Home > Overig > Overig nieuws


Overig nieuws


07-09-2011
Fiets in de versnelling
Met Fiets in de versnelling Partnerbericht Fiets in de Versnelling informeert de
provincie Noord-Brabant u over beleid, projecten en resultaten
op het gebied van Fiets. Na een korte introductie per thema kunt
u doorklikken naar verschillende websites voor meer informatie.

22-03-2011
Gedicht over de winter
Winter
Ik rij eind januari ’t buitengebied van onze gemeente door.
Mooie plaatjes, daar ga ik voor.
Ik kijk, ik zie, ik stop.
Motor stil, deur dicht, alles stil: top !
Voorzichtig loop ik wat raak.
Onder m’n voeten licht gekraak.
Klikje hier, klikje daar.
De eenden zien mijn komst als bezwaar.
Even wat verder weg van mij.
Dan kan ik er vast niet bij.
Slim, dat klopt; verder dan met de auto met de bocht mee.
Daar ben ik met onderstaande foto wel tevreê.
Heel gewoon, maar ’t geeft de stilte weer.
Hier kom ik vast nog ’n keer.
Waar dat is: ga maar kijken,
rondrijden of –fietsen zal uw blik verrijken!

Annie van Bokhoven

16-07-2010
Harrie Smits, gekozen door gemeentelijk panel tot vrijwilliger van het jaar 2010!!!
8 juli jl. was vanuit de gemeente Heusden in de Voorste Venne een avond georganiseerd voor alle vrijwilligers.
Ook onze vereniging was met een ruime afvaardiging naar deze avond gegaan. En niet zo maar.
Nee, een van onze leden , Harrie Smits, was namelijk genomineerd.
Hij was een van de drie uitverkorenen, die in aanmerking kwamen om gekozen te worden tot …de vrijwilliger van het jaar!

Toen wij, het bestuur, begin juni de uitnodiging kregen om aanwezig te zijn op de jaarlijkse gemeentelijke vrijwilligersavond, hadden we de brief ter kennisneming al bijna terzijde geschoven.
Max vroeg nog of wij iemand kenden die voor de vrijwilliger van het jaar in aanmerking zou kunnen komen. Direct schoot de naam van Harrie Smits door mijn hoofd.
Harrie met zijn 76 jaar was al meer dan 35 jaar actief!
Nou dat was wel een briefje naar het gemeentelijk panel waard.

In het aanbevelingsbriefje kwam ondermeer het volgende te staan:
Harrie Smits, werkzaam bij het Nationaal Park de Loonse en Drunense Duinen, bij onze zustervereniging IVN de Waerdman en natuurlijk bij onze eigen Natuur en Milieuvereniging gemeente Heusden.
Hij geeft – gemiddeld één keer per week - wandelingen door de natuurgebieden rond Drunen. Hij leidt al ruim 10 jaar duinwandelingen voor schoolkinderen.
Maar zijn voornaamste hobby zijn de uilenkasten!

Dit jaar is een goed uilenjaar. Er zijn een recordaantal jonge uilen uitgevlogen. Natuurlijk was er ruimschoots voedsel (muizen) maar ook de broedgelegenheid is belangrijk.
Door heel de gemeente heeft Harrie uilenkasten neergehangen. Er hangen her en der wel 100 kasten – ook voor kleinere vogelsoorten.

Van Giersbergen tot Hedikhuizen en van Haarsteeg tot de Margriet. Zelfs nu met zijn 76 jaar klimt hij nog rap de ladder op om de kasten te controleren en de uilen te inventariseren.
Naast het uilenwerk is Harrie ook een bekend mens in de in de Drunense gemeenschap, dit komt ondermeer omdat hij de plaatselijke bevolking al meer dan 20 jaar meeneemt met de openbare wandelingen. En dat Harrie een bekend mens is, werd ook duidelijk toen halverwege de avond, na een groots optreden van het Dwergonisch mannenkoor, aangevuld met zang van onze tafel (Harrie zingt als de beste) overgegaan werd tot de uitverkiezing van de Vrijwilliger van het jaar…..

En de winnaar van 2010 is: HARRIE SMITS!!
Velen uit de zaal kwamen Harrie feliciteren en van de gemeente kreeg de winnaar een oorkonde, een cheque van € 250 en een grote bos bloemen. Harrie zei: “de bloemen zijn voor mijn vrouw, want ik ben nooit thuis.” “Zo is het”, zei de vrouw van Harrie!!
En onder het genot van een koud biertje en een bitterballetje hebben we met zijn allen de avond op een heel gezellige wijze afgesloten.

Joost van Balkom






29-04-2009
Lintje Cees van der Meijden
Met een zachtmoedige vasthoudendheid…….

