Home > Ruimtelijke Ordening > Bestemmingsplannen
Bestemmingsplannen
| Bestemmingsplan Ei van Drunen. | 25-03-2011 |
| Bestemmingsplan Buitengebied, Duinweg te Drunen. | 25-03-2011 |
| Megakas | 22-03-2011 |
| Zienswijze projectbesluit Margrietweg 1 Drunen | 01-09-2010 |
| Zienswijze van de Natuur- en Milieuvereniging op het ontwerp bestemmingsplan ‘Ei van Drunen | 05-01-2010 |
| Bezwaar woning met bedrijfsruimte | 15-07-2009 |
| Bezwaarschrift 2009 | 19-02-2009 |
| Zienswijze glastuinbouw | 16-06-2008 |
| Kap Beuken | 11-03-2008 |
25-03-2011
Het omvat een vrij klein gebied. De gemeente heeft in het bestemmingsplan een tankstation voor autobrandstoffen opgenomen. De MNVH vindt dat in die omgeving geen goed idee en heeft in een zienswijze kenbaar gemaakt bezwaar te hebben tegen de vestiging van een tankstation.
25-03-2011
Het college van B&W van Heusden heeft het voornemen het bestemmingsplan “Buitengebied Drunen” te wijzigen om de bouw van een bedrijfsruimte en een woning toe te laten op een perceel aan de Duinweg. Omdat de locatie ligt in de Agrarische hoofdstructuur (AHS) en dus in beschermd buitengebied zijn we niet blij met dit voorstel. Wethouder M. van der Poel heeft in het collegevoorstel de aantekening laten plaatsen dat hij niet akkoord gaat met het voorstel. De gemeente vraagt de provincie Noord Brabant naar haar standpunten. De NMV maakte gebruik van het recht een zienswijze aan de gemeente kenbaar te maken.
22-03-2011
Mooi landschap verdraagt zich slecht met ’n megakas aan de Tuinbouwweg.
Rondom de Maasroute is druk gebouwd. De dorpen Vlijmen, Haarsteeg, Drunen en Elshout met de daarbij behorende industrieterreinen zijn bijna aan elkaar gegroeid.
Groene, open noord-zuid natuurverbindingen zijn er nog slechts oostelijk van Vlijmen en westelijk van Drunen.
In het centrum van onze gemeente -ter hoogte van het voormalige Land van Ooit- ligt tussen de bebouwing nu nog van noord naar zuid een groene buffer, de zogenaamde Centrale Landschapszone met recreatieve potentie. Het is een belangrijke natuur/landschapoase in dit verstedelijkte gebied. Deze landschapszone wordt beleidsmatig beschermd niet alleen door de provincie maar ook door de gemeente (in haar kort geleden vastgestelde structuurvisie). Ook in de overeenkomst Gebiedsversterking Oostelijke Langstraal (GOL), afgelopen najaar ondertekend door onder meer de Provincie, gemeente en natuurverenigingen werd het belang van deze landschapszone onderkend.
De inkt van de structuurvisie en de GOL-overeenkomst is nog maar net droog of bedoelde landschapszone wordt al ernstig bedreigd.
Het gemeentebestuur wil akkoord gaan met de bouw van een megakas met een oppervlakte van 200 bij 300 meter én met een hoogte van 6 ½ meter. Dit nieuwe kassenbedrijf is gepland aan de Tuinbouwweg 1 op ruim 50 meter van de d’ Oultremontbossen.
kassenbouw : bestemmingsplan en provinciaal/gemeentelijk beleid.
In het huidige gemeentelijke bestemmingsplan heeft het gebied een zodanige agrarische bestemming dat kassenbouw mogelijk is indien wordt aangetoond dat de uitbreiding past binnen de ruimtelijke beleidskaders en dat rekening wordt gehouden met planologische waarden.
Op provinciaal en gemeentelijk beleidsniveau is het gebied rondom de Tuinbouwweg aangewezen als glastuinbouwvestigingsgebied.
De exacte begrenzing van dat gebied wordt vastgesteld onder meer in overleg met de Brabantse Milieufederatie, zo is in het verleden bepaald. Dat laatste is nog niet gebeurd.
Overigens is ook bepaald dat in een glastuinbouwgebied de omvang van glastuinbouwbedrijven mag worden beperkt voor zover dat noodzakelijk is in verband met ter plaatse aanwezige waarden en belangen van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard.
Conclusie : ook in een glastuinbouwvestigingsgebied is kassenbouw niet zonder meer toegestaan.
Het landschap in dit stukje “glastuinbouwvestigingsgebied”.
Het gebied waar de megakas (industrieterreinwaardig) Tuinbouwweg 1 is gepland is nu nog het laatste open gebied vanaf de Tuinbouwweg met schitterende en daardoor kostbare zichtlijnen richting Herptsche Veld en de stad Heusden en vormt bovendien nog een mooie overgang van het tuinbouwgebied naar de cultuur-historisch waardevolle bossen van het oude landgoed van de Graven d’Oultremont.
Landschap is veel méér dan bos alleen.
Dit landschap wordt gewaardeerd om de ruimte, de openheid, rust en het groen; het ademt van alle kanten cultuur en geschiedenis uit.
Dit landschap is een wezenlijk onderdeel van bovengemelde beschermde landschapszone.
Feitelijke bescherming van dit landschap is geen luxe, maar noodzaak.
Druk(te) rond Tuinbouwweg 1
De dorpse sfeer van de Tuinbouwweg ter plaatse verandert door de vestiging van een megakas in een industrieterreinachtige omgeving. De geplande boompjes veranderen dat niet.
Tussen de megakas en de d’Oultremontbossen is verder nog een drukke verbindingsweg gepland, die verkeer via de N267 toegang tot de Maasroute moet geven. Wil je recht doen aan landschap en dat landschap kunnen ervaren dan moet die weg op ’n behoorlijke afstand van de d’Oultremontbossen worden aangelegd. Die zo gewenste ruimte is er naast de megakas niet meer.
Zienswijze Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden.
Het zal duidelijk zijn dat onze vereniging wil dat dit fraaie cultuur-historisch zo belangrijke landschap rond de Tuinbouwweg 1 niet alleen op papier goed wordt beschermd maar ook in de praktijk.
Het landschap behoort in feite niet vogelvrij te zijn. Dit landschap, dat in wezen van ons allemaal is, dient in ieders belang te worden beschermd.
De gemeente Heusden behoort haar vastgestelde beleid gewoon te volgen en haar afspraken na te komen. Onze vereniging heeft daarom in een zienswijze bezwaar gemaakt tegen de vestiging van deze megakas. In de zienswijze wordt niet alleen grote aandacht gevraagd voor het landschap, maar ook voor de natuur.
De zuidelijke eikenbomenrij langs de Tuinbouwweg herbergt een vleermuizen-migratieroute.
Er zijn vragen over de lichtuitstraling, de inpassing in het landschap, de gevolgen voor de grondwaterstand en bodemkwaliteit, de gevolgen voor onder meer vogels, de gevolgen voor de recreatieve potentie…… .…maar het allerbelangrijkste is hier toch wel de enorme aantasting van het landschap, landschap dat in het bestemmingsplan en in vele recente beleidsstukken en overeenkomsten zo bijzonder belangrijk wordt geacht…..en wordt beschermd !
Wij rekenen er eigenlijk toch wel op dat -bij nader inzien- de gemeente Heusden hier het grote algemene belang laat prevaleren boven het belang dat een enkele ondernemer denkt te hebben.
Herman Peters lid commissie RO
Rondom de Maasroute is druk gebouwd. De dorpen Vlijmen, Haarsteeg, Drunen en Elshout met de daarbij behorende industrieterreinen zijn bijna aan elkaar gegroeid.
Groene, open noord-zuid natuurverbindingen zijn er nog slechts oostelijk van Vlijmen en westelijk van Drunen.
In het centrum van onze gemeente -ter hoogte van het voormalige Land van Ooit- ligt tussen de bebouwing nu nog van noord naar zuid een groene buffer, de zogenaamde Centrale Landschapszone met recreatieve potentie. Het is een belangrijke natuur/landschapoase in dit verstedelijkte gebied. Deze landschapszone wordt beleidsmatig beschermd niet alleen door de provincie maar ook door de gemeente (in haar kort geleden vastgestelde structuurvisie). Ook in de overeenkomst Gebiedsversterking Oostelijke Langstraal (GOL), afgelopen najaar ondertekend door onder meer de Provincie, gemeente en natuurverenigingen werd het belang van deze landschapszone onderkend.
De inkt van de structuurvisie en de GOL-overeenkomst is nog maar net droog of bedoelde landschapszone wordt al ernstig bedreigd.
Het gemeentebestuur wil akkoord gaan met de bouw van een megakas met een oppervlakte van 200 bij 300 meter én met een hoogte van 6 ½ meter. Dit nieuwe kassenbedrijf is gepland aan de Tuinbouwweg 1 op ruim 50 meter van de d’ Oultremontbossen.
kassenbouw : bestemmingsplan en provinciaal/gemeentelijk beleid.
In het huidige gemeentelijke bestemmingsplan heeft het gebied een zodanige agrarische bestemming dat kassenbouw mogelijk is indien wordt aangetoond dat de uitbreiding past binnen de ruimtelijke beleidskaders en dat rekening wordt gehouden met planologische waarden.
Op provinciaal en gemeentelijk beleidsniveau is het gebied rondom de Tuinbouwweg aangewezen als glastuinbouwvestigingsgebied.
De exacte begrenzing van dat gebied wordt vastgesteld onder meer in overleg met de Brabantse Milieufederatie, zo is in het verleden bepaald. Dat laatste is nog niet gebeurd.
Overigens is ook bepaald dat in een glastuinbouwgebied de omvang van glastuinbouwbedrijven mag worden beperkt voor zover dat noodzakelijk is in verband met ter plaatse aanwezige waarden en belangen van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard.
Conclusie : ook in een glastuinbouwvestigingsgebied is kassenbouw niet zonder meer toegestaan.
Het landschap in dit stukje “glastuinbouwvestigingsgebied”.
Het gebied waar de megakas (industrieterreinwaardig) Tuinbouwweg 1 is gepland is nu nog het laatste open gebied vanaf de Tuinbouwweg met schitterende en daardoor kostbare zichtlijnen richting Herptsche Veld en de stad Heusden en vormt bovendien nog een mooie overgang van het tuinbouwgebied naar de cultuur-historisch waardevolle bossen van het oude landgoed van de Graven d’Oultremont.
Landschap is veel méér dan bos alleen.
Dit landschap wordt gewaardeerd om de ruimte, de openheid, rust en het groen; het ademt van alle kanten cultuur en geschiedenis uit.
Dit landschap is een wezenlijk onderdeel van bovengemelde beschermde landschapszone.
Feitelijke bescherming van dit landschap is geen luxe, maar noodzaak.
Druk(te) rond Tuinbouwweg 1
De dorpse sfeer van de Tuinbouwweg ter plaatse verandert door de vestiging van een megakas in een industrieterreinachtige omgeving. De geplande boompjes veranderen dat niet.
Tussen de megakas en de d’Oultremontbossen is verder nog een drukke verbindingsweg gepland, die verkeer via de N267 toegang tot de Maasroute moet geven. Wil je recht doen aan landschap en dat landschap kunnen ervaren dan moet die weg op ’n behoorlijke afstand van de d’Oultremontbossen worden aangelegd. Die zo gewenste ruimte is er naast de megakas niet meer.
Zienswijze Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden.
Het zal duidelijk zijn dat onze vereniging wil dat dit fraaie cultuur-historisch zo belangrijke landschap rond de Tuinbouwweg 1 niet alleen op papier goed wordt beschermd maar ook in de praktijk.
Het landschap behoort in feite niet vogelvrij te zijn. Dit landschap, dat in wezen van ons allemaal is, dient in ieders belang te worden beschermd.
De gemeente Heusden behoort haar vastgestelde beleid gewoon te volgen en haar afspraken na te komen. Onze vereniging heeft daarom in een zienswijze bezwaar gemaakt tegen de vestiging van deze megakas. In de zienswijze wordt niet alleen grote aandacht gevraagd voor het landschap, maar ook voor de natuur.
