hoe de schans heeft gefunctioneerd als verdediging van dit acces. Voorstel is om binnen dit gedeelte nieuwe bebouwing toe te staan als echo van het bomvrije gebouw dat hier heeft gestaan. Dit gebouw biedt kansen om aan de Elshoutse Zeedijk een horeca gelegenheid te koppelen als natuurlijk punt van informatievoorziening over de cultuurhistorie van deze bijzondere plek.
Aangezien er met de uitvoer van dit zuidelijke gedeelte een structurele aankoop van grond of particulier initiatief is gemoeid, is dit planonderdeel voor de lange termijn.
F. Werk achter de Elshoutse Zeedijk. Van de omringende gracht is alleen nog een zeer klein deel aanwezig rondom het hier aanwezige woonhuis. Het voorstel is om deze gracht in zijn oorspronkelijke vorm opnieuw uit te graven, waarbij de huidige bebouwing intact kan blijven. Het terugbrengen van de waterpartij als herinnering aan het hier gelegen werk, maakt het tevens mogelijk om een verband te leggen met de ecologische verbindingszone die langs de Koningsvliet is gedacht. Bovendien kan hier tussen de Hooibroeksesteeg en de Zeedijk een fietsverbinding worden aangelegd. Op de aansluiting van de Hooibroeksesteeg en de Heusdenseweg lag vroeger ook een schans (Werk op de straatweg van Heusden naar Elshout). Ook hier is nog een klein deel van de gracht in het terrein zichtbaar gebleven. Voorstel is een reconstructie van de verkeersaansluiting en een herstel van de gracht en op beperkte schaal van de omwalling.
G. Autoluw maken van de Zeedijk ten noorden van de Kapelstraat en het gedeelte tussen de Kapelstraat en de Eindstraat.
H. Het Drunens Loopke dient in de toekomst te worden afgekoppeld van het landbouwkundige afwateringssysteem. De gedempte stukken dienen weer te worden opengemaakt om vanuit het zuiden gevoed te worden met schoon (kwel)water en als ecologische verbindingszone opgenomen te worden in het grotere, ecologische geheel, zoals door Fons Mandigers beschreven.
I. De toekomstvisie Zeedijk in relatie tot Gebiedsvisie A59 (Maasroute). De Provincie Noord-Brabant, de gemeenten ’s-Hertogenbosch, Heusden en Waalwijk, het Waterschap Aa en Maas, de Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en ZLTO hebben ook een visie opgesteld voor de ontwikkeling van het gebied tussen ’s-Hertogenbosch en Waalwijk tot 2030. De Rijksweg A 59 speelt hierbij een centrale rol. De positie en de betekenis van de Elshoutse Zeedijk is hierbij nog onvoldoende uit de verf gekomen. De keuze voor een volwaardige op- en afritconstructie aan de westzijde van Drunen conflicteert met de belangen van natuur, recreatie en cultuurhistorie.
Vriendelijke groet, Cees van der Meijden
Foto’s Annie van Bokhoven
verberg...
30.05.2011
De Zandleij
lees verder...Het vroegere bejaardenhuis Jacobushof in Drunen heet na de verhuizing Zorgcentrum Zandley. Dit is voor de bewoners van Drunen niet een naam, waarmee ze zich verbonden voelen.
Het riviertje de Zandleij bevindt zich immers aan de zuidkant van de Loonse- en Drunense Duinen in Udenhout, schreef het Brabants Dagblad.
Als je van de Rustende Jager richting Bosch en Duin fietst of wandelt over de Oude Bossche Baan zie je aan de rechter zijde de zandwal van de Drunense Duinen en aan de linker zijde in de verte een gebied met wilgenstruweel en populieren.
Daar ergens stroomt de Zandkantse Leij. Je ziet er ook enkele huizen staan, dat is het gehucht “Den Brand”.
In het verleden werd er bij deze buurtschap op kleine schaal turf (eerdbrand) gestoken. Vandaar waarschijnlijk de naam: Den Brand. Ook werd er hier riet gesneden.
Tegenwoordig spreekt men over het Natuurgebied “De Brand” dat deel uitmaakt van het Nationale Park de Loonse en Drunense Duinen en een veel groter gebied betreft, namelijk het gehele gebied tussen de Drunense Duinen en de dorpen Udenhout en gedeeltelijk nog, wat mij betreft, Biezenmortel.
Hierbij moet je denken aan het geometrische bos bij het kapelletje aan de Schoorstraat in Udenhout dat is aangelegd door vroegere bewoners van het ernaast gelegen kasteel “De Strijdhoef”.
Denk aan het strokenlandschap, voortgekomen uit vroegere ontginningen, achter de boerderijen in de Groenstraat die van Udenhout naar Biezenmortel loopt. Denk verder aan het gebied met leemhoudende grond bij het kasteel, waar het nattere bos groeit met bosanemonen en speenkruid in het voorjaar en aan het rijkere eiken-beukenbos bij café “t’Gommelen” aan de Gommelse Straat, waar nog een wonderschoon beekje door het eiken-beukenbos meandert richting de Zandleij.
Verder zijn er in dit gebied productiebossen die, naar men zegt, in de dertiger jaren van de vorige eeuw in het kader van de werkverschaffing zijn aangelegd. Verder vindt men er natte weilanden met drinkkuilen (kikkerpoelen) in gebruik door agrariërs uit de omgeving en ook nog wat moerassig bos en wilgenstruweel bij de Zandkantse Straat in Biezenmortel.
Het meest bijzondere gedeelte van het gebied is voor mij het veengebied in het oude beekdal met riet- en zeggemoeras overgaand in elzenbroekbos bij de buurtschap Den Brand.
In het gebied ten noorden van Tilburg (ca. 12 m. boven N.A.P.), dat geleidelijk afdaalt richting Udenhout, ontstaan waterloopjes die zich in het oude beekdal bij Den Brand (ca. 7 m. boven N.A.P.) verzamelen. In het hoger gelegen gebied bij Tilburg zijgt ook water in de bodem dat bij Den Brand weer als kwelwater te voorschijn komt.
Vanuit Den Brand stroomt het water richting de Zandkant en vervolgens naar Cromvoirt om uiteindelijk via het Kanaal van ’s-Hertogenbosch naar Drongelen (gegraven tussen 1907 en 1910) in de Maas te stromen. Voordat dit kanaal gegraven werd, stroomde het water via de Bossche Sloot naar De Maas.
In het ontstaansgebied van de Zandleij bij Tilburg werden in de twintiger jaren van de vorige eeuw vloeivelden aangelegd om het afvalwater van de stad en de textielindustrie te zuiveren.
Toen ik vroeger wel eens met mijn ouders van Loon op Zand naar Tilburg fietste, hing daar altijd een onaangename lucht. Later werd daar een rioolwaterzuiveringsinstallatie gebouwd die het afvalwater van Tilburg reinigde en afvoerde via de Zandleij.
Dat water was nog behoorlijk vervuild. Nog niet zo heel lang geleden stonk het in Den Brand altijd naar kattenpis! Tegenwoordig wordt het afvalwater beter gezuiverd, maar het water heeft nog steeds een bepaalde geur!
Al het afvalwater van Tilburg wordt via de Zandleij geloosd. Om een vlottere afvoer te bevorderen werd er in de zestiger jaren van de vorige eeuw dwars door de Brand een recht kanaal gegraven, dat nu wordt aangeduid met de naam: Zandleij.
De meer oorspronkelijke, in het verleden ook vergraven loop, wordt nu de Zandkantse Leij genoemd. Het woord “leij” komt van “leiden” en geeft aan dat een waterloop in het verleden min of meer vergraven is. Het huidige kanaal de Zandleij dat bij hoge waterstanden overstroomt, draagt nog steeds bij aan de vervuiling van het gebied en vangt ook het kostbare kwelwater weg.
Ook de ruilverkaveling is niet aan het gebied voorbijgegaan. Ten behoeve van de agrariërs wordt de waterstand laag gehouden, wat natuurlijk niet bevorderlijk is voor de vegetatie van een van oorsprong nat en moerassig gebied.
In het veengebied achter het gehucht Den Brand kun je nog een goede indruk krijgen hoe het gebied van de Zandkantse Leij er vroeger heeft uitgezien. Hier is nog te zien hoe een natuurlijk verlandingsproces zich afspeelt. Aansluitend op de waterloop zie je hoe rietmoeras via zeggemoeras overgaat in elzenbroekbos.
Wat het elzenbroekbos betreft: aanvankelijk ontwikkelt er zich een wilgenbroekbos met her en der elzenstruiken die vervolgens boven de wilgen uitgroeien en te veel licht onttrekken aan de lichtminnende wilgen die dan verdwijnen. Aan de randen blijven de wilgen wel aanwezig. Als er dan weer elzenbomen omwaaien of afsterven, omdat de bodem te zuur is of het water te vervuild en dus meestal ook te voedselrijk is, verschijnen er op die plaatsen weer wilgen die ook beter te voedselrijk water kunnen verdragen.
Het gebied tussen de waterloop en het elzenbroekbos, waar, zoals ik zag, gelukkig nog kwelwater te voorschijn komt, kan een interessant gebiedje worden nu het Brabants Landschap, die het gebied beheert, de vervuilde en te voedselrijke bovenlaag ervan heeft verwijderd.
Nu de bodem verschraald is, is te verwachten dat er een interessante vegetatie zal ontstaan. De plannen voor de toekomst zijn, dat het gegraven kanaal, dat nu dus de Zandleij heet en dat midden door het gebied loopt, weer wordt gedempt en dit water dan via een nieuw aangelegde loop, meer aan de rand van het gebied, wordt afgevoerd. De Zandkantse Leij wordt verbreed en mag dan misschien ook weer zijn meer oorspronkelijk loop volgen. De uitbreiding van de stad Tilburg in noordelijke richting vormt een bedreiging voor het ontstaansgebied van de Zandleij. Het is echter de bedoeling dat het regenwater bij bebouwing in dit gebied niet meer via het riool wordt afgevoerd. Tilburg spreekt over een “lekkende stad” Dan is het nog de vraag of de drinkwateronttrekking door Tilburg en bedrijven, zoals Cola en Fuji die enorm veel water aan de ondergrond onttrekken, nog van invloed zijn? Laten we optimistisch zijn en hopen dat de Zandkantse Leij verzekerd blijft van water. Het natuurgebied de Brand kan, denkend aan de huidige droogte, ook een belangrijke functie vervullen als waterreservoir!
Vriendelijke groet, Cees van der Meijden
verberg...
25.03.2011
Gans zijn met de Ganzen
lees verder...Plotseling waren ze er dan weer. Een hele groep ganzen, vliegend in V- formatie. Mijn ouders zeiden dan: “Dat is de V van vorst! De vorst is ingevallen in het hoge noorden en nu komen de ganzen naar het zuiden en nadert ook hier de winter.” Deze jaarlijks terugkerende, gakkende ganzen oefenden een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit. Toen las ik het boek: “De reis van Niels Holgersson” van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf.
Niels een vervelende jongen, zowel voor zijn ouders als de dieren op het erf, wordt door de huiskabouter betoverd in een dwerg. Hij verstaat dan ook de taal van de dieren.
In het voorjaar vliegt er een troep wilde ganzen over de boerderij. Een jonge, tamme, witte gans op het erf kan de lokroep van de wilde ganzen niet weerstaan.
Niels hoort dat de gans roept dat ze mee wil met de wilde ganzen naar het hoge noorden. Niels probeert dit te verhinderen en pakt de gans vast. Te laat!
De gans stijgt op met Niels aan haar hals. Er rest Niels niets anders dan mee te vliegen met de wilde ganzen.
Het wordt een avontuurlijke tocht. De ganzen verdwalen in de mist; weerstaan een storm; worden onderweg bedreigd door otters en marters; beschoten door jagers en belaagd door vossen.
Onder leiding van de oude, wijze en ervaren gans Akka weet de troep uiteindelijk het broedgebied te bereiken.
Niels die inmiddels veel van de ganzen is gaan houden en ze af en toe zelfs weet te redden, wordt in het najaar als de ganzen weer naar het zuiden trekken thuis afgezet.
Hij krijgt zijn eigen lengte weer terug en is dan een grote, liefdevolle jongen geworden met veel respect en verantwoordelijkheidsgevoel niet alleen voor zijn ouders, maar ook voor de dieren.
De schrijfster van dit boek moet een groot inlevingsvermogen hebben gehad en zeer goed op de hoogte zijn geweest van het wel wee van de wilde ganzen in Zweden om op zo′n voortreffelijke wijze vanuit ganzenperspectief de wereld te kunnen beschrijven. Ik ben naar de bibliotheek geweest om navraag te doen of dit boek daar tegenwoordig nog aanwezig is. En jawel hoor! Ik heb het boek nog eens doorgelezen.
Het is nog steeds een boeiend verhaal om te lezen en ook de begeleidende tekeningen spreken tot de verbeelding. Dit boek is ook voor de moderne jeugd en zelfs voor sommige volwassenen (!) nog interessant om te lezen.
Nog altijd als ik ganzen hoor overvliegen, ga ik naar buiten om ze beter te kunnen horen en eventueel ook te zien. Het blijft voor mij een fascinerende belevenis.
Heusden en omgeving is ook overwinteringgebied voor een groot aantal ganzen afkomstig uit het hoge noorden. Ik ga altijd wel een paar keer in de polders op zoek naar de ganzen.
Op 8 januari na de middag waren er ongeveer 2000 kolganzen te vinden op de vochtige, voedselrijke weilanden ten zuiden van de eendenkooi De Rijskampen in de Vughtse Gement; ook langs de Voordijk bij Vlijmen zag ik ca. 17 Canadese ganzen; bij de Sompen en Zooislagen en het Luisbroek bij Haarsteeg telde ik nog eens ongeveer 1000 kolganzen, enkele brandganzen en een klein groepje rietganzen. Ook in de uiterwaarden van de Maas bij Bokhoven en Hedikhuizen waren enkele honderden grauwe ganzen te vinden en ook nog een aantal Canadese ganzen.
Op 14 januari - intussen stonden de uiterwaarden onder water- waren er na de middag in de Vughtse Gement vrijwel geen ganzen te vinden. Ze verplaatsen zich kennelijk voortdurend.
In Doeveren echter bij het Oude Maasje waren toen honderden grauwe ganzen en kolganzen te zien. Ook op de Gorseweide (Graasweide) bij Elshout zag ik nog een paar honderd grauwe ganzen.
Zoals reeds vermeld, bevonden zich op 8 januari in het gebied tussen de Gementweg en de Honderdmorgenseweg in de Vughtse Gement een paar duizend kolganzen, herkenbaar aan de witte kol rondom de snavel. Dat was zonder meer een indrukwekkende aanblik.
Ik parkeerde mijn auto langs de weg vlak bij de ganzen. Dat gaf aanvankelijk wat onrust. Ik bleef echter rustig in mijn auto zitten en spoedig was de rust weergekeerd.
Mijn stilstaande auto als zodanig werd niet meer als een gevaar gezien. Ik deed voorzichtig het raam open en keek met mijn verrekijker bij de hand naar een onafzienbare groep kolganzen.
Ik bleef een tijd aandachtig kijken en luisteren. Je wordt dan als het ware gans met de ganzen.
Je voelt intuÏtief een natuurlijke verbondenheid met de ganzen. Dat is pas een echte belevenis.
Fascinerend! Het is werkelijk verwonderlijk hoe rustig en gedisciplineerd zo′n grote groep ganzen zich gedraagt.
Sommige ganzen sliepen met de kop tussen de vleugels, andere graasden en weer andere hielden de wacht.
Vooral de oudere ganzen, herkenbaar aan de dwarse, donkere strepen op hun borst, bleven attent. De verschillende families vormden weer aparte groepjes binnen het grote geheel.
Ouders met jongen (herkenbaar omdat de jongen van het afgelopen jaar nog geen witte bles hadden) bleven bij elkaar en verplaatsten zich telkens samen. Zachtjes al gakkend communicerend.
Je beseft dan, dat ook ganzen een emotioneel leven leiden en met elkaar communiceren. De ganzen beseffen ook, dat het leven in een grotere groep met veel ogen en oren hier in deze omstandigheden nu veiliger is. Ze kunnen o.a. af en toe, ieder op zijn beurt, rustig even slapen.
De kolganzen broeden in de zomermaanden op de kale, natte toendravlakte in de delta van de Petsjorarivier in het noorden van Rusland.
Ze leggen ca. 3000 km af om hier te komen overwinteren! Hoe weten ze de weg? Ze hebben behalve een intuÏtief weten ook een soort ingebouwde tomtom en er zijn natuurlijk een aantal oudere ganzen in de troep die de tocht al herhaalde malen hebben meegemaakt.
Deze weten uit ervaring waar onderweg gebieden te vinden zijn, waar ze kunnen uitrusten en zich kunnen voeden. Om daarna de tocht weer voort te kunnen zetten om uiteindelijk op de overwinteringplaats aan te komen.