Zoals bekend had Cees van der Meijden aangegeven dat hij wil stoppen met zijn deelname aan de commissie Ruimtelijke Ordening van onze vereniging.
Dat mag ook best als je 75 jaar bent!
( Maar….. het blijft wel jammer ).
Cees zou als afscheid de leden van het bestuur ,de RO-commissie en de pr-commissie rondleiden door “dun onverdeelde duin” – zijn lievelingsplek in de Duinen, waar hij zoveel uren rondzwerft.

Het werd een prachtige avond: na overdag menig regenbuitje brak aan het eind van de middag de zon door. Alle frisse lentegroen baadde in het gouden avondlicht.
Cees sprong als een geit van de Duinen af – niet wetende wat hem nog te wachten stond….

Bij terugkomst bij de Drie Linden zaten zijn familie en goede vrienden al aan de koffie. Langzamerhand druppelden er vertegenwoordigers van de Brabantse Milieu Federatie en de Heemkundekring binnen. ( de scouting en Brabants Landschap waren helaas verhinderd )
Ja Cees, je neemt toch afscheid?!

Pas toen Burgemeester Willems en een stoet fotografen arriveerden begon het te dagen: Cees kreeg een lintje!

De Burgemeester had een leuk praatje.
Trots op zijn mooie gemeente met bovenaan de vesting Heusden ( in de klei, een vleugje calvinisme ) en onderop het mooie gehucht Giersbergen (zand-grond, van oorsprong katholiek ). Hij was blij weer eens aan de rand van het zand te zijn om een deel van al het zilverwerk af te staan aan personen die dat verdiend hebben.
Cees krijgt een lintje vanwege:
zijn enorme inzet voor het behoud van natuur en landschap in onze gemeente.
Daarnaast heeft Cees zich ingezet op het terrein van de scouting en de heemkunde.

“De natuur is een bepalende draad in je leven” , zei Willems.
“De Natuur- en Milieuvereniging is de luis in de pels van de gemeente. Soms ongemakkelijk, maar vaak in positieve zin een corrigerende factor. Er is een goede verhouding gegroeid tussen de vereniging en de gemeente. Er is meer geld nodig om te investeren om onze mooie gemeente te behouden.
Met een zachtmoedige vasthoudendheid vertelt Cees zijn verhaal. En legt dat ook vast in teksten en boekjes. “ Tot zover burgemeester Willems.

Deze inzet wordt zeer gewaardeerd en daarom kreeg Cees de onderscheiding: Lid in de Orde van Oranje Nassau.

Er gebeurde iets onverwachts: Cees stond met de mond vol tanden!
Dat duurde natuurlijk niet lang.

Het werd nog een gezellige avond daar in de Drie Linden.

klik hier voor de foto's

07-03-2008
De man die bomen plantte
Een verhaal van Jean Giono – bewerkt en verteld door IngerMarlies Leeuwenburgh , bij de aanplant van drie klimaatbosjes in onze gemeente.

Over de man die bomen plantte en de vrouwen die de bomen omarmen


Eens, toen ik jong was, ontmoette ik de man die bomen plantte. Kent u hem?
Ik was onderweg, door een verhard en somber land. De huizen leken te groeien over de velden, wegen stroomden als rivieren door het land.
Ik was dorstig en uitgeput, op reis van waar ik kwam tot ik wist niet waar.

Toen zag ik daar een man geknield zitten. Ik liep op hem toe, moe als ik was. Hij oogde fris en monter. Zo zag je mensen tegenwoordig zelden nog. Vaag bedacht ik me dat wij, de mensen, net zo hard waren geworden als het beton om ons heen.
Ik zag dat de man een stok in zijn hand had, en iets in zijn andere hand – wat, dat kon ik niet zien. Met de stok maakte hij een gat in de grond en wat hij in zijn andere hand had, stopte hij daar in.
Ik groette hem. Hij had een kleine flacon aan zijn broeksriem en ik vroeg hem om wat water. Hij reikte mij de flacon en knikte slechts. Na gedronken te hebben raakten we aan de praat. Ik vroeg hem wat hij aan het doen was.
“Ik plant bomen,” zei hij eenvoudig.
“Bomen? In dit uitgeputte, verharde land? Waar dan?” en ik keek om mij heen.
“Je kunt het nu niet zien,” antwoordt de man, “maar het zal zo lang niet duren. Het zijn walnootbomen en die groeien hard. Dit is mijn bijdrage aan de aarde en ik hoop haar zo te redden.”
“Wie, de Aarde?” vroeg ik.
“Hmm,” knikte de man weer. “En de mensen.”
En hij ging door met zijn werk. Rustig, maar onverstoorbaar.
“Ik voel mij een roepende in een oprukkende woestijn,” hoorde ik de man nog zeggen, op zachtere toon – alsof hij tegen zichzelf sprak. “Maar ik doe mijn werk. Klein en bescheiden, meer kan ik niet.”
Toen viel hij stil en ging weer door met zijn werk.
Ik dacht na over wat hij gezegd had. Ik wist niet meer van bomen dan dat ze groeien en hun bladeren in de herfst verliezen. Bomen? Ze waren er vroeger wel geweest en ik had er nog nooit bij stilgestaan dat ze praktisch waren verdwenen.