De zuidelijke eikenbomenrij langs de Tuinbouwweg herbergt een vleermuizen-migratieroute.
Er zijn vragen over de lichtuitstraling, de inpassing in het landschap, de gevolgen voor de grondwaterstand en bodemkwaliteit, de gevolgen voor onder meer vogels, de gevolgen voor de recreatieve potentie…… .…maar het allerbelangrijkste is hier toch wel de enorme aantasting van het landschap, landschap dat in het bestemmingsplan en in vele recente beleidsstukken en overeenkomsten zo bijzonder belangrijk wordt geacht…..en wordt beschermd !
Wij rekenen er eigenlijk toch wel op dat -bij nader inzien- de gemeente Heusden hier het grote algemene belang laat prevaleren boven het belang dat een enkele ondernemer denkt te hebben.
Herman Peters lid commissie RO
01-09-2010
Aan het College van de gemeente Heusden
Adres
Onderwerp: zienswijze projectbesluit Margrietweg 1 Drunen
Geacht College,
Met ingang van 5 augustus 2010 ligt het ontwerpprojectbesluit Margrietweg 1, Drunen gedurende zes weken ter inzage.
Hierbij maken wij gebruik van de mogelijkheid om onze zienswijze met betrekking tot dit projectbesluit kenbaar te maken.
Het projectbesluit moet de vestiging van een paardenhouderij inclusief overnachtingsmogelijkheid mogelijk maken.
Concreet moet de inrichting gaan bestaan uit een hal met 65 paardenboxen en een binnenbak, een overnachtingsmogelijkheid bestaande uit 13 kamers met 25 bedden, een horecagelegenheid voor de gasten in de logiesfaciliteiten en voor dagbezoekers, een buitenbak en 63 parkeerplaatsen, waarvan 8 trailerplaatsen.
De inrichting zal gelegen zijn in het landbouwgebied dat omgeven is door het nationale park Loonse en Drunense duinen aan de zuid- en westzijde en aan de noordzijde door de bossen langs het afwateringskanaal.
Allereerst willen wij naar aanleiding van het projectbesluit drie algemene opmerkingen maken.
Daarna zullen wij meer formele aspecten aan de orde stellen.
Gebiedsanalyse
In hoofdstuk 2 van het projectbesluit wordt bij de gebiedsanalyse kort gesteld dat de inrichting gelegen is in een agrarische omgeving die op grotere schaal aan drie zijden wordt omgeven door bos- en natuurgebied. Deze bijzondere ligging is overigens goed te zien op de luchtfoto die in de stukken is opgenomen.
In paragraaf 2.4 ‘aanwezige waarden en functies’ wordt vervolgens uitvoerig ingegaan op de Loonse en Drunense duinen, op het zuidelijk van de duinen gelegen gebied De Brand, op enige kilometers naar het westen gelegen Plantloon en het nog aanzienlijk verder naar het westen gelegen Huis ter Heide.
Allemaal relevant, echter de analyse is daarmee niet volledig.
In het geheel niet worden immers de waarden en functies van het ‘Margrietgebied’ zelf in de analyse betrokken. Op de hiervoor aangehaalde luchtfoto is goed de bijzondere ligging van dit gebied te zien, als een wat grotere landbouwenclave tussen de omringende bosgebieden.
Onder andere door deze ligging is het gebied bijzonder, zeker landschappelijk en cultuur-historisch gezien, maar ook functioneel.
Het gebied staat echter sterk onder druk. Recreatie, agrarische ontwikkelingen en verkeer hebben het aanzien en de rust van het gebied reeds aangetast.
Omvorming varkenshouderij
In de toelichting wordt in hoofdstuk 1 gesteld dat op het agrarisch bedrijf het voornemen bestaat om de bestaande varkenshouderij om te vormen tot een paardenhouderij. De eigenaar wil vanwege de beëindiging van de varkenshouderij snel tot een andere invulling komen.
Hierbij willen wij opmerken dat in de praktijk niet gesproken kan worden van een bestaande varkenshouderij. De varkensstallen zijn in het verleden afgebroken, waarna circa 4 jaar geleden op de plaats van de stallen een hal is gebouwd. De hal is niet ontworpen als varkenshouderij en er zijn ook nooit varkens in gehouden. De nieuwe hal heeft altijd (nagenoeg) leeg gestaan.
De vraag is daarom gerechtvaardigd of op dit moment gesproken kan worden van een omvorming. Van een snelle andere invulling na beëindiging van de varkenshouderij is al helemaal geen sprake.
Karakter van de inrichting
Bij een paardenhouderij met 65 paardenboxen, 63 parkeerplaatsen, een overnachtingsmogelijkheid met 25 bedden en een horecagelegenheid kan gesproken worden van een grootschalige recreatieve inrichting. Bovendien kan niet uitgesloten worden geacht dat in de toekomst door de eigenaar verdere opschaling zal worden gewenst.
Een dergelijke inrichting zet de in het gebied aanwezige waarden verder onder druk, onder andere door de verkeersaantrekkende werking. Een druk die, zoals wij eerder hebben opgemerkt, al zeer hoog is.
Wat betreft de meer formele aspecten willen wij het volgende opmerken.
ammoniakdepositie
Onduidelijk is of het bedrijf nog over een geldige vergunning Wet milieubeheer beschikt en of deze niet van rechtswege is vervallen.
Als dat zo is zullen nieuwe ammoniakdepostierechten vanuit de omgeving moeten worden verkregen om de depositie niet te laten toenemen op de omringende natura 2000 gebieden die op korte afstand zijn gelegen
bestemmingsplan buitengebied
het bedrijf moet gelegen zijn in een gebied dat de bestemming kernrandzone heeft in het bestemmingsplan buitengebied.
vergunning natuurbeschermingswet
De inrichting is op korte afstand van de Loonse en Drunense duinen gelegen. De inrichting zal daarom over een vergunning in het kader van de natuurbeschermingswet moeten beschikken.
Wij willen afronden met de algemene constatering dat een ontwikkeling als beschreven in het projectbesluit niet past in een gebied dat onderdeel is van de AHS landschap, middelhoge hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden heeft en op zeer korte afstand wordt omringd door zeer waardevolle natuurgebieden.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
Adres
Onderwerp: zienswijze projectbesluit Margrietweg 1 Drunen
Geacht College,
Met ingang van 5 augustus 2010 ligt het ontwerpprojectbesluit Margrietweg 1, Drunen gedurende zes weken ter inzage.
Hierbij maken wij gebruik van de mogelijkheid om onze zienswijze met betrekking tot dit projectbesluit kenbaar te maken.
Het projectbesluit moet de vestiging van een paardenhouderij inclusief overnachtingsmogelijkheid mogelijk maken.
Concreet moet de inrichting gaan bestaan uit een hal met 65 paardenboxen en een binnenbak, een overnachtingsmogelijkheid bestaande uit 13 kamers met 25 bedden, een horecagelegenheid voor de gasten in de logiesfaciliteiten en voor dagbezoekers, een buitenbak en 63 parkeerplaatsen, waarvan 8 trailerplaatsen.
De inrichting zal gelegen zijn in het landbouwgebied dat omgeven is door het nationale park Loonse en Drunense duinen aan de zuid- en westzijde en aan de noordzijde door de bossen langs het afwateringskanaal.
Allereerst willen wij naar aanleiding van het projectbesluit drie algemene opmerkingen maken.
Daarna zullen wij meer formele aspecten aan de orde stellen.
Gebiedsanalyse
In hoofdstuk 2 van het projectbesluit wordt bij de gebiedsanalyse kort gesteld dat de inrichting gelegen is in een agrarische omgeving die op grotere schaal aan drie zijden wordt omgeven door bos- en natuurgebied. Deze bijzondere ligging is overigens goed te zien op de luchtfoto die in de stukken is opgenomen.
In paragraaf 2.4 ‘aanwezige waarden en functies’ wordt vervolgens uitvoerig ingegaan op de Loonse en Drunense duinen, op het zuidelijk van de duinen gelegen gebied De Brand, op enige kilometers naar het westen gelegen Plantloon en het nog aanzienlijk verder naar het westen gelegen Huis ter Heide.
Allemaal relevant, echter de analyse is daarmee niet volledig.
In het geheel niet worden immers de waarden en functies van het ‘Margrietgebied’ zelf in de analyse betrokken. Op de hiervoor aangehaalde luchtfoto is goed de bijzondere ligging van dit gebied te zien, als een wat grotere landbouwenclave tussen de omringende bosgebieden.
Onder andere door deze ligging is het gebied bijzonder, zeker landschappelijk en cultuur-historisch gezien, maar ook functioneel.
Het gebied staat echter sterk onder druk. Recreatie, agrarische ontwikkelingen en verkeer hebben het aanzien en de rust van het gebied reeds aangetast.
Omvorming varkenshouderij
In de toelichting wordt in hoofdstuk 1 gesteld dat op het agrarisch bedrijf het voornemen bestaat om de bestaande varkenshouderij om te vormen tot een paardenhouderij. De eigenaar wil vanwege de beëindiging van de varkenshouderij snel tot een andere invulling komen.
Hierbij willen wij opmerken dat in de praktijk niet gesproken kan worden van een bestaande varkenshouderij. De varkensstallen zijn in het verleden afgebroken, waarna circa 4 jaar geleden op de plaats van de stallen een hal is gebouwd. De hal is niet ontworpen als varkenshouderij en er zijn ook nooit varkens in gehouden. De nieuwe hal heeft altijd (nagenoeg) leeg gestaan.
De vraag is daarom gerechtvaardigd of op dit moment gesproken kan worden van een omvorming. Van een snelle andere invulling na beëindiging van de varkenshouderij is al helemaal geen sprake.
Karakter van de inrichting
Bij een paardenhouderij met 65 paardenboxen, 63 parkeerplaatsen, een overnachtingsmogelijkheid met 25 bedden en een horecagelegenheid kan gesproken worden van een grootschalige recreatieve inrichting. Bovendien kan niet uitgesloten worden geacht dat in de toekomst door de eigenaar verdere opschaling zal worden gewenst.
Een dergelijke inrichting zet de in het gebied aanwezige waarden verder onder druk, onder andere door de verkeersaantrekkende werking. Een druk die, zoals wij eerder hebben opgemerkt, al zeer hoog is.
Wat betreft de meer formele aspecten willen wij het volgende opmerken.
ammoniakdepositie
Onduidelijk is of het bedrijf nog over een geldige vergunning Wet milieubeheer beschikt en of deze niet van rechtswege is vervallen.
Als dat zo is zullen nieuwe ammoniakdepostierechten vanuit de omgeving moeten worden verkregen om de depositie niet te laten toenemen op de omringende natura 2000 gebieden die op korte afstand zijn gelegen
bestemmingsplan buitengebied
het bedrijf moet gelegen zijn in een gebied dat de bestemming kernrandzone heeft in het bestemmingsplan buitengebied.
vergunning natuurbeschermingswet
De inrichting is op korte afstand van de Loonse en Drunense duinen gelegen. De inrichting zal daarom over een vergunning in het kader van de natuurbeschermingswet moeten beschikken.
Wij willen afronden met de algemene constatering dat een ontwikkeling als beschreven in het projectbesluit niet past in een gebied dat onderdeel is van de AHS landschap, middelhoge hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden heeft en op zeer korte afstand wordt omringd door zeer waardevolle natuurgebieden.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
05-01-2010
Aan de gemeenteraad van de gemeente Heusden
Postbus 41
5250 AA Vlijmen
Drunen, 5 januari 2010
Betreft: Ontwerp bestemmingsplan ‘Ei van Drunen’.
Geachte Raad,
Met betrekking tot het ter inzage liggende ontwerp bestemmingsplan ‘Ei van Drunen’ biedt de Natuur- en Milieuvereniging u ingesloten onze zienswijze aan.
Het gebied van het bestemmingsplan volgens gemeentelijk beleid.
Door de gemeente Heusden is een “Visiedocument Structuurvisie” opgesteld.
Deze Structuurvisie vormt een onderlegger voor de actualisering van bestemmingsplannen en een afwegingskader bij projectprocedures om daarmee vorm te geven aan de ambities.