Dat is voor veel ganzen Nederland met zijn grazige weiden en akkers.
Binnenkort keren de ganzen weer terug naar hun broedgebied in het hoge noorden. Ze vliegen dan weer in grotere of kleinere groepen met één gans aan de spits die - net zoals bij wielrenners - regelmatig wordt afgewisseld. Ze vliegen schuin achter elkaar, gebruikmakend van de wervelende luchtstroom van de vóór hen vliegende ganzen.
Zo leggen ze honderden kilometers in één keer af. Een topprestatie! Ik wens ze in mijn hart een voorspoedige vlucht en hoop ze in het najaar met hun jongen weer terug te zien!
Door dergelijke waarnemingen ben ik voor mij zelf tot de conclusie gekomen, dat de aanhangers van het Darwinisme geen gelijk hebben als ze beweren, dat dieren voortdurend met elkaar in strijd zijn en alleen de best aangepaste overleven.
Veel dieren overleven juist door samenwerking en wederzijdse hulp. Ook in de dierenwereld bestaat een bepaalde sociale verantwoordelijkheid en wederzijdse genegenheid (b.v. tussen jongen en hun ouders); dieren beschikken over emoties, een intuÏtief weten en een bepaald inlevingsvermogen; ze hebben ook een leervermogen (de jongen leren van de ouders, evenals kinderen leren van hun ouders); ieder dier heeft ook een individuele identiteit. Inlevingsvermogen is ook voor mensen van groot belang om respectvol met dieren te kunnen omgaan. De wetenschappelijke benadering laat het in deze helaas afweten.
Wetenschappers vinden, dat je per definitie persoonlijke emoties moet uitschakelen bij het bestuderen van dieren en komen zo tot een heel eenzijdige, mechanische kijk op de dierenwereld met grote gevolgen voor een groot aantal dieren.
Gelukkig beschikken veel mensen desondanks over een goed ontwikkeld inlevingsvermogen in dieren en deze mensen vragen - terecht - in toenemende mate aandacht voor het welzijn van dieren!
verberg...
15.11.2010
Natuurbeleving als drijvende kracht
Lees verder...Al heel mijn leven lang dwaal ik door de Drunense Duinen. Ik wandel graag over de oude zandpaden. Over de oude karrensporen uit mijn jeugd die ik al zo vaak heb belopen.
Ik geniet dan van het landschap. Ik kijk met veel interesse naar al het gebeuren om mij heen.
Iedere wandeling opnieuw maakt weer indruk op mij. Ik luister in het voorjaar naar de jubelende zang van de duinleeuweriken of het gehamer van de spechten en in het najaar naar de mauwende buizerds of de krijsende Vlaamse gaaien.
Vaak ook wordt mijn aandacht getrokken door oude, indrukwekkende bomen. Ik kijk er altijd met veel respect naar.
Ze vertegenwoordigen een bepaalde oerkracht voor mij. Soms stop ik even en raak ze aan. Ik kijk dan door het gebladerte heen naar de blauwe lucht. Dat geeft mij altijd een inspirerende kijk op de werkelijkheid.
Vanaf de duintoppen kijk ik graag naar mooie stapelwolken en voorbij de stapelwolken naar de blauwe hemel.
Ik verbaas mij er dan over dat ergens in die blauwe lucht mijn eindige blik overgaat in het oneindige blauw van de hemel.
Je verliest je-zelf als het ware in de oneindige ruimte en toch besef je (beseffen beschouw ik als een soort intuÏtief weten) dat jij er ook bent.
De oneindige ruimte stroomt, ademt, bonst, voelt en denkt ook in mij! Het roept de vraag op: wie ben ik? Zo ontstaat er telkens bij iedere wandeling opnieuw weer een intensieve wisselwerking tussen mij en mijn omgeving, waarmee ik mij intens verbonden voel. Daardoor ontstaat er een weten van binnenuit: inzicht.
Al wandelend ervaar ik mij-zelf vaak als één met de Natuur. Ik besef dan dat ik deel uitmaak van een Groter Geheel, dat zin geeft aan mijn leven.
Zo hebben de wandelingen over de zandpaden en in de duinen voor mij een diepere betekenis gekregen. Wandelen is daarom voor mij ook een religieus gebeuren geworden, dat mij op een of andere wijze verbindt met de Oerbron, wat dit ook moge zijn.
Uit mijn persoonlijke beleving van de natuur komt mijn verwondering, verbazing, ontroering, respect, eerbied en liefde voor de natuur voort.
Het Wezenlijke van deze direct ervaren werkelijkheid laat zich niet vangen en opsluiten in woorden. Ik kan het slechts omschrijven.
Het beeld van de werkelijkheid wordt tegenwoordig vooral bepaald door het overgewaardeerde wetenschappelijke, theoretische denken dat zogenaamd objectief denkt d.w.z. zonder persoonlijke betrokkenheid.
Persoonlijke, gevoelsmatige belevingen zijn subjectief dus niet relevant! Door deze manier van denken worden hoofd en hart gescheiden.
Datgene wat niet berekend en gemeten kan worden en dus niet controleerbaar, voorspelbaar en technisch inzetbaar is, wordt buitengesloten. Alles wordt tot een object gemaakt, dat gemanipuleerd en beheerst kan worden.
Het economisch gewin is nog het enige dat telt. Ook de natuur wordt zeer rationeel-mechanisch benaderd. Dat heeft geleid tot het exploiteren, het vernietigen en het overheersen van de natuur met alle gevolgen vandien.
Door dit eenzijdige, berekenende, waardevrije denken begint de moderne maatschappij nu van alle kanten vast te lopen.
Toch wordt nog met man en macht geprobeerd het oude systeem voort te zetten. Persoonlijk denk ik echter, dat er zich een nieuwe tijd aandient die om andere visies en daardoor vooral ook om een andere manier van denken vraagt.
Een van binnenuit intuÏtief, meelevend begrijpen dat meer omvat dan rationaliteit alleen. Een redelijk denken ook, dat beseft dat de kosmos als geheel ons denken ver te boven gaat.
Daarom wil ik een redelijk denken verdedigen dat niet teruggebracht kan worden tot puur rationeel, wetenschappelijk denken, maar een denken waar je met je hele wezen bij betrokken bent. Een ′groener′ denken ook vanuit persoonlijke betrokkenheid bij de natuur ( waarvan we - dat wordt tegenwoordig vaak vergeten - zelf ook deel uitmaken) en dat leidt tot een denken vanuit respect, zorg en verantwoordelijkheid voor dieren en planten, het milieu, het landschap en de aarde.
Kort samengevat komt het er eigenlijk op neer, dat we vanuit onze eigen menselijke natuur gewoon weer ′natuurlijker′ moeten gaan denken d.w.z. met hoofd en hart. Het hart kan immers meer bevatten dan het hoofd bedenken kan.
verberg...
25.08.2010
Het oude monumentale kerkhofje van Oud-Heusden
Lees verder...Dit helaas nagenoeg vergeten en vervallen kerkhofje vlak langs de Herptseweg ligt verstopt achter enkele bedrijfspanden die je graag naar een bedrijventerrein zou willen verwijzen.
Het openbare weggetje, waarlangs het kerkhofje direct vanaf de Herptseweg bereikbaar was, is sinds een aantal jaren met een provisorisch hek afgesloten.

Dit weggetje komt vervolgens weer uit op de Herptseweg tussen huisnummer 4 en 6.
De doorgeschoten beukenhaag is er nog te vinden. Het eigenlijke weggetje wordt nu gebruikt als bedrijfsterreintje. Via de andere zijde van de beukenhaag over het erf van een woonhuis kan men echter het kerkhofje nog bereiken.
Het kerkhofje zelf is omgeven door een boomgaard. Dat is op zich niet onaardig.
Vanaf het hoger gelegen kerkhofje heeft men over een stukje oud Maasdal een prachtig uitzicht op het vestingstadje Heusden.
Op deze eeuwenoude terp moet vroeger de kerk van Oud-Heusden hebben gestaan.
Bij de ingang staan zes geweldige beuken die zeker wel tussen de 175 en 200 jaar oud moeten zijn. Achter op het terrein staan vier flinke paardekastanjes.
Verder staan er nog twee vrij jonge kastanjes, waarvan er een dood is. Verder nog een soort knotprunusboompje? Dan bevinden er zich nog twee zeer oude, gesnoeide Taxusstruiken.
Wat de graven betreft: er zijn nog 18 graven te vinden plus 5 eenvoudige stenen.
Enkele namen en data zijn nog te lezen: W. v. Gorkom, begraven oktober 1888; Fam. Van Andel: Gerarda, overleden in 1910, Menno in 1918 en Gijs in 1964; Lambertha M. Bax geb. Timmermans 1878-1946; Willem Cornelis Stal 1868-1946; Leendert Stal 1891-1922 en Cornelia Johanna Stal 1863-1930; Dr. M.B. Oerlemans, arts te Heusden 1872(?)-1918(?) en verder de Fam. Van Gendt(?) 1918.
Hoewel we hier ongetwijfeld te doen hebben met een cultuurhistorisch waardevol monument wordt het kerkhofje niet op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de Provincie Noord-Brabant aangegeven.
Bij bodemonderzoek langs het Oude Maasje tussen het kasteelterrein en het kerkhofje in het begin van de vijftiger jaren van de vorige eeuw, heeft men er, volgens de heemkundige G.M. van der Velden, Romeins aardewerk en potscherven uit de achtste en negende eeuw gevonden.Het gebied dat nu Oud-Heusden heet, moet dus, zoals de naam ook al aangeeft, enkele eeuwen eerder bewoond zijn geweest dan (Nieuw-)Heusden, dat later is uitgegroeid tot een vestingstadje.
Op de eerste “Chromo-topografische kaart van het Koninkrijk der Nederland” uitgegeven in 1868 staat in Oud-Heusden een kerkhof en een kasteel aangegeven, terwijl in Heesbeen en Herpt een “Kerk met ringmuur en een begraafplaats” wordt vermeld.
Veel oude kerken in deze omgeving bevinden zich op een terp. Het kerkhof ligt bij de kerk en het geheel is ommuurd, zoals nu nog te zien is bij het kerkje van Heesbeen.
Aangezien in Oud-Heusden geen kerk met ringmuur wordt vermeld, kunnen we afleiden dat in 1868 de kerk al verdwenen was en nog slechts het kerkhof aanwezig was.
In het “Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden” van Jacob van der Aa (1792-1857) staat over Oud-Heusden vermeld: een dorp (800 inwoners) met een kerk die in 698 werd ingewijd.
In het huidige Oud-Heusden is een straat te vinden die hiernaar verwijst: de Suitbertusstraat (een zijstraat van de Kasteellaan ter hoogte van de bibliotheek).
Op het naambordje staat vermeld, dat Suitbertus in 698 de kerk wijdde te Oud-Heusden.
Je vraagt je af of deze grotendeels mondeling overgeleverde informatie juist kan zijn!
Via Wikipedia onder het trefwoord Suitbertus kwam ik erachter, dat de voornaamste bron met betrekking tot het leven van Suitbertus de Historia ecclesiastica gentis Anglorum van Beda (672-735) is.
Daarin bevindt zich een document, waarin vermeld staat, dat in 690 elf Angelsaksische missionarissen, waaronder Willibrordus en Suitbertus, naar Frisia zijn vertrokken om de Friezen te bekeren.
De Romeinen hebben, naar men aanneemt, al omstreeks 300 het rivierengebied verlaten met in hun kielzog een aantal bewoners.
Waarschijnlijk werden ze gedwongen door wateroverlast in het rivierengebied. Het machtsvacuum dat er ontstond, werd opgevuld door de Friezen die hun gebied uitbreidden tot aan de Oude Maas.
De Friezen dreven veel handel met Engeland. Dat zal er mede toe hebben bijgedragen, dat de Friese koning Radbod de Angelsaksische missionarissen toestemming gaf in zijn rijk te komen prediken.
De Friezen leefden in onmin met de Franken die zich opdrongen uit het zuiden.
In 695 heroverden de Franken na een eerdere poging het zuidelijke gebied van het rijk van de Friezen.
De Frankisch hofmeier Pippijn II maakte de Oude Maas tot de zuidgrens van het door hem ingestelde bisdom Utrecht. De monnik Willibrordus die door de paus tot aartsbisschop van de Friezen was gewijd, werd er de eerste bisschop.
Het gebied ten noorden van het Oude Maasje behoorde vanaf toen tot het bisdom Utrecht en het gebied ten zuiden van het Oude Maasje tot het bisdom Luik.
Mede daardoor heeft het gebied ten noorden van de Maas een andere geschiedkundige ontwikkeling doorgemaakt dan het gebied ten zuiden ervan.
Denk aan Herpt en Luttel Herpt! Suitbertus moet in het rivierengebied actief zijn geweest. J.P.C.A. Hendriks zegt in zijn boek “Archaeologie en bewoningsgeschiedenis van het Land van Heusden en Altena”(Almkerk 1990), dat dominee Groen (1650) schreef, dat een oude schrijver genaamd Marcellinus presbyter verhaalt, dat Suitbertus in het Land van Heusden en Altena in Aalburg en Oud-Heusden heeft gepredikt.
Dus al bij al is het aannemelijk, dat deze Suitbertus inderdaad in het gebied dat nu Oud-Heusden heet actief is geweest.
In oorkonden van 1147 en 1186 is er sprake van de kerk van “Hosden”. “Hosden” zou betekenen: Huis op het Duin. Dus een versterkt huis, noem het een kasteel op het stuifduin van een oeverwal van het Oude Maasje!
Wat de geschiedenis betreft van de kerk van Oud-Heusden laat ik mij leiden door de eminente heemkundige G.M. van der Velden zaliger gedachtenis, oud-pastoor van Bokhoven en zelf Norbertijn, die een “Beknopte geschiedenis van Oud-Heusden” heeft geschreven in het heemkundeblad: “met gansen trouw” (33e jaargang 1983).
De kerk van Oud-Heusden was toegewijd aan de H. Joannes Evangelist. Van der Velden schrijft, dat in het begin van de twaalfde eeuw de kerk van Oud-Heusden werd geschonken aan het Sint-Janskapittel te Luik.
In 1285 droeg het kapittel het patronaat van de kerk van Oud-Heusden over aan de abt van de Abdij van Berne die in 1134 in de onmiddellijke nabijheid van Oud-Heusden was gesticht door de Norbertijnen.
Deze abdij wilde haar kloosterlingen graag inzetten voor de parochiezorg. Het kerkgebouw was kennelijk in de loop van de vijftiende eeuw door allerlei omstandigheden in vervallen staat geraakt, want in 1491 gaf de bisschop van Luik aan de pastoor en het kerkbestuur verlof, het bouwvallig kerkgebouw en de toren te restaureren.
Tijdens de tachtigjarige oorlog (1568-1648), toen de Nederlandse Gewesten in opstand kwamen tegen hun landsheer Koning Philips II van Spanje, werd de abdij van Berne door de Geuzen in brand gestoken.
Ook de kerk van Oud-Heusden werd in 1579 platgebrand. Later werd de kerk tot de grond toe afgebroken. Ook de muur rond het kerkhof werd geslecht.
Omtrent het jaar 1587 werden alle stenen van kerk en kerkhofmuur opgehaald en naar Heusden getransporteerd om er soldatenhutten mee op te trekken. Twee compagnieën konden daarin worden ondergebracht.
Heusden had inmiddels de zijde van de opstandelingen gekozen onder leiding van de Prins van Oranje. Ook op de klokken legden de soldaten beslag. Ze sloegen ze in stukken en verkochten de brokken brons.
Na 1589 hebben de hervormden de kerk van Oud-Heusden in handen gekregen. Zij hebben de kerk kleiner en minder fraai dan voorheen weer herbouwd. Maar ook deze kerk heeft geen stand gehouden. In 1795 werd de kerk bij de belegering van Heusden door de Fransen platgeschoten. Daarna hebben de hervormden de kerk weer opgebouwd, maar ze is spoedig daarna vervallen. In 1832 zijn de stenen van de ontstane ruïne benut voor het herstel van de muur rond het kerkhofje.
De oude, monumentale beuken bij de ingang van het kerkhofje moeten, gezien hun leeftijd, al omstreeks 1832 zijn aangeplant.

Deze mooie bomen doen de herinnering aan deze bijzondere plek voortleven. Laten we hopen dat dit kerkhofje als historisch monument behouden blijft, zodat Oud-Heusden weer een dorp met een eigen geschiedenis wordt!
verberg...
25.05.2010
Graag eerherstel voor het Oude Maasje of te wel het Moaske
Lees verder...Eeuwenlang slingerde het Oude Maasje door het Land van Heusden. Vanuit de Ardennen voerde het Maaswater grind, grofzand, fijnzand, klei en leem met zich mee.
In Limburg waar de stroomsterkte begon af te nemen, werd het zwaardere materiaal, in dit geval dus grind, achtergelaten.