De volgende dag trok ik verder. Ik maakte verre reizen.
Vele jaren later kwam ik terug op die plek. Ik herkende haar nauwelijks. Daar waar voorheen slechts grijze hardheid was, waar mensen gebogen liepen onder een onzichtbare last; daar waar hardheid de omgeving beheerste… daar stond nu een woud van stevige, gezonde bomen.
De mensen oogten vriendelijk en levendig.
Hoe was dit mogelijk? Ik keek mijn ogen uit.
Ik ontmoette een man. Hij zat op een bankje onder een van de grootste bomen. Hij zag er fris en monter uit. Ik ging naast hem zitten en we raakten aan de praat. Ik vertelde hem, dat ik zo’n twintig jaar geleden ook hier was geweest. Dat ik goed om mij heen had moeten kijken, omdat ik de omgeving bijna niet herkende. Maar ja, het moest hier zijn, al mijn moderne GPS-apparatuur had mij laten weten dat dit de plek moest zijn geweest. Maar toen was het kaal en hard, grijs beton. En nu staan er zoveel bomen.
“Dat klopt,” antwoordde de man vriendelijk, en hij reikte mij een flacon heerlijk fris water.
“Dit zijn walnootbomen.”
Plotseling herinnerde ik mij de man van vroeger, die geknield zat en iets in de grond stopte…
“Walnoten groeien snel zolang ze jong zijn,” ging de man naast mij verder. “De stammen zijn ons tot steun, de bladeren beschermen ons tegen de zon. De vruchten zijn gezond, ze helpen de mensen die veel met hun hoofd werken – en mogelijk zullen ze hun hoofd dan eens goed gaan gebruiken. De olie uit de noten beschermt ook goed tegen de zon. De bladeren helpen bij jicht en eczeem, en bij ontstekingen. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is… Zeshonderd jaar willen deze bomen ons door ons leven helpen. En als dan zijn eigen einde komt, zelfs dan weet de walnoot nog te schenken. Zijn hout behoort tot de edelste houtsoorten die we kennen.”
Ik keek de man verbaasd aan.
Waar zijn wij met z’n allen mee bezig, wat hebben we gedaan, dat we de Aarde en alles wat daarop groeit aan het uitputten zijn?
Wortels, bladeren, vruchten, hout…? En ik keek naar de boom waar ik tegenaan geleund zat. ‘Die boom die lééft,’ drong het plotseling tot mij door. ‘Die boom is een levend wezen, net als ik. Die staat daar op zijn eigen plek. Hier heeft hij altijd geleefd en zo te zien aan de plekken op zijn bast, heeft hij ook littekens in zijn leven opgelopen… net als ik….
En deze boom gééft?! Voor niets? Het enige wat die boom vraagt is om ‘m te laten leven?!’
Het was alsof ik mijn hele omgeving plotseling met andere ogen bezag.
Het is vreemd om een boom plotseling te zien als leven.
Maar ik ontdekte meer, meer nog dan de man had verteld. Ik hoorde een vogel zingen, hoog in de top van de boom. En hij kreeg antwoord van een andere vogel op een lagere tak. Ik zag een eekhoorn en ook een Vlaamse gaai.
‘Die boomt leeft, hij geeft’ ging het door mij heen.
En toen ik goed keek, zag ik mieren kruipen op de stam. Een kever. Er zaten wat mossen op de bast.
“De boom doet veel goeds voor ons,” zei ik tegen de man.
“Hm,” knikte hij. “Hier wordt weer geleefd, door bomen, door dieren en ook door mensen. Het is hier beter nu…”

De mensen leefden er rustig en tevreden. Ieder voerde het ambacht uit waar hij of zij goed in was. Als de mensen hout nodig hadden, namen ze daarvoor de afgevallen takken en op de grond gevallen twijgjes. Er groeiden planten, bloemen en bessen in de schaduw van de groter wordende bomen. Ze werden net als de noten gebruikt voor medicijnen voor de zieken in het dorp. Alle mensen hadden respect voor de bomen en al wat ze brachten. En ze vertelden erover van grootmoeder op moeder op dochter.
Het was een fijne plek geworden. Ik kom er heel vaak terug.