In de Structuurvisie is het plangebied aangemerkt als “Landschapszone met recreatieve potentie”. Het gebied ligt in de centrale zone tussen de vesting Heusden en de Loonse en Drunense Duinen. Deze zone is relatief verstedelijkt en heeft een sterke verweving met stedelijke functies waarmee deze zone meer potenties heeft voor ontwikkeling van recreatie en toerisme. Een uitbreiding van routegebonden recreatie is hier mogelijk, zolang de groene geleding in tact blijft.
Ten aanzien van de infrastructuur wordt in de visie gesteld dat een belangrijke rol is weggelegd voor het “Ei van Drunen”.
In de Gebiedsvisie Poort van Heusden stelt de gemeente Heusden een aantal voor de gemeente belangrijke beleidsdoelen op een aantrekkelijke manier te kunnen verwezenlijken. Belangrijk daarbij is het behouden en versterken van de landschappelijke waarden (het groene hart).
De gebiedsvisie geeft ook aan hoe een solide landschappelijk verband met de omgeving kan worden gelegd. Daartoe is de plangrens ruimer genomen dan alleen het voormalige Land van Ooit en vormt het plangebied van het Ei van Drunen hierin een wezenlijk onderdeel.
In de gebiedsvisie (paragraaf 3.3.) zijn o.m. de volgende uitgangspunten geformuleerd:
• de landschaps(ecologische) zone uit het streekplan en de structuurvisie moet vorm krijgen door een stevige groene invulling met kwaliteiten voor de natuur;
• het nieuwe attractiepunt in de Poort van Heusden vormt een schakel in de recreatieve as tussen vesting Heusden enerzijds en de Loonse en Drunense Duinen anderzijds;
• de langzaamverkeersroute tussen de vesting Heusden en Giersbergen moet een tracé door het gebied krijgen;
• het gebied moet als Poort van Heusden een representatieve entree van de gemeente worden;
• verloren gegaan bos moet binnen het plangebied worden gecompenseerd.
De vertaalslag van gemeentelijk beleid m.b.t. de landschappelijk / recreatieve aspecten in het bestemmingsplan.
Het is een van de doelstellingen van het gemeentelijke beleid het plangebied een stevige groene invulling te geven. Het moet landschappelijk aantrekkelijk worden.
Het plangebied is een onderdeel van de “grote” landschaps/ecologische verbindingszone tussen Heusden en de duinen.
Een knelpunt in deze “grote” verbindingszone vormen de A59, de N267, het te ontwikkelen “Ei” en het ten noorden daarvan aan te leggen knooppunt Mariëndonkstraat met haar aansluitende infrastructuur.
Om deze “grote” verbindingszone ten zuiden van de A59 goed in te vullen is het van belang te weten waar de verbindingszone ten noorden van de A59 loopt.
Daarna kan -uitgaande van de doelstelling “landschapszone”- beter verder worden gepland in dit kwetsbare gebied.
De Natuur- en Milieuvereniging heeft voor het zonegedeelte noordelijk van de Spoorlaan een schetsplan opgesteld onder de naam “Verbindingszone De Bosschen” (zie bijlage). Daaruit blijkt dat die noordelijke landschapsverbindingszone het beste wordt ingevuld als deze (vooral) komt te liggen westelijk van de N267.
In de beleving van de landschapszone met recreatieve potentie is het (zeker ook in aansluiting op het noordelijk van de A59 gelegen zonegedeelte) heel belangrijk dat westelijk en zuidwestelijk van het “Ei van Drunen” de bossen van de oude Langstraatwal ter plaatse weer voor ’n stukje terugkomen.
De daarvoor nodige bosaanplant correspondeert met de afspraken die op 21 oktober 2003 zijn vastgelegd in een convenant met het voormalige Land van Ooit,
welke afspraken de gemeente (bij monde van een wethouder) heeft toegezegd te zullen respecteren.
Gezien het vorenstaande dient het gebied dat in het ontwerp bestemmingsplan wordt bestemd als mogelijke locatie voor een tankstation een meer landschapperlijke- en/of natuurbestemming zoals bv. “bos” te krijgen.
Ook dient de drukke infrastructuur ten zuiden van het “Ei van Drunen” goed te worden ingeplant met bos. De drukke wegenstructuur “verdwijnt” dan, zodat het ter plaatse vriendelijker en rustgevender wordt, passend in een landschapszone.
Hiermee wordt recht gedaan aan de in de Structuurvisie (en gebiedsvisie) opgenomen landschapszone met recreatieve potentie én kan worden bereikt dat de Poort van Heusden de gewenste representatieve entree krijgt.
Deze zone kan prima gecombineerd worden met de gewenste recreatieve langzaam verkeer verbindingsroute Heusden-Giersbergen. Noordelijk van de zone sluit zij aan op een fietsroute naar Herpt.
Naar het zuiden toe betekent dat dat de recreatieve verbindingsroute de A59 passeert zo mogelijk westelijk van het Ei en van daaruit verder zuidelijk via De Bosschen en ook via het nieuwe fietspad in het voormalige Land van Ooit.
(de fietspassage A59 staat overigens niet alleen in de Structuurvisie (achtergronddocument), maar ook in de Corridorstudie A59. Als zo’n mooie passage wordt aangelegd moet een uit het noorden komende fietser die van de landschapszone met recreatieve potentie geniet, na het passeren van de A59 vervolgens niet “botsen” op een tankstation….de landschapszone loopt door!)
Bezwaren tegen het ontwerp bestemmingsplan “Ei van Drunen”.
De Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden wil dat de gemeente haar hiervoor aangegeven beleid beter invult door:
1. het gebied waar in het ontwerp een mogelijk benzinestation is gepland, de mogelijkheid dit gebied te bestemmen voor de vestiging van een benzinestation te laten vervallen en in plaats daarvan dit gebied een bestemming te geven die beter past in een landschapsverbindingszone en de natuur/landschapsbeleving versterkt, zoals “landschapsontwikkelingsgebied”, “natuurgebied” of “bos”.
Zo vlak bij of in de gewenste landschappelijke zone met recreatieve potentie (Structuurvisie, gebiedsvisie, convenant) hoort geen tankstation thuis. Temeer ook daar de geplande wegeninfrastructuur al zo’n aanslag doet op de landschapszone. Bovendien “ligt” het tankstation mogelijk op de plaats van de fietspassage A59.
2. Artikel 3. lid1 sub 1 onder g , waar staat dat de voor Verkeer-Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor
“g. groenvoorzieningen waaronder mitigerende voorzieningen zoals wildkerende rasters, wildtunnels e.d.“ aan te vullen met de tekst:
“er dienen zodanige groenvoorzieningen in het plangebied te worden ontwikkeld dat ondanks de aan te leggen wegenstructuur toch zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de ter plaatse gewenste landschappelijk en/of ecologische verbindingszone met recreatieve potentie.”
Bovenstaande tekst kan overigens ook op een andere (wellicht geschiktere) plaats in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen.
In de toelichting op het bestemmingsplan wordt uitvoerig ingegaan op het in het bestemmingsplangebied creëren van een landschapszone met recreatieve potentie.
In de regels van het bestemmingsplan zelf is daarover niets terug te vinden. Door gemelde toevoeging wordt de gewenste invulling wél in de regelgeving vastgelegd.
Door de toevoeging van het woord “ecologische” in gemelde tekst wordt naast het gemeentelijke beleid ook rekening gehouden met hetgeen is vastgelegd in het streekplan van de provincie.
Wil de gemeente op dit punt bewust afwijken van het streekplan, dan zijn wij het daarmee niet eens, maar in dat geval dient tenminste bovenstaand tekstvoorstel zonder het woord “ecologische” te worden opgenomen.
Overige opmerkingen:
1. op de plankaarten zijn de fietsroutes niet helemaal duidelijk te zien.
De Natuur- en Milieuvereniging rekent erop dat er op wordt gelet dat fietsers op het oost west traject een veilige en fietsstimulerende route krijgen.
2. Kan “het Ei” al het beoogde verkeer wel goed verwerken?
Als serieuze knelpunten ziet de Natuur- en Milieuvereniging:
a) Aan de noordzijde van het “Ei van Drunen”:
Naast het huidige verkeer komt veel extra verkeer elkaar daar letterlijk tegen, te weten:
• verkeer uit Drunen-oost, Nieuwkuijk, attractiepunt Poort van Heusden, dat richting Waalwijk wil;
• verkeer uit Elshout, de Hoeven, Tuinbouwweg (via nieuw knooppunt Mariëndonkstraat);
• verkeer uit richting ’s Hertogenbosch dat naar Drunen of attractiepunt Poort van Heusden wil.
b) Aan de zuidzijde van het Ei:
• raakt daar de rotondestructuur niet overbelast door een te grote stroom auto’s die boven op de rotonde vastloopt wegens stremmingen aan de noordzijde;
• kunnen de auto’s richting A59 wel voldoende snelheid maken.
Wij vertrouwen erop dat u bij uw besluitvorming rekening houdt met onze in de zienswijze opgenomen bezwaren.
Met vriendelijke groet,
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
George Rouhof, Voorzitter
Joke Rijk, secretaris
Postbus 41
5250 AA Vlijmen
Drunen, 5 januari 2010
Betreft: Ontwerp bestemmingsplan ‘Ei van Drunen’.
Geachte Raad,
Met betrekking tot het ter inzage liggende ontwerp bestemmingsplan ‘Ei van Drunen’ biedt de Natuur- en Milieuvereniging u ingesloten onze zienswijze aan.
Het gebied van het bestemmingsplan volgens gemeentelijk beleid.
Door de gemeente Heusden is een “Visiedocument Structuurvisie” opgesteld.
Deze Structuurvisie vormt een onderlegger voor de actualisering van bestemmingsplannen en een afwegingskader bij projectprocedures om daarmee vorm te geven aan de ambities.
In de Structuurvisie is het plangebied aangemerkt als “Landschapszone met recreatieve potentie”. Het gebied ligt in de centrale zone tussen de vesting Heusden en de Loonse en Drunense Duinen. Deze zone is relatief verstedelijkt en heeft een sterke verweving met stedelijke functies waarmee deze zone meer potenties heeft voor ontwikkeling van recreatie en toerisme. Een uitbreiding van routegebonden recreatie is hier mogelijk, zolang de groene geleding in tact blijft.
Ten aanzien van de infrastructuur wordt in de visie gesteld dat een belangrijke rol is weggelegd voor het “Ei van Drunen”.
In de Gebiedsvisie Poort van Heusden stelt de gemeente Heusden een aantal voor de gemeente belangrijke beleidsdoelen op een aantrekkelijke manier te kunnen verwezenlijken. Belangrijk daarbij is het behouden en versterken van de landschappelijke waarden (het groene hart).
De gebiedsvisie geeft ook aan hoe een solide landschappelijk verband met de omgeving kan worden gelegd. Daartoe is de plangrens ruimer genomen dan alleen het voormalige Land van Ooit en vormt het plangebied van het Ei van Drunen hierin een wezenlijk onderdeel.
In de gebiedsvisie (paragraaf 3.3.) zijn o.m. de volgende uitgangspunten geformuleerd:
• de landschaps(ecologische) zone uit het streekplan en de structuurvisie moet vorm krijgen door een stevige groene invulling met kwaliteiten voor de natuur;
• het nieuwe attractiepunt in de Poort van Heusden vormt een schakel in de recreatieve as tussen vesting Heusden enerzijds en de Loonse en Drunense Duinen anderzijds;
• de langzaamverkeersroute tussen de vesting Heusden en Giersbergen moet een tracé door het gebied krijgen;
• het gebied moet als Poort van Heusden een representatieve entree van de gemeente worden;
• verloren gegaan bos moet binnen het plangebied worden gecompenseerd.
De vertaalslag van gemeentelijk beleid m.b.t. de landschappelijk / recreatieve aspecten in het bestemmingsplan.
Het is een van de doelstellingen van het gemeentelijke beleid het plangebied een stevige groene invulling te geven. Het moet landschappelijk aantrekkelijk worden.
Het plangebied is een onderdeel van de “grote” landschaps/ecologische verbindingszone tussen Heusden en de duinen.
Een knelpunt in deze “grote” verbindingszone vormen de A59, de N267, het te ontwikkelen “Ei” en het ten noorden daarvan aan te leggen knooppunt Mariëndonkstraat met haar aansluitende infrastructuur.
Om deze “grote” verbindingszone ten zuiden van de A59 goed in te vullen is het van belang te weten waar de verbindingszone ten noorden van de A59 loopt.
Daarna kan -uitgaande van de doelstelling “landschapszone”- beter verder worden gepland in dit kwetsbare gebied.
De Natuur- en Milieuvereniging heeft voor het zonegedeelte noordelijk van de Spoorlaan een schetsplan opgesteld onder de naam “Verbindingszone De Bosschen” (zie bijlage). Daaruit blijkt dat die noordelijke landschapsverbindingszone het beste wordt ingevuld als deze (vooral) komt te liggen westelijk van de N267.
In de beleving van de landschapszone met recreatieve potentie is het (zeker ook in aansluiting op het noordelijk van de A59 gelegen zonegedeelte) heel belangrijk dat westelijk en zuidwestelijk van het “Ei van Drunen” de bossen van de oude Langstraatwal ter plaatse weer voor ’n stukje terugkomen.
De daarvoor nodige bosaanplant correspondeert met de afspraken die op 21 oktober 2003 zijn vastgelegd in een convenant met het voormalige Land van Ooit,
welke afspraken de gemeente (bij monde van een wethouder) heeft toegezegd te zullen respecteren.
Gezien het vorenstaande dient het gebied dat in het ontwerp bestemmingsplan wordt bestemd als mogelijke locatie voor een tankstation een meer landschapperlijke- en/of natuurbestemming zoals bv. “bos” te krijgen.
Ook dient de drukke infrastructuur ten zuiden van het “Ei van Drunen” goed te worden ingeplant met bos. De drukke wegenstructuur “verdwijnt” dan, zodat het ter plaatse vriendelijker en rustgevender wordt, passend in een landschapszone.
Hiermee wordt recht gedaan aan de in de Structuurvisie (en gebiedsvisie) opgenomen landschapszone met recreatieve potentie én kan worden bereikt dat de Poort van Heusden de gewenste representatieve entree krijgt.
Deze zone kan prima gecombineerd worden met de gewenste recreatieve langzaam verkeer verbindingsroute Heusden-Giersbergen. Noordelijk van de zone sluit zij aan op een fietsroute naar Herpt.
Naar het zuiden toe betekent dat dat de recreatieve verbindingsroute de A59 passeert zo mogelijk westelijk van het Ei en van daaruit verder zuidelijk via De Bosschen en ook via het nieuwe fietspad in het voormalige Land van Ooit.
(de fietspassage A59 staat overigens niet alleen in de Structuurvisie (achtergronddocument), maar ook in de Corridorstudie A59. Als zo’n mooie passage wordt aangelegd moet een uit het noorden komende fietser die van de landschapszone met recreatieve potentie geniet, na het passeren van de A59 vervolgens niet “botsen” op een tankstation….de landschapszone loopt door!)
Bezwaren tegen het ontwerp bestemmingsplan “Ei van Drunen”.
De Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden wil dat de gemeente haar hiervoor aangegeven beleid beter invult door:
1. het gebied waar in het ontwerp een mogelijk benzinestation is gepland, de mogelijkheid dit gebied te bestemmen voor de vestiging van een benzinestation te laten vervallen en in plaats daarvan dit gebied een bestemming te geven die beter past in een landschapsverbindingszone en de natuur/landschapsbeleving versterkt, zoals “landschapsontwikkelingsgebied”, “natuurgebied” of “bos”.
Zo vlak bij of in de gewenste landschappelijke zone met recreatieve potentie (Structuurvisie, gebiedsvisie, convenant) hoort geen tankstation thuis. Temeer ook daar de geplande wegeninfrastructuur al zo’n aanslag doet op de landschapszone. Bovendien “ligt” het tankstation mogelijk op de plaats van de fietspassage A59.
2. Artikel 3. lid1 sub 1 onder g , waar staat dat de voor Verkeer-Verblijf aangewezen gronden zijn bestemd voor
“g. groenvoorzieningen waaronder mitigerende voorzieningen zoals wildkerende rasters, wildtunnels e.d.“ aan te vullen met de tekst:
“er dienen zodanige groenvoorzieningen in het plangebied te worden ontwikkeld dat ondanks de aan te leggen wegenstructuur toch zoveel mogelijk recht wordt gedaan aan de ter plaatse gewenste landschappelijk en/of ecologische verbindingszone met recreatieve potentie.”
Bovenstaande tekst kan overigens ook op een andere (wellicht geschiktere) plaats in de regels van het bestemmingsplan worden opgenomen.
In de toelichting op het bestemmingsplan wordt uitvoerig ingegaan op het in het bestemmingsplangebied creëren van een landschapszone met recreatieve potentie.
In de regels van het bestemmingsplan zelf is daarover niets terug te vinden. Door gemelde toevoeging wordt de gewenste invulling wél in de regelgeving vastgelegd.
Door de toevoeging van het woord “ecologische” in gemelde tekst wordt naast het gemeentelijke beleid ook rekening gehouden met hetgeen is vastgelegd in het streekplan van de provincie.
Wil de gemeente op dit punt bewust afwijken van het streekplan, dan zijn wij het daarmee niet eens, maar in dat geval dient tenminste bovenstaand tekstvoorstel zonder het woord “ecologische” te worden opgenomen.
Overige opmerkingen:
1. op de plankaarten zijn de fietsroutes niet helemaal duidelijk te zien.
De Natuur- en Milieuvereniging rekent erop dat er op wordt gelet dat fietsers op het oost west traject een veilige en fietsstimulerende route krijgen.
2. Kan “het Ei” al het beoogde verkeer wel goed verwerken?
Als serieuze knelpunten ziet de Natuur- en Milieuvereniging:
a) Aan de noordzijde van het “Ei van Drunen”:
Naast het huidige verkeer komt veel extra verkeer elkaar daar letterlijk tegen, te weten:
• verkeer uit Drunen-oost, Nieuwkuijk, attractiepunt Poort van Heusden, dat richting Waalwijk wil;
• verkeer uit Elshout, de Hoeven, Tuinbouwweg (via nieuw knooppunt Mariëndonkstraat);
• verkeer uit richting ’s Hertogenbosch dat naar Drunen of attractiepunt Poort van Heusden wil.
b) Aan de zuidzijde van het Ei:
• raakt daar de rotondestructuur niet overbelast door een te grote stroom auto’s die boven op de rotonde vastloopt wegens stremmingen aan de noordzijde;
• kunnen de auto’s richting A59 wel voldoende snelheid maken.
Wij vertrouwen erop dat u bij uw besluitvorming rekening houdt met onze in de zienswijze opgenomen bezwaren.
Met vriendelijke groet,
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
George Rouhof, Voorzitter
Joke Rijk, secretaris
15-07-2009
De gemeente Heusden wilde de heer van Krugten aan de Duinweg te Drunen/Giersbergen een woning met bedrijfsruimte laten bouwen.
De vereniging vond dat door deze bebouwing het landschap ter plaatse te zeer zou worden aangetast en diende een bezwaarschrift in.
De provincie was het eens met de bezwaren van onze vereniging en onthield goedkeuring aan het besluit van de Gemeenteraad.
Daarop probeerde van Krugten bij de Raad van State zijn gelijk te halen. De vereniging nam als partij deel aan dit geding en diende een reactie in.
Op 15 juli 2009 deed de Raad van State uitspraak en stelde van Krugten in het ongelijk.
Enkele zinnen uit de uitspraak:
…… De Raad van State oordeelt dat het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het provinciaal beleid aan het opnemen van een bouwblok voor de nieuwvestiging van het agrarisch bedrijf van Van Krugten op de gronden gelegen in de AHS-landschap ( Agrarische hoofdstructuur landschap ) in de weg staat.
…… Naar het oordeel van de Raad van State heeft het college van Gedeputeerde State in redelijkheid zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het met de beleidsregel te dienen doel om de AHS-landschap te beschermen, dan aan de belangen van Van Krugten.
…… Het beroep van Van Krugten is ongegrond.
Bezwaarschrift 2009
Bijgevoegd bezwaarschrift is ingediend bij de Raad van State in het hoger beroep tegen de bouw van een bedrijfswoning en gebouwen aan de Duinweg in Drunen.
Wij houden U op de hoogte van de uitspraak.
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
Aan: Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State
Postbus 20019
2500 EA ’s-Gravenhage
Drunen, 19 februari 2009
Onderwerp: Wijzigingsplan bp. Buitengebied Drunen, Duinweg
Uw nummer: 200809099/1/R2
Behandelend ambtenaar E.S.W. Wooning
Geacht College,
Allereerst verwijzen wij naar ons bezwaarschrift van 8 mei 2008 gericht aan het College van de gemeente Heusden dat wij hierbij insluiten. Onze ernstige bezwaren tegen het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg “ alsmede de verlening van “hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” om zo de vestiging mogelijk te maken van een kwekerij met een daarbij behorende bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen blijven onverminderd van kracht.
De heer van Mierlo, juridisch adviseur van de heer C. van Krugten, vermeldt in zijn schrijven van 26 januari 2009, dat de “stedenbouwkundige onderbouwing” á raison van bijna 12.000 euro van het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg” in opdracht van de heer van Krugten is vervaardigd door Stedenbouwkundig Bureau Croonen. Dit plan is dus duidelijk toegeschreven op de plannen van de heer van Krugten en geeft een eenzijdige kijk op de zaak. In deze stedenbouwkundige onderbouwing “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg. Gemeente Heusden” wordt in de ‘Nota van zienswijze bij “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg en de daarbij behorende verlening van een hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” gereageerd op ons bezwaarschrift. Wij hebben van het College van de gemeente Heusden geen rechtstreekse reactie gekregen op onze bezwaren. Wij vragen ons dan ook af van wie deze toegevoegde tabel afkomstig is? Is deze reactie in opdracht van het College ook uitgewerkt door Bureau Croonen, dat vaak opdrachten uitvoert voor de gemeente Heusden? Bij de reactie op onze bezwaren wordt immers telkens verwezen naar de toelichting opgesteld in opdracht van de heer van Krugten.
In het eveneens aan het Wijzigingsplan toegevoegde Collegevoorstel van 22 mei 2008 wordt aangegeven, dat het College in principe heeft ingestemd met de vestiging van een plantenkwekerij aan de Duinweg onder de volgende voorwaarden: 1. op basis van een hernieuwd VAB onderzoek moet de aanvrager aantonen, dat er geen alternatieve vestigingsmogelijkheden zijn in vrijkomende agrarische bebouwing en 2. door middel van een ecologisch onderzoek moet de aanvrager aantonen dat de vestiging van een bouwblok geen negatieve effecten heeft op het leefgebied van de das.
Wat het VAB onderzoek betreft, dit is inmiddels achterhaald. De aanvrager heeft, zoals de heer van Mierlo bevestigt, inmiddels een grote bedrijfshal kunnen aankopen aan de overzijde van zijn kwekerij, waar hij ook grond in bezit heeft die eveneens gebruikt wordt voor de boomkwekerij.
Het verbaast ons dat de bedrijfshal nu plotseling primair wordt ingezet als een paardenhouderij, terwijl in de informatiepagina van de gemeente Heusden in de Heusdense Courant van 31 oktober 2007 werd bekend gemaakt dat binnen het kader van de Wet milieubeheer een melding ontvangen was van Boomkwekerij Van Krugten gelegen aan de Duinweg 56 in Drunen op grond van artikel 8.40 Wet milieubeheer “voor de opslag van planten, machines, auto’s , hulpmiddelen voor de boomkwekerij en het verladen van alle gewassen uit de eigen kwekerij en voor het oppotten en klaarmaken voor verzending van bomen en planten”. Zoals ook reeds vermeld in ons bezwaarschrift aan het College van de gemeente Heusden is aan de heer van Krugten toestemming verleend i.v.m. – let wel – de stalling van vrachtauto’s, machines en de opslag van planten dit bedrijfsgebouw verder uit te breiden. Er wordt niets vermeld over een paardenhouderij. Hoe dan ook de heer van Krugten beschikt nu - zeker na uitbreiding van de bedrijfshal - over een megahal, waarin ook nog wel wat plaats gemaakt kan worden voor de stalling van enkele ponys voor de paardensport van zijn kinderen.
Met deze megahal toegevoegd aan de door de heer van Mierlo vermelde tuinbouwkas ( lees: grote glazen tuinbouwhal, waarin zelfs vrachtwagens geparkeerd kunnen worden) en een loods aan de Bosscheweg in Drunen beschikt de aanvrager volgens ons, gezien de grootte van zijn bedrijf, over meer dan voldoende opslag voor machines en gereedschappen en de opslag van planten. Er is ons niets van gebleken dat de aanvrager een niet onaanzienlijk gedeelte van zijn machinerieën op het land in de open lucht moet laten staan!
Er wordt in de brief aangegeven dat de afstand tussen zijn woonhuis aan de Bosscheweg en de kwekerij aan de Duinweg 3á 4 km. zou bedragen. Volgens onze gegevens is de afstand via de Zwaluwmoersedreef 2,8 km. Ook moet eerlijkheidshalve nog vermeld worden, dat de heer van Krugten ook grond voor de boomkwekerij in gebruik heeft aan de Zwaluwmoersedreef vlak bij zijn huidige woonhuis. Dus als de heer van Krugten naar de Duinweg zou verhuizen, moet hij nog steeds ca. 2 km. heen en weer reizen. Dus wat dat betreft verandert er dan weinig.
Mr. van Mierlo vermeldt ook in zijn brief dat het gaat om een kwekerij voor bomen, heesters en planten met veel meerjarige producten, dus bomen en heesters die een aantal jaren gewoon rustig moeten groeien. Dat hij, omdat hij op een afstand van 2.8 km. van een gedeelte van zijn kwekerij woont, hieraan niet voldoende zorg kan geven, lijkt ons heel ver gezocht. De heer van Mierlo geeft immers gelijktijdig aan, dat de aanvrager al ca. 30 jaar een professionele kwekerij uitoefent.
In ons bezwaar aan het College hebben wij reeds aangegeven, dat, wat het dassenonderzoek betreft, wij tot onze verbazing en teleurstelling moeten constateren dat dit niet volledig is. Sterker nog inmiddels hebben wij vastgesteld dat de conclusies van dit rapport onjuist zijn.
Wij citeren uit dit rapport: “Onderzoek naar de waarde van boomkwekerij van Krugten voor dassen”, opgemaakt door de Stichting Das en Boom, Beek-Ubbergen, mei 2007”: “Dassen wonen er niet, er is geen geschikt voedsel voor hen voorhanden en doordat het plan gebied een open karakter heeft en bovendien rondom is ingerasterd, zullen ze er ook niet doorheen trekken.
Het gebied direct rondom het plangebied zowel ten oosten en als ten westen van de Duinweg is met uitzondering van een paardenwei bovendien ook onaantrekkelijk voor dassen. De dassen van de enige dassenburcht in het gebied zullen voornamelijk actief zijn in de bossen en graslanden/weilanden in de directe omgeving van de burcht. Het plangebied is derhalve totaal ongeschikt als leefgebied voor de das.” Einde citaat. Inmiddels is gebleken, dat het gebied wel degelijk aantrekkelijk en geschikt is voor dassen. Er bevindt zich namelijk niet één dassenburcht ten zuid-westen van het plangebied, zoals vermeld in het ‘onderzoek’ maar ook nog een burcht, zoals door ons reeds aangegeven, ten zuid-oosten van het gebied op ca. 1000 meter afstand en inmiddels bevindt er zich, zoals we ook zelf hebben kunnen vaststellen, weer een nieuwe burcht ten oosten van de boomkwekerij op ca. 500 meter afstand. Het betreft, volgens de dassenspecialist, de heer Bert van Opzeeland, die lid is van de Stichting Das en Boom en de burchten in het gebied in kaart brengt, een dassenburcht die vanaf 2007 wordt bewoond. Hieruit blijkt dus wel, dat het gebied wel degelijk geschikt is als leefgebied voor dassen. Het doet ons veel plezier dat uiteindelijk na lange jaren van afwezigheid de das weer terugkeert in dit gebied. Het is ook geen open gebied, zoals wordt gemeld, maar het betreft hier een coulisselandschap, dat bovendien grenst aan bosgebied dat aangewezen is als Natura 2000 gebied. Een bouwblok met bebouwing, verlichting, lawaai (zie opvoeren geluidsbelasting) en intensieve bedrijvigheid heeft ecologisch gezien wel degelijk nadelige gevolgen voor het
leefgebied van de das in het bijzonder en de natuur in het algemeen in dit landschappelijk, natuur- en cultuurhistorisch waardevolle gebied
Wij bestrijden dus ten zeerste, dat er, zoals Mr. Van Mierlo betoogt, met de bebouwing in dit gebied geen enkel belang wordt geschaad.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
De vereniging vond dat door deze bebouwing het landschap ter plaatse te zeer zou worden aangetast en diende een bezwaarschrift in.
De provincie was het eens met de bezwaren van onze vereniging en onthield goedkeuring aan het besluit van de Gemeenteraad.
Daarop probeerde van Krugten bij de Raad van State zijn gelijk te halen. De vereniging nam als partij deel aan dit geding en diende een reactie in.
Op 15 juli 2009 deed de Raad van State uitspraak en stelde van Krugten in het ongelijk.
Enkele zinnen uit de uitspraak:
…… De Raad van State oordeelt dat het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het provinciaal beleid aan het opnemen van een bouwblok voor de nieuwvestiging van het agrarisch bedrijf van Van Krugten op de gronden gelegen in de AHS-landschap ( Agrarische hoofdstructuur landschap ) in de weg staat.
…… Naar het oordeel van de Raad van State heeft het college van Gedeputeerde State in redelijkheid zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het met de beleidsregel te dienen doel om de AHS-landschap te beschermen, dan aan de belangen van Van Krugten.
…… Het beroep van Van Krugten is ongegrond.
Bezwaarschrift 2009
Bijgevoegd bezwaarschrift is ingediend bij de Raad van State in het hoger beroep tegen de bouw van een bedrijfswoning en gebouwen aan de Duinweg in Drunen.
Wij houden U op de hoogte van de uitspraak.
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
Aan: Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State
Postbus 20019
2500 EA ’s-Gravenhage
Drunen, 19 februari 2009
Onderwerp: Wijzigingsplan bp. Buitengebied Drunen, Duinweg
Uw nummer: 200809099/1/R2
Behandelend ambtenaar E.S.W. Wooning
Geacht College,
Allereerst verwijzen wij naar ons bezwaarschrift van 8 mei 2008 gericht aan het College van de gemeente Heusden dat wij hierbij insluiten. Onze ernstige bezwaren tegen het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg “ alsmede de verlening van “hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” om zo de vestiging mogelijk te maken van een kwekerij met een daarbij behorende bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen blijven onverminderd van kracht.
De heer van Mierlo, juridisch adviseur van de heer C. van Krugten, vermeldt in zijn schrijven van 26 januari 2009, dat de “stedenbouwkundige onderbouwing” á raison van bijna 12.000 euro van het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg” in opdracht van de heer van Krugten is vervaardigd door Stedenbouwkundig Bureau Croonen. Dit plan is dus duidelijk toegeschreven op de plannen van de heer van Krugten en geeft een eenzijdige kijk op de zaak. In deze stedenbouwkundige onderbouwing “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg. Gemeente Heusden” wordt in de ‘Nota van zienswijze bij “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg en de daarbij behorende verlening van een hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” gereageerd op ons bezwaarschrift. Wij hebben van het College van de gemeente Heusden geen rechtstreekse reactie gekregen op onze bezwaren. Wij vragen ons dan ook af van wie deze toegevoegde tabel afkomstig is? Is deze reactie in opdracht van het College ook uitgewerkt door Bureau Croonen, dat vaak opdrachten uitvoert voor de gemeente Heusden? Bij de reactie op onze bezwaren wordt immers telkens verwezen naar de toelichting opgesteld in opdracht van de heer van Krugten.
In het eveneens aan het Wijzigingsplan toegevoegde Collegevoorstel van 22 mei 2008 wordt aangegeven, dat het College in principe heeft ingestemd met de vestiging van een plantenkwekerij aan de Duinweg onder de volgende voorwaarden: 1. op basis van een hernieuwd VAB onderzoek moet de aanvrager aantonen, dat er geen alternatieve vestigingsmogelijkheden zijn in vrijkomende agrarische bebouwing en 2. door middel van een ecologisch onderzoek moet de aanvrager aantonen dat de vestiging van een bouwblok geen negatieve effecten heeft op het leefgebied van de das.
Wat het VAB onderzoek betreft, dit is inmiddels achterhaald. De aanvrager heeft, zoals de heer van Mierlo bevestigt, inmiddels een grote bedrijfshal kunnen aankopen aan de overzijde van zijn kwekerij, waar hij ook grond in bezit heeft die eveneens gebruikt wordt voor de boomkwekerij.
Het verbaast ons dat de bedrijfshal nu plotseling primair wordt ingezet als een paardenhouderij, terwijl in de informatiepagina van de gemeente Heusden in de Heusdense Courant van 31 oktober 2007 werd bekend gemaakt dat binnen het kader van de Wet milieubeheer een melding ontvangen was van Boomkwekerij Van Krugten gelegen aan de Duinweg 56 in Drunen op grond van artikel 8.40 Wet milieubeheer “voor de opslag van planten, machines, auto’s , hulpmiddelen voor de boomkwekerij en het verladen van alle gewassen uit de eigen kwekerij en voor het oppotten en klaarmaken voor verzending van bomen en planten”. Zoals ook reeds vermeld in ons bezwaarschrift aan het College van de gemeente Heusden is aan de heer van Krugten toestemming verleend i.v.m. – let wel – de stalling van vrachtauto’s, machines en de opslag van planten dit bedrijfsgebouw verder uit te breiden. Er wordt niets vermeld over een paardenhouderij. Hoe dan ook de heer van Krugten beschikt nu - zeker na uitbreiding van de bedrijfshal - over een megahal, waarin ook nog wel wat plaats gemaakt kan worden voor de stalling van enkele ponys voor de paardensport van zijn kinderen.
Met deze megahal toegevoegd aan de door de heer van Mierlo vermelde tuinbouwkas ( lees: grote glazen tuinbouwhal, waarin zelfs vrachtwagens geparkeerd kunnen worden) en een loods aan de Bosscheweg in Drunen beschikt de aanvrager volgens ons, gezien de grootte van zijn bedrijf, over meer dan voldoende opslag voor machines en gereedschappen en de opslag van planten. Er is ons niets van gebleken dat de aanvrager een niet onaanzienlijk gedeelte van zijn machinerieën op het land in de open lucht moet laten staan!
Er wordt in de brief aangegeven dat de afstand tussen zijn woonhuis aan de Bosscheweg en de kwekerij aan de Duinweg 3á 4 km. zou bedragen. Volgens onze gegevens is de afstand via de Zwaluwmoersedreef 2,8 km. Ook moet eerlijkheidshalve nog vermeld worden, dat de heer van Krugten ook grond voor de boomkwekerij in gebruik heeft aan de Zwaluwmoersedreef vlak bij zijn huidige woonhuis. Dus als de heer van Krugten naar de Duinweg zou verhuizen, moet hij nog steeds ca. 2 km. heen en weer reizen. Dus wat dat betreft verandert er dan weinig.
Mr. van Mierlo vermeldt ook in zijn brief dat het gaat om een kwekerij voor bomen, heesters en planten met veel meerjarige producten, dus bomen en heesters die een aantal jaren gewoon rustig moeten groeien. Dat hij, omdat hij op een afstand van 2.8 km. van een gedeelte van zijn kwekerij woont, hieraan niet voldoende zorg kan geven, lijkt ons heel ver gezocht. De heer van Mierlo geeft immers gelijktijdig aan, dat de aanvrager al ca. 30 jaar een professionele kwekerij uitoefent.
In ons bezwaar aan het College hebben wij reeds aangegeven, dat, wat het dassenonderzoek betreft, wij tot onze verbazing en teleurstelling moeten constateren dat dit niet volledig is. Sterker nog inmiddels hebben wij vastgesteld dat de conclusies van dit rapport onjuist zijn.
Wij citeren uit dit rapport: “Onderzoek naar de waarde van boomkwekerij van Krugten voor dassen”, opgemaakt door de Stichting Das en Boom, Beek-Ubbergen, mei 2007”: “Dassen wonen er niet, er is geen geschikt voedsel voor hen voorhanden en doordat het plan gebied een open karakter heeft en bovendien rondom is ingerasterd, zullen ze er ook niet doorheen trekken.
Het gebied direct rondom het plangebied zowel ten oosten en als ten westen van de Duinweg is met uitzondering van een paardenwei bovendien ook onaantrekkelijk voor dassen. De dassen van de enige dassenburcht in het gebied zullen voornamelijk actief zijn in de bossen en graslanden/weilanden in de directe omgeving van de burcht. Het plangebied is derhalve totaal ongeschikt als leefgebied voor de das.” Einde citaat. Inmiddels is gebleken, dat het gebied wel degelijk aantrekkelijk en geschikt is voor dassen. Er bevindt zich namelijk niet één dassenburcht ten zuid-westen van het plangebied, zoals vermeld in het ‘onderzoek’ maar ook nog een burcht, zoals door ons reeds aangegeven, ten zuid-oosten van het gebied op ca. 1000 meter afstand en inmiddels bevindt er zich, zoals we ook zelf hebben kunnen vaststellen, weer een nieuwe burcht ten oosten van de boomkwekerij op ca. 500 meter afstand. Het betreft, volgens de dassenspecialist, de heer Bert van Opzeeland, die lid is van de Stichting Das en Boom en de burchten in het gebied in kaart brengt, een dassenburcht die vanaf 2007 wordt bewoond. Hieruit blijkt dus wel, dat het gebied wel degelijk geschikt is als leefgebied voor dassen. Het doet ons veel plezier dat uiteindelijk na lange jaren van afwezigheid de das weer terugkeert in dit gebied. Het is ook geen open gebied, zoals wordt gemeld, maar het betreft hier een coulisselandschap, dat bovendien grenst aan bosgebied dat aangewezen is als Natura 2000 gebied. Een bouwblok met bebouwing, verlichting, lawaai (zie opvoeren geluidsbelasting) en intensieve bedrijvigheid heeft ecologisch gezien wel degelijk nadelige gevolgen voor het
leefgebied van de das in het bijzonder en de natuur in het algemeen in dit landschappelijk, natuur- en cultuurhistorisch waardevolle gebied
Wij bestrijden dus ten zeerste, dat er, zoals Mr. Van Mierlo betoogt, met de bebouwing in dit gebied geen enkel belang wordt geschaad.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
19-02-2009
Bijgevoegd bezwaarschrift is ingediend bij de Raad van State in het hoger beroep tegen de bouw van een bedrijfswoning en gebouwen aan de Duinweg in Drunen.
Wij houden U op de hoogte van de uitspraak.
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
Aan: Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State
Postbus 20019
2500 EA ’s-Gravenhage
Drunen, 19 februari 2009
Onderwerp: Wijzigingsplan bp. Buitengebied Drunen, Duinweg
Uw nummer: 200809099/1/R2
Behandelend ambtenaar E.S.W. Wooning
Geacht College,
Allereerst verwijzen wij naar ons bezwaarschrift van 8 mei 2008 gericht aan het College van de gemeente Heusden dat wij hierbij insluiten. Onze ernstige bezwaren tegen het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg “ alsmede de verlening van “hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” om zo de vestiging mogelijk te maken van een kwekerij met een daarbij behorende bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen blijven onverminderd van kracht.
De heer van Mierlo, juridisch adviseur van de heer C. van Krugten, vermeldt in zijn schrijven van 26 januari 2009, dat de “stedenbouwkundige onderbouwing” á raison van bijna 12.000 euro van het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg” in opdracht van de heer van Krugten is vervaardigd door Stedenbouwkundig Bureau Croonen. Dit plan is dus duidelijk toegeschreven op de plannen van de heer van Krugten en geeft een eenzijdige kijk op de zaak. In deze stedenbouwkundige onderbouwing “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg. Gemeente Heusden” wordt in de ‘Nota van zienswijze bij “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg en de daarbij behorende verlening van een hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” gereageerd op ons bezwaarschrift. Wij hebben van het College van de gemeente Heusden geen rechtstreekse reactie gekregen op onze bezwaren. Wij vragen ons dan ook af van wie deze toegevoegde tabel afkomstig is? Is deze reactie in opdracht van het College ook uitgewerkt door Bureau Croonen, dat vaak opdrachten uitvoert voor de gemeente Heusden? Bij de reactie op onze bezwaren wordt immers telkens verwezen naar de toelichting opgesteld in opdracht van de heer van Krugten.
In het eveneens aan het Wijzigingsplan toegevoegde Collegevoorstel van 22 mei 2008 wordt aangegeven, dat het College in principe heeft ingestemd met de vestiging van een plantenkwekerij aan de Duinweg onder de volgende voorwaarden: 1. op basis van een hernieuwd VAB onderzoek moet de aanvrager aantonen, dat er geen alternatieve vestigingsmogelijkheden zijn in vrijkomende agrarische bebouwing en 2. door middel van een ecologisch onderzoek moet de aanvrager aantonen dat de vestiging van een bouwblok geen negatieve effecten heeft op het leefgebied van de das.
Wat het VAB onderzoek betreft, dit is inmiddels achterhaald. De aanvrager heeft, zoals de heer van Mierlo bevestigt, inmiddels een grote bedrijfshal kunnen aankopen aan de overzijde van zijn kwekerij, waar hij ook grond in bezit heeft die eveneens gebruikt wordt voor de boomkwekerij.
Het verbaast ons dat de bedrijfshal nu plotseling primair wordt ingezet als een paardenhouderij, terwijl in de informatiepagina van de gemeente Heusden in de Heusdense Courant van 31 oktober 2007 werd bekend gemaakt dat binnen het kader van de Wet milieubeheer een melding ontvangen was van Boomkwekerij Van Krugten gelegen aan de Duinweg 56 in Drunen op grond van artikel 8.40 Wet milieubeheer “voor de opslag van planten, machines, auto’s , hulpmiddelen voor de boomkwekerij en het verladen van alle gewassen uit de eigen kwekerij en voor het oppotten en klaarmaken voor verzending van bomen en planten”. Zoals ook reeds vermeld in ons bezwaarschrift aan het College van de gemeente Heusden is aan de heer van Krugten toestemming verleend i.v.m. – let wel – de stalling van vrachtauto’s, machines en de opslag van planten dit bedrijfsgebouw verder uit te breiden. Er wordt niets vermeld over een paardenhouderij. Hoe dan ook de heer van Krugten beschikt nu - zeker na uitbreiding van de bedrijfshal - over een megahal, waarin ook nog wel wat plaats gemaakt kan worden voor de stalling van enkele ponys voor de paardensport van zijn kinderen.
Met deze megahal toegevoegd aan de door de heer van Mierlo vermelde tuinbouwkas ( lees: grote glazen tuinbouwhal, waarin zelfs vrachtwagens geparkeerd kunnen worden) en een loods aan de Bosscheweg in Drunen beschikt de aanvrager volgens ons, gezien de grootte van zijn bedrijf, over meer dan voldoende opslag voor machines en gereedschappen en de opslag van planten. Er is ons niets van gebleken dat de aanvrager een niet onaanzienlijk gedeelte van zijn machinerieën op het land in de open lucht moet laten staan!
Er wordt in de brief aangegeven dat de afstand tussen zijn woonhuis aan de Bosscheweg en de kwekerij aan de Duinweg 3á 4 km. zou bedragen. Volgens onze gegevens is de afstand via de Zwaluwmoersedreef 2,8 km. Ook moet eerlijkheidshalve nog vermeld worden, dat de heer van Krugten ook grond voor de boomkwekerij in gebruik heeft aan de Zwaluwmoersedreef vlak bij zijn huidige woonhuis. Dus als de heer van Krugten naar de Duinweg zou verhuizen, moet hij nog steeds ca. 2 km. heen en weer reizen. Dus wat dat betreft verandert er dan weinig.
Mr. van Mierlo vermeldt ook in zijn brief dat het gaat om een kwekerij voor bomen, heesters en planten met veel meerjarige producten, dus bomen en heesters die een aantal jaren gewoon rustig moeten groeien. Dat hij, omdat hij op een afstand van 2.8 km. van een gedeelte van zijn kwekerij woont, hieraan niet voldoende zorg kan geven, lijkt ons heel ver gezocht. De heer van Mierlo geeft immers gelijktijdig aan, dat de aanvrager al ca. 30 jaar een professionele kwekerij uitoefent.
In ons bezwaar aan het College hebben wij reeds aangegeven, dat, wat het dassenonderzoek betreft, wij tot onze verbazing en teleurstelling moeten constateren dat dit niet volledig is. Sterker nog inmiddels hebben wij vastgesteld dat de conclusies van dit rapport onjuist zijn.
Wij citeren uit dit rapport: “Onderzoek naar de waarde van boomkwekerij van Krugten voor dassen”, opgemaakt door de Stichting Das en Boom, Beek-Ubbergen, mei 2007”: “Dassen wonen er niet, er is geen geschikt voedsel voor hen voorhanden en doordat het plan gebied een open karakter heeft en bovendien rondom is ingerasterd, zullen ze er ook niet doorheen trekken.
Het gebied direct rondom het plangebied zowel ten oosten en als ten westen van de Duinweg is met uitzondering van een paardenwei bovendien ook onaantrekkelijk voor dassen. De dassen van de enige dassenburcht in het gebied zullen voornamelijk actief zijn in de bossen en graslanden/weilanden in de directe omgeving van de burcht. Het plangebied is derhalve totaal ongeschikt als leefgebied voor de das.” Einde citaat. Inmiddels is gebleken, dat het gebied wel degelijk aantrekkelijk en geschikt is voor dassen. Er bevindt zich namelijk niet één dassenburcht ten zuid-westen van het plangebied, zoals vermeld in het ‘onderzoek’ maar ook nog een burcht, zoals door ons reeds aangegeven, ten zuid-oosten van het gebied op ca. 1000 meter afstand en inmiddels bevindt er zich, zoals we ook zelf hebben kunnen vaststellen, weer een nieuwe burcht ten oosten van de boomkwekerij op ca. 500 meter afstand. Het betreft, volgens de dassenspecialist, de heer Bert van Opzeeland, die lid is van de Stichting Das en Boom en de burchten in het gebied in kaart brengt, een dassenburcht die vanaf 2007 wordt bewoond. Hieruit blijkt dus wel, dat het gebied wel degelijk geschikt is als leefgebied voor dassen. Het doet ons veel plezier dat uiteindelijk na lange jaren van afwezigheid de das weer terugkeert in dit gebied. Het is ook geen open gebied, zoals wordt gemeld, maar het betreft hier een coulisselandschap, dat bovendien grenst aan bosgebied dat aangewezen is als Natura 2000 gebied. Een bouwblok met bebouwing, verlichting, lawaai (zie opvoeren geluidsbelasting) en intensieve bedrijvigheid heeft ecologisch gezien wel degelijk nadelige gevolgen voor het
leefgebied van de das in het bijzonder en de natuur in het algemeen in dit landschappelijk, natuur- en cultuurhistorisch waardevolle gebied
Wij bestrijden dus ten zeerste, dat er, zoals Mr. Van Mierlo betoogt, met de bebouwing in dit gebied geen enkel belang wordt geschaad.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
Wij houden U op de hoogte van de uitspraak.
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
Aan: Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State
Postbus 20019
2500 EA ’s-Gravenhage
Drunen, 19 februari 2009
Onderwerp: Wijzigingsplan bp. Buitengebied Drunen, Duinweg
Uw nummer: 200809099/1/R2
Behandelend ambtenaar E.S.W. Wooning
Geacht College,
Allereerst verwijzen wij naar ons bezwaarschrift van 8 mei 2008 gericht aan het College van de gemeente Heusden dat wij hierbij insluiten. Onze ernstige bezwaren tegen het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg “ alsmede de verlening van “hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” om zo de vestiging mogelijk te maken van een kwekerij met een daarbij behorende bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen blijven onverminderd van kracht.
De heer van Mierlo, juridisch adviseur van de heer C. van Krugten, vermeldt in zijn schrijven van 26 januari 2009, dat de “stedenbouwkundige onderbouwing” á raison van bijna 12.000 euro van het “Wijzigingsplan bestemmingsplan buitengebied Drunen, Duinweg” in opdracht van de heer van Krugten is vervaardigd door Stedenbouwkundig Bureau Croonen. Dit plan is dus duidelijk toegeschreven op de plannen van de heer van Krugten en geeft een eenzijdige kijk op de zaak. In deze stedenbouwkundige onderbouwing “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg. Gemeente Heusden” wordt in de ‘Nota van zienswijze bij “Wijzigingsplan Buitengebied Drunen, Duinweg en de daarbij behorende verlening van een hogere grenswaarde ingevolge de Wet geluidhinder” gereageerd op ons bezwaarschrift. Wij hebben van het College van de gemeente Heusden geen rechtstreekse reactie gekregen op onze bezwaren. Wij vragen ons dan ook af van wie deze toegevoegde tabel afkomstig is? Is deze reactie in opdracht van het College ook uitgewerkt door Bureau Croonen, dat vaak opdrachten uitvoert voor de gemeente Heusden? Bij de reactie op onze bezwaren wordt immers telkens verwezen naar de toelichting opgesteld in opdracht van de heer van Krugten.
In het eveneens aan het Wijzigingsplan toegevoegde Collegevoorstel van 22 mei 2008 wordt aangegeven, dat het College in principe heeft ingestemd met de vestiging van een plantenkwekerij aan de Duinweg onder de volgende voorwaarden: 1. op basis van een hernieuwd VAB onderzoek moet de aanvrager aantonen, dat er geen alternatieve vestigingsmogelijkheden zijn in vrijkomende agrarische bebouwing en 2. door middel van een ecologisch onderzoek moet de aanvrager aantonen dat de vestiging van een bouwblok geen negatieve effecten heeft op het leefgebied van de das.
Wat het VAB onderzoek betreft, dit is inmiddels achterhaald. De aanvrager heeft, zoals de heer van Mierlo bevestigt, inmiddels een grote bedrijfshal kunnen aankopen aan de overzijde van zijn kwekerij, waar hij ook grond in bezit heeft die eveneens gebruikt wordt voor de boomkwekerij.
Het verbaast ons dat de bedrijfshal nu plotseling primair wordt ingezet als een paardenhouderij, terwijl in de informatiepagina van de gemeente Heusden in de Heusdense Courant van 31 oktober 2007 werd bekend gemaakt dat binnen het kader van de Wet milieubeheer een melding ontvangen was van Boomkwekerij Van Krugten gelegen aan de Duinweg 56 in Drunen op grond van artikel 8.40 Wet milieubeheer “voor de opslag van planten, machines, auto’s , hulpmiddelen voor de boomkwekerij en het verladen van alle gewassen uit de eigen kwekerij en voor het oppotten en klaarmaken voor verzending van bomen en planten”. Zoals ook reeds vermeld in ons bezwaarschrift aan het College van de gemeente Heusden is aan de heer van Krugten toestemming verleend i.v.m. – let wel – de stalling van vrachtauto’s, machines en de opslag van planten dit bedrijfsgebouw verder uit te breiden. Er wordt niets vermeld over een paardenhouderij. Hoe dan ook de heer van Krugten beschikt nu - zeker na uitbreiding van de bedrijfshal - over een megahal, waarin ook nog wel wat plaats gemaakt kan worden voor de stalling van enkele ponys voor de paardensport van zijn kinderen.
Met deze megahal toegevoegd aan de door de heer van Mierlo vermelde tuinbouwkas ( lees: grote glazen tuinbouwhal, waarin zelfs vrachtwagens geparkeerd kunnen worden) en een loods aan de Bosscheweg in Drunen beschikt de aanvrager volgens ons, gezien de grootte van zijn bedrijf, over meer dan voldoende opslag voor machines en gereedschappen en de opslag van planten. Er is ons niets van gebleken dat de aanvrager een niet onaanzienlijk gedeelte van zijn machinerieën op het land in de open lucht moet laten staan!
Er wordt in de brief aangegeven dat de afstand tussen zijn woonhuis aan de Bosscheweg en de kwekerij aan de Duinweg 3á 4 km. zou bedragen. Volgens onze gegevens is de afstand via de Zwaluwmoersedreef 2,8 km. Ook moet eerlijkheidshalve nog vermeld worden, dat de heer van Krugten ook grond voor de boomkwekerij in gebruik heeft aan de Zwaluwmoersedreef vlak bij zijn huidige woonhuis. Dus als de heer van Krugten naar de Duinweg zou verhuizen, moet hij nog steeds ca. 2 km. heen en weer reizen. Dus wat dat betreft verandert er dan weinig.
Mr. van Mierlo vermeldt ook in zijn brief dat het gaat om een kwekerij voor bomen, heesters en planten met veel meerjarige producten, dus bomen en heesters die een aantal jaren gewoon rustig moeten groeien. Dat hij, omdat hij op een afstand van 2.8 km. van een gedeelte van zijn kwekerij woont, hieraan niet voldoende zorg kan geven, lijkt ons heel ver gezocht. De heer van Mierlo geeft immers gelijktijdig aan, dat de aanvrager al ca. 30 jaar een professionele kwekerij uitoefent.
In ons bezwaar aan het College hebben wij reeds aangegeven, dat, wat het dassenonderzoek betreft, wij tot onze verbazing en teleurstelling moeten constateren dat dit niet volledig is. Sterker nog inmiddels hebben wij vastgesteld dat de conclusies van dit rapport onjuist zijn.
Wij citeren uit dit rapport: “Onderzoek naar de waarde van boomkwekerij van Krugten voor dassen”, opgemaakt door de Stichting Das en Boom, Beek-Ubbergen, mei 2007”: “Dassen wonen er niet, er is geen geschikt voedsel voor hen voorhanden en doordat het plan gebied een open karakter heeft en bovendien rondom is ingerasterd, zullen ze er ook niet doorheen trekken.
Het gebied direct rondom het plangebied zowel ten oosten en als ten westen van de Duinweg is met uitzondering van een paardenwei bovendien ook onaantrekkelijk voor dassen. De dassen van de enige dassenburcht in het gebied zullen voornamelijk actief zijn in de bossen en graslanden/weilanden in de directe omgeving van de burcht. Het plangebied is derhalve totaal ongeschikt als leefgebied voor de das.” Einde citaat. Inmiddels is gebleken, dat het gebied wel degelijk aantrekkelijk en geschikt is voor dassen. Er bevindt zich namelijk niet één dassenburcht ten zuid-westen van het plangebied, zoals vermeld in het ‘onderzoek’ maar ook nog een burcht, zoals door ons reeds aangegeven, ten zuid-oosten van het gebied op ca. 1000 meter afstand en inmiddels bevindt er zich, zoals we ook zelf hebben kunnen vaststellen, weer een nieuwe burcht ten oosten van de boomkwekerij op ca. 500 meter afstand. Het betreft, volgens de dassenspecialist, de heer Bert van Opzeeland, die lid is van de Stichting Das en Boom en de burchten in het gebied in kaart brengt, een dassenburcht die vanaf 2007 wordt bewoond. Hieruit blijkt dus wel, dat het gebied wel degelijk geschikt is als leefgebied voor dassen. Het doet ons veel plezier dat uiteindelijk na lange jaren van afwezigheid de das weer terugkeert in dit gebied. Het is ook geen open gebied, zoals wordt gemeld, maar het betreft hier een coulisselandschap, dat bovendien grenst aan bosgebied dat aangewezen is als Natura 2000 gebied. Een bouwblok met bebouwing, verlichting, lawaai (zie opvoeren geluidsbelasting) en intensieve bedrijvigheid heeft ecologisch gezien wel degelijk nadelige gevolgen voor het
leefgebied van de das in het bijzonder en de natuur in het algemeen in dit landschappelijk, natuur- en cultuurhistorisch waardevolle gebied
Wij bestrijden dus ten zeerste, dat er, zoals Mr. Van Mierlo betoogt, met de bebouwing in dit gebied geen enkel belang wordt geschaad.
Hoogachtend,
Het bestuur van de Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden
16-06-2008
Bezwaren tegen uitbreiding glastuinbouwbedrijf
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
College van B&W van de gemeente Heusden
Postbus 41
5250 AA Vlijmen
betreft: zienswijze over vrijstelling bestemmingsplan t.b.v. uitbreiding kwekerij de Hungerenburcht, Haarsteeg
Drunen, 16 juni 2008
Geacht college,
In de infopagina van de gemeente (Heusdense Courant) maakte u op 29 april jl. bekend dat u het voornemen heeft om op grond van artikel 19, eerste lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, vrijstelling te verlenen ten behoeve van de uitbreiding van kwekerij De Hungerenburcht aan de Tuinbouwweg 94 te Haarsteeg.
De Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden wil met deze brief haar zienswijze kenbaar maken tegen de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf tot 9.1 ha (7,4 ha glas) in het gebied tussen de Tuinbouwweg 94 en de Hongerenburgweg, vlakbij de cultuurhistorische Voordijk.
Betrokkenheid
Wij uiten onze verbazing over het feit dat onze vereniging en omwonenden niet door u op de hoogte zijn gebracht van deze plannen. Het Streekplan (provincie Noord-Brabant, 2002) geeft aan dat “Een mogelijk doorgroeigebied kan de status van doorgroeigebied krijgen op grond van een door de gemeente in overleg met belanghebbende partijen op te stellen duurzaam en strak begrensd bestemmings- en inrichtingsplan. In dit plan worden de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de bestaande – positief bestemde – glastuinbouwbedrijven beschreven in relatie tot de in het gebied aanwezige waarden en belangen van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige, milieuhygiënische of recreatieve aard, alsmede de wijze waarop het gebied wordt ingericht en synergievoordelen kunnen worden behaald”.
Flora en Fauna
In de ter inzage gelegde stukken wordt aangegeven dat het bestaande populierenbos van circa 2,8 ha wordt gerooid. Dit bosje kan in de toekomst een belangrijke brugfunctie vervullen indien het kan aansluiten bij de geplande ecologische verbindingszone aan de oostkant van de Voordijk. Wat wij niet hebben kunnen achterhalen is waar het bosje wordt gecompenseerd. Het populierenbos valt onder de Boswet en dan geldt er een herplantplicht.
Uit het onderzoeksrapport “Vleermuis- en uilenonderzoek De Hungerenburcht” (rapport RAP03-TOM00015-01A van 24 oktober 2007) blijkt dat het populierenbos een grote ecologische waarde heeft en van belang is als foerageergebied voor de aanwezige vleermuizen. Er leven in dat gebied 5 verschillende soorten vleermuizen. Wat ons is opgevallen uit het “Vleermuis- en Uilenonderzoek De Hungerenburcht” is dat er vijf soorten vleermuizen zijn aangetroffen maar dat in het onderzoek de Meervleermuis niet is waargenomen. Dit verbaast ons omdat deze soort in een onderzoek (rapport “Een thuis voor de vleermuis- Beschermingsplan voor vleermuizen in Noord-Brabant december 2006”) is aangetroffen tussen Vlijmen, het Engelermeer en de Haarsteegse Wiel. Deze soort kent de zwaarste Europese bescherming; een habitatrichtlijn 2 soort.
Het bosje is tevens een roestplaats (slaapplaats) voor de in dat gebied levende steenuilen. Het verdwijnen van het bos is desastreus voor deze dieren.
In het genoemde onderzoeksrapport worden ook aanbevelingen ter compensatie gedaan zoals het plaatsen van vleermuiskasten en de aanleg van een groenstrook van 8 meter breedte (advies in het rapport: 15 meter). Dit lost in onze ogen het probleem van het vervallen van het populierenbos als jachtgebied voor deze dieren niet op. Deze dieren zullen desondanks verdwijnen.
Vleermuizen zijn zoals in het rapport van het bureau Croonen terecht wordt opgemerkt gevoelig voor lichtverstoring. Het aanbrengen van verlichting zou daarom zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Geadviseerd wordt om op het terrein geen verlichting aan te brengen en lage armaturen te gebruiken die naar beneden uitstralen. De kwekerij Hungerenburcht maakt gebruik van assimilatieverlichting. Voorts zullen maatregelen worden genomen om de lichtemissie af te schermen. Daarmee zou de chrysantenkwekerij voldoen aan de uitgangspunten van het convenant, afgesloten tussen LTO Nederland en de Stichting Natuur en Milieu. Echter buiten de verplichte donkerte periode zal er waarschijnlijk veel lichtoverlast zijn. De lichtuitstraling van de kassen is een extra reden waarom de voorgestelde smalle groenstrook langs de kassen niet werkt. De vleermuizen populatie zal met de voorgestelde uitbreiding verdwijnen. Ook de aanwezige steenuilen zullen volgens ons verdwijnen, uilen zijn nachtdieren en raken gedesoriënteerd door al het nachtelijk licht uit de kassen
Volgens ons doet een dergelijke ingreep afbreuk aan de instandhouding van de vleermuizen en kan er wettelijk gezien geen ontheffing worden verleend. Deze bedrijfsuitbreiding is ongewenst.
Andere belangrijke redenen waarom de voorgestelde uitbreiding niet gewenst is, zijn:
- Door het verdwijnen van het populierenbos verdwijnt het laatste stukje groen in deze omgeving. Groen maakt plaats voor glas. Verder zijn bomen belangrijk voor ons leefmilieu, zij leggen de CO2 vast (in het kader van de klimaatdiscussie niet onbelangrijk) en zuiveren de lucht.
- Het woongenot van omwonenden, bewoners van de Voordijk, de Vijfhoeven III en IV en van de toekomstige bewoners van de huizen (350) op de velden van Innoseeds neemt sterk af. Er komt circa 6 ha glas bij van ca. 8.00 meter hoogte op een korte afstand tot bebouwing (ter hoogte van de Mommersteeg-Hogerenburgweg is de afstand tot de bebouwing meer dan 85 meter).
- Het gehele plan is een aanslag op de nog aanwezige natuur en hinderlijk voor omwonenden: horizonvervuiling, verglazing woonomgeving, licht- , geluids- en milieuoverlast, vermindering kwaliteit leefmilieu.
- Door de geplande aan- en afvoer van personen- en goederenvervoer via de Hongerenburgweg neemt de belasting van de weg aanzienlijk toe. Deze smalle weg met bomen (ook van belang voor de vleermuizen) is hier niet op berekend. Momenteel wordt de Hongerenburgweg veel gebruikt door wandelaars, joggers en fietsers (met name schooljeugd).
- De aanwezige archeologische vondsten en de wijze hoe daarmee omgegaan wordt.
- De effecten op het (grond)watersysteem..
- Voor een ontheffing artikel 75 van de Flora- en faunawet is een onderzoek naar alternatieve uitbreidingsmogelijkheden vereist. Uit de beschikbare stukken blijkt niet, dat serieus naar alternatieven is gezocht.
Conclusie
Al met al vindt onze vereniging dat de gemeente geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van natuur, landschap, milieu en de belangen van omwonenden c.q. het algemeen belang. Daarom hebben wij grote bezwaren tegen de geplande uitbreiding die een aantasting is van de natuur- en landschappelijke- en cultuurhistorische waarden en een behoorlijke achteruitgang is voor het welzijn van de omwonenden.
In onze ogen zijn er geen dwingende redenen van openbaar belang om de uitbreiding toe te staan en er zijn voldoende alternatieven voorhanden om tegemoet te komen aan onze bezwaren.
Wij zijn bereid onze zienswijze mondeling toe te lichten en staan open voor overleg.
Met vriendelijke groet,
George Rouhof, voorzitter
Joke Rijk, secretaris
(i.v.m. afwezigheid secretaris,
Marianne van der Linden – Botter
Bestuurslid)
Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden Secretariaat:
Vennestraat 33
5151 CA Drunen
www.natuurenmilieuheusden.nl
College van B&W van de gemeente Heusden
Postbus 41
5250 AA Vlijmen
betreft: zienswijze over vrijstelling bestemmingsplan t.b.v. uitbreiding kwekerij de Hungerenburcht, Haarsteeg
Drunen, 16 juni 2008
Geacht college,
In de infopagina van de gemeente (Heusdense Courant) maakte u op 29 april jl. bekend dat u het voornemen heeft om op grond van artikel 19, eerste lid van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, vrijstelling te verlenen ten behoeve van de uitbreiding van kwekerij De Hungerenburcht aan de Tuinbouwweg 94 te Haarsteeg.
De Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden wil met deze brief haar zienswijze kenbaar maken tegen de uitbreiding van het glastuinbouwbedrijf tot 9.1 ha (7,4 ha glas) in het gebied tussen de Tuinbouwweg 94 en de Hongerenburgweg, vlakbij de cultuurhistorische Voordijk.
Betrokkenheid
Wij uiten onze verbazing over het feit dat onze vereniging en omwonenden niet door u op de hoogte zijn gebracht van deze plannen. Het Streekplan (provincie Noord-Brabant, 2002) geeft aan dat “Een mogelijk doorgroeigebied kan de status van doorgroeigebied krijgen op grond van een door de gemeente in overleg met belanghebbende partijen op te stellen duurzaam en strak begrensd bestemmings- en inrichtingsplan. In dit plan worden de mogelijkheden tot voortzetting of uitbreiding van de bestaande – positief bestemde – glastuinbouwbedrijven beschreven in relatie tot de in het gebied aanwezige waarden en belangen van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige, milieuhygiënische of recreatieve aard, alsmede de wijze waarop het gebied wordt ingericht en synergievoordelen kunnen worden behaald”.
Flora en Fauna
In de ter inzage gelegde stukken wordt aangegeven dat het bestaande populierenbos van circa 2,8 ha wordt gerooid. Dit bosje kan in de toekomst een belangrijke brugfunctie vervullen indien het kan aansluiten bij de geplande ecologische verbindingszone aan de oostkant van de Voordijk. Wat wij niet hebben kunnen achterhalen is waar het bosje wordt gecompenseerd. Het populierenbos valt onder de Boswet en dan geldt er een herplantplicht.
Uit het onderzoeksrapport “Vleermuis- en uilenonderzoek De Hungerenburcht” (rapport RAP03-TOM00015-01A van 24 oktober 2007) blijkt dat het populierenbos een grote ecologische waarde heeft en van belang is als foerageergebied voor de aanwezige vleermuizen. Er leven in dat gebied 5 verschillende soorten vleermuizen. Wat ons is opgevallen uit het “Vleermuis- en Uilenonderzoek De Hungerenburcht” is dat er vijf soorten vleermuizen zijn aangetroffen maar dat in het onderzoek de Meervleermuis niet is waargenomen. Dit verbaast ons omdat deze soort in een onderzoek (rapport “Een thuis voor de vleermuis- Beschermingsplan voor vleermuizen in Noord-Brabant december 2006”) is aangetroffen tussen Vlijmen, het Engelermeer en de Haarsteegse Wiel. Deze soort kent de zwaarste Europese bescherming; een habitatrichtlijn 2 soort.
Het bosje is tevens een roestplaats (slaapplaats) voor de in dat gebied levende steenuilen. Het verdwijnen van het bos is desastreus voor deze dieren.
In het genoemde onderzoeksrapport worden ook aanbevelingen ter compensatie gedaan zoals het plaatsen van vleermuiskasten en de aanleg van een groenstrook van 8 meter breedte (advies in het rapport: 15 meter). Dit lost in onze ogen het probleem van het vervallen van het populierenbos als jachtgebied voor deze dieren niet op. Deze dieren zullen desondanks verdwijnen.
Vleermuizen zijn zoals in het rapport van het bureau Croonen terecht wordt opgemerkt gevoelig voor lichtverstoring. Het aanbrengen van verlichting zou daarom zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Geadviseerd wordt om op het terrein geen verlichting aan te brengen en lage armaturen te gebruiken die naar beneden uitstralen. De kwekerij Hungerenburcht maakt gebruik van assimilatieverlichting. Voorts zullen maatregelen worden genomen om de lichtemissie af te schermen. Daarmee zou de chrysantenkwekerij voldoen aan de uitgangspunten van het convenant, afgesloten tussen LTO Nederland en de Stichting Natuur en Milieu. Echter buiten de verplichte donkerte periode zal er waarschijnlijk veel lichtoverlast zijn. De lichtuitstraling van de kassen is een extra reden waarom de voorgestelde smalle groenstrook langs de kassen niet werkt. De vleermuizen populatie zal met de voorgestelde uitbreiding verdwijnen. Ook de aanwezige steenuilen zullen volgens ons verdwijnen, uilen zijn nachtdieren en raken gedesoriënteerd door al het nachtelijk licht uit de kassen
Volgens ons doet een dergelijke ingreep afbreuk aan de instandhouding van de vleermuizen en kan er wettelijk gezien geen ontheffing worden verleend. Deze bedrijfsuitbreiding is ongewenst.
Andere belangrijke redenen waarom de voorgestelde uitbreiding niet gewenst is, zijn:
- Door het verdwijnen van het populierenbos verdwijnt het laatste stukje groen in deze omgeving. Groen maakt plaats voor glas. Verder zijn bomen belangrijk voor ons leefmilieu, zij leggen de CO2 vast (in het kader van de klimaatdiscussie niet onbelangrijk) en zuiveren de lucht.
- Het woongenot van omwonenden, bewoners van de Voordijk, de Vijfhoeven III en IV en van de toekomstige bewoners van de huizen (350) op de velden van Innoseeds neemt sterk af. Er komt circa 6 ha glas bij van ca. 8.00 meter hoogte op een korte afstand tot bebouwing (ter hoogte van de Mommersteeg-Hogerenburgweg is de afstand tot de bebouwing meer dan 85 meter).
- Het gehele plan is een aanslag op de nog aanwezige natuur en hinderlijk voor omwonenden: horizonvervuiling, verglazing woonomgeving, licht- , geluids- en milieuoverlast, vermindering kwaliteit leefmilieu.
- Door de geplande aan- en afvoer van personen- en goederenvervoer via de Hongerenburgweg neemt de belasting van de weg aanzienlijk toe. Deze smalle weg met bomen (ook van belang voor de vleermuizen) is hier niet op berekend. Momenteel wordt de Hongerenburgweg veel gebruikt door wandelaars, joggers en fietsers (met name schooljeugd).
- De aanwezige archeologische vondsten en de wijze hoe daarmee omgegaan wordt.
- De effecten op het (grond)watersysteem..
- Voor een ontheffing artikel 75 van de Flora- en faunawet is een onderzoek naar alternatieve uitbreidingsmogelijkheden vereist. Uit de beschikbare stukken blijkt niet, dat serieus naar alternatieven is gezocht.
Conclusie
Al met al vindt onze vereniging dat de gemeente geen of onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van natuur, landschap, milieu en de belangen van omwonenden c.q. het algemeen belang. Daarom hebben wij grote bezwaren tegen de geplande uitbreiding die een aantasting is van de natuur- en landschappelijke- en cultuurhistorische waarden en een behoorlijke achteruitgang is voor het welzijn van de omwonenden.
In onze ogen zijn er geen dwingende redenen van openbaar belang om de uitbreiding toe te staan en er zijn voldoende alternatieven voorhanden om tegemoet te komen aan onze bezwaren.
Wij zijn bereid onze zienswijze mondeling toe te lichten en staan open voor overleg.
Met vriendelijke groet,
George Rouhof, voorzitter
Joke Rijk, secretaris
(i.v.m. afwezigheid secretaris,
Marianne van der Linden – Botter
Bestuurslid)

.jpg)