In het Land van Heusden, waar de stroming nog trager werd, bezonk zand. Daar ontstonden zandige oeverwallen, waarop later in de Karolingische tijd tussen 650 en 900 de dorpen Hedikhuizen, Herpt, Oud-Heusden, Heesbeen en Doeveren zijn ontstaan.
Bij hoge waterstanden overstroomden de oevers van het Oude Maasje. In de laagste delen van het landschap kwam dit water tot stilstand.
Daar bezonken de kleinste slibdeeltjes: klei en leem. Zo ontstonden de komkleigronden. Denk aan de Hooibroeken, het Herptsche Broek en het Luisbroek.
In het overgangsgebied tussen de hoger gelegen zandige oeverwallen en de laaggelegen komkleigronden bezonk een mengsel van zand en klei en daarom liggen daar nu de zavelige rivierkleigronden.
Op de oeverwallen waren later de akkers en de boomgaarden te vinden. De zware klei van de komkleigronden was nagenoeg ondoorlatend.
Na langdurige regenval ontstond er wateroverlast. Daar ontwikkelde zich veen, dat bij overstromingen vaak weer door klei werd bedekt.
De komkleigronden werden gebruikt voor griendcultuur en waren ook heel geschikt voor eendenkooien. Het drassige weiland werd gebruikt als hooiland.
Aan het begin van de middeleeuwen nam het aantal overstromingen toe en begon het gebied te vernatten. Daardoor ontstonden er in het Land van Heusden grote veenmoerassen. Het is, volgens mij, niet bekend wanneer de eerste dijken werden aangelegd.br>De eerste dijken lagen overigens niet langs de rivieren, maar loodrecht erop. Deze zogenaamde zijdwenden belemmerden de instroming van water vanuit bovenstrooms gebied.
Ik denk dan aan de Voorste Zeedijk ten oosten van Vlijmen en de Zeedijk ten westen van Drunen en Elshout.
Vanaf omstreeks 1000 werden de veenmoerassen stelselmatig ontgonnen. Er werden toen ook dwarsdijken aangelegd om instroom van het hoger gelegen achterland te voorkomen. Toen ontstond het zogenaamde slagenlandschap: lange, smalle stroken grond met sloten erlangs.
Aan het lange dorpslint van Haarsteeg en Elshout is nog te zien, dat Elshout en Haarsteeg aan zo′n dwarsdijk (achterkade) zijn ontstaan.
De vele sloten van de zo ontstane polders waterden af op weteringen die weer afwaterden op het Oude Maasje. De voortdurende verhoging van de rivierdijken leidde tot een verhoging van de rivierwaterstanden, omdat steeds minder water via de kommen kon afvloeien. Met als gevolg een groot aantal dijkdoorbraken. De daardoor ontstane wielen zijn nog altijd in het landschap terug te vinden.
Soms gebeurde het dat de Maas op een bepaalde plaats de toegenomen watertoevoer niet goed meer kon verwerken. Dan zocht het water daar een andere uitweg en verlegde de rivier zijn loop. Zo begon al in de middeleeuwen het Oude Maasje bij Hedikhuizen zijn loop te verleggen.
Er stroomde steeds meer Maaswater in noordelijke richting om uiteindelijk bij Woudrichem in de Merwede uit te monden.
Daarom kon het gebeuren dat in de 13e eeuw de Maas bij Hedikhuizen werd afgedamd. Dit gaf echter in de eeuwen daarna zoveel overlast in het oude stroomgebied van de Maas, dat uiteindelijk besloten werd de oude Maasmonding te herstellen.
Daarom werd tussen 1888 en 1904 tussen Geertruidenberg en Hedikhuizen een kanaal gegraven, iets ten noorden van de vroegere Maasloop, dat nu de Bergsche Maas wordt genoemd. Het is dus wel duidelijk: het grondgebied van de Gemeente Heusden werd voornamelijk gevormd en gestructureerd door het Oude Maasje. Dat verdient waardering!
In de zestiger jaren van de vorige eeuw vonden er intensieve ruilverkavelingen plaats. De bewoners van de oude boerderijen in de Langstraat die door allerlei verervingen overal her en der verspreid stukjes grond bezaten, verhuisden naar moderne boerderijen, gebouwd langs nieuw aangelegde en verharde wegen in de polders.br>Deze ruilverkavelingen werden uitgevoerd met weinig gevoel voor het landschap en de cultuurhistorie van het gebied. Daardoor werden er onnodig veel landschappelijke en cultuurhistorische elementen in het landschap vernield. Bij deze gelegenheid werd helaas ook het oude, historische Maasje tussen Hedikhuizen en Doeveren grotendeel dichtgegooid. Daarmee werd ook het verband tussen de dorpen Hedikhuizen, Herpt, Oud-Heusden, Heesbeen en Doeveren verbroken. Deze dorpen kwamen als los zand in het landschap te liggen!
Het jaar 2010 heeft in de gemeente Heusden de titel “Waterrijk Heusden” meegekregen. In een toespraak op 18 mei in de Poort van Heusden, waar o.a. “duurzaamheid” aan de orde kwam, hoorde ik onze burgemeester Willems zeggen, dat er in het jaar van “Waterrijk Heusden” speciale “aandacht, moeite en energie gestoken zal worden in het water”. Daarom hoop ik nu maar, dat ook ons Nieuwe Gemeentebestuur blijft werken aan de plannen om het historisch waardevolle Oude Maasje uiteindelijk weer in ere te herstellen.
Wat een prachtige ecologische zone kan er dan ontstaan, die tevens de historische Maas-dorpen hun eigenheid teruggeeft en weer op een natuurlijke manier met elkaar verbindt. Over duurzaamheid gesproken! De heroriëntatie op “duurzaamheid” moet immers niet alleen gericht zijn op economisch gewin (profit), maar toch zeker ook allereerst op onze directe leefomgeving (planet), zodat de bewoners van onze gemeente (people) in hun dagelijkse omgeving de natuur nog kunnen beleven. Natuurbeleving is nog altijd van vitaal belang. Daardoor ontstaat immers het besef, dat we niet tegenover de natuur staan, maar zelf ook deel uitmaken van de natuur die ons omgeeft en die respect verdient. Uit dat natuurlijk besef moet de drijvende kracht voortkomen om te werken aan wezenlijke duurzaamheid.
verberg...
25.02.2010
Klimaatoverleg
Lees verder...Mislukt klimaatoverleg in Kopenhagen?
Persoonlijk heb ik het overleg via de t.v. zo goed mogelijk gevolgd. Ik vond het geweldig dat er zoveel mensen, vooral ook staatshoofden en ministers, naar Kopenhagen waren gekomen om te overleggen over de toestand van de aarde op zich.
Dat is nog nooit vertoond! Dat is winst. In Kopenhagen is nu in ieder geval een basis gelegd voor verdergaand overleg.
Er moeten nu kennelijk eerst nieuwe structuren worden gevonden om op een dergelijk niveau beter met elkaar te kunnen overleggen.
Centraal stond het beperken van de CO2 uitstoot. Hier een onsje CO2 meer en daar een onsje minder en alles komt goed!
Ik moet er niet aan denken dat het zo zou gaan, want zo werkt het niet. Dat is het oude systeem van de maakbare aarde en dat is een doodlopende weg.
Er moet veel diepgaander en vanuit een breder perspectief over duurzaamheid (leven in overeenstemming met de natuur) worden nagedacht.
Het aardse milieu is een zeer complex, samenhangend geheel. De wetenschap wordt in deze overschat en is absoluut niet in staat dit geheel in al zijn facetten te overzien, laat staan om als een kruidenier op de komma nauwkeurig te kunnen bepalen hoe we de aarde in balans kunnen houden.
We zullen weer moeten leren leven in harmonie met het ecosysteem van de aarde en in alle opzichten weer duurzaam moeten gaan denken en leven.
Dat vraagt echter om heroriëntatie op alle gebied en dat vergt nu eenmaal tijd.
Het gaat niet meer om ongeremde groei dus kwantiteit, maar om verduurzaming dus kwaliteit: krimp in kwantiteit en groei in kwaliteit.
Dat is de nieuwe uitdaging voor ons allemaal: niet alleen voor de overheid, maar ook voor de bedrijven en ook de burgers zullen hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
We moeten ons weer bewust worden, dat er grenzen zijn aan groei en zo leven en handelen dat we binnen de grenzen blijven van het draagvermogen van de aarde.
De ene crisis volgt inmiddels op de andere en dat geeft aan op dat we op het verkeerde spoor zitten! Dat vraagt om een nieuwe manier van denken.
Een ecologisch denken dat gericht is op een duurzame toekomst; rekening houdt met de leefomgeving (landschappelijke, natuur- en cultuurhistorische waarden); de biodiversiteit kansen biedt; aandacht heeft voor het welzijn van de dieren; zorg draagt voor de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht; de ontwikkeling van duurzame energie bevordert; terugkeert naar extensievere, meer biologische landbouw; zorgt voor uitloop voor dieren etc.
Dit groene en duurzame denken vraagt dus om grote veranderingen op allerlei gebied.
De overheden zullen de voorwaarden moeten scheppen, maar de veranderingen zullen vooral van onderaf moeten worden gerealiseerd.
Aangezien we in de gemeente Heusden nog behoorlijk wat buitengebied hebben met natuur en landbouw - wat mij betreft zou dat minstens zo moeten blijven - citeer ik enkele toonaangevende mensen wat het nieuwe denken betreft op het gebied van de landbouw.
Volgens Herman Wijffels, ex-bewindvoerder bij de wereldbank is de financiële crisis geen toeval, maar een gevolg van de tot het uiterste opgerekte winstdoelstellingen van de vrije markt-ideologie. Deze onbeperkte groei-economie heeft ook geleid tot steeds grotere en steeds intensievere agrarische bedrijven die, zoals Sonja Borsboom van het burgerinitiatief “Megastallen-Nee” (BD 30 jan. 2010) betoogt, behalve het landschap (megastallen) en het milieu (vervuiling op allerlei gebied) ook de leefbaarheid van de burgers (varkensgriep, q-koorts, MRSA-bacterie en wat zal er nog meer volgen) aantasten. In dit verband is ook een artikel in de Volkskrant van 21 juni 2008 interessant, waarin Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie in Wageningen pleit voor de terugkeer van de boerenlandbouw.
Hij is tot de conclusie gekomen, dat de ondernemerslandbouw: grote agrarische bedrijven die groente en vlees produceren zoals andere fabrieken paperclips en plasmaschermen is losgeslagen.
Het ouderwetse boerenbedrijf was herkenbaar. “Je eigen koeien op je eigen wei; verbonden met de natuur; geworteld in de omgeving.” De moderne ondernemerslandbouw is anoniem en inwisselbaar.
Glastuinbouw op substraat of intensieve veehouderij hebben geen enkele relatie meer met de grond.
Dat soort bedrijven kan overal zitten. Het Europese landbouwbeleid van na de oorlog heeft de ondernemerslandbouw sterk gestimuleerd.
Boerenbedrijven moesten groter en groter worden, want hoe groter hoe efficiënter. De grootste boeren profiteerden het meest. “80 procent van de Europese subsidies ging naar de twintig procent rijkste boeren.” In hun kielzog kwam een nieuw fenomeen op, dat al gauw de macht overnam: voedselimperia (Ahold, Unilever, Nestlé of Danone) die de productie, verwerking en distributie van voedsel organiseerden tot een winstgevend bedrijf.
Het gaat hen vooral om geld verdienen. Ze zijn niet geÏnteresseerd in grutto‘s.
In dit spel zijn boeren gedegradeerd tot pionnen. “Kan het in de OekraÏne goedkoper? Dan zijn ze morgen weg. Duurzaamheid interesseert ze niet. Boeren krijgen steeds minder voor hun producten, maar de consumenten betalen meer.”
Het is echter een systeem, dat volgens van der Ploeg zijn eigen graf graaft. “Het is niet houdbaar.” Maar zegt Van der Ploeg echte kwaliteit is lokaal en bijzonder.
“In een goede kaas proef je het vakmanschap van de kaasmaker en het gras waarop de koeien staan“.
De enige uitweg is de boerenlandbouw. Niet uit nostalgie, maar omdat het beter is voor de natuur, voor de consument, voor ons eten, maar ook voor de boer zelf. Volgens Van der Ploeg is er al een kentering gaande. De Nederlandse boeren moeten ook wel. “Als ze doorgaan als nu worden ze weggeconcurreerd door boeren uit Polen en de OekraÏne. Het zou mooi zijn als de consument de Nieuwe Boer omarmt, maar de beslissende stoot moet van de politiek komen. Een grondgebonden, regionaal georiënteerde landbouw die zijn hoogwaardige streekproducten weer via korte lijnen aan de consument verkoopt.
Ik vraag mij al jaren af, waarom het bestuur van de ZLTO deze doodlopende groei-economie tot op alle niveaus (ministerie) maar blijft promoten en ondersteunen.
Het is dan ook hoopgevend, dat de nieuwe voorzitter van de ZLTO, Hans Huijbers, in het B.D. van 12 februari jl. betoogt, dat de intensieve veehouderij de omslag moet maken van schaalvergroting naar dier- en milieuvriendelijke productie.
Hij zegt letterlijk: “Het systeem om met mega-investeringen nog iets meer dan droog brood proberen te verdienen is eindig. Voor de industriële vleesproductie is in ons drukbevolkte Brabant geen ruimte meer. We moeten van de kiloknaller tot ver onder de kostprijs naar kwaliteitsvlees met een eerlijke opbrengst voor de boer en betaalbare prijzen voor de consument. Duurzame veehouderij is de enige weg.“
Bravo, mijnheer Huijbers! Dit alles stemt mij optimistisch voor de toekomst. De heroriëntatie, waar ik al jaren op heb gewacht, begint zich, helaas vooral gedwongen door de omstandigheden, langzaam maar zeker te voltrekken.
Beste lezers, een Nieuwe Lente dient zich aan!
verberg...
25.11.2009
De wonderlijke eikenclusters in de Drunense Duinen
Lees verder...Als je in het stuifzandgebied van de Drunense Duinen loopt, zie je om je heen heuvels begroeid met eikenstruiken.
Deze heuvels zijn door het stuivende zand ondergestoven, eeuwenoude eikenbomen die het stuifzand ter plaatse hebben vastgelegd. Alleen de kruinen van de bomen steken nog boven het zand uit.
Sommige van deze bomen zijn in een latere periode door uitstuiven weer gedeeltelijk bloot komen te liggen.
Wat je dan ziet, zijn merkwaardige eikenclusters d.w.z. kluwens van stammen en wortels die niet meer direct zijn terug te voeren naar de stammen en wortels van de oorspronkelijke bomen.
Als je zo′n cluster goed bekijkt, zie je dat er uit de ondergestoven takken nieuwe wortels zijn ontstaan. Als deze wortels verder uitgroeien, kunnen de uiteinden van dergelijke takken zich ontwikkelen tot nieuwe struiken en bomen, waarbij het contact met de moederboom al dan niet in stand blijft.
Daardoor kunnen er eikenklonen ontstaan die zich horizontaal uitbreiden. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen (den Ouden, Copini en Sass-Klaassen) van de afgelopen jaren is inderdaad gebleken dat deze spectaculaire vormen van afleggen in stuifzandgebieden voorkomen.
Het verschijnsel “afleggen” komt bijvoorbeeld voor bij bramen- en frambozenstruiken. Takken die onder het zand worden bedolven, krijgen wortels en groeien uit tot nieuwe struiken.
Dat dit verschijnsel bij eikenbomen in stuifzandgebieden ook voorkomt, zal voor velen verrassend zijn. De takken die onder de grond terechtkomen, vertonen een abrupte en duidelijke verandering in de breedte van de jaarringen vanaf het moment dat zij begraven raken.
Eikenstammen vormen in het voorjaar één of meerdere rijen grote houtvaten om extra veel water naar de zich ontplooiende bladeren te kunnen transporteren, terwijl in de zomer veel kleinere houtvaten worden gevormd.
Deze grote houtvaten markeren duidelijk het begin van de jaarringen die we als concentrische ringen in het hout van doorgezaagde boomstammen zien.
In het wortelhout van de eiken is er echter vrijwel geen onderscheid tussen houtvaten die vroeg in het voorjaar en die later zijn gevormd. Wanneer nu een tak of stam onder het zand begraven wordt, worden er in de zomer nauwelijks nog houtvaten gevormd. Deze veranderingen in de houtanatomie vormen voor de onderzoekers een zeer betrouwbaar kenmerk voor het identificeren van begraven stammen en takken en dus voor het herkennen van afleggers. Zie bijgaande foto! Misschien is het interessant om bij een volgend bezoek aan de duinen zelf zo′n clusters nog eens met extra aandacht te bekijken?
verberg...
24.05.2009
Bloemrijke Hooilanden
Lees verder...WAAR ZIJN DE BLOEMRIJKE HOOILANDEN GEBLEVEN?
Waar zijn ze nog te bewonderen? In het buitengebied van de gemeente Heusden? Ook daar niet! Door de intensieve landbouw zijn ze uit het landschap verdwenen.
Overal zie je groene leegte! Laten we hopen, dat in deze tijd van heroriëntatie de boeren en de landbouworganisaties inzien, dat er natuurlijke grenzen zijn aan intensivering en groei.
Terug dus naar duurzame, grondgebonden bedrijvigheid in harmonie met de natuur!
In “Waarden van de Landbouw” (2008) adviseert de SER (Sociale Economische Raad) aan de regering een grondige vernieuwing van het Europees en nationaal gevoerde landbouwbeleid, omdat er momenteel onvoldoende rekening wordt gehouden met nieuwe maatschappelijke wensen op het gebied van landschap, natuur, milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn.
De inkomenstoeslagen van de boeren in Nederland komen momenteel vooral terecht bij intensieve bedrijven met hoge milieudruk.
In het nieuwe model, dat zeer gunstig is ontvangen door onze regering, krijgen landbouwbedrijven in gebieden zonder belemmeringen, die alleen voedsel produceren voor de vrije markt geen landbouwsubsidies meer. Steunbetalingen blijven wel gehandhaafd voor landbouwbedrijven die groene en/of blauwe diensten leveren of gelegen zijn in gebieden met bestuurlijke of natuurlijke belemmeringen (zoals bijvoorbeeld nabij Natura 2000 gebieden).
Het voortbestaan van het subsidiestelsel in de landbouw moet immers, aldus de SER, verdedigbaar zijn t.o.v. de samenleving die uiteindelijk de subsidies betaalt.
ZULLEN ER IN DE TOEKOMST WEER BLOEMRIJKE HOOILANDEN IN HET LANDSCHAP VERSCHIJNEN?
Ik verwacht van wel. In ieder geval in het Vlijmens Ven. Op 25 mei was er een informatiebijeenkomst in hotel Prinsen in Vlijmen, waar de heer Bas van Andel, projectleider van de toekomstige ontwikkelingen in het Vlijmens Ven, Moerputten, May en Bossche Broek, het concept-beheerplan voor dit gebied toelichtte. Dit gebied is namelijk aangewezen als Natura 2000 gebied (onderdeel van een netwerk van Europese natuurgebieden), omdat er nog bijzondere leefgebieden (habitats) met bijzondere planten en dieren voorkomen die elders in Europa zeldzaam zijn.
Deze habitats en diersoorten moeten i.v.m. met de biodiversiteit beschermd worden. Daarom worden er nu plannen gemaakt om in het Vlijmens Ven o.a. de bloemrijke hooilanden weer terug te brengen. Het gaat in dit kwelgebied vooral om vochtige, schrale hooilanden (blauwgraslanden) en vochtige, matig voedselrijke hooilanden (dotterbloemhooilanden) en allerlei variaties daartussen.
Het zal nog wel enige jaren duren voordat het zover is, maar het conceptplan, opgesteld in samenwerking met de Provincie Noord-Brabant, de Gemeente Heusden, Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, ZLTO e.a. is nagenoeg gereed om aangeboden te worden aan de minister van landbouw.
Een vochtig bloemrijk hooiland in het Vlijmens Ven
In het Vlijmens Ven langs de Vliedbergweg was in de meimaand nog een echt bloemrijk hooiland te bewonderen. Het was een kleurrijk geheel: roodbruin, rose en geel waren de overheersende kleuren.
Het grootste gedeelte van het veld was bedekt met de roodbruin gekleurde veldzuring. Achter in het veld zag je een grote rose vlek. Dat waren echte koekoeksbloemen. Daaromheen waren wat gele vlekken met boterbloemen te zien en ook langs de sloot aan de linkerzijde viel een gele strook met boterbloemen op.
Na de eerste overweldigende indruk ben ik het veld eens van meer nabij gaan bekijken. Waarom groeit er op bepaalde plaatsen van dit hooiland vooral de veldzuring en op andere plaatsen de echte koekoeksbloem of de boterbloem?
Dat hangt af van de toestand van de bodem van het veld. Als je op de kruiden in het veld let, kun je veel te weten komen over de toestand van de bodem. Is die nat of droog, voedselarm of voedselrijk, zuur of basisch. Daar hangt het namelijk vooral vanaf welke kruiden er willen groeien.
Let wel: in de vrije natuur levert een overbemeste bodem echt niet de meeste kruiden op. In tegendeel zelfs. De meeste bloemen verdragen de zware bemesting van de intensieve landbouw niet. Door de overbemesting is de biodiversiteit (de verscheidenheid aan planten en dieren) in het buitengebied enorm afgenomen.
Immers zonder kruiden met bloemen ook geen vlinders en bijen en andere insecten en daardoor ook minder insectenetende vogels. De veldzuring mijdt de droogste, de natste en de voedselarmste bodems, evenals de scherpe boterbloem. De scherpe boterbloem zie je dan ook vaak samen met de veldzuring.
De veldzuring verdraagt echter minder bemesting dan de scherpe boterbloem.Vandaar dat je soms in weilanden nog wel de boterbloem ziet. Bovendien heeft de scherpe boterbloem een scherpe smaak en wordt door de koeien niet gegeten. De rose, echte koekoeksbloemen voelen zich thuis in natte hooilanden. Op die specifieke plek was de bodem dus natter. De naam van de echte koekoeksbloem is goed gekozen, want als de echte koekoeksbloemen bloeien, is de koekoek weer in Nederland teruggekeerd en kun je, als je wat gelukt hebt, ook in het Vlijmens Ven de koekoek nog horen. In de buurt van de echte koekoeksbloemen waren ook vlekken met de lagere kruipende boterbloem te vinden.
Deze kan in tegenstelling tot de scherpe boterbloem wisselende waterstanden beter verdragen en daardoor vaak ook een verdichte bodem. Ze was dan ook te vinden in het overgangsgebied tussen de natte plaatsen met de echte koekoeksbloemen en de vochtige plaatsen met de veldzuring.
Op de wat nattere plaatsen langs de slootkant was dan weer de scherpe boterbloem te vinden. Aangezien er zo veel veldzuring groeide, weet je ook, dat het veld niet zwaar bemest is, want veldzuring verdraagt immers geen overbemesting.
EEN BLAUWGRASLAND BIJ DE MOERPUTTEN
Blauwgraslanden zijn schrale, weinig of niet bemeste hooilanden op ′s winters drassig en ′s zomers oppervlakkig uitdrogende veengronden. Van belang is dat de stijging van het waterpeil vooral veroorzaakt wordt door kalkhoudend grondwater van onderaf (kwel).
Dat is hier het geval. De planten die hier groeien houden dus van schrale, vochtige tot natte grond. Er groeien vaak planten met blauwgroenige bladeren, zoals de blauwe zegge. Vandaar de naam blauwgrasland.
Het blauwgrasland bij de Moerputten heb ik in mei ook bezocht. Op de natste plaatsen stonden groepjes veenpluis.
Een schermvormige bloeiwijze met aren met pluisjes. Ook de Spaanse ruiter stond al in bloei. Dit is een spinachtig behaarde en daardoor grijsachtig, groene distel met nog korte stengels die tijdens de bloei nog langer worden.
De wat overhangende vruchthoofdjes doen aan een paardenstaart denken. Waarschijnlijk is deze plant geÏmmigreerd vanuit Spanje. Vandaar de naam Spaanse ruiter? De blauwe zegge was ook present.
De Spaanse ruiter en de blauwe zegge zijn typerende planten voor blauwgraslanden. Het grootste gedeelte van het hooilandje was in mei al bedekt met de opkomende grote pimpernel. Op de bloemen van deze plant zetten de pimpernelblauwtjes in juni hun eitjes af.
Na enkele weken laten de rupsen zich op de grond vallen, scheiden bepaalde sappen af en worden door mieren meegenomen in hun nesten. De vlindertjes verblijven in mei nog als pop in de mierenhopen die zich op wat hoger gelegen zandige plaatsen bevinden.
De grote pimpernel heeft langwerpige, geveerde bladeren met inderdaad ook weer een blauwachtige tint. Dit hooiland mag dus pas na de bloei van de grote pimpernel worden gemaaid. Het vorig jaar moeten er, naar ik heb vernomen, ca.1200 blauwtjes hebben rondgefladderd. Op een nabij gelegen ander blauwgrasland vond ik nog het moeraskartelblad op een stukje pas kort daarvoor drooggevallen grond.
Ook geen alledaagse verschijning! Het is een bijna helemaal paars aangelopen plant met paarse bloemen
Ik zou zeggen, ga zelf ook eens op onderzoek uit!
verberg...
26.2.2009
Het eiland van Heusden
Lees verder...In verband met de te verwachten aanpassingen van het UITWERKINGSPLAN WAALBOSS voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen het Eiland van Heusden (het gebied tussen de Zeedijk en de Voordijk en de A59 en de dorpen Elshout en Haarsteeg) hierbij een KLEINE INVENTARISATIE VAN DE LANDSCHAPPELIJKE -EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN VAN HET GEBIED en het STREEFBEELD , dat wij steeds hebben nagestreefd.
Een veenontginningsgebied
Het gebied tussen de A59 en de dorpen Elshout en Haarsteeg is van oorsprong een moeras- en veenontginningsgebied, dat al eeuwenlang in agrarisch gebruik is.
De afgelopen veertig jaar heeft men er zich vooral op de tuinbouw toegelegd, waarvoor de grond zeer geschikt is.
Het is een nog steeds vrij landelijk ingericht gebied, waar de strokenverkaveling, restanten van het vroegere slagenlandschap van de Langstraat, nog op verschillende plaatsen terug te vinden is. De lintbebouwing van de dorpen Elshout en Haarsteeg is kenmerkend voor dorpen ontstaan op voormalige achterkades van veenontginningen.
Het slagenlandschap eromheen bepaalt daarom mede de eigenheid en de kwaliteit van deze dorpen.
Midden in het gebied ligt de ABDIJ MARIENKROON voortgekomen uit het kasteel van Onsenoort, dat reeds wordt vermeld in 1244. Het vormt een cultuurhistorisch waardevol monument in dit landschap. Aan de westzijde van de abdij ligt nog een stukje van de oude Abdijlaan die over het Hoog naar Nieuwkuijk liep, omzoomd door vooral beukenbomen.
Ook het mooie Beukenbos dat vroeger toebehoorde aan de graven d′Oultremont is nog een waardevol element in het gebied. Het gehucht DE Bosschen met zijn nog kleinschalige structuur, een coulisselandschapje met nog wat eikenbos en een heel mooie rij eikenbomen langs het oude fietspad met daarachter in de verte een oude eikenwal, begroeid met inmiddels mooie eikenbomen, vormt nog een fraai geheel in het landschap.
Vanuit de Bosschen heeft men nog uitzicht op het oude kloosterterrein van het middeleeuwse klooster MARIENDONK in Elshout bij de Mariendonkstraat. Dit terrein staat aangegeven op de CHW (Cultuurhistorische Waardenkaart). De dorpsstraat WOLFSHOEK en de SCHEIDINGSSTRAAT (de vroegere scheiding tussen Drunen en Oud-Heusden) zijn oude en markante wegen in het gebied.
De oude Zeedijk in Drunen/Elshout die na de Sint Elisabethsvloed (1421-22) werd versterkt moest het achterliggende gebied, dat na de vloed overeind gebleven was, tegen het water beschermen.
Voor deze dijk is in 2005 een mooi herstelplan gemaakt “Elshoutse Zeedijk - Stilte na de storm” dat hopelijk nog eens wordt uitgevoerd.
Aanleiding tot dit onderzoek was het voornemen van de gemeente Heusden “de Zeedijk tussen Doeveren en Drunen te beschermen, te onderhouden en voorzichtig te ontwikkelingen.”
Vanaf de Zeedijk/Naulandseweg heeft men nog een prachtig uitzicht op de oude 19e eeuwse MOLEN van Drunen die hopelijk in de toekomst weer eens wentelende wieken krijgt.
Verder valt op de markante doorkijk vanaf de Mayweg op het dorpslint van Elshout met de uitbouw van de kerk en het kerkhof. Dit uitzicht is door de nieuwbouw bij de Theodoor Rijkenstraat in het nauw gekomen. Door verdere, geplande nieuwbouw ten zuiden van de kerk dreigt dit schitterende uitzicht op Elshout definitief verloren te gaan.
Er is verder nog op een bepaalde plek van de Naulandseweg een heel mooi doorzicht vanaf deze weg op het dorpslint van Elshout en verder door naar de Hooibroeken. Laat men er zuinig op zijn! Ook ten oosten van het Bos van d′Oultremont heeft men nog een weids uitzicht over het oude slagenlandschap van het Herptsche Veld tot aan Heusden toe.
Verder zijn er nog enkele zeer specifieke doorzichten, o.a. vanaf de Onsenoortse Loop bij de Abdij vanaf de Tuinbouwweg via de Haarsteegse Straat richting Haarsteegse Wiel.
Hier is ook nog de mogelijkheid een wandelpad vanaf abdij Marienkroon richting de Haarsteegse Wiel te realiseren.
Doorzichten vanaf de Tuinbouwweg, maar ook vanuit de dorpslinten zijn belangrijk om de waardevolheid van de linten in stand te houden. Ook op de CHW wordt verwezen naar deze DOORZICHTEN.
Titus Drijkoningen, Hans Meulenbeld en ik zijn nog eens samen over de Tuinbouwweg door het gebied gereden om te kijken waar nog mooie doorzichten waren die beslist behouden zouden moeten blijven. Ik vertegenwoordigde toen onze vereniging bij de bijeenkomsten i.v.m. het UITVOERINGSPLAN HERSTRUCTURERING TUINBOUW HEUSDEN (2003). Het realiseren van dit plan betekende, volgens het toenmalige bestuur van dit plan, keuzes maken. En wel de keuze voor gezamenlijkheid in plaats van individueel optrekken; de keuze voor planologische ruimte om de ontwikkelingen mogelijk te maken; de keuze voor duurzaamheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid.
De medewerking van alle tuinders in het gebied werd gevraagd.
Men schrijft in het uitvoeringsplan: “De tuinbouw in Heusden staat op een kruispunt. De ene weg leidt tot het uiteindelijk verdwijnen van de sector uit de gemeente Heusden. Groeiende bedrijven zullen op termijn dan elders hun ontwikkelingen moeten voortzetten. De andere weg is naar een bedrijfseconomisch gezonde, maatschappelijk aanvaarde en duurzame economische sector in Heusden. Dit is niet gemakkelijkste weg. Het is een weg die inspanningen vergt en die mede geplaveid zal moeten worden door andere belanghebbenden.” De wensinventarisatie was dat in 2010 een bruto-oppervlak noodzakelijk zou zijn van 227 ha. voor de glastuinbouw en 213 ha. voor de vollegrondstuinbouw.
Al in 2003 werden een aantal ondernemers belemmerd in hun ontwikkeling. In het plan werd ook opgenomen: “Met de inpassing is ook rekening gehouden met doorzichten door de gebieden en doorzichten richting de bebouwingslinten. Hierbij is zo veel mogelijk rekening gehouden met de streefbeeldvisie die de Natuur- en Milieuvereniging van de gemeente Heusden heeft opgesteld.”
Wij hebben toen gepleit voor een goede landschappelijke inpassing en naar voren gebracht, dat we het zouden betreuren als alle vollegrondstuinbouw uit het gebied zou verdwijnen.
Immers afwisseling tussen glastuinbouw en vollegrondstuinbouw zou kunnen zorgen voor de gewenste openingen en zichtlijnen.
Het gebied ten zuiden van de Tuinbouwweg vanaf de Abt van Engelenlaan tot aan de Priemsteeg zou als agrarisch gebied behouden moeten blijven.
Ook al omdat de Gemeente inmiddels ruimte claimde voor het Hoog I en II. Ook het oostelijke gebied tussen de Mommersteeg en de Voordijk zou ter beschikking moeten blijven van de tuinbouw.
Dit reconstructieplan is, zover ik weet, vastgelopen en nu zal waarschijnlijk het boven geschetste alternatief: de groeiende en steeds groter wordende, geindustrialiseerde bedrijven zullen elders hun bedrijvigheid moeten voortzetten!
Het gebied is daar, wat mij betreft, te klein voor. Bovendien blijkt wel uit het feit, dat een groot bedrijf uit het Westland zich aan de Naulandseweg heeft gevestigd, dat er voor een dergelijke grootschaligheid niet veel belangstelling bestaat bij de huidige, Heusdense tuinders.
Het gebied lijkt mij meer geschikt voor kleinschalige, regionaal georiënteerde, wat mij betreft, biologische tuinders die zich ook bezig houden met het groenbeheer van het gebied.
Dus een glastuinbouw met toegevoegde waarden d.w.z. een glastuinbouw die rekening houdt met het landschap, de natuur en de cultuurhistorie van het gebied.
Het is immers steeds de bedoeling geweest in de plannen van Waalboss, dat de landschappelijke en cultuurhistorische waarden leidend zouden moeten blijven bij de invulling van het gebied. We liggen wel in een stedelijke zone, maar dat betekent niet dat het karakteristieke Eiland van Heusden helemaal moet verstedelijken.
Ik ben ervan overtuigd dat de bewoners van Heusden graag een landelijk gebied in de stedelijke zone Waalboss willen blijven. Dus in een echte GROENE GEMEENTE willen wonen.
In het oostelijke gedeelte van het gebied (Hongerenburchtweg) dat van oorsprong oost-west-georiënteerd was, zijn zichtlijnen vanaf de Voordijk van belang.
Langs de Voordijk (evenals langs de Zeedijk) moet een grote strook groen aanwezig blijven. Hier bevinden zich nog de restanten van de vroegere HONGERENBURG (tussen de Hongerenburgweg en de Tuinbouwweg ).
Albrecht van Beieren, graaf van Holland, beleende op 4 juli 1375 Godevaert Bomer met vier morgen land “metter woninghe daerop staande, leggende in de ambacht van Vlijmen.” Een belangrijk historisch monument van Vlijmen dat zichtbaar gemaakt zou moeten worden voor het publiek (toerisme).
Vanzelfsprekend moet er een duidelijke, groene afscheiding blijven tussen Haarsteeg en Vlijmen. De dorpen moeten hun eigenheid kunnen behouden en geen aaneengeloten rode massa worden!
Het reeds eerder vermelde gebied rondom de abdij en tussen de abdij en de sportvelden van Haarsteeg aan de zuidzijde van de Tuinbouwweg zou zeker ook, ondanks de plannen voor het GEERPARK, een groene bestemming moeten blijven behouden om het landelijk karakter van het gebied te bewaren.
Het Geerpark moet, volgens de plannen, een duurzame, groene wijk worden, wat mij betreft, zo dicht mogelijk tegen de Wolput aan. Het is zelfs de bedoeling dat het Geerpark de BIODIVERSITEIT in het gebied in stand zou moeten houden en zelfs bevorderen. Met dit uitzicht voor ogen heb ik destijds, namens onze vereniging, deelgenomen aan de bijeenkomsten hierover. Voor biodiversiteit is nodig dat het gebied verbonden blijft met andere groene gebieden. In dit geval zou dat via de Onsenoortseloop met het gebied van de Haarsteegse Wiel (de modderkruiper) en via Het Hoog met het Landgoed d′Oultremont (de vleermuizen) waargemaakt kunnen worden.
Rondom Mariënkroon (Focolare) zou vooral de patrijs zich thuis moeten kunnen blijven voelen.
Zowel de modderkruipers als de vleermuizen als de patrijzen zijn, tijdens de gesprekken waarbij ik aanwezig ben geweest, aangewezen als beschermde dieren, waarop men zich zou oriënteren i.v.m. de inrichting van het gebied.
Deze bedreigde dieren komen namelijk in dit gebied nog steeds voor. Als deze zich hier kunnen blijven handhaven, kunnen we echt zeggen, dat de nieuwe wijk bijdraagt aan de biodiversiteit.
Wij willen verder graag dat er echt invulling wordt gegeven aan de LANDSCHAPPELIJKE ZONE (die natuurlijk ook als ecologische zone moet kunnen fungeren) bij het Landgoed van d′Oultremont die een verbinding tussen de Drunense Duinen met het Land van Heusden mogelijk maakt. Het is de laatste mogelijkheid om een zuid-noord verbinding in stand te houden, waar alle overgangen van het hoge zandgebied van de duinen afdalend naar het lager gelegen rivierkleigebied van de Maas beleefd kunnen worden.
Wij hopen dan ook dat er ruimte wordt gemaakt voor een groene zone, waardoor wandelaars en fietsers zich van Giersbergen via de Zeeg, de Heide, het Landgoed d′ Oultremont en het Herptsche Veld naar de vestingstad Heusden kunnen begeven! De landschappelijke zone vormt tevens de POORT waardoor alle kernen via het GROENE HART landschappelijk met elkaar verbonden kunnen blijven.
Verder is het van belang, dat de waterlopen en nog bestaande sloten natuurlijk weer een ecologische functie krijgen met hier en daar elzenhagen erlangs om het slagenlandschap weer te versterken. Ook vrije bermen en randen, waar de typische flora en fauna van het gebied weer kansen krijgen en dus ook tuinders die ook weer beheerders van de natuur willen worden (Groene-blauwe diensten!). .
Kortom: wij moeten het belang van de natuur- en cultuurhistorische elementen blijven benadrukken: bescherming van de dijken; aandacht voor de lintbebouwing van Elshout en Haarsteeg; vrij zicht behouden op de kerken; respect voor de zelfstandige ligging van de abdij en ommuring; handhaven van het Beukenbosch van d′ Oultremont en het gehucht de Bosschen; respecteren van het archeologisch belangrijke gebied van de vroegere Hongerenburg en het klooster van Mariendonk; behoud en versterking van bepaalde, belangrijke noord-zuid zichtlijnen en het nog aanwezige slagenlandschap; de kassen zouden mooier in het landschap moeten worden ingepast; er zouden tussen de kassen kleine noord-zuid verlopende ecologische zones met bijvoorbeeld zwarte els en wilg kunnen worden aangebracht om zo het slagenlandschap weer te versterken; de drie voorziene landschapsecologische zones (Baardwijkse Overlaat, het Landgoed d′ oultremont, en het Bossche Veld) dienen uiteraard groen en open te blijven.
Het betreft hier Een beperkte ruimte, waarop van verschillende zijde aanspraak wordt gemaakt. De mogelijkheden zijn er dus beperkt, wil men het groene en landschappelijke karakter van het gebied en de eigenheid van de dorpen behouden.
Toestroom van tuinders van elders hebben wij steeds afgewezen. Voorkomen moet worden dat de dorpen helemaal worden ingeklemd door glastuinbouw, bedrijventerreinen en woningbouwprojecten en de daarbij behorende infrastructuur zodat de herkenbaarheid en de leefbaarheid van de dorpen in het gedrang komen.
verberg...
28.11.2008
De Gorseweide
Lees verder...Duizenden jaren meanderde de Maas door het gebied van de huidige gemeente Heusden, grind, zand en klei met zich meevoerend. Afhankelijk van de stroomsnelheid, werd er grind, zand of klei afgezet. Langs de rivier bezonk het zwaardere zand en daar ontstonden stroomruggen en oeverwallen. Bij lage waterstanden in droge tijden waaide er zand uit de rivierbedding en werden er zandwallen gevormd.
Bij hoge waterstanden overstroomde de rivier en als dit water dan in lager gelegen gebieden tot stilstand kwam, bezonken de lichtere kleideeltjes. Daar ontstonden de zware komkleigronden, zoals o.a. in de Hooibroeken.
Als de rivierbedding dichtslibde, zocht het water een andere uitweg en verlegde de rivier zijn loop. Zo meanderde de Maas in de loop der eeuwen vrijwel door het hele gebied van de gemeente Heusden.
Op de zandige oeverwallen langs de Oude Maas ontstonden in de middeleeuwen de dorpen: Doeveren, Heesbeen, Oud-Heusden, Herpt en Hedikhuizen. Van hieruit werd het moerassige gebied tussen het Oude Maasje en de Drunense Duinen geleidelijk ontgonnen. Op een opgestoven zandwal – nu de Langstraat geheten – ontstonden na ontginning van het gebied de dorpen: Vlijmen, Haarsteeg, Nieuwkuijk, Drunen en Elshout.
Ten noorden van het dorp Elshout slibde een gebied aan dat nog altijd in agrarisch gebruik is en dat wordt aangeduid met de naam: De Gorse Weide. Gors is de naam die van oudsher wordt gegeven aan aangeslibd land, dat bij een gewone overstroming niet meer onder water loopt.
Gorse Weide zou ook een verbastering kunnen zijn van Graasweide. Nog altijd is te zien hoe dit gebied als één blok tussen de Hooibroeksesteeg, de Zeedijk, het dorpslint van Elshout en de Heusdenseweg is ontgonnen.
Door een ontginningsblok liepen een groot aantal sloten met daartussen smalle stroken land. Een dergelijk landschap wordt een slagenlandschap genoemd. De Gorse Weide bestaat uit zandgrond, die richting Hooibroeken in toenemende mate overslibd is met rivierklei. De Gorse Weide vormt dus een overgangsgebied van zandgrond via zavel en lichte klei naar de zware komklei van de Hooibroeken. Je kunt dus wel zeggen, dat dit gebied bodemkundig en cultuurhistorisch gezien een bijzonder gebied is.
Voor mij vormt dit gebied, vooral in het voorjaar, één van mijn favoriete gebiedjes, waar ik nog kan genieten van de natuur.
Het is een landschap, waarin ik mij nog thuis kan voelen en dat tot mijn verbeelding spreekt.
De natuurminnaar en veldbioloog Jac. P. Thijsse (1865–1945) heeft in zijn boeken de bloemrijke hooilanden beschreven, zoals die er omstreeks 1900 hebben uitgezien, toen er nog volop natuur in Nederland was. Hij beschrijft het natte weiland in de lente dat geel ziet van de dotterbloemen.
Hoog in de lucht zingen de leeuweriken, een half dozijn tegelijk. Op de zwarte slootbagger ziet hij gele en witte kwikstaartjes. In het voorjaar hangt er een soort paarse sluier over het weiland.
Het zijn de pinksterbloemen. Daarna verschijnen de gele paardebloemen. Vervolgens schieten de voorjaarsgrassen op. Allereerst de hoge vossestaarten. Dan verschijnen de koekoeksbloemen en moerasorchideeën. Tenslotte de gele boterbloemen en de rode zuring. Tussen de bloemen en het gras liggen de nesten met jonge vogels van de leeuweriken, piepers, kwikstaartjes, patrijzen, grutto′s, tureluurs, kemphanen, kieviten en wulpen.
Het is wel duidelijk dat de natuur inmiddels enorm is verarmd. Als ik echter nog enigszins wil beleven hoe zo′n natuurlijk hooiland eruit gezien moet hebben, wandel ik door de Hooibroeksesteeg met aan de ene kant de Gorse Weide en aan de andere kant de weilanden van de Hooibroeken.
In april kun je hier langs de slootkanten, waar kwelwater opwelt, nog altijd dotterbloemen zien en de roep van de kievit en de wulp zijn er nog te horen. In de weilanden staan nog pinksterbloemen (kievitsbloemen) en vossestaarten (het eerste gras dat in de lente bloeit).
Tijdens een mooie wandeling in mei zag ik in dit gebied enkele hazen, een koppel patrijzen en een aantal kieviten. Ook minstens drie koppels wulpen. De prachtige roep van de wulp klinkt mij altijd als muziek in de oren. De boerenzwaluwen scheerden over de weilanden. Ik hoorde er ook de roep van de fazant, de koekoek en de wielewaal in de Hooibroeken. Verder zag ik - dat is altijd ontroerend - nog enkele jonge kievitjes lopen en een zorgzaam wulpenechtpaar met een jong wulpje! Dan zie je hoe belangrijk deze gebieden voor deze dieren nog zijn. Je ziet ook, dat ondanks de intensieve agrarische activiteiten er toch nog jongen worden grootgebracht. Ook hoe belangrijk voor de jonge dieren de wat bredere met grassen en kruiden begroeide randen zijn, waar ze zich kunnen verschuilen. Fantastisch om te zien hoe een aantal kieviten elkaar te hulp schoot om een reiger die te dicht bij de jongen kwam te verdrijven. De begroeiing in de sloot langs de Hooibroeksesteeg is ook bijzonder interessant: o.a. valeriaan, gele plomp, waterlelie, gele gentiaan, zwanebloem, fonteinkruiden, waterranonkel, grote boterbloem, pijlkruid, waterweegbree, moerasvergeet–mij–nietje. Eén sloot tussen de Gorse Weide(weg) en het dorp Elshout stond in juni zelfs vol met mooie, bloeiende, paarse zwanebloemen!
Trouwens ook in het agrarisch gebied ten noorden van Haarsteeg, dat eveneens overgaat van zand naar zware klei in het Herptsche Veld, telde ik tijdens een andere wandeling in mei op ieder perceel wel een paar kieviten. Ik kwam tot een aantal van 50! Ook de tegenwoordig zeldzame veldleeuwerik hoorde ik er nog kwinkeleren en verder zag ik een gele kwikstaart en twee koppels scholeksters en een koppel wulpen.
Je zou wel hopen, dat de boeren die dit land bewerken ook wat meer oog hadden voor al deze medebewoners van dit mooie gebied. Misschien zouden ze dan ook wat bredere, begroeide bermen laten groeien, waar de jongen zich kunnen verschuilen voor de vos, de kraaien en de reiger en ook tijdens het bewerken van het land met wat meer aandacht uitzien naar gealarmeerde vogels met eieren of jongen, zodat deze de kans krijgen om te overleven.
Ik weet niet of de huidige boeren het boek nog bezitten, dat uitgegeven is in het kader van de ruilverkaveling in de zestiger jaren van de vorige eeuw, genaamd “Agrarische Reconstructie v.d. Oostelijke Langstraat en het Bovenland van Heusden” (1959).
Ze zouden zich verbazen om te lezen, dat behalve het samenvoegen van verspreid gelegen percelen tot een of meer grotere kavels, volgens Ir. J.L. Siepman ook één van de doelstellingen was: “et aanbrengen van beplanting om zo mogelijk het landschap aantrekkelijker te maken. De aanblik van een schoon landschap zal zonder twijfel stimulerend werken op de arbeidsvreugde.”
Langs de sloten in het slagenlandschap stond in het verleden vaak elzehout (Elshout!), zoals nu nog te zien is in het slagenlandschapje langs de Haarsteege Wiel.
Het buitengebied van de gemeente Heusden omvat gelukkig nog meer dan alleen de aanwezige en door iedereen erkende natuurgebieden. Het is belangrijk om goed te beseffen dat voor de biodiversiteit in de gemeente Heusden ook het buitengebied buiten de natuurgebieden van groot belang is. Een aantal dieren en planten hebben akkerland en weiland als leefgebied nodig.
Juist deze dieren die behoren bij deze leefgebieden zitten helemaal in de knel door te intensieve agrarische activiteiten, maar ook doordat steeds meer gebieden worden onttrokken aan de agrarische sector voor woningbouw, infrastructuur, glastuinbouw en de aanleg van bedrijventerreinen.
Hopelijk blijft dit nog mooie, open gebied ten noorden van Elshout (en Haarsteeg) dat op de plankaarten van het Streekplan wordt gekwalificeerd als “Groene Hoofdstructuur Landbouw: leefgebied kwetsbare soorten” behouden voor de toekomstige generaties die &ndash daarvan ben ik overtuigd ndash met meer aandacht en gevoel naar het landschap en de natuur zullen kijken!
verberg...
26.5.2008
Coulissenlandschap
Lees verder...Nog in mijn jeugd werd het kleinschalige coulisselandschap in het Brabantse zandgebied mede bepaald door eikenwallen: verhoogde wallen met daarop eikenhakhout. Vooral op Giersbergen, de Klinkert, de Fellenoord en de Pestert was dit het geval.
Door de intensivering van de landbouw is de ene na de andere wal verdwenen en daarmee ook het mooie coulisselandschap met een grote diversiteit aan planten en dieren.
Deze wallen markeerden niet alleen perceelsgrenzen, maar weerden ook toen nog vaak vrij rondlopend vee (prikkeldraad en tegenwoordig stroomdraad bestond toen nog niet).
Het eikenhout op deze wallen werd om de zoveel jaar (vaak ca. 6 jaar) gekapt. Dat hout werd dan gebruikt als geriefhout: om de bakoven op te warmen; als brandhout voor de open haard en om afrasteringen te maken e.d. In het meest zuidelijke gedeelte van onze gemeente hadden deze houtwallen nog een heel andere, belangrijke taak: het tegenhouden van het stuifzand vanuit de Drunense Duinen.
De oude Uithof Giersbergen is nog altijd voor een groot gedeelte omgeven door een ca. 500 à 600 jarige eikenwal.Giersbergen was in de middeleeuwen een uithof van het Cisterciënnerinnenklooster Ter Kameren in de buurt van Brussel en dreigde omstreeks 1500 overstoven te worden door het aanrollende stuifzand.
Let eens op de hoge stuifzandwallen juist ten zuiden van Giersbergen! Ook de landbouwgronden rondom de kern waren omgeven door houtwallen. Helaas zijn er op Giersbergen nog slechts enkele houtwallen en hakhoutstroken overgebleven. Gelukkig is de grote wal rondom Giersbergen nog altijd aanwezig. Deze omwalling wordt door de oudere Giersbergenaren “De Wal” genoemd.
Merkwaardigerwijze wordt deze eeuwenoude, cultuurhistorisch zeer waardevolle wal op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) niet vermeld!
Nu er in Brabant weer meer aandacht komt voor de nog aanwezige, cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen die juist vaak het karakter van een gebied bepalen, moeten we vooral ook denken aan deze oude, nog resterende hakhoutwallen, hakhoutstroken en hakhoutbosjes in het agrarische gebied. Deze moeten zeker behouden blijven en waar mogelijk zouden er op bepaalde plaatsen weer een aantal moeten worden teruggebracht in het landschap.
Afgelopen weken heb ik het gebied nog eens afgestruind om te zien wat er, wat dit betreft, nog te vinden is. Ik heb dit op een kaartje aangegeven, dat ik binnenkort op het Gemeentehuis zal afgeven in de hoop dat het Gemeentebestuur ook daar haar aandacht eens naar laat uitgaan.
Ik las een bemoedigende uitspraak van Wethouder Raymond van den Bos in het Brabants Dagblad van 5 april “We laten kansen liggen. We moeten onze diamantjes oppoetsen; de gemeente toeristisch beter profileren.”
In het poldergebied van onze gemeente is nog altijd, vooral ten noorden van Elshout en Haarsteeg, de strokenverkaveling (het slagenlandschap) duidelijk herkenbaar. Helaas zonder elzenhagen (denk aan de naam: Els-hout). Een mooi stukje slagenlandschap is nog te zien tussen de Haarsteegse Wiel en de Heusdenseweg. Hier zijn nog enkele originele, smalle slagen met sloten met de bijbehorende elzenhagen te zien.
Ook in de polder is veel moois verdwenen ten gevolge van de agrarische reconstructie (ruilverkavelingen) van de Oostelijke Langstraat in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Men beloofde toen het veranderende landschap ook weer mooi aan te kleden: bomen langs de nieuwe wegen, beplantingen langs de bermen en op sommige kavelgrenzen zouden weer hagen worden teruggebracht.
Vooral in het oude slagenlandschap zouden op de nieuwe (voor zover niet samenvallend met de oude) kavelgrenzen weer hagen van elzen worden nagestreefd. Helaas moet je constateren dat uiteindelijk hiervan niet veel terecht is gekomen.
Donderdagochtend 10 april heb ik in Berkel-Enschot de startbijeenkomst voor het project “Stimuleringskader Groene en Blauwe diensten” namens de Natuur en Milieuvereniging gem. Heusden bijgewoond. Misschien dat ten gevolge van de hernieuwde belangstelling van de Provincie voor het Brabantse Landschap en de plattelandseconomie deze regeling mogelijkheden biedt het karakteristieke landschap hier en daar te herstellen en te versterken.
Ik citeer uit deze regeling: “Door Groene of Blauwe dienstverlener te worden kan de boer een nieuwe dimensie toevoegen aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. En daarmee bijzonder Brabants platteland waarborgen, voor nu en de toekomst.” Mooie woorden, maar nu de praktische uitvoering.
Voordat de betreffende subsidieregeling in werking treedt, moeten de Gemeente en het Waterschap samen met de Provincie een plan voor een bepaald gebied hebben opgesteld, een gebiedsprogramma. Dit plan komt tot stand met inspraak van boeren en natuurliefhebbers. Op basis van het plan kan de grondeigenaar in het betreffende gebied een specifiek pakket kiezen van groene of blauwe diensten: landschapsbeheer, natuurontwikkeling, recreatieve beleving en waterbeheer.
Als begeleider en adviseur van de boeren wordt een veldcoördinator aangesteld. In onze gemeente zal Wethouder van der Poel zich met het opstellen van het gebiedsprogramma - naar ik meen met een zeker enthousiasme - gaan bezighouden. De voorzitter van de ZLTO Frans van Hulten was ook op de startbijeenkomst aanwezig.
In dit verband is het misschien ook vermeldenswaardig dat onze Natuur- en Milieuvereniging samen met het Brabants Landschap probeert een ommetje Herpt te verwezenlijken. Het ommetje zou interessanter gemaakt kunnen worden indien hier en daar een wandelpad over het boerenland zou kunnen lopen. In wisselwerking met deze wandelpaden zouden ook nog interessante landschapselementen in het omliggende landschap versterkt kunnen worden. Juist hiervoor biedt de subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader aanknopingspunten. Het zou voor de bewoners van de gemeente Heusden en ook voor toeristen aantrekkelijk zijn om alle dorpen van de gemeente Heusden door mooie wandelpaden te verbinden.
verberg...
1.1.2008
Registratie monumentale bomen in Heusden.
Lees verder...Het is interessant om eens door de gemeente Heusden te wandelen of te fietsen met het oog vooral gericht op de oudere bomen. Dat is wat ik de afgelopen zomer heb gedaan.
Vooral de oudere bomen in onze gemeente verdienen immers onze aandacht en respect. Hopelijk wordt er daarom in de toekomst zorgvuldig mee omgegaan. Ze verfraaien niet alleen het landschap, maar hebben ecologisch gezien een zeer nuttige functie: ze nemen koolstofdioxide op en geven zuurstof af. Ook nemen hun bladeren fijn stof op.
Bomen (en heggen) bieden beschutting en dempen het tegenwoordig alom aanwezige lawaai. Ook voor dieren en planten zijn bomen van groot belang.
Bepaalde bomen spelen ook cultuurhistorisch gezien in de herinnering van veel mensen een belangrijke rol.
Wat maakt een boom monumentaal en waar zijn ze vooral te vinden?
Het betreft meestal oude, karakteristieke bomen van 50, 100, 200 of meer jaar oud. Vaak zijn deze bomen ook beeldbepalend in het landschap of in het straatbeeld aanwezig. Weer andere zijn vooral cultuurhistorisch waardevol.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw hebben er grote ruilverkavelingen plaats gevonden in de gemeente Heusden. Toen zijn er veel nieuwe wegen in de polders aangelegd.
De bomen langs deze wegen zijn dus gemiddeld niet ouder dan ca. 40 jaar. Voor monumentale bomen moet er dus vooral gekeken worden naar de al langer bestaande wegen en in de oudere kernen.
De nattere of anderszins niet voor ruilverkaveling interessante gebieden bleven onaangetast. Dit zijn nu voornamelijk natuurgebieden o.a. De Hooibroeken, de Haarsteegse Wiel en de Sompen en Zooislagen, de Lange Wiel, de Wielen langs de Zeedijk en de Voordijk, oude eendenkooien, de Moerputten, de Drunense Duinen e.d.
Het is dus interessant om daar ook eens op zoek te gaan naar oude bomen. Ook de dijken werden gespaard. Ik ga er vanuit dat oude, respectabele bomen in deze natuurgebieden al bescherming genieten. Dus daar houd ik mij in dit overzicht slechts heel sporadisch mee bezig.
Laten we beginnen met onze oude, cultuurhistorisch waardevolle dijken: Zeedijk, Heidijk, Voordijk, Inlaagdijk, Hoge Maasdijk waarvan het groen grotendeels op de provinciale Cultuur Historische Waardekaart (CHW) staat vermeld.
Helaas moet ik telkens constateren dat ons Gemeentebestuur nog nauwelijks met deze kaart werkt. Terwijl het de bedoeling is, dat iedere gemeente deze kaart voor wat hun eigen gemeente betreft nog verder uitwerken.
De Heidijk
Op de Heidijk (ca. 1300 opgeworpen en later opgehoogd) staan een aantal oude, soms wel honderd of meerjarige, karakteristieke eiken.Ook het zandpad met houtwal juist ten zuiden van de Heidijk ter hoogte van het kerkhof staat op CHW.
De Zeedijk Ook aan het begin van de Zeedijk ter hoogte van de Naulandseweg staan een aantal beeldbepalende eiken. Op de Zeedijk nr. 52 staat een gerestaureerde boerderij, waar vroeger in de wintermaanden, als de Baardwijkse Overlaat onder water stond, de mensen werden overgevaren naar Baardwijk en omgekeerd. Bij dit huis staan twee mooie, karakteristieke lindenbomen en een grote schietwilg. Dan de dijkbeplanting ter hoogte van de Elshoutse Wielen en de Koppelwiel. Aan het einde van de Zeedijk bij Doeveren bij het bruggetje over het oude Doeverense sluisje staan 19 karakteristieke notenbomen, alom bekend. In het najaar stopt er menig fietser om noten op te rapen. Verder staan er ook nog twee oude hoogstam-perenbomen, een oude indrukwekkende populier en een heel oude vlierstruik. Ook bij de dubbelsluis vlak vóór Doeveren staan interessante bomen. De sluisjes in de Zeedijk zijn cultuurhistorisch gezien belangrijk. Men wil deze oude inundatiesluizen in de toekomst restaureren.
De Hoge Maasdijk
Aan de oostzijde van de Haarsteegse Wiel op de Hoge Maasdijk staat, behalve een aantal beeldbepalende essen, ook een zeer oude eik. Verder richting Fort Hedikhuizen (aangelegd in 1860 ter bescherming van de inundatiesluis) staan een aantal elzen en wilgen. Ook de dijkbeplanting ter hoogte van Hedikhuizen staat op de CHW.
Dan de Drunense Duinen als geheel In de Drunense Duinen staan een groot aantal oude, ondergestoven eiken die er nu uitzien als zandheuvels met kreupelhout. Deze bomen behoren tot de oudste bomen van ons land. Er staan o.a. ook nog enkele min of meer vrije eiken die misschien wel 350 à 400 of meer jaar oud zijn. Als dat niet respectabel is! Als één van de zeer karakteristieke bomen zou ik ook de mooie Grove den willen vermelden, die in zijn eentje op een zandheuvel staat in de open vlakte tussen de Pestert en Bosch en Duin. Deze den dient menig wandelaar tot baken.
Doeveren
De plataan en de notenboom naast het kerkje zijn beeldbepalend. Aan het begin van de oude Veldweg naar Baardwijk staat links en rechts een oude boerderij (de ene draagt het jaartal 1780 en de andere 1850) met oude fruitbomen. In de Dorpsstraat zijn een mooie es en een boomgaard met oude fruitbomen (ca. 50 à 60 jaar) te bewonderen. Aan het einde van de Dorpsstraat staat een z.g. Julianaboom. De lindebomen langs de Provincialeweg net buiten Doeveren zijn ook karakteristiek. In de maand juni geuren ze heerlijk!
Heesbeen
De vier mooie eikenbomen (ca. 150 jaar) in de dorpskern bij het oude kerkje zijn beeldbepalend. Tussen de oude dorpskern en Doeveren staan nog vier oude fruitbomen (de overige zijn notenbomen) langs het Oude Maasje bij de mooie, historische boerderij van de familie Van Everdingen (het Slot) en ook staat er langs deze weg nog een oude Schietwilg.
Oud-Heusden
De ca. 200-jarige oude rode beukenbomen (5) op het oude kerkhofje vlak bij de Herptseweg zijn ook cultuurhistorisch gezien zeer waardevol. Verder staan er nog 2 restanten van oude taxusbomen en 4 paardekastanjes. In de C.H.W. zijn deze helaas over het hoofd gezien! Ook op de C.H.W. staan de Hooibroeken met strokenverkaveling en eendenkooi Ter Kwak en enkele specifieke bomen: Fraxinus excelsior 1890 - 1900, solitaire es bij het kooilaantje naast het kooikershuisje van de eendenkooi.
Heusden
Laten we beginnen bij de oude eiken langs de Steenweg. Verder bij de Garnizoensstraat rechtsaf (de Demer) zijn twee oude perenboomgaarden te vinden. Langs de Demer staan mooie lindebomen, zoals ook elders in Heusden. In de tuin van het Gouverneurshuis bevindt zich ook een boomgaard. Bij de oude St. Catharijnekerk in het parkje bij het kerkhof in de Kerkstraat staat een ca. 200-jarige rode beuk.(C.H.W. Fagus sylv.″Purpurea″ 1840 - 1850). Rondom de kerk beeldbepalende esdoorns. In de achtertuinen van de Pelsestraat staan enkele bijzondere bomen: een zeer hoge spar (blauwspar?) en een zeer oude moerbeiboom die na de Franse Revolutie hier is terechtgekomen. Ook in de Heemtuin zijn nog enkele oude perenbomen te vinden. Bij de aanlegsteiger van de jachthaven De Wiel, Werf 2, staan twee solitaire zwarte populieren. C.H.W.: Populus nigra, plantjaar 1870 - 1880, grote brede populier; op ca. 1 m. hoogte 2 stammig en Populus nigra 1880 - 1890, een grote brede populier rechts van de jachthaven. Bij Stadshaven 22 in de tuin wordt op de C.H.W. nog vermeld een rode paardenkastanje (C.H.W.: Aesculus camea 1840 - 1850). Ook in de Hoogstraat in de tuin van het herenhuis van de vroegere familie Verhoeven op de hoek van de Zustersteeg staat een heel oude beuk.
Hedikhuizen
De knotwilgen in de Kerkstraat en in de Schoolstraat zijn karakteristiek voor het gebied. De oude fruitbomen op het kruispunt van deze wegen zijn ook opvallend. Op de C.H.W. wordt de dijkbeplating van de Hoge Maasdijk vermeld (ca. 1850) o.a. een beeldbepalende boom Canada populier (1930 - 1940) die langs de Hoge Maasdijk staat.
Haarsteeg
De zeer oude knotwilgen in het weiland aan de westzijde van de Haarsteegse Wiel (ong. 10) zijn zeer karakteristiek. Aan de zuidkant van dit weiland staat een zeer oude, dubbele, volgens mij, Zwarte populier. Niet ver daarvandaan in het populierenbos aan de zuidkant van de wiel staan nog enkele, oude populieren. Ook aan de noordzijde van de wiel bij het Haventje zijn nog enkele zeer dikke populieren te bewonderen. De begroeiing bij de Haarsteegse Wiel uit ca.1900/1920 en in het voormalige uiterwaardengebied met eendenkooi (1825): de Sompen en Zooislagen (1900/1925) staan ook vermeld op de CHW.
Herpt
Bij de splitsing Hoofdstraat/Burgemeester Buisstraat in het centrum bij het lage muurtje rondom de oude begraafplaats, waar voorheen de oude kerk stond, staat een rode beuk e.d. Misschien beeldbepalend? Verder staat er bij de splitsing het restant van een oude lindenboom die de vernieling van de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd. Deze boom staat op de Cultuurhistorische Waardekaart vermeld als Tilia eur. ′Pallida′ 1880 - 1890. Ook het groen van de Burgemeester Buijsstraat staat op de C.H.W. met o.a. zomereiken (1860 - 1870), knotplatanen en fruitbomen. Verder een rij knotwilgen in de Watersteeg. Ook de laanbeplanting in de Hoefstraat staat op de C.H.W.: o.a. een rij knotwilgen langs het Oude Maasje en een oude notenboom bij de (ingezakte?) monumentale boerderij van Boer Buis. Misschien zijn ook de bomen bij de pont naar Berne karakteristiek?
Elshout
Hier is een opvallende treurwilg te zien in de Mariëndonkstraat en oude beuken en knotwilgen e.d. in de Kapelstraat. Verder is interessant de laanbeplanting langs de Elshoutseweg en de Heusdenseweg.
Drunen
In het dorp Drunen staan enkele imposante rode beuken: de ene staat in het centrum van Drunen op de hoek: Grotestraat/Hugo de Grootstraat, de andere in de Grotestraat nr. 15 voor het vroegere notarishuis vlak bij de eindstraat en dan nog een in de Torenstraat tegenover de groentezaak van Van Bokhoven. Verder nog een zeer oude (250 of meer jaar?) in de Schoolstraat en een ca. 50 jaar oude in de Wilhelminastraat vóór de oude school. Hier staan ook twee beeldbepalende ca. 50 jaar oude platanen en twee oude Japanse kersenbomen. In de Wilhelminastraat achter het huis op nr. 2 staat een oude notenboom en op de splitsing met de Julianastraat een beeldbepalende plataan. Vóór het huis met het bordje Architect Verhagen staan twee oude berken en een oude Japanse kers. De nog resterende lindebomen in de Grotestraat en de Eindstraat die vroeger beeldbepalend waren voor de Langstraat moeten zeker behouden blijven. Bij de afslag naar de molen (Hertogin van Brabant) staat ook een markante oude lindeboom. De lindebeplanting langs de klinkerweg Molensteeg staan op de C.H.W. vermeld. In de Grotestraat nr. 47 staat achter het huis een oude notenboom. Bij café de Zeven Lantaarns in de Grotestraat is een mooie tamme kastanje te vinden. In de Van der Meijdenstraat en de Van der Heijdenstraat staan karakteristieke haagbeuken (ca. 50 à 60 jaar oud). Aan het einde van de Ravelstraat op het Sempke staat een prachtige, beeldbepalende oriëntaalse plataan. De laanbeplanting van de Bosscheweg en de Heistraat staat op de CHW vermeld (omstreeks 1900) De beukenlaan bij het Land van Ooit is oud en historisch en staat dan ook op de CHW vermeld als oprijlaan met beuken en eiken en buitenrij met linden. Eveneens op de CHW staat de begroeiing uit ong. 1870 – 1902 o.a. Hollandse Linde uit 1910 – 20 in kasteelpark, beuk uit 1840 – 1850, zomereik 1880 – 1890, Hollandse linde uit 1890 – 1900, rode beuk 1830 – 1840 en Hollandse linde 1830 – 1840 e.a. Ook staan er enkele oude eiken aan het einde van de laan vlak bij de poort. Ook in het park staan nog enkele zeer oude bomen. Ook tegenover de oude ingang naar het vroegere kasteel van de familie d′Oultremont aan de Bosscheweg bij de tuinderij Van Roestenburg staat een eik van misschien wel 250 jaar oud. Verder werd er door de graven d′Oultremont een beukenlaan aangelegd naar de oude eendenkooi (Kooiweg en Eendenkooi) en nog een rij beuken haaks op wat nu genoemd wordt de Eendenkooi. Aan het einde van de Eendenkooi staan vier zeker 200–jarige eiken. Van daaruit langs de binnenkant van de Heidijk is nog een interessant eikenbosje met o.a. aan het einde van dit pad nog enkele 200–jarige eiken. Verder staan er in de Eendenkooi nog enkele mooie beuken, twee ratelpopulieren, twee oude, dikke berken (ca. 50 jaar?) en vóór het huis van Piet Vissers 12 ′koningslinden′. En verder zijn er nog een rij ong. 200–jarige eiken langs de Meerdijk (zijstraat van de Bosscheweg) te vinden. Het groen van de Zwaluwmoerse Dreef daterend, volgens de CHW uit 1900 – 1925, is ook interessant. Ook het zandpad met houtwal juist ten zuiden van de Heidijk ter hoogte van het kerkhof staat op de C.H.W. Ook de oude eikenwal in de Bosschen ten noorden van de A59 is karakteristiek en zeker ook de oude eikenwal tussen de Mariëndonkstraat en de oude wal van de Bosschen.
Ook op de Pestert, waar vroeger een boerderij heeft gestaan, lieten de graven d′Oultremont een mooie beukenlaan met zowel links als rechts aftakkingen aanplanten. Ze zijn vroeger eigenaar geweest van de Pestert. Ook staat op het oude erf van de Pestert nog een zeer oude tamme kastanje.
Langs het pad aan de Steegerf staan oude eiken. Ze zien er niet zo oud uit, maar werden vroeger als leveranciers van rijshout e.d. gebruikt en konden pas halverwege de vorige eeuw uitgroeien tot volledige eiken. De oude littekens zijn nog te zien. Verder staat op de Steegerf een aantal beuken in een vierkant, waaraan nog te zien is, dat het eigenlijk een doorgeschoten beukenhaag is. Vroeger stond hier een villa die bij de bevrijding van Drunen in 1944 is afgebrand. Vlak erbij zijn ook nog de oude brokstukken van de opgeblazen brug over het kanaal te vinden. Binnen deze beukenhaag op het oude erf staan nog enkele vrije beuken.
Ook op de Klinkert naast het oude huis staan nog een prachtige oude eik en nog vier mooie eiken. Op het vroegere kampeerterrein De Klinkaert staan ook nog een aantal mooie bomen. Langs het kanaal dat gegraven werd tussen 1907 en 1910 zijn aan beide zijden zeer markante oude eiken te vinden, waarschijnlijk aangelegd na het graven van het kanaal. Dit groen (houtwal, struweel, watergangbeplanting) vanaf de brug Baardwijkse Overlaat tot aan de Margrietbrug (ca. 5 km) staat ook vermeld op de CHW. Ook het groen van de Baardwijkse Overlaat.
Giersbergen
Op Giersbergen rechtsaf naar nr. 19 staat een grote beuk en verder nog naar nr. 17, de Poirthoeve, staat links in de berm van de weg nog een rij historische eikenbomen doorlopend naar de bosrand. Bij de Poirthoeve gaat deze rij bomen over in een oude, historische eikenwal. Vóór de Poirthoeve staan twee zeer oude linden die zijn gespaard bij de herbouw van deze hoeve. De drie linden vóór de Drie Linden zijn ook ca. 100 jaar oud. Om Giersbergen heen ligt aan de zuidkant en de oost- en westzijde een eikenwal die Giersbergen eeuwenlang tegen het opdringende stuifzand heeft beschermd. Het eikenhout op de wal werd vroeger om de zoveel jaar gekapt. De eikentakken werden als geriefhout gebruikt. Vandaar de oeroude eikenstobben die tot de oudste van Nederland behoren. Deze eiken zijn namelijk omstreeks 1500 aangeplant. Net vóór het gehucht Giersbergen staat een markante eik half in de sloot half in de berm. Het groen ten noorden van de Koesteeg (o.a. een oude wal) staat op de CHW en de noordelijke begrenzing van Giersbergen (o.a. de weg vanaf de Duinweg naar de Klinkaert.
Bij het witte huis van de familie Liefting aan de Hoge Schijf bevindt zich nog een interessant eikenbos. Verder staan daar langs de Duinweg nog enkele markante beuken (3) en nog enkele eiken. Juist vóór de brug rechts staat een zeer dikke eik en juist over de brug langs de Duinweg (een oude historische weg) staan een aantal zeker 100-jarige eiken. Vlak bij Ten Eijk (let op het woord) staat een ongeveer 250-jarige eik. Juist voor de knik in de weg naar Giersbergen staat zowel links als rechts een mooie, oude eik. Ook langs de Hoge Schijf staan nog wat oudere eiken.
Nieuwkuijk
Een mooie beukenlaan, genaamd de Koesteeg, is te vinden aan het begin van Nieuwkuijk tegenover het Land van Ooit. Op de CHW wordt de laanbeplanting van de Nieuwkuijkseweg 1865 - 1905 vermeld en de Fagus sylv. ′Purpurea′, de rode beuk uit 1860 - 1870 die in de tuin staat in de Nieuwkuijksestraat nr. 100, voorzien van een bank eromheen en in de Nieuwkijksestraat nr. 52 een Fagus sylvaticus 1900 - 1910, een beuk, in tuin van particulier.
Vlijmen
Vooral de mooie bomen in de Julianastraat en de Meliestraat vallen hier op. Oude fruitbomen (één van ca. 130 jaar, volgens mevr. Van Nieuwkuijk) e.a. op het erf bij de oude brouwerij van de familie van Nieuwkuijk in de Meliestraat nr. 20. Ook in de Meliestraat op de C.H.W.: nr. 24 Platanus 1890 - 1900 particulier en Fagus sylv. ′Pendula′, treurbeuk 1890 - 1900, staat in tuin en vormt samen met een aantal platanen een bomengroep en nr. 35 solitaire moerascipres 1840 - 1850 in particuliere tuin. In de Julianastraat staat op de C.H.W.: nr. 11 Fagus 1820 - 1830 in particuliere tuin en nr. 1 Fagus sylvatica 1810 - 1820 particulier. Ook op de C.H.W.: Platanus x acerifolia 1900 - 1910, staat langs de weg Grote Kerk 7. Verder moeten nog worden vermeld de sfeerbepalende beuken in de Prins Bernhardlaan. De historische, prachtige rode beuk bij de Grote Kerk nr. 22 van meer dan 200 jaar zal wel niemand ontgaan.
Zoals u ziet, is het de moeite waard om te bekijken wat er nog aan waardevolle bomen in de gemeente Heusden te vinden is.
De heer Huub van de Ven van de Gemeente Heusden, die inmiddels kennelijk niet meer bij de Gemeente werkzaam is, vertelde mij, dat de Gemeente bezig was de waardevolle bomen op particulier terrein in de gemeente Heusden te inventariseren. Hij mailde mij dat de bijzondere bomen op publiek terrein al een bepaalde aandacht kregen. Hoewel mijn lijst nog niet helemaal volledig was, deed het mij plezier, dat hij mij eveneens mailde ook mijn lijst te zullen bewaren bij de inventarisaties van de bomen op particulier terrein. Inmiddels heb ik mijn lijst nog aangevuld met de bomen die op de C.H.W. staan.
De Gemeente Heusden zou alle monumentale bomen (en groen) ook in het buitengebied, wat mij betreft, moeten laten inventariseren en eventueel ook in kaart laten brengen (misschien ook fotografisch laten vastleggen) en daarna een duurzaam bomenbeleidsplan moeten opstellen, dat standaard bij alle plannen zou moeten worden geraadpleegd. Ook na vertrek van medewerkers van het groenbeheer van de Gemeente, die ook telkens weer een stuk informatie en ervaring wat betreft de bomen en het groen, meenemen, ligt er dan voor de opvolgers het bomenbeleidsplan gereed! Dan krijg je een echt DUURZAAM BOMEN EN GROEN BEHEER.
Ik heb geprobeerd een aanzet tot inventarisatie van alle monumentale bomen (en groen) in de Gemeente Heusden te maken. Wie weet waar het toe leidt!
verberg...
30.11.2007
Het Ommetje Herpt
Lees verder...Heusden als vestingstad aan de Maas is in wijde kring bekend. Heusden als gemeente die een aantal karakteristieke dorpen vertegenwoordigt is minder bekend. Daarom zou er meer aandacht moeten zijn voor de verschillende dorpen die in de gemeente Heusden te vinden zijn.
Dat kan o.a. door interessante wandelroutes in het buitengebied te ontwikkelen, die de verschillende dorpen verbinden. Van belang is natuurlijk dat de drukkere verkeerswegen zo veel mogelijk worden gemeden.
Hermien van Toorenburg-van Nimwegen die in Herpt woont en graag af en toe door de nog mooie landelijke omgeving van Herpt een wandeling zou willen maken, kwam tot de conclusie dat dergelijke wandelroutes hier nog ontbreken. Toen Het Brabants Landschap een prijsvraag uitschreef om nieuwe mogelijkheden om te wandelen te ontwikkelen stuurde zij een door haar op papier ontwikkeld ′Ommetje Herpt′ in. Het zat gedegen in elkaar en voldeed aan de door het Brabants Landschap gestelde eisen.
Ze haalde helaas niet de uitgeloofde 10.000 Euro binnen, maar kreeg wel een eervolle vermelding. Het Brabants Landschap vond het zeer de moeite waard eraan mee te werken dit ′Ommetje Herpt′ op een of andere wijze te helpen realiseren.
Daarom wilde het Brabants Landschap samen met Hermien en onze vereniging nog eens kritisch naar het plan kijken om te bekijken hoe dit plan eventueel gerealiseerd zou kunnen worden. Dit overleg heeft inmiddels plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit overleg heeft Hermien een powerpoint presentatie over het Ommetje Herpt gegeven aan de KOV in Herpt, waarvan zij zelf ook lid is, om zo ook in Herpt zelf bekendheid te geven aan het ommetje en ook draagkracht te verwerven voor dit plan. De heer Ferdinand ter Schure van het Brabants Landschap heeft i.v.m. nog eventuele andere plannen in dit gebied met de Gemeente Heusden gesproken. Namens onze vereniging heb ik, behalve nog wat ideeën, natuur– en cultuurhistorische gegevens aangeleverd, die in de route opgenomen kunnen worden, zodat de wandelaars voorzien van deze informatie nog meer kunnen genieten van de mooie omgeving. Het Ommetje Herpt verdient, wat ons betreft, zeker alle aandacht. Juist ook om nog zo′n mooi en karakteristiek dorp als Herpt onder de aandacht te brengen. Hoe ziet het Ommetje Herpt, mogelijke veranderingen voorbehouden, er in grote lijnen uit? Zie elders in ′Natuurlijk′!
verberg...
15.11.2007
Enkele gegevens voor het ommetje Herpt
Lees verder...Inleiding:
Algemene informatie:
Herpt is ontstaan op de oude stroomruggronden van de Oude Maas, die met grote bochten door dit gebied slingerde: ze schuurde uit, hoogde op, sneed af en verlegde regelmatig haar loop. Al in de middeleeuwen verlegde ze haar hoofdloop in noordelijke richting om uiteindelijk uit te monden in de Waal bij Woudrichem. In 1273 werd de Oude Maas bij Hedikhuizen afgedamd. Men meende, dat er zo een betere afwatering van het ingedijkte land mogelijk was.
Er ontstonden echter steeds grotere problemen met de waterafvoer in dit gebied. Daarom besloot men aan de Oude Maas haar oude loop terug te geven. De nieuw gegraven loop tussen Heusden en Geertruidenberg viel echter niet samen met de oude, maar kreeg een eigen traject.
Het Oude Maasje in dit gebied moet daarom niet verward worden met de Bergse Maas die tussen 1888 en 1904 tussen Geertruidenberg en Hedikhuizen werd gegraven en dus eigenlijk een kanaal is.
De naam Herpt komt vanaf omstreeks 1100 voor in de oude kronieken. Volgens naamkundigen is de naam afgeleid van “Harpede”dat “scherpe kromming” betekent.
De Oude Maas stroomde hier inderdaad met een grote bocht door het landschap.
Kenmerkend voor het dorp Herpt is het ovaal&ndashvormige lint van boederijen met de akkers in het midden. De Hoofdstraat en de Burgemeester Buijsstraat zijn de oudst bewoonde straten. De straten zijn onderling verbonden door tussenpaden.
Het is interessant dat deze bijzondere agrarische lintbebouwing nog steeds herkenbaar is. Vooral in de Burgemeester Buijsstraat en de Hoofdstraat staan nog een aantal oude boerderijen.
Nabij de kruising van wegen naar Heusden, Nederhemert en Hedikhuizen/Haarsteeg, waar vroeger de brug over het Oude Maasje lag, stond tot 1944 op een terp de oude kerk. Hier ontwikkelde zich een centrum met een ambachtsbuurt (mandenmaker, klompenmaker, timmerman, bakker en kruidenier).
Hier stond ook de school en het raadhuis. Tot 1935 vormde Herpt samen met Berne, dat na het graven van de Bergse Maas aan de overkant van de Maas lag, één gemeente. Daarna vormde Herpt samen met Oud&ndashHeusden en de vestingstad Heusden één gemeente.
In 1997 heeft er een nieuwe fusie plaatsgevonden. Toen zijn de gemeenten Drunen, Vlijmen en Heusden samengesmolten tot de nieuwe gemeente Heusden.
De bouw van een nieuwe kerk met pastorie aan de Torenstraat vond plaats in 1924. Vooral na 1970 werd een aantal nieuwe huizen opgetrokken tussen de agrarische lintbebouwing van de Burgemeester Buijsstraat, de Hoofdstraat en de Achterweg. Voor de aanleg van de N267 liep de doorgaande provinciale weg vanaf Vlijmen via Herpt naar Heusden.
Het begin van de tocht:
Vanaf het parkeerterrein tegenover café De Ploeg ziet u het Oude Maasje onder de weg door stromen. De brug is inmiddels verdwenen. U vertrekt vanaf café De Ploeg, steekt de weg over en slaat vervolgens links af. Daar ziet u de ommuurde terp, waarop vroeger de oude kerk van Herpt heeft gestaan met een kerkhof eromheen.
Er staat nog een enkel graf en de contouren van de oude kerk zijn nog te zien. De kerk is in 1944 door oorlogsgeweld verwoest.
Bij de poort van de oude begraafplaats staat nog een oude, eerbiedwaardige linde die het oorlogsgeweld heeft overleefd. Hier tegenover ziet u de Hoofdstraat, waar het raadhuis te vinden was.
Sla nu de Burgemeester Buijsstraat in. Bij huisnummer 27 aan de rechterzijde hebt u een mooi doorkijkje naar de Hoofdstraat. Net voorbij nr. 29 aan de linker zijde is een mooie doorkijk over de velden, waardoor – vanaf hier onzichtbaar – het Oude Maasje stroomt, dat nog in de Romeinse tijd de hoofdloop van de Maas was.
Tijdens de ruilverkavelingen in de zestiger jaren van de vorige eeuw werden gedeelten van het Oude Maasje dichtgegooid. Aan de linkerzijde van de weg staan een ca. 200–jarige zomereik met daarnaast een ca. 100–jarige eik.
Daar voorbij twee knotpopulieren en drie gewone populieren. Let op het kleine verbindingsstraatje rechts. Ook de oude fruitboomgaarden vormen een opvallende verschijning in deze straat.. Vroeger had iedere boerderij in dit gebied wel een boomgaard.
Bij huisnummer 19 ziet u een prachtige kortgevel boerderij, die behoort tot één van de oudste boerderijen van Herpt.
Op einde van de Burg. Buijsstraat bij de Watersteeg links af de Veldweg in. Van daaruit heb u een mooi zicht op het Oude Maasje, zowel links als rechts van het “bruggetje“. Verder kijkt u uit over het Herptse Veld. Langs de Veldweg staan mooie knotwilgen en knotpopulieren.
Let ook op de mooie, oude boerderij links van de Veldweg. [Hier zou een mooi bord geplaatst kunnen worden met een tekening van de loop van het Maasje door dit gebied en waarop staat aangegeven: welke loop nog origineel is; welk gedeelte gedempt is en welk gedeelte weer hersteld zou kunnen worden e.d.]
[Wat de bloemen langs de weg betreft, kunnen we beter wat foto′s maken. Dit beeld verandert namelijk elk seizoen. Dat kun je dus moeilijk in de tekst opnemen. Enkele mooie foto′s uit de verschillende jaargetijden met de typische planten uit dit gebied zou misschien wel interessant zijn.
Momenteel is de kleur in de bermen hier overwegend wit: de mooie grote bloemschermen van de berenklauw.]
Algemene informatie
Het bos aan het einde van de Spieringstraat bestaat grotendeels uit populieren met ondergroei van eik en vooral meidoorn. Er bevindt zich echter ook een strook begroeid met eikenbomen.>br>Aan de mooie rijen, waarin de bomen staan, is te zien, dat het vroeger een productiebos is geweest. Het vormt eigenlijk een geheel met het gebied aan de overkant van de N 267, waar zich nog een oude eendenkooi bevindt.
Dit van oorsprong laag gelegen en natte gebied werd vroeger behalve voor eendenkooien ook gebruikt voor de griendcultuur. Dit is nog te zien aan de knotwilgen links en rechts van het bos.
Later werd de houtproductie belangrijker en werden er populieren geplant.
[In de sloten langs de wegen vallen nu vooral de paarse kattestaarten en de witte moeraspirea′s op. In de kwelsloten langs de Spieringstraat groeien in het voorjaar de holpijp en de dotterbloem.]
Langs de Spieringstraat wordt een nieuw landgoed ontwikkeld. Via de Oosters naar Oud–Heusden. Afslaan bij de Van Deelenstraat of de Vermeerstraat. U komt dan terecht bij het Oude Maasje, dat hier nog door Oud–Heusden stroomt. Via de Van Deelenstraat nr. 1 – 11 (bejaardenwoningen) komt u uit op de Herptseweg, waar u oversteekt en links afslaat. Bij het eerste weggetje rechts langs het Oude Kerkhofje richting Steenweg.
Algemene informatie
Oud–Heusden
De kasteelheren van Oud–Heusden bouwden in het begin van de 13e eeuw een nieuwe burcht en tolhuis ten noorden van de Oude Maas, dat zou later (Nieuw) Heusden worden in tegenstelling tot Oud–Heusden.
Men heeft in Oud–Heusden Romeins aardewerk en potscherven uit de 8e en 9e eeuw gevonden. Dus Oud–Heusden heeft waarschijnlijk oude wortels.
In 1357 deden de hertogen van Brabant afstand van Stad en Land van Heusden ten behoeve van de graven van Holland. Heusden werd toen Hollands gebied. Eind 15e eeuw werd Oud–Heusden een zelfstandige heerlijkheid.
Jan van Oudheusden–Wouterszoon kocht in 1498 Oud–Heusden van Philips de Schone, graaf van Holland. Binnen de ban (rechtsgebied) Oud–Heusden lagen twee buurtschappen: Elshout en Hulten. Hij kocht ook het huis (kasteel) van Oud–Heusden met voorburcht, boomgaarden en landerijen gelegen bij de kerk bij het Oude Maasje.
In 1186 was Oud–Heusden in het bezit van een parochiekerk. Oud–Heusden viel toen onder het bisdom Luik.
Het kerkhof is tot op heden gedeeltelijk bewaard gebleven. Het kerkgebouw is in 1579 tijdens de 80–jarige oorlog platgebrand. Later weer herbouwd, maar kleiner en minder fraai. In 1795 bij de belegering van Heusden door de Fransen is de kerk weer platgeschoten. Daarna weer opgebouwd en vervallen. In 1832 zijn de stenen gebruikt voor het bouwen van de muren van het nu nog aanwezige oude kerkhofje. Daarna heeft Oud–Heusden geen eigen kerk meer gehad. Er staan vijf ongeveer 200–jarige beuken op en bij het oude kerkhofje.
We mogen dus wel aannemen, dat deze omstreeks 1832 zijn aangeplant. Na de Tweede Wereldoorlog fungeerde Oud–Heusden als overloopgebied voor Heusden–Vesting. Er werden door de Scheepswerf Verolme en de Conservenfabriek van Wagenberg–Fester (Jonker Fris) een groot aantal woningen gebouwd voor hun werknemers en gezinnen. De bestaande bebouwing werd vervangen door nieuwbouw.
Helaas bleven slechts enkele boerderijen en het oude kerkhofje behouden.
We vervolgen nu onze weg via de Steenweg richting Heusden. Vlak voor de brug slaan we rechts af en volgen het fietspad. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht op wallen, bolwerken en ravelijnen van de vestingstad. Hier vindt u een informatiebord over de stad Heusden en een bank om eventueel even uit te rusten.
Toen Heusden in 1577 de zijde koos van de prins van Oranje en zich tegen de Spanjaarden keerde, werd in opdracht van de prins door Adriaen Anthonisz van Alkmaar een plan ontworpen ter versterking van Heusden, dat toen de zuidelijke grens van Holland vormde. In 1590 was Heusden als versterkte vesting voltooid.
Als u uw weg vervolgt, komt u uit bij de algemene begraafplaats aan de Heusdenseweg. Hier bevindt zich een Eregraf voor de omgekomenen onder het stadhuis van Heusden, dat op 5 november 1944 door de Duitsers werd opgeblazen.
Juist voorbij de begraafplaats slaat u rechts af en wandelt over het fietspad terug naar het dorp Herpt. We komen uit in de Achterweg en gaan via de Akkerstraat en de Schoolstraat terug naar het parkeerterrein.
verberg...
1.11.2007
Een “Highway” voor vleermuizen
Lees verder...Het bestemmingsplan ′Bedrijvenpark het Hoog II′ heeft ter inzage gelegen. Wij hebben naar aanleiding hiervan ook een zienswijze ingediend, waarin wij o.a. aandacht hebben gevraagd voor de vleermuizen die al van oudsher vanaf Mariénkroon naar het bos van d′Oultremont en de bossen bij het Land van Ooit heen en weer vliegen.
Vleermuizen oriénteren zich in de ruimte met behulp van grote bomen en lanen. Daarom hebben wij bij de ter inzage legging van het Bestemmingsplan Het Hoog II aandacht gevraagd voor deze vleermuizenroute.
In een eerder overleg over een integrale gebiedsvisie ′Geerpark–Mariénkroon′, waarbij ik persoonlijk namens onze vereniging aanwezig ben geweest en waarbij ook de biodiversiteit op het programma stond, heb ik ervoor gepleit om enkele noodzakelijke, ecologische verbindingszones met het omliggende gebied in stand te houden.
Ik denk bijvoorbeeld aan de brede waterloop die vanaf Mariénkroon via Haarsteeg naar de Haarsteegse Wiel loopt.
Langs deze waterloop ligt nog een brede strook grond t.b.v. het schoonhouden van deze sloot. Hierlangs zou eventueel ook nog een mooi wandelpad gerealiseerd kunnen worden richting Haarsteegse Wiel en verder naar Hedikhuizen en Herpt.
Verder heb ik aandacht gevraagd voor de Abdijlaan die op een of andere wijze, wat de bomen betreft, doorgetrokken zou kunnen worden over Het Hoog naar het bos van d′Oultremont om zo een Highway voor de vleermuizen in stand te houden.
Hoewel het bestemmingsplan Het Hoog II losstaat van de gebiedsvisie ′Geerpark–Mariénkroon′ en ook door een ander bureau wordt uitgevoerd, zou het jammer zijn, als er geen overkoepelende groene visie zou zijn om deze gebieden, ecologisch gezien, te verbinden.
In oktober jl. hebben we bericht ontvangen, dat “naar aanleiding van onze zienswijze en een uitgevoerd vleermuizenonderzoek is besloten om de Tuinbouwweg buiten het plangebied te laten. Daarmee wordt een aantasting van het foerageergebied van de vleermuizen voorkomen. Verder wordt in de beschrijving in hoofdlijnen aangegeven op welke wijze bij de aanleg van straat– en terreinverlichting rekening gehouden dient te worden met de aanwezigheid van vleermuizen. In de toelichting wordt tevens nadrukkelijk aandacht besteed aan de aanwezigheid van nestplaatsen van vleermuizen in wegbestemde gebouwen en de ontheffing van de Flora– en Faunwet die vereist is voor de sloop van deze gebouwen.”
Ik heb begrepen, dat de bomen van de oude Abdijlaan, althans wat daar nog van over is, ook behouden blijven en de vleermuizen via bomen in westelijke richting zullen kunnen blijven vliegen. Uit het vleermuizenonderzoek, dat verplicht is, omdat alle soorten vleermuizen onder de Flora– en Faunawet beschermd zijn, is gebleken dat er een kolonie gewone dwergvleermuizen (70 à 100 dieren) is gevonden langs de Tuinbouwweg en ook één verblijfplaats van een individuele laatvlieger. Er is ook een gewone grootoorvleermuis waargenomen en op wat grotere hoogte een rosse vleermuis.
De laatvlieger wordt samen met de rosse vleermuis op de nieuwste rode lijst als kwetsbaar vermeld. Verder is in het gebied de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis gesignaleerd. De bomen langs de Tuinbouwweg zijn nu kennelijk een belangrijke vliegroute geworden.
In het zuidelijke gedeelte van Het Hoog dat nu nog een kale, grote overbelichte vlakte is, werden geen vleermuizen waargenomen. Ze houden niet van overbelichte terreinen.
Ze vliegen graag op de grens van beperkte verlichting en duisternis. Vandaar dat het belangrijk is de belichting gedeeltelijk af te schermen. Laten we hopen, dat de adviezen die in de plannen voor Het Hoog II dienaangaande worden gegeven daadwerkelijk worden uitgevoerd, zodat er t.b.v. de vleermuizen verbindingen blijven bestaan vanaf Geerpark–Mariénkroon naar het bos van d′Oultremont. Dat is ook erg belangrijk voor de biodiversiteit die in het plan Mariénkroon–Geerpark, ondanks de bebouwing, wordt nagestreefd.
verberg...
25.08.2007
De Haarsteegse Wiel
Lees verder...
Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen.
Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft.
Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen.
Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden. Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond.
Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin.
Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen. Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft. Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen. Ik zag ook, dat er aan de noordzijde, aan de Hedikhuizense kant, al het een en ander is gebeurd om de boel op te knappen. De weg naar de Hoge Maasdijk is met vermorzeld puin verhard. Ik vind het erg, dat de oude, historische straatkeien zijn verdwenen. Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden.
Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond.
Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin. Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele Onlangs heb ik nog eens een heerlijke wandeling gemaakt rondom de Haarsteegse Wiel. Ik had natuurlijk de artikelen in het Brabants Dagblad van 9 mei gelezen, waarin journalist Frans van Halder verslag doet van zijn gesprek met George Rouhof, voorzitter van onze Milieuvereniging, en Mark Buijs, wethouder van de Gemeente Heusden, over de vernieling van de waardevolle oever van de kleine Oude Wiel die vlak naast de grote Nieuwe Wiel is gelegen. Inderdaad, ook ik heb mij al vaak met verbazing afgevraagd hoe het mogelijk is, dat dit gebiedje, gelegen tussen de Oude en de Nieuwe Wiel, zo misbruikt mag worden. De hele rietkraag met alle daarbij behorende moerasplanten is verdwenen, de paarden vreten alles kaal, ook de rietkraag langs de Vlied, waar de kleine karakiet graag verblijft. Verder is het gebiedje omgeven door lelijke, gifgroene, metalen hekken. Wat een mooie verbindingszone tussen de Oude Wiel en de Nieuwe Wiel zou moeten zijn, is nog slechts een zandvlakte met alleen ridderzuring die kennelijk niet in de smaakt valt bij de paarden. Er is voor die beesten hier helemaal niets te halen. Ik zag ook, dat er aan de noordzijde, aan de Hedikhuizense kant, al het een en ander is gebeurd om de boel op te knappen. De weg naar de Hoge Maasdijk is met vermorzeld puin verhard. Ik vind het erg, dat de oude, historische straatkeien zijn verdwenen. Dit straatje was een van de eerste verharde wegen in de Gemeente Heusden. Het vormde namelijk de verbinding tussen het Fort van Hedikhuizen en het Fort dat zich vroeger bij het Spaans bruggetje aan het begin van dit straatje aan de Heusdenseweg bevond. Deze straatkeien waren nog de laatste restanten van dit fort! Het parkeerterreintje bij het kleine haventje is ook verhard met puin. Ik heb er gemengde gevoelens bij, maar begrijp ook wel, dat er hier en daar voor, wat mij betreft stille recreatie, enkele ′ontvangstplaatsjes′ voor belangstellende natuurliefhebbers moeten komen. Positief is, dat er aanvullende populieren langs de weg zijn aangeplant en de sloot langs de weg is uitgediept en glooiende hellingen heeft gekregen.
De toegangsweg is ook met palen versmald. Verder is er, wat vroeger om de zoveel jaar gebeurde, weer eens een rij elzen gekapt in het cultuurhistorisch waardevolle slagenlandschapje ten westen van de Haarsteegse Wiel. Vóór de ruilverkaveling in de zestiger jaren van de vorige eeuw bevonden zich in deze omgeving veel van dergelijke lange, smalle kavels omzoomd door elzenhagen.
Dit slagenlandschap was toen karakteristiek voor de Langstraat. De bomen van de gekapte elzen zijn op ongeveer 40/50 cm boven de grond afgekapt. Omdat dit al lang niet meer is gebeurd, zijn de stammen behoorlijk dik en zullen er nu een soort knot–elzen verschijnen. De bomen beginnen al weer uit te schieten.
Ik vraag mij af of ze niet beter vlak boven de grond afgezet hadden moeten worden? Dan komen er weer echte elzenhagen terug. Ik zag tussen allerlei ruigtekruiden nog een enkele koekoeksbloem staan.
De weilandjes zouden in het najaar gemaaid moeten worden, zodat in plaats van het nu overheersende riet en rietgras de bloemengemeenschap van de natte hooilanden weer een kans krijgt.
Links langs de Hoge Maasdijk is een looppad naar beneden ontstaan, dat uitkomt op een open plekje tegenover het ′zwemstrandje′. Van hieraf loopt er vlak langs het water een pad, waaraan aan de westzijde van het populieren–elzenbos nog twee andere, open plateaus liggen met kleine strandjes.
Het pad komt uiteindelijk verderop weer uit op de Hoge Maasdijk. Aan de oostzijde van de plas zijn ook drie open plekken aan het water en twee stookplaatsjes. Aan de noordzijde naast het haventje bevindt zich dan nog een zonneweide.
Je vraagt je af waar de dieren nog ergens rustig kunnen broeden en schuilen?
Hoe dan ook ik heb er nog volop kunnen genieten van geur en kleur en allerlei vogelgeluiden. Ik hoorde de wielewaal, de groene specht en de zanglijster. Verder zag ik een fazantenhen en ik hoorde het mannetje kraaien. Ook was de grasmus er te horen en de fitis. En natuurlijk de koekoek!
Het zeer opvallende geluid van de bosrietzanger was in de bosjes te horen en tussen het riet op de wat meer beschutte plekjes hoorde ik de kleine karekiet.
Opvallend waren ook de blauwe, platte platbuiklibelles aan de waterkant. Aan de westzijde van de wiel in de luwte gaat het riet op sommige plaatsen over in een zone met mattenbies, kalmoes, gele lis en valeriaan en verder op het water de gele plomp.
Een knobbelzwaan gleed sierlijk over het water. De meerkoet liet ook van zich horen. In het grasland fladderden een koolwitje, een kleine vuurvlinder en een admiraalsvlinder. Op dit weiland met veel witbol en veldzuring kijk ik met veel respect naar enkele zeer oude, karakteristieke knotwilgen, waarvan de takken vroeger als rijshout werden gebruikt.
Aan de zuidzijde van dit interessante weiland liggen de kwebben, een moeras met elzen en wilgen. Wat de wilgen betreft zie ik vooral de schietwilg, de katwilg, de grauwe wilg en de geoorde wilg.
Op de Hoge Maasdijk, waar behalve essen ook nog een zeer oude, dikke, meer dan honderd–jarige eik staat, is vooral botanisch veel te beleven. Het is een echte rivierdijk, waar deze tijd van het jaar de grassen overheersen zoals kropaar, vossestaart en witbol, maar vooral ook glanshaver.
Ik heb ook genoten van de kleurige bloemen zoals het blauwe knoopkruid en de rode klaver en de fraaie rode veldzuring tussen de gele kruisbloemigen en boterbloemen.
En dan het prachtige uitzicht op de polder en de Hedikhuizense Maas richting Bokhoven. Wel jammer, dat de glanzend witte steenfabriek in de verte zo vreselijk dominant aanwezig is. Ze zouden meer bomen kunnen aanplanten langs de Buitenwaardenweg die een soort halve cirkel vormt om de steenfabriek, om zo de steenfabriek uit het zich te houden!
Hoe dan ook ik kwam weer opgetogen thuis.
verberg...

.jpg)