En toch… enkele jaren later gebeurde er iets vreselijks. Op een dag kwamen er drie grote vrachtauto’s aangereden. Mannen met oranje petjes op en grote bijlen in hun handen sprongen uit de laadbakken.
Kleine Laura uit het dorp was die dag buiten met haar geitjes op de weide. Zij zag de mannen komen. Ze zag ze uit de laadbak springen, met hun grote bijlen in de hand. Ze rende naar de man die de aanvoerder leek. “Wat gaat u doen?” vroeg ze bezorgd.
De man antwoordde: “We gaan de bomen omhakken.”
“Maar mijn moeder zegt dat de bomen leven, ze horen bij ons, net als onze broeders en zusters!” zei Laura. “Ze mogen niet omgehakt worden!”
De man begon te lachen en antwoordde: “Jullie broeders en zusters? Ha. Maar wij hebben opdracht van de mensen in de stad om het hout naar hen te brengen. Ga opzij, wij gaan aan het werk.”
Laura keek verschrikt naar de man en dacht vliegensvlug na. Toen draaide ze zich om en begon te rennen, het dorp in. Ze rende zo hard ze kon, zo snel als haar benen haar konden dragen. Haar twee geiten renden, met hun rinkelende belletjes om hun nek, achter haar aan.
Ze rende het dorp in, tussen de schuren, huizen en bomen door naar de grote gong op de open plaats in het midden van het dorp. Ze pakte de stok die ernaast hing en sloeg zo hard ze kon op de gong. Nog eens en nog eens, tot haar armen te moe waren om de stok nogmaals op te tillen. Alle vrouwen uit het dorp kwamen naar de open plaats. De mannen waren buiten aan het werk. Laura vertelde hijgend aan de vrouwen wat ze had gezien. Zodra ze uitgesproken was, gingen de vrouwen in optocht naar de rand van het dorp. Laura’s moeder liep voorop. Laura rende erachteraan. En de geiten volgden.
Zodra ze aan de rand van het dorp kwamen, zagen ze hoe de mannen bezig waren met de voorbereidingen om de bomen te kappen. De vrouwen renden naar de bomen en omhelsden ze.
Laura’s moeder zei tegen de aanvoerder: “Wij komen als vrienden en we willen jullie geen kwaad doen, maar we kunnen deze bomen niet laten kappen.”
“Ga opzij,” zei de man. En hij hief zijn grote bijl.
“De bomen zijn onze broeders en zusters,” ging Laura’s moeder verder. “Wij horen bij hen zoals zij bij ons horen. Wij omarmen de bomen. Als je de bomen kapt, zal je ons met je bijlen eerst moeten slaan.”
De hele groep mannen keek verschrikt rond en zag hoe de vrouwen de bomen omarmden. Laura’s moeder vertelde over het leven en het geven van de bomen. Over de schaduw, de vruchten om te eten, de geneesmiddelen, en tenslotte pas z’n eigen hout…
De mannen luisterden stil en ze begrepen dat ze de bomen niet konden kappen, zelfs niet al eisten de mensen in de stad dat van hen.
Even was het doodstil. Toen liet de leider zijn bijl zakken en zei: “Jullie hebben ons een les geleerd. Wij zullen het bos niet kappen. We zullen naar huis terugkeren met onze bijlen.”
De mannen liepen langzaam terug naar hun vrachtwagens en laadden hun spullen weer in. “Wij zullen ook anderen zeggen deze bomen niet te kappen,” beloofden ze de vrouwen.

Die avond kwamen Laura’s vader en alle andere mannen van het dorp weer naar huis. Toen ze hoorden wat hun vrouwen hadden gedaan, waren ze heel blij en dankbaar. Het hele dorp hield een groot feest. Ze aten fruit en zoete cake, ze dansten en ze zongen.

Laura was heel blij. Haar twee geiten sprongen heen en weer alsof ze dansten op de muziek van hun eigen belletjes. En in de bomen zongen de vogels tot de zon onderging hun allermooiste liederen.





07-06-2007
Twee gedichten
Henk Mooij, lid van onze vereniging, heeft twee mooie gedichten geschreven over bomen.
Ze hingen op de succesvolle tentoonstelling over bomen in de bibliotheek (juni 2007)

DE BOOM 1
Ik maak uw auto vuil.
Ik maak uw tuin donker.
Ik vervorm het plaveisel.
Ik verstop uw goten met blad.
Ik val bij storm op uw dak.
Ik sta uw bouwplan in de weg.
MAAR IK BEN MOOI!!!!!

DE BOOM 2
Ik geef koelte bij hitte.
Ik draag voor de vogels hun nest.
Ik ververs vuile lucht.
Ik houd de grond met wortels bijeen.
Ik absorbeer het lawaai.
Ik houd u droog bij regen.
Ik verfraai uw plantsoen.
Ik lever vrucht om te eten.
Ik ben de bruid als ik bloei.
Ik was uw woning in de oertijd.
MOET IK DAN WEG?????


© Natuur- en Milieuvereniging Gemeente Heusden 